KERKELIJKE RONDSCHOUW
DE UITSLAG
Een week van belangrijke gebeurtenissen, belangrijk voor land en volk, voor Vorstenhuis en Vaderland, ligt achter ons.
Wij weten, dat er in verband met den verkiezingsstrijd veel gebeden is, in onze gezinnen en in Gods huis ; dat er hard en veel gewerkt is, door jongen en ouden, in de stad en op het platte land.
Hoe zou het ook anders ? Ging het niet om allerbelangrijkste dingen ? Ging het niet om de Christelijke grondslagen van ons volksleven ? En raakt het ons allen niet : Wie er als raadslieden der Kroon zullen worden geroepen ? hoe het bestuur des lands zal zijn ? hoe voor de belangen van heel ons volk zal worden gezorgd ? En dat, in deze moeilijke tijden ?
De Heere is ons genadig en goed geweest en heeft ons volk voor veel bewaard, dat schadelijk zou hebben kunnen zijn. Hij heeft ons veel gegeven, dat, in Zijn gunst, ons nu tot grooten zegen kan worden.
Wij hebben den Heere gedankt voor Zijn trouw en liefde.
Waaraan heeft ons volk zooveel goedheid verdiend ? Het is louter genade.
De Heere zegene onze geliefde Vorstin, ons Koninklijk Huis, en allen die in hoogheid zijn gezeten.
Hij make in de komende dagen alle dingen wel — waar wij toch de minste Zijner zegeningen verbeurd, verzondigd, hebben.
Zonne der gerechtigheid, Zonne des heils, bestraal ons!
DE NOOD IN HET HUWELIJK
Gewoonlijk schrijft men niet zoo in 't openbaar over deze zaak. Het is zoo teer. We zijn hier op heiligen grond ; afgezonderd van het groote publiek, zelfs afgezonderd van onze naaste familie en vrienden. Maar de boeken, de brochures, plaatwerk, bioscoop, tooneel en zooveel meer, om niet te vergeten gesprekken van jongeren en van ouderen onderling, stellen deze dingen dan toch ook weer in 't midden van vele gezinnen en kringen ; en wie zal zeggen, wat ei in clubs, vooral in de jongens-en meisjeskampen besproken en gedaan wordt ? Niet 't minst ook bij en door degenen, die trouwe bezoekers zijn van openluchtbadplaatsen en voorstanders van zonnebaden. De naaktcultuur viert hoogtij. En zoo is er nog veel meer, bij de vrijmoedige omgang van jongens en meisjes op het sportterrein en elders, waar de eigenaardige, gedurfde, brutale kleeding, vooral van de meisjes — en van vrouwen — tot allerlei aanleiding geven, ja, moet geven. Waarbij de danszaal misschien de kroon spant.
Of dat nu alles zóó maar genoemd moet worden bij den nood van het huwelijk ?
Wij hadden niet lang geleden een ernstig gesprek met een dokter, specialist, van nietchristelijke levensbeschouwing. En we hebben zelden iemand zóó hooren spreken over den nood van het huwelijk, waarbij bovenstaande dingen achter elkaar genoemd werden, niet door óns, maar door hem.
Zijn redeneering was ongeveer : de mensch heeft een sexueel leven, de man en de vrouw. En nu weet de jongen en het meisje daarmee dikwijls geen raad. Het is soms zoo moeilijk. En dan komen al die ongelukkige dingen, boven genoemd, die de jongens en de meisjes in de verzoeking brengen en naar den afgrond helpen. Het is om elkaars lichaam te doen en velen hebben elkaar al ongelukkig gemaakt vóór ze trouwen. En als. het huwelijk nauwelijks begonnen is, is het al mis. Dan hebben ze spoedig genoeg van elkaar, omdat ze elkander niet kenden, niet echt kenden, toen ze gingen trouwen. Omdat er geen eerlijke liefde is geweest, waarbij ze elkander voortdurend hebben misleid, voor ze met elkander in 't huwelijk verbonden werden.
De bronnen voor de huwelijksmalaise worden voor een groot deel niet in het huwelijk gevonden ; vele jonge menschen nemen de oorzaken van de ellende in het huwelijk al mede als ze het huwelijk sluiten. Er is vóór het huwelijk al zooveel bedorven. En dat geldt niet voor een enkel huwelijk en voor een klein groepje van menschen, maar dat geldt voor vele huwelijken, uit allerlei kring en van allerlei stand — wat men dikwijls niet wil weten en niet wil erkennen. We behoeven voor deze dingen niet naar Amerika te gaan en niet naar Rusland te reizen. Ook Nederland — spreekt men niet van „christelijk" Nederland — is er vol van. De pornografie of schandlectuur met vuile, schandelijke voorstellingen werkt als vergif, in den trein, op 't kantoor, op de school, in de gezinnen, in de cafe's, bij dameskappers en in heerensalons. En uit rapporten over kampeeren en badplaatsen blijkt overduidelijk het zedenbederf. Veel meer dan ouders vermoeden liggen jonge menschen gebonden aan banden van ontucht. Boeken als van het echtpaar Wibaut, spelen als opgesteld zijn door mevr. Henriëtte Roland Holst (''bekend door haar uitspraak : „deugd en ondeugd hebben stuivertje verwisseld") en zooveel meer in de litteratuur, bij zang en spel, bewijst dat het zedenbederf verschrikkelijk is.
Vele jonge menschen nemen elkander om te genieten, en ten slotte komen ze tegenover elkander te staan met het verwijt, dat ze elkander naar de afgrond hebben gevoerd. Zóó is geen huwelijk aan te gaan, dat eenigszins op een huwelijk lijkt.
Men heeft geconstateerd, dat er een ontzaglijke geboortebeperking is in alle kringen. Men wil genieten, maar dan kan men geen kinderen gebruiken. Of althans zoo weinig mogelijk. En niet dadelijk. Liever nooit.
Woning, woninginrichting, meubilair, stand, mode, uitgaan zus en uitgaan zoo — t maakt dat men liefst geen kinderen heeft. De levensstandaard staat bijna overal boven, vér boven het normale. Waarbij de toestanden van de oorlogsjaren en de na-oorlogs-jaren, met onzekerheid van werk en inkomen, zeker een invloed ten kwade hebben gehad. Maar de slechtste verhoudingen in 't huwelijk waren niet altijd tij degenen, die 't minste inkomen hadden. Veeleer was 't juist andersom! En het huiselijk genot, het fijne van het gezinsleven, was gewoonlijk meer te vinden bij de gezinnen met kinderen, dan in de woning van het kinderlooze echtpaar!
Alles is zóó opgeschroefd in en buitenshuis, de eischen werden — en worden — zóó hoog gesteld, ook bij degenen, die toch maar een eenvoudigen werkkring hebben en een bescheiden inkomen, dat men geen kinderen kan gebruiken. „Waarom - mag ik dit niet hebben, wat een ander óók heeft ? " — is de gewone redeneering. En de eischen worden al meer en meer opgevoerd en uitgebreid, dat het ten eenenmale onmogelijk wordt dat men zich er behoorlijk kan doorslaan.
Hierbij komt ook — we laten zakelijk nog maar steeds den dokter, met wien we een onderhoud hadden, vertellen — dat de maatschappij ziek is. De mechaniseering van heel het leven door fabriek en techniek, heeft den mensch van binnen kapot gemaakt. Onze zieke maatschappij staat schuldig aan de malaise van het huwelijk.
Aldus de dokter. Die ons vertelde, dat hij in een gezin komt, waar men altijd klaagt en nooit iets over houden kan, maar wel tekort komt — wat ook de dokter moest ervaren — maar waar hij binnen zéér korten tijd tweemaal een nieuw radio-toestel vond, de laatste maal zóó mooi, dat hij er jaloersch op was. Door een agent van een bepaalde firma werd op deze dingen gespeculeerd, niet alleen in dat gezin, maar ook in andere gezinnen nog, en niet zonder succes, omdat de betalingsvoorwaarden zoo mooi en zoo makkelijk waren.
Onze dokter-zegsman is geen man van christelijke levensovertuiging. Maar we hebben maar stil geluisterd. Om, even doorpratend, zelf toch ook iets te zeggen van wat naar onze overtuiging, hier nog bij komt. En wel, dat de diepste oorzaak van al die ellende in het binnenste des menschen zit. Uit het hart zijn de uitgangen des levens. En dat hart is boos en daaruit komen de ongerechtigheden voort, ook die ongerechtigheden, die jonge menschen vóór het huwelijk, en straks de ouderen in het huwelijk, zoo diep ongelukkig kunnen maken.
Waarbij satan, wereld en eigen vleesch samenspannen ten verderve.
En de maatsehappij-omstandigheden, de levenszeden, de brutale grofheden en de meest gewaagde omgangsvrijheden der beide sexen zetten dan de kroon op het werk.
Tusschen mensch en mensch is de zaak kapot.
Maar — vergeten we het niet — tusschen den mensch en God is het niet in orde. Dat is de diepste oorzaak. De mensch kent den vrede niet met God. De 'heilige harmonie is verstoord en dat breekt de heilige orde, dat verderft het mooie leven door de leelijkste zonden.
Waarbij God ons Zijn Woord gegeven heeft. Waarbij de Vader ons Zijn Zoon gegeven heeft. Waarbij de Heere ons geven wil Zijn Heiligen Geest. Om vrede te werken voor zondaren. Om de harmonie tusschen mensch en God te herstellen. Om de heiligste harmonie, de diepste liefde, de vreugdevolle vrede te geven tusschen man en vrouw. De rijkste liefde in het gezin. De heerlijkste zegeningen aan ouders en kinderen. „Waar liefde woont, gebiedt de Heer Zijn zegen ; daar woont Hij Zelf, daar wordt Zijn heil verkregen en 't leven tot in eeuwigheid".
Heerlijke zegeningen van het huwelijk zijn er ! Door Gods genade, die over arme zondaren Zijn gunst wil uitspreiden. Laat ons dan in oprechtheid wandelen voor Zijn aangezicht. Zijn gunst maakt armen rijk. En de zonde maakt den rijkste arm. Dat is het wonder van het geloof en van den vrede met God. Dat is de ellende van de ongerechtigheid.
„Ik zet mijn treden in Uw spoor, opdat mijn voet niet uit zou glijden — wil mij voor struikelen bevrijden, en ga mij met Uw 'heillicht voor". (Psalm 17).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's