RONDOM DE LEESTAFEL
CALVIJN en CALVINISME door ds. H. J. Couvée, met een woord vooraf door ds. D. Kuilman te Leiden. Uitgave Broekhoff v.h. Kemink en Zn. Utrecht.
Calvijn en het Calvinisme staat in het middelpunt der belangstelling. Calvijn's Institutie komt weer in eere (ook in 't Hongaarsch vertaald nu) en de Schriftuitlegging van den grooten hervormer wordt door velen geraadpleegd. Toch is er bij velen een sterke antipathie tegen Calvijn en het Calvinisme. Of neen — dat moeten we anders zeggen. Het staat zóó : velen zijn van meening, dat Calvijn en het Calvinisme heel, héél anders er uitzien, dan men het altijd heeft gedacht en geschreven en geleerd in Nederland. De Calvinisten van Nederland hebben Calvijn niet begrepen en hebben een Calvinisme gegeven, dat niet a la Calvijn is. Men spreekt dan van Neo-Calvinisme en van allerlei andere fraaiïgheden. Intusschen zal men dan zelf eens zeggen wie Calvijn nu echt geweest is en wat Calvijn nu: echt geleerd heeft en wat nu echt Calvinisme is.
Het boek dat voor ons ligt deed ons aan bovenstaande dingen denken en gaf ons bovenstaande opmerkingen in de pen. Want ds. H. J. Couvée, die wij nu niet bepaald een Calvinist zouden noemen, komt ons onverwacht een lijvig boekwerk van meer dan 300 blz. voorleggen, waaraan hij jaren en jaren gewerkt heeft, waarin allerlei uit de werken van Calvijn geciteerd wordt, wat dan verder wordt besproken, in een toon en in een geest, als hier boven geteekend. De Calvinisten hebben Calvijn altijd verkeerd verstaan en een niet-Calvinist zal nu eens zeggen, wat Calvijn wèl heeft geleerd en wèl heeft bedoeld, en wat nu wèl het grondleggend principe bij Calvijn is en wat nu wèl het centrale van het Calvinisme is.
Nu is er gelukkig niemand meer in onzen tijd, die gelooft, dat er iemand heelemaal onbevooroordeeld is. Prof. Grosheide schrijft in „De Statenvertaling 1637--1937" blz. 121 : „Dat volkomen onbevooroordeeldheid niet bestaat, en dat ieder in zijn werk laat uitkomen wie hij is en wat hij gevoelt, is een stelling, die in onze dagen door niemand meer wordt bestreden". Zóó is het. En dat proeven we in alles in dit boek aangaande ds. Couvée. Zonder dat hij 't zich wellicht altijd bewust is laat hij vooral uitkomen „wie hij is en wat hij gevoelt". En hij is geen Calvinist en hij voelt niet Calvinistisch. Wat ook uitkomt, als hij nu zal gaan bewijzen wie Calvijn is en wat nu eigenlijk Calvinisme is.
Wie b.v. eenvoudig de Catechismus van Calvijn voor zich neemt — eenvoudiger kan het niet — bemerkt, dat het grondprincipe van Calvijn en van het Calvinisme is : de Souvereiniteit Gods. Met het geloofsprincipe : „Hem, onzen Maker en de oorsprong van ons leven, heel ons leven terug te geven". Geen duimbreed, dat God niet opeischt. Hem te dienen in alles. „Soli Deo Gloria" — overal en altijd. „Hem dienen, op Hem al ons vertrouwen te stellen. Zijn wil te gehoorzamen, Zijn eer te zoeken, naar uitwijzen van Zijn Wet en Woord en Waarheid". Met het fundament van ons geloof : dat Hij ons liefheeft en dat Hij onze Vader en onze Verlosser wil zijn. Den Heere te kennen en op Hem een oprecht vertrouwen te hebben in Jezus Christus, onzen Heere.
Deze dingen lezen we op de eerste bladzijde van den Catechismus van Calvijn. En het staat overal in de Institutie. En het komt overal uit in zijn Commentaren en brieven.
Als met groote stelligheid door ds. Couvée heel veel dingen genoemd worden — en bewezen met tal van citaten — krijgen
Als we b.v. lezen : „Calvijn kent geen systeem" — dan zien wij Calvijn juist als systematicus in alles, niet alleen in zijn Institutie, maar ook in zijn Schriftuitlegging. Als ds. Couvée spreekt over de Schriftopvatting, de praedestlnatieleer,
het Kerkbegrip enz. van Calvijn en zegt, dat het Calvinisme hem daarin niet heeft begrepen, althans, dat Calvijn heel, héél anders staat in deze dingen, dan het Calvinisme dat voorgeeft, dan denken wij weer aan dat „bevooroordeeld" — dat zelfs kan uitkomen in het geven van „citaten" en vooral in het geven van beschouwingen bij de citaten en het nemen van conclusies bij citaten.
Wij hebben zoo de indruk, dat dit boek bedoeld is om Calvinisten tot andere gedachten te brengen, door Calvijn zelf voor oogen te stellen, maar wij vermoeden, dat de Calvinisten zullen zeggen, wij zien en lezen en kennen Calvijn anders dan gij en daarom zijn wij Calvinisten en gij zijt geen Calvinist.
Men moet uit deze opmerkingen niet de indruk krijgen, dat wij ds. Couvée zouden beschuldigen met opzet de dingen eenzijdig en scheef te hebben gegeven. Want dat is juist niet zijn bedoeling. Zijn eerlijke bedoeling is Calvijn te laten zien zooals hij Calvijn ziet. En wij zijn in zooverre dankbaar voor dit boek, waaraan zooveel werk, inspannende arbeid, is besteed. Wat is er veel nagesnuffeld, gelezen, bestudeerd voor dit boek naar den drukker kon worden gezonden. Wat een rijk materiaal van citaten. En toch, en toch — wij zijn van oordeel : ds. Couvéé heeft Calvijn en het Calvinisme zóó door eigen brillenglazen gezien, dat het Calvijn en het Calvinisme niet is, wat hier voor ons staat.
Het zou ons niet verwonderen, als we straks lezen, dat er vele koopers van dit omvangrijke werk zijn. Wij hopen het. Wij verwachten het. Het is een onderwerp van de grootste beteekenis. Maar wij hopen, dat het lezen van dit studiewerk er velen dan toe dringen mag, om Calvijn en het Calvinisme nog eens op andere wijze onder 't oog te nemen. En dan Calvijn te bestudeeren, te zien en te waardeeren in den geest van Calvijn als goede, echte Calvinisten. Waaraan we behoefte hebben.
De Uitgever zorgde voor royale uitgave van dit belangrijke boek.
DE STUWDAM, familie-weekblad voor Christelijk-Nederland. Uitgave : Jul. van Stolberglaan 47. Den Haag.
Sinds een paar weken ontvangen we geregeld „De Stuwdam", dat een familie weekblad is. Dit geïllustreerde weekblad voor christelijke gezinnen is in z'n 2de jaargang. En nu liggen de No's. 32, 33, 34 en 35 voor ons. Het eerste no. staat — door de reusachtige foto op den omslag — in 't teeken van de bijenteelt, no. 33 is een Pinksternummer — de omslagfoto is : Pinksteren, naar een schilderij van Adr. van der Werf. No. 35 doet ons dadelijk zien, dat de verkiezing achter den rug is en geeft op den omslag foto's van 10 ministers, met het portret van den minister-president dr. H. Colijn in 't midden.
Slaat men een aflevering open, dan bemerkt men dat er een menigte van plaatjes gegeven worden, elke week ; de groote bladzijden — want alles is groot-formaat — staan vol; en daarbij wordt dan in overvloedige mate beschrijving ge geven, met vele afzonderlijke artikelen, die, op zichzelf genomen, reeds een lijvige brochure zouden kunnen vullen. Nederland, Indië, Italië, Engeland — ja, alle landen komen aan de beurt. Het is een gezellig famiiie-weekblad. Bijbelsche figuren en Schriftbeschouwingen ontbreken niet. Naast de andere geïllustreerde christelijke weekbladen mag „De Stuwdam." er zijn ! Door het wekelijksch ,,bijvoegsel voor ontspanning en ontwikkeling" wordt de aantrekkelijkheid van dit weekblad nog vergroot.
IN WEER EN WIND. Uitgave W. L. en J. Brusse, Rotterdam.
Het Mei-nummer van dit mooie tijdschrift voor natuurstudie mag er zijn ! Het ziet er alles even keurig en aantrekkelijk uit, door illustratie en beschrijving. De redacteurs Rinke Tolman en ds. J. I. van Schaick zorgen voor uitnemend werk en de medewerkers geven het beste in allerlei vorm. Zeeland wordt bezocht, over de ijsheiligenkoude wordt geschreven, een boerenhuis in Saksisch Nederland gaan we bezoeken, over de aardkorst wordt gehandeld, over insecten van een verrassende kleuren-en vormenschoonheid krijgen we een artikel, waarbij de jeneverbessen op de proppen komen; over kampeeren wordt natuurlijk geschreven, enz. enz. Fraaie illustraties, mooie foto's, verscheidenheid van lectuur. En dan uiterst voornaam ter drukkerij verzorgd. Een mooi, prettig, degelijk tijdschrift voor jongeren en ouderen !
VOOR THEOLOGICA. Interacademiaal tijdschrift. Uitgave : Van Gorcum & Co., te Assen.
In dit no. gaat het vooral over het principieele onderwerp: „Openbaring". Prof. Heering geeft een artikel over: „Openbaring en Heilige Geest". Indien de plaatsruimte niet een belemmering was, zouden we hiervan gaarne een exposé geven. Dr. N. J. Hommes schrijft over : „Schrift en Openbaring", aan welk artikel we de voorkeur zouden geven. En zoo krijgen we van vier klanten van vier knappe theologen een beschouwing over een zoo gewichtig onderwerp. Want ook prof. Van der Leeuw en prof. Haitjema geven ieder hun gedachten, en wel over: „Kerk en Openbaring" (Haitjema) en „Phaenomenologie en Openbaring" (Van der Leeuw). Van H. J. Heering, den hoofdredacteur, staat er ook een „Kroniek" in, waarin o.a. gesproken wordt over de kerkelijk-hoogleeraars-benoeming te Groningen en „de uitwisseling van theologische hoogleeraren" en de „Liturgische Conferentie te Lunteren" enz. Ook gaat het nog even over de politiek, hier en in Duitschland.
DE HUIDIGE STAND VAN HET CHRISTENDOM IN NED. OOST-INIDIë, door dr. H. Kraemer. Uitgave van het Boekencentrum, Anna Paulownastr. 21, Den Haag.
Dr. H. Kræmer, die intusschen tot onze groote blijdschap tot hoogleeraar te Leiden benoemd is, geeft in dit kleine, mooie boekje (86 blz.) een belangrijke uiteenzetting van de zeer ingewikkelde verhouding van Kerk en Zending in Ned. Oost-Indië. Wij vinden het een prachtig ding, dat het Boekencentrum telkens zulke mooie Zendingsboekjes geeft, die de lezing en bestudeering overwaard zijn.
MOEDER, practisch tijdschrift voor de vrouw in het gezin. April-nummer. Uitgave : Gebr. Zomer en Keuning. Wageningen.
Over opvoeding — huis-, tuin-en keukenproblemen — Met naald en draad — Voor baby en kleuter — Het gezonde gezin — Voor moeders vrije oogenblikjes — Over muziek — Na schooltijd — Mode.
Dat zijn de onderwerpen waarover gehandeld wordt.
Het tijdschrift staat onder algemeene leidingvan prof. dr. J. Waterink en heeft tal van medewerkers, vrouwelijke en mannelijke, die voor de behandeling van bovengenoemde onderwerpen berekend zijn.
De Uitgever maakt dit tijdschrift tot iets, dat door Moeders graag gelezen wordt. Er staat ontzaglijk veel in.
DE SPIEGEL, Christelijk Nationaal Weekblad. Uitgave : Wageningen.
Dit no. van 29 Mei "37 geeft op den omslag een prachtig royaal uitgevoerd portret van jhr. A. F. de Savornin Lohman, 1837—29 Mei l937. Een mooi artikel over dezen christen-staatsman van de hand van Q. A. de Ridder, hoort bij de foto. Tal van verhalen en beschrijvingen, miet vele illustraties (b.v. over de havenpolitie en de Doetinchemsche Stichtingen, die 70 jaar bestaan), worden gegeven. Keurige foto's van „de Geref. Meisjesbond", die te Zwolle in jaarvergadering bijeenkwam (Spiegel-reportage ; 't aantal meisjes bedroeg niet minder dan 10.000!)
Een mooi tijdschrift, dat we voor onze christelijke huisgezinnen hartelijk
aanbevelen !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juni 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juni 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's