De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MANKE MURK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MANKE MURK

EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN

5 minuten leestijd

Met toestemming uitgever J. H. Kok te Kampen
Op dàt oogenblik is mij die liefde Gods te machtig geworden. Toen heb ik geschreid als een kind over mijn verbeuzeld en verzondigd leven, maar ook over die onbegrijpelijke teedere Godsliefde, die naar mij vroeg en over mij zich ontfermde, zooals nog nooit een mensch dat gedaan heeft. En hoe het toen verder gegaan is, kan. ik eigenlijk niet zeggen, maar laat zich veel beter gevoelen. Sinds 't God behaagd' heeft Zijn Zoon aan mij te openbaren, is mijn heele leven veranderd en voor al de schatten der wereld zou ik dat niet .meer willen missen. Ik zou wenschen, Klaske, dat alle menschen bezaten wat ik hebben mag en ik wenschte wel, dat je oogen daar ook voor open mochten gaan".
Met stille aandacht hadden de vrouwen deze eenvoudige bekeeringsgeschiedenis van Murk aangehoord, door hem, zonder eenigen opsmuk, zoo heel natuurlijk en waar verteld. Vrouw Kalma had dit alles in andere woorden al wel meer van hem vernomen, doch steeds bleef het voor haar nieuw. Omdat het getuigde van leven en geheel overeenkomstig de werkelijkheid was. Ook, omdat zij in eigen leven iets van dit alles begon gewaar te worden, terwijl ook haar ziel was aangeraakt door den vleugelslag des Geestes, al zou zij zelf daar zoo geen verklaring van hebben kunnen geven.
„En ben je door dit alles nu zoo gelukkig geworden ? " vroeg Klaske nog.
„Of ik gelukkig geworden ben ? Maar is er dan wel iets heerlijkers denkbaar dan te mogen weten, dat de schuld is betaald en men met God verzoend is, en dat Hij over ons waakt als een vader over zijn kind en dat niets ons meer van Zijn liefde scheiden kan ? Is er iets heerlijkers te weten dan dat, dat al onze schreden bewaakt worden en alles in dit leven moet medewerken tot ons geluk, en dat in de toekomst de erfenis van Gods Volk ons wacht ? Er is op de geheele wereld geen grooter geluk denkbaar dan te mogen weten, door het geloof het eigendom van Jezus Christus, en in Hem voor eeuwig geborgen te zijn. Zal ik jullie eens een mooi vers voordragen, zooals ik dat voorheen vaak in gezelschappen moest doen, maar dan van ander gehalte ? "
En zonder het antwoord af te wachten, begon Murk :
»Eens was ik een vreemdeling van God en mijn hart, Ik kende geen leed ; ik voelde geen smart, Ik sprak niet: mijn ziele ! doorziet gij uw lot ? Hoe zult gij rechtvaardig verschijnen voor God ?
Al sprak daar een stem uit de heilige blaên. Van 't Lam, met de zonde der wereld begaan. Ik zocht bij den kruispaal geen veilige wijk ! Ik stond blind en van verre, in mijzelven zoo rijk
Het ging mij als Jeruzalems dochters weleer : Ik weende om de pijn van mijn lijdenden Heer ; En 'k dacht er niet aan, dat ik zelf door mijn schuld Zijn kroon had gevlochten. Zijn beker gevuld. Maar toen mij Gods Geest aan mij zelf had ontdekt,
Toen werd in mijn ziele de vreeze gewekt; Ik zag toen wat eischen Gods heiligheid deed, En werd al mijn deugd een wegwerpelijk kleed.
Toen vluchtte ik tot Jezus ; Hij heeft mij gered, Hij heeft mij verlost van het vonnis der Wet, Mijn heil en mijn vrede, mijn leven werd Hij ! Ik boog mij en geloofde, en mijn God sprak mij vrij !
Nu ken ik de waarheid, zoo diep als gewis. Dat Christus alleen mijn gerechtigheid is ; Nu tart ik den dood ; nu verwin ik het graf ! Nu neemt mij geen Satan de zegekroon af!
Nu reis ik getroost onder 't heiligend, kruis, Naar 't erfgoed daarboven, naar 't Vaderlijk huis. Mijn Jezus geleidt mij door d' aardsche woestijn, „Gestorven voor mij", zal mijn zwanenzang zijn«
Een paar minuten bleef het stil in de kamer. Niets werd gehoord dan het tikken van de klok en het zachte zingen van het theewater en het spinnen van de poes daarnaast.
Klaske was de eerste, die de stilte verbrak.
„Je kunt mooi voordragen, maar ik moet noodig naar huis, hoor", sprak zij. „Douwe zal wel denken, dat ik er tusschen uit ben gegaan. O ja, wat ik nog even vragen wil, weet je ook wat voor boodschappen men op „Lucht en Veld" heeft!"
Even kwam er iets als een donkere wolk over het gelaat van Murk. Hij zelf ging met zijn gansche hart zoo op in de woorden van dit lied, welke als uit zijn ziel gegrepen waren, dat hij zich ternauwernood kon voorstellen, dat anderen hier niets van voelden. Maar ging het niet menigmaal zoo en was het hem zelf vroeger wel anders geweest ? Sprak de vrome dichter het dan ook niet uit, dat Gods Geest het wezen moest, die 'n mensch aan zichzelf ontdekte en hier dus niets van den mensch zelf bij kwam ? Had hij dan gedacht in dit oogenblik Klaske even te kunnen bekeeren ? Maar wie was hij, die hier God zelf het werk uit de handen wilde nemen ? Zocht het duiveltje van den hoogmoed zich niet in zijn hart te vestigen en hem op een voetstuk boven anderen uit te plaatsen, om vandaar hen te beoordeelen, alsof hij zooveel meer en beter was ?
Aanstonds werd hij zich zijn schuld bewust. Waar een mensch al niet. voor te waken had, ook al was hij aanvankelijk de stad Verderf ontvloden, om zijn voeten te richten op den weg naar het Sion hierboven.
(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juni 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

MANKE MURK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juni 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's