De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MANKE MURK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MANKE MURK

EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN

5 minuten leestijd

Met toestemming uitgever J. H. Kok te Kampen|
„Zeker weet ik het niet, maar 't zal wel iets goeds zijn ; vrouw Siderius voelt veel voor een ander, " luidde zijn antwoord.
Dit was voor Klaske voldoende. Met een vriendelijk „goeden avond, verder, " wipte zij de deur uit, om Douwe te vertellen hoe zij een poos bij vrouw Kalma gezeten had, en hoe gezellig het daar was, en hoe graag zij het in haar eigen huis ook zoo hebben zou.
Maar Douwe antwoordde niet meer. Hij was al lang in het rijk der droomen.
„Vanzelf, ” mompelde Klaske.
TIENDE HOOFDSTUK.
Een heerlijke Meimorgen ! Reeds heel in de vroegte was de zon, uit haar slaapkamer gegaan, om gelijk een vorstin in blinkend gewaad, haar , pad te loopen. In de vogelenwereld, welke gewoon is zich geheel naar het zonne-uurwerk te regelen, was alles reeds vroeg in de weer. Dat zong en kwinkeleerde al voor dag en dauw, en naarmate de zon hooger rees, kwam, er ook in de menschenwereld meer leven en vertier.
In de verte werden op het meer de blanke zeilen al gezien van schepen, die hun vrachten op bestemder plaats gingen brengen of van melkschuitjes, op weg naar de boeren, om den verschen voorraad aan de .fabrieken af te leveren, waar de boter en kaas werd bereid. Op de wegen werd het geronk reeds vernomen van een voortsnellenden motor of een stof opjagende auto, beelden van het onrustige, in steeds sneller tempo voortjagende wereldleven met zijn hopen en vreezen, zijn winnen, en verliezen, zijn leven en sterven, zijn komen en gaan.
In de velden hing een heerlijke geur van appelbloesem en de aroma van allerlei uitbottend en opbloeiend leven. Door den nachtelijken dauw bevochtigd en thans van het zonlicht gekust, liet het uitstroomen en uitspreiden al den rijkdom van geur en kleur door de almachtige hand van den grooten onzichtbaren Werkmeester zoo kunstvol geschapen en uit het stof der aarde voortgebracht. Zongen de vroolijk huppelende muschjes en de jubelend stijgende leeuweriken en de fier kraaiende hanen van „Bornia-State" en „Lucht en Veld" en „Glad Verlegen" en de kirrende duiven en de snaterende ganzen en de eindeloos dóór-roepende , Grutto", zongen zij het al te gader, elk op eigen wijze, niet uit: „Heer, onze Heer, hoe heerlijk is UW Naam op de gansche aarde !"
Ook op „Lucht en Veld" was alles weer tot nieuwen arbeid ontwaakt. Vlug had Pleuntje in het vuurhok, naast de blank geschrobde straat, waar zomerdag de kachel stond, het theewater aan de kook gebracht. Steeds zorgde zij, dat niet te lang gewacht behoefde te worden op den smakelijken morgendrank, waarnaar gewoonlijk al werd uitgezien. In tegenstelling van vele an­dere boerderijen was het hier de gewoonte, dat het personeel eerst een kop warme thee kreeg, voor het naar het veld ging, om te melken, 't : Bracht den slaap uit de oogen, zei Siderius, en gaf tevens nieuwen lust voor den arbeid. Zoo'n kop thee bracht haar geld wel weer op, even zoo goed als het stuk spek op het brood, dat voor het meerendeel der knechts en meiden een tractatie was.
Trouwens Pleuntje behoefde deze aanmoediging niet voor haar werk. Van zichzelf had zij reeds een haastige natuur, zooals men het noemde, waardoor het jagen en jachten haar meer eigen was dan het rustig neerzitten of toezien hoe anderen het deden. Vooral sinds haar omgang met Murk had er een geheele verandering met haar plaats. Er lag veel meer ziel in haar werk dan vóór dien tijd. 't Ging niet meer zoo machinaal, omdat het moest, maar 't was 'een lust geworden te mogen arbeiden, hoe langer zoo meer. Wellicht zou zij zelf hier geen verklaring van hebben kunnen geven, doch heel de wereld leek haar anders dan vroeger. Wanneer zij met de meid van „Bornia-State", zoo langzamerhand haar vertrouwde vriendin geworden, gearmd door de landen liep of na de middagpreek naar huis wandelde, waarbij het gewoonlijk niet aan allerlei intieme mededeelingen ontbrak, kon zij met een waar woord aan Dirkje vertellen, dat over heel haar leven een .zonneglansen gekomen was, precies als op dezen mooien Meimorgen de wereld met zulk een gloed werd overtogen.
Was 't wonder, dat Pleuntje met een vluggen, lichten tred, het juk op den schouder, de blinkende emmers aan de rinkelende kettingen, het land inging, om met den boer en den knecht het wachtend vee te melken? 't Zong óók in haar, omdat zij zich gelukkig gevoelde. Gelukkig met Murk, met wien de band hoe langer zoo vaster werd, maar niet minder gelukkig, omdat onder zijn Invloed haar oog hoe langer hoe meer geopend werd voor de heerlijkheden eener andere wereld, waar de zon nimmer daalt en eeuwige zaligheden het onverstoorbaar eigendom worden van allen, die door geloof deel mogen hebben aan de verworven gerechtigheid van Christus' en de erve der heiligen in het licht.
(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

MANKE MURK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's