FINANCIËN
Elke tijd draagt zijn eigen moeiten en zorgen mee. Ziet zoover als ge kunt achter u, werpt uw blik achterwaarts tot de dagen, waarin ge kind waart en ge zult me moeten toegeven: ook toen reeds, al waren ze klein en nietig, hadt ge uw zorgen en verdrietelijkheden. Waren er ook toen reeds momenten waarin u het schreien nader stond dan het lachen. Het laatste had 't spoedig evenwel gewonnen.
Een gelukkige tijd mogen zeker de jeugdjaren worden genoemd, 't Is dan ook een bekende regel gebleven:
Hoe zalig als de jongenskiel nog om de schouders glijdt.
Immers straks komt de reëele tijd, waarin ge als een zelfstandig mensch u dient te wapenen voor den vollen strijd van het leven. Als de schooljaren achter den rug zijn, en ge moet u een positie veroveren, zoo treden er moeiten en zorgvuldigheden naar voren, waarvan ge wel de beschrijving had gehoord, doch nog niet in werkelijkheid had ontmoet, zoo wordt de voet even ingehouden vragende : zou ik die moeilijkheid wel aandurven ? Zou ik die zorg niet kunnen ontgaan ?
Toch is voortgaan hier gebiedend. Hij moet. De strijd dient te worden aanvaard.
Uit alles blijkt de waarheid van het woord, eenmaal door den grooten strijder in klanken vertolkt: „heeft niet de mensch een strijd op aarde ? "
Aan het leven in zijn breedsten omvang zijn telkens moeilijkheden verbonden. Niemand, die dat zal durven ontkennen. Toch is er geen klein verschil hoe wij in dezen strijd onzen ransel dragen. Wij kunnen
daarin met eigen hand de eene zorg voor, de andere na een plaats inruimen, zoodat deze als lood zoo zwaar blijkt te zijn aan het einde. Daar is ook een andere mogelijkheid : dat wij, in ontvangst nemen, wat van hoogerhand ons wordt toebeschikt, en waarbij een raadgeving is ingelascht om toch vooral niet een moment uit het oog te verliezen, dat die hand, die dit alles overreikte tevens een dragende hand wil zijn.
Als ge onderricht behoeft, zoo moogt ge in biddend opzien een beroep doen op dit woord „Ik zal u onderwijzen". En als ge geen weg weet, zoo moogt ge in herinnering brengen deze belofte „Ik zal u leeren van den weg dien gij gaan zult".
En als ge geen raad meer weet, zoodat ge u echt radeloos gevoelt, zoo leg het den Heere maar voor, wat Hij hieromtrent heeft vastgelegd in Zijn overduidelijk getuigenis : „Ik zal raad geven : Mijn oog zal op u zijn".
Kan het wel ooit rijker ?
En toch betrappen wij ons zelven en elkander er voortdurend op, dat wij wel op de zorgen zien en niet op die leidende en steunende en dragende hand. Dit maakt ons levenspad zoo nameloos donker en onze levensweg zoo heel moeilijk.
Daarentegen als wij in dit alles, ook in de moeilijkheden, Gods wondere wijsheid mogen opmerken, dat Hij ons juist hierdoor nauwer en nader aan Zich wil verbinden, zoo valt daarop het schoonste licht.
Dezen morgen nog was ik getuige van zulk een rijke erkentenis. Eene patiënte die zich aan een operatie had moeten onderwerpen, en daarbij Godes ondersteunende genade zoo rijk had ondervonden, sprak deze woorden : als het mij ten 2den male werd aangezegd om het nog eens te moeten ondergaan, zou ik er niet half zoo tegen opzien als ik gedaan heb. Wat heb ik rijke oogenblikken mogen doorleven aan Gods hand. Zoo iets wonderheerlijks smaakte ik nog niet eerder.
Ziet hierin wordt Gods doen en alzoo Zijn Naam geprezen, en wie daartoe verwaardigd wordt, draagt daarvan de rijkste vruchten. Zoo komt het dan ook, dat de Dichter zegt in Ps. 119 : „het is mij goed, dat ik verdrukt ben geweest, opdat ik Uwe inzettingen leerde".
Of wilt go 't uit dezen zelfden bundel in andere bewoordingen :
Gods doen is enkel majesteit, Aanbiddelijke heerlijkheid, En Zijn gerechtigheid onendig.
Besluiten wij daarmee ons inleidend woord om het overzicht van deze laatste tijden u voor te leggen. Ik heb nog al enkele posten mogen inzamelen.
1. De eerste post kwam uit Nieuw-Lekkerland. Aldaar was een collecte gehouden voor onze fondsen. Deze bedroeg 15 gulden ƒ 15.— Hiervoor betuig ik mijn warmen dank, inzonderheid aan collega van Dorsser.
2. Door ds. Kijftenbelt van Feijenoord was ontvangen 1 gulden voor den Geref. Bond , 1.— Beiden, gever en zender, worden zeer vriendelijk dank gezegd.
3. Door ds. Pott te Kralingen ontving ik van de fam. J. de W „ 1.50 Mag ik ook dezen gever en zender mijn oprechten dank betuigen.
4. De heer v. Z. te P. zond mij de contributie voor dit jaar, waarvoor ik zeer erkentelijk ben, n.l „ 1.—
5. Van een onzer vriendinnen, die trouw meeleeft in alles, ontving ik 2
rijksdaalders voor onze fondsen „ 5.—
6. Ds. V. d. Boogert te Zuid-Beijerland zond me uit zijn catechisatiebus 20 gulden „ 20.— Is dit niet prachtig ? Ik ben er zeer blij mee.
7. Maakte ik zoo even melding van een gift van een onzer getrouwe vriendinnen, die 5 gulden bedroeg, een dubbelganger liet zich niet lang wachten. Onze oude vriend, die mij telkens iets doet toekomen, zond mij per giro 5 gulden , 5.— 'k Hoop hem persoonlijk dank te zeggen.
8. Uit Marken kreeg ik van iemand, wiens naam schuil gaat achter N.N., een rijksdaalder , , 2.50 Zeer hartelijk dank.
9. Van een onzer vrienden te K., aan wien ik voor eenigen tijd een busje zond, kreeg ik den inhoud mij toegezonden. Deze bedroeg 80 cent „ 0.80 Ook hiervoor zeg ik vriendelijk dank.
10. Thans komen een paar collecten zich melden. De eerste kwam uit Aalburg. Bij de intrede van ds. Monster aldaar was een collecte gehouden. Deze bracht op „ 12.50 Door een klein misverstand had deze iets minder opgebracht dan verwacht mocht worden. De belofte werd er dan ook aan toegevoegd, dat binnenkort eene nalezing zou worden gehouden. Intusschen mijn vriendelijken dank. Gods zegen ruste op den arbeid van dezen jeugdigen pastor.
11. De tweede kwam uit het Noorden, n.l. in de Evangelisatie van Oude-Pekela was voor de fondsen gecollecteerd. Deze bedroeg „13.25 Onzen vriendelijken dank aan de vrienden aldaar.
12. Nog een keer komt een oude vriendin uit eigen gemeente aankloppen. Zij heeft onze fondsen onder meer ook willen gedenken. Zij droeg mij af 5 gulden voor het Studiefonds. Hartelijk dank „ 5.—
13. Van den heer PI. te Weesp ontvang ik zoo van tijd tot tijd een duidelijk blijk van hartelijk meeleven. Zoo kreeg ik ook nu een tientje met 2 gulden „12.-'k Had met deze guldens niet de minste moeite, 'k Ben zeer erkentelijk voor uw zeer gewaardeerde hulp en betuig u mijn hartelijken dank.
14. Van den heer v. B. te S. kreeg ik den inhoud van zijn busje. Deze bedroeg f 7.04 „ 7.04 Natuurlijk ben ik met alles wat mij door onze vrienden wordt toegezonden blijde. Wanneer daarbij wordt aangekondigd, dat dit de laatste zending zijn zal, stemt zulks tot droefheid. Temeer waar in de vele jaren, waarin de zorg van het busje hem was toebetrouwd zoo uitnemend onze zaken werden behartigd, kan het niet wel anders of de vraag komt nog even over de lippen : zoudt ge 't nog niet een wijle voor uw rekening willen houden ? Intusschen onzen welgemeenden dank voor deze zending.
15. N. N. te lerseke zond mij voor de Evangelisatie-Commissie 1 gulden en voor het Studiefonds ook 1 gulden... „ 2.— 'k Betuig ook hiervoor mijn dank.
16. Ben ik met de busjes begonnen, nog was ditmaal het einde er niet. Ds. de Bruin te Rotterdam zond mij uit zijn catechisatiebus 6 gulden „ 6.--Waarvoor ik hem zeer vriendelijk dank zeg.
17. Door ds. de Looze te Den Ham werd mij toegezonden van iemand, die uit liefde voor de zaak had opgespaard, 5 gulden „ 5.— Hij wil dezen vriend onzen oprechten dank zeker wel van ons overbrengen.
18. Uit de collectezak van Oldebroek kwamen ditmaal 2 giften voor onze fondsen, 1 gulden voor 't Studiefonds en f 2.50 voor beide fondsen, tezamen alzoo f 3.50 „ 3.50 Mogen wij de gevers zeer vriendelijk danken ?
19. Uit Leiden kreeg ik van mevr. B. voor onze kas , 2.50 Wij zeggen haar zeer hartelijk dank voor dit blijk van medeleven.
20. Thans volgen nog enkele collecten. Te Vlaardingen werd voor onze fondsen een collecte gehouden, welke ds. Heijer mij opzond. Terwijl daarbij voorging ds. de Bruin van Rotterdam. Zij bedroeg „ 60.32 'k Ben hiermee verblijd. Ds. Heijer wil onzen dank wel aan de broeders overbrengen, evenals hem wordt dank gezegd voor de moeiten, welke hij zich in dezen heeft getroost.
21. Te Hillegersberg hebben de vrienden een Paaschinzameling willen houden, evenals vorige jaren. Gemakkelijk is dit niet, vandaar onzen hartelijken dank voor alle genomen moeite. Zij bracht op „ 55.25 Hij wil ook de vrienden, die hieraan hebben bijgedragen en medegewerkt, onze groote erkentelijkheid betuigen.
22. Te Gouda wordt voor den arbeid van den Gereformeerden Bond veel gedaan. Al onze afdeelingen kunnen hieraan een voorbeeld ontleenen, hoe gewerkt kan worden. Hier worden cursussen gegeven, eik jaar opnieuw. Op de laatste cursussamenkomst is een collecte gehouden voor onzen Bond. Deze bedroeg met enkele nagiften 44.01 Wij zeggen alle vrienden aldaar allerhartelijkst dank. Ruste Gods zegen op dezen arbeid.
23. De Penningmeester van de afd. Delfshaven zorgde nog voor een aangename verrassing. Hij zond mij als Paaschcollecte nog , 75.45 Dit overtrof verre mijn verwachting, zoodat ik in waarheid mag getuigen, dat ik mij tegenover de vrienden aldaar alle dank weet verschuldigd. Ik had hierop heelemaal niet gerekend.
24. Vanuit Driebergen zond mij de kerkeraad aldaar 5.— Mag ik mijn dank daarvoor betuigen ?
25. 'k Heb nu nog twee posten te vermelden, n. 1. beide uit een Gemeente. De eerste is een post, die elke drie maanden staat aangegeven. Mej. C. Qualm, te Hazerswoude, is houdster van een der meest vruchtbare busjes, waarover de Geref. Bond beschikt, 't Is elk kwartaal boven de 25 gld., alzoo ruim 100 gld. in een jaar. 't Was ook nu weer „25.84 Als altijd, gevoel ik mij hoogst dankbaar gestemd voor deze prachtige steun, mij zoo spontaan geboden. Ruste Godes zegen op alles.
26. Tenslotte kom ik met de heksluiter. 'kHad het voorrecht, weer te Hazerswoude een Zondag te mogen voorgaan. De banden, hier aangelegd, dateeren al van 30 jaar geleden. Zij zijn nog even hecht en sterk, al mis ik daar veler aangezicht met droefheid. De dood heeft velen weggenomen. Toch rest er nog een enkele, die dezelfde vonken in mijn ziel slaat als bij de eerste ontmoeting. Bij deze gelegenheid mag altijd een collecte gehouden worden voor onze fondsen. Veel wordt hier voor gevoeld, waarvan de collecte de duidelijkste blijken weergeeft. Deze bedroeg ook nu niet minder dan , 158.— Den kerkeraad dank ik ten zeerste voor zijn medewerking in dezen. Wat zal ik aan het eind van alles moeten .getuigen? Dit, dat ik ook ditmaal beschaamd heb gestaan. God heeft het in alles wèl gemaakt. Mag ik, de Hazerswoudsche vrienden niet het minste, mijn zeer grooten dank betuigen. Ik kwam tot een sluitsom van
f 544.46
utrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's