STAAT EN MAATSCHAPPIJ
AANPASSINGSPOLITIEK = WELVAARTSPOLITIEK
De groote vraag, die, zooals bekend is, de laatst gehouden verkiezingen voor de Tweede Kamer voor een belangrijk gedeelte hebben beheerscht, n.l. of het herstel van het economisch leven moet gezocht worden in de aanpassingspolitiek van het Kabinet van 1933— 1937, dan wel in de welvaartspolitiek, zooals dat in het plan van den arbeid der sociaaldemocratische arbeiderspartij is belichaamd, staat ook op dit oogenblik nog in het midden der belangstelling.
Op de genoemde vraag nu geeft het op 1 Juni verschenen Jaarverslag van de Nederlandsche Bank het antwoord. Het is het verslag, dat werd samengesteld door den bekwamen president der Bank, mr. Trip, de man, die ook in het buitenland geëerd wordt als een van de beste deskundigen op monetair gebied.
Reeds in het verslag over het boekjaar 1934 —1935 werd door den president gewezen op de zoogenaamde vaste lasten als huren, belastingen, overheidsuitgaven enz., die omlaag moesten. In nog sterkere male en in nog krachtiger toon werd dit in het jaarverslag, dat op 2 Juni 1936 verscheen,
herhaald. Het heette toen, dat Nederland in sneller tempo moest voortgaan met de aanpassing ; en wel zoo, dat een ieder, hetzij openbaar lichaam, hetzij particulier bedrijf, op korten termijn door bezuiniging en versobering zijn eigen huishouden moet in orde brengen en houden.
Die weg nu is gevolgd en niet zonder resultaat.
Mr. Trip deelt toch in het reeds hierboven genoemde Jaarverslag van 1 Juni mede, dat Nederland zich in het afgeloopen jaar in belangrijke mate kon herstellen, terwijl alreede vóór den 26sten September 1936, datum der loslating van den gouden standaard, verbetering viel te constateeren. Ook deze laatste toevoeging is van beteekenis, omdat zij er op wijst, dat afgezien van de depreciatie van den gulden, de aanpassing nuttig heeft gewerkt. Het herstel was een gevolg van de aanpassing. Zonder aanpassing zou het voeren van een welvaartspolitiek geen resultaat hebben opgeleverd. Integendeel de toestanden zouden er verwarder door zijn geworden. Daarvan levert o.m. Frankrijk het bewijs, in welk land men onder Socialistisch-Communistisch bestuur van aanpassing niet heeft willen weten, doch waar het dan ook niet de financiën begint spaak te loopen. Het wantrouwen in de Regeering van Frankrijk veroorzaakte kapitaalvlucht, terwijl het gevluchte kapitaal na de devaluatie daar te lande niet terugkeerde.
Dat herstel in Nederland is ingetreden, daarop wijzen de cijfers van in-en uitvoer, die mr. Trip geeft.
In het Jaarverslag lezen wij :
De cijfers van de handelsbeweging geven een gunstig beeld. Sedert den aanvang van 1936 vertoont in de achtereenvolgende kwartalen de waarde van invoer en uitvoer de volgende procentsgewijze veranderingen in vergelijking met de
overeenkomstige tijdvakken van het vorige jaar.
Ie 2e 3e 4e Ie kwartaal 1936.... kwartaal 1936.... kwartaal 1936... kwartaal 1936... kwartaal 1937... .. + .. + .. + .. + Invoer 3.0 % 2.2 % 6.6 % 21.3 % 44.6 % Uitvoer — 2.1% — 1.9% + 11.5% + 28.0%
Behalve op deze belangrijke verbeteringen in in-en uitvoer valt er nog op te wijzen, dat de op het internationale verkeer gerichte bedrijven in het algemeen in een gunstiger positie komen. Hun rentabiliteit wordt aanmerkelijk versterkt. Hier en daar doet zich zelfs een gebrek aan geschoolde arbeidskrachten voor. De scheepvaart is vol bezet, de scheepsbouw is ruimschoots van orders voorzien.
Onder deze omstandigheden, zoo merkt de president van de Nederlandsche Bank op, moet het als een fundamenteel voordeel worden aangemerkt, dat althans tot dusver, de ontwikkeling van de kosten van het levensonderhoud geen bedreiging vormt van hetgeen door de aanpassing verkregen werd. Die kosten stegen van September 1936 tot en met Maart 1937 met niet meer dan 1.7 %.
Stelt men daarnaast — aldus mr. Trip de volgende percentages der stijging in verschillende andere landen gedurende dezelfde periode :
Vereenigde Staten 2.8% Engeland 2.1% Frankrijk 9.6% België 5.2% Zwitserland 5.0% dan valt de vergelijking ten gunste van Nederland uit.
De aanpassing heeft dan ook uitnemende vruchten gedragen.
Het is van het allergrootste belang een stijging van de kosten van het levensonderhoud, voor zoover deze een gevolg zijn van de depreciatie van den gulden, tot het uiterste te bestrijden. Daartoe kan dienen een geleidelijke afschaffing der maatregelen, die tot dusverre het Nederlandsche prijspeil hebben gehouden boven dat van andere landen, die ten deze voor vergelijking in aanmerking komen.
De slotsom, waartoe de president van de Nederlandsche Bank komt, is: „dat de economische en financieele vooruitzichten voor Nederland gunstig zijn en dat, bij een vooruitziend en gezond beleid, geen vrees voor uitwassen en overspanning behoeft gekoesterd te worden".
Aanpassingspolitiek is tenslotte welvaartspolitiek.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's