De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

RONDOM DE LEESTAFEL

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

RONDOM DE LEESTAFEL

13 minuten leestijd

TJALLING WIL WAT ANDERS, door G. Mulder. Uitgave : J. H. Kok, Kampen.
Tjalling is de zoon van een eenvoudigen visscher, die buiten verdiensten is geraakt door de afsluitdijk. De steun was z'n inkomen. Hidde— Kee van Tjalling's moeder, en Tjalling mocht trotsch zijn op z'n ouders ; 't waren eenvoudige, beste vrome menschen, eenvoudig in godsvrucht, maar echt. Tjalling was boerenknecht, eerst bij Tjaarda, een beest van een vent. Vrouw Tjaarda was een best mensch, maar haar man was een dronkenlap. His, de dochter, en Tjalling, hielden van elkaar en beloofden elkaar trouw, hoewel zij een boerendochter was en Tjalling boerenknecht, wat niet bij elkaar paste. Maar His was een braaf en deugdzaam meisje en Tjalling was een oprechte, eerlijke jongen. Maar het kostte Tjalling z'n baan. Tjaarda schopte hem van 't erf, zooals een dronke kerel een hond schopt. Ook Tjaarda's vrouw kreeg slaag van dien beestmensch. En His haatte haar vader, hoewel 't bloed altijd weer kruipt, waar 't niet gaan kan.
Tjalling kwam nu als boerenknecht bij Wybren Wierda, een nijveren boer, met een — tweede — vrouw, een lief mensch. Daar is ook Sibrich de meid en Sjouke de kleine knecht.
Tjalling wil wat anders. Hij haalt zich allerlei in 't hoofd. Hij wil geen boerenarbeider zijn en blijven. Hij haalt zich in 't hoofd te gaan studeeren voor politieagent of zooiets.
His en haar moeder zijn tot armoe vervallen, de dronken Tjaarda z'n schuld. Maar Tjalling wil wat anders worden om His straks te kunnen helpen. Het boerenleven speelt zich af voor onze oogen in tal van tafereelen. Want het gaat maar niet één, twee, drie.
Rimmer, de losse arbeider, komt op 't tooneel. Sjouke en Sibrich vinden elkaar helaas ! op verkeerde manier. Jitte, een zoogenaamde vriend van Tjalling, die hem zoogenaamd graag op de Jongelingsvereeniging wil hebben, kruist den weg van Tjalling en His, maar kan z'n slag niet slaan. (En na veel wederwaardigheden krijgen Tjalling en His elkaar, maar Tjalling is niet wat anders geworden. Zijn examen werd een teleurstelling. Hij is geen hout waarvan wat anders te maken is voor de maatschappij. En als de weduwe Tjaarda gestorven is, arm gestorven, maar met een blij vooruitzicht om, ontwaakt, eeuwig in het hemelsch Jeruzalem te zijn — waarover His zich hartelijk verheugt — dan trouwen Tjalling en His, om in een arbeidershuisje hun intrek te nemen, blij zich verheugend elkander gevonden te hebben, door Gods hand wonderlijk, door diepten en teleurstellingen heen, geleid tot het huwelijksleven — waarvan we dan niets hooren.
Althans in dit boek niet. Komt er een derde boek van den schrijver ? Wij hopen het. Wat Mulder hier gegeven heeft belooft iets goeds voor de toekomst. Hij verstaat de kunst van vertellen, hij weet de personen mooi te beschrijven, de gebeurtenissen levendig te teekenen; en Tjalling en His zijn twee menschen, waarvan we nog wel wat naders willen hooren.

JUBILEUM-UITGAVE VAN DEN STATEN- BIJBEL.
Ter gelegenheid van het feit, dat het dezen zomer 300 jaar geleden is, dat de eerste uitgave van den Staten-Bijbel verscheen, zal bij den uitgever J. H. Kok te Kampen een nieuwe goedkoope Jubileum-uitgave van den bekenden Staten-Bijbel naar de uitgave van Jacob en Pieter Keur verschijnen in drie handige royaal octavo deelen. Met nadruk wordt er de aandacht op gevestigd, dat deze uitgave al de volledige kantteekeningen zal bevatten van den oorspronkelijken Keur-Bijbel, en bovendien alle inleidingen, namelijk de inleidingen op Oude en Nieuwe Testament, de inleidingen op de afzonderlijke Bijbelboeken en de inleidingen op de hoofdstukken. En het zijn deze beroemde kantteekeningen, die de groote, onschatbare waarde van den Staten-Bijbel uitmaken.
Er is echter nog iets, wat onder de aandacht moet worden gebracht. En wel dit: dat de plaatsing der Kantteekeningen in deze Jubileum-uitgave heel anders, véél en véél practischer en overzichtelijker is dan in alle andere Staten-Bijbel-uitgaven het geval was. In vroegere Staten-Bijbel-uitgaven was het altijd zoo lastig en tijdroovend om de verklarende Kantteekeningen die men zocht, te vinden ; omdat ze maar lukraak een plaats had gegeven, soms ver van de teksten, waarop ze betrekking hadden.
In deze nieuwe uitgave echter is het bezwaar daarvan afdoende opgelost. Alle Kantteekeningen zijn geplaatst op dezelfde pagina als de tekst, waarop ze betrekking hebben ; en dan zóó, dat ze vlak bij den tekst staan en door de practische aanduiding en indeeling met één oogopslag te vinden zijn.
Hier is een kostelijk standaardwerk, dat niet alleen in dit Jubileumjaar van beteekenis is, maar dat zijn waarde zal blijven behouden
Voor ieder Christelijk gezin, waar de Bijbel wordt gelezen, is het een uitgave van onschatbare waarde.

KERK EN GROEP door dr. J. F. Beerens te Utrecht. Uitgave : C. J. Terwee te Putten (G.).
Dit boekje is gedateerd „Pinksteren 19S7". Het is is geschreven aanstonds na de groote, massale vergaderingen van de Oxfordgroep te Utrecht. Toen de Kerk van Christus „Hemelvaart" en „Pinksteren" vierde kwamen de Oxfordmenschen in groepsverband samen in de bisschopsstad, uit het buitenland en uit alle plaatsen van Nederland. Een burgemeester die nog nooit moeite gedaan heeft 400 menschen naar de Kerk mee te nemen zorgde er voor dat er 400 van zijn burgers mee naar Utrecht gingen, om rondom Frank Buchman samen te vergaderen.
Dr. Beerens van Utrecht wil gaarne 't zijne zeggen van de Oxfordbeweging, om dan te zeggen hoe z.i. de houding der Kerken tegenover de Groepsbeweging moet zijn.
Telkens zijn er „oplevingen", vele „zegenrijke revivals" — zegt dr, B.
Ook in onzen tijd zien we duidelijke openbaringen van de werking van den Heiligen Geest. Ik denk aan de opleving en verbreiding van de dialektische theologie, die tegenover de wisselende subjectieve inzichten en de vrome ervaringen van den mensch het objectieve boven-en buiten-ons-staande Woord van God in het middelpunt heeft geplaatst en op vele jongeren en ouderen beslag heeft gelegd".
„Ik denk aan de groote belangstelling, die er in de laatste jaren bestaat voor de Kerk en allerlei kerkelijke vraagstukken". En hier noemt dr. B. dan ook de jeugdbeweging, de oecumenische beweging „om de verschillende Kerken dichter tot elkander te brengen" ; het Leger des Heils, Möttlingen enz. Ook de Oxford-groep.
Het is een „Beweging" die werken wil onder de leden der verschillende Kerken, maar ook onder hen, die van alle kerkelijk leven vervreemd zijn. Bij voorkeur worden de menschen saamgebracht in huizen van particulieren; „house-parties". De leeringen bevatten voor een christen niets nieuws ; 't gaat om de meest elementaire beginselen van het Evangelie ; geen theologische geleerdheid of dogmatische inkleeding ; in de taal van onzen tijd, toegelicht en verduidelijkt door beelden ontleend aan de hedendaagsche cultuurwereld.
Vier eischen, normen of „standaarden" worden genoemd : absolute eerlijkheid, reinheid, onze zelfzuchtigheid en liefde. Om zóó te kunnen leven moet men vier practische geestelijke oefeningen onderhouden : het deel en van onze zonden en moeilijkheden met een ander christen (samenspreking onder vier oogen) ; de overgave van het gansche leven aan God ; het goed maken van wat we bedorven hebben ; het stil luisteren naar en 't gehoorzamen aan de leiding van Gods Geest.
In de 15 jaren van haar bestaan (Frank Buchman, aanvankelijk Luthersch predikant, als de geestelijke vader van deze „Beweging") drong zij door in de meeste landen van Europa. Als „moderne kruisvaarders" trok. men overal heen. Nu is een „aanval" gedaan op Nederland. De geestelijke vruchten zijn vele — zegt dr. B. „In alia, landen werd nieuw geestelijk leven gewekt. Menschenharten werden veranderd, ongelukkige huwelijken, die dreigden verbroken te worden, werden hersteld, scheefgetrokken verhoudingen werden rechtgezet, maatschappelijke wantoestanden werden verbeterd". „Honderden en duizenden levens zijn veranderd".
De grootste staatslieden geven een gunstig getuigenis van de Oxford-Groep. Men verwacht er méér van dan van allerlei economische verbeteringen, die door de geestelijke Beweging moeten komen, zal 't goed zijn. De President van de Vereenigde Staten, Franklin Roosevelt, zei: „Ik betwijfel of er wel eenig probleem is, maatschappelijk, politiek of economisch, dat niet zou wegsmelten voor het vuur van zulk een geestelijk ontwaken". Dr. Beerens zegt: „we bemerken wel, dat wij hier te doen hebben met een van de grootste en geweldigste opwekkingsbewegingen van onzen tijd". , Blz. 18).
Nu komt de vraag (hoofdstuk II) : „Hoe staat de Kerk tegenover deze beweging ? en hoe staat de Groep tegenover de Kerk ? Natuurlijk wil de Groep ook tot de „onzlchtbare Kerk" tot „het Koninkrijk Gods behoóren". Maar 't gaat om de vraag van de „bepaalde" Kerken, de geinstitueerde Kerken op aarde d.w.z. de Hervormde, de Gereformeerde Kerk, de Luthersche Kerk enz.— Hoe is nu de verhouding van de Groep tegenover die Kerken? (Brunner schreef daar óók over). Vele „Kerkmenschen" zijn door de Groep zich „bewust geworden van den onmetelijken rijkdom van het Evangelie, dat zij jaren lang in de Kerk half slapend hadden beluisterd." Er zijn vele predikanten „wier oogen nu zijn opengegaan" en die nu „met vreugde hun taak verrichten". „Zoo staan vele kerkelijke menschen met warme sympathie tegenover de Oxford-Groep". Het is hun een bron van lichten leven geworden.
Anderen — denk aan Karl Barth — zien 't heel anders. Die Oxford-Groep noemt Barth „een tooverslag van louter wereldlijke gewichtigheden en richtigheden, die met het geloof, met het gebed, met de hoop, met de boodschap van Christus' Kerk niets te maken heeft". Het is „de jongste poging om de Kerk te compromltteeren en het Christendom wereldsch d.i. ongeestelijk te maken". „Als de Kerk haar niet wederstaat zal de Kerk er door worden geruïneerd".
De grieven door velen tegen de Oxford-Groep ingebracht zijn : 1 het is een oppervlakkige beweging ; 2. de veranderde mensch komt in 't middelpunt te staan ; 3. de leer der rechtvaardigmaking door 't geloof wordt vervangen door zelfheiliging; het is meer moraal dan godsdienst; het is humanisme, godsdienst van den natuurlijken mensch; 4. de nadruk wordt verlegd van het Woord Gods naar het „inwendig licht" ; 5. in de samenkomsten heeft men massa-suggestie; het is er luidruchtig en lawaaierig ; het is „de geest uit Amerika", dat niet bij onze volksaard past; 6. de Groep is zelfgenoegzaam en exclusief ; zij lijdt aan „Groepisme" en duldt geen critiek door zelfgenoegzame heiligheid.
Daartegenover doen de Groeps-menschen vele verwijten aan het adres van de Kerk. Zij-zeggen : „De Kerk is een verouderd instituut; zij is dood en doet niets anders dan kunstmatig conserveeren oude, overgeleverde vormen; het Evangelie is geworden een dorre theologie; het werk van den Heiligen Geest wordt geremd en vaak zelfs onmogelijk gemaakt. Men zegt: „de Groep heeft in enkele jaren méér gedaan dan de Kerken in vele eeuwen". „Als alle Kerken verbranden, zou dit geen nadeel maar alleen voordeel zijn voor het Koninkrijk Gods".
En dan neemt men de berichten van de Groep op in „Kerknieuws"'!
Dr. Beerens zegt in hoofdstuk III: „Zij hebben elkaar noodig." De Groep is geen organisatie met een vaste omlijning, maar een beweging, met dynamisch karakter. Zij wil een volk bewegen, maar dan kan zij niet vasthouden, niet organiseeren. Maar „de nardus zonder de albasten flesch vervluchtigt". Daarom moeten de Groeps-menschen, als 't goed is, in de Kerken, met haar statisch karakter, terecht komen. De Kerken moeten die menschen „opvangen en verder leiden". De Kerk bezit door Gods genade een aantal bronnen van geestelijke energie, die de Groep ontbeert als : de Bijbel, de Sacramenten, het Psalm; -en Gezangboek, de geheele liturgie en de theologie. „Onze eenige organisatie is de Kerk" heeft Frank Buchman zelf gezegd. Wil de Groep zelf kerkje gaan spelen, dan wordt ze secte en zal zij de funeste gevolgen, die daaraan verbonden zijn, niet ontgaan".
Maar ook de Kerk — aldus dr. B. — kan de Groep niet missen, juist omdat zij „beweging" is ; anders gaat de Kerk verstarren, zwerend bij het oude overgeleverde. „Er wordt dan geen „nieuwe wijn in nieuwe lederen zakken gedaan. Conservatisme en formalisme zijn de ziekten voor de Kerk; en nu wordt de Groep door God gezonden — aldus dr. B. — om de Kerk van deze kwalen te genezen (!!) Want de Groep spreekt fonkelnieuwe taal (!!) En 't resultaat is dat duizenden, ja tienduizenden worden bereikt. „De kerkmenschen moeten uit hun makkelijke leunstoel opstaan". Vooral de Kerk in de groote stad is te massaal en te koud; met te weinig intimiteit. Dat is wel in de huiselijke Groepssamenkomsten. Ook moet de Kerk de eenvoud van de Groep waardeeren (!!) Theologie en dogmatiek is goed, maar ook hier dreigt groot gevaar voor de Kerk. „Het Evangelie wordt in de Kerk menigmaal omhuld en verduisterd". De Groep werpt alle theologische en dogmatische termen over boord (!!) Dat kan leiden tot oppervlakkigheid, maar het voordeel is dat het meer gaat om het Evangelie, dat weer vlak voor ons komt staan.
De Kerk kan ook van de Groep leeren : 1. het belijden der zonden, niet alleen aan God, maar ook aan elkander. We moeten de biecht weer terug krijgen; „abusus non tollit usum" : het misbruik (bij-Rome) mag het gebruik (bij ons) niet opheffen. Velen moeten „bevrijd" worden van hun zonden en hun angst. Het „bevrijdende woord" moet weer worden gehoord.
2. de volkomen overgave aan Christus. God vraagt niet een deel van ons leven, maar ons geheele leven; den totalen mensch.
3. Het goedmaken, het herstel, van 't geen we verkeerd gedaan hebben. Men moet weer in orde maken wat men bedorven heeft. (Zacheüs, Luc. 19 : 8). 4. Ook in 't „deelen", in den zin van getuigen geeft de Groep aan de Kerk een navolgenswaardig voorbeeld. De gemeenteleden mogen niet zwijgen; ze moeten spreken. Ps. 66 : 16. Het priesterschap der geloovigen. Waarbij weer 't gevaar dreigt, dat de vrome mensch in 't middelpunt komt te staan, die zichzelf en zijn eigen geestelijke bevindingen zeer interessant gaat vinden. „Niet de veranderde mensch, maar God moet in 't middelpunt staan en verheerlijkt worden". Maar toch is getuigen noodig. „'t Zendingsboek bij uitnemendheid in onzen Bijbel heet niet : de woorden, maar de handelingen der Apostelen". 5. ,,Leiding van den Heiligen Geest is noodig". Is het bij de Groep niet al te „mechanisch", als men op een bepaalden tijd op een blaadje papier gaat schrijven ? Zijn het de eigen gedachten of Gods gedachten ? Maar toch is de Heilige Geest een werkelijkiheld, een persoonlijkheid. (Hand. 15 vs. 26) (Rom. 8 vs. 14). De meest geschikte tijd voor „de leiding des Heiligen Geestes" is 's morgens, dan moeten we onzen „stillen tijd" houden. „Wij moeten ons melden bij God om van Hem^ de opdrachten voor dien dag te ontvangen". We moeten onze „geestelijke oefeningen" kennen ; en „de Heere zal u geduriglijk leiden" zegt de profeet (Jes. 58 : 11).
Zoo moet samenwerking mogelijk •zijn, zegt dr. B. in hoofdstuk IV. Wederzijdsche waardeering : de Groep moet wijzen op de Kerk en de Kerk moet menschen, die zij niet bereiken kan, wijzen op de Groep. „De Groep wil de menschen niet vervreemden van de Kerk, maar diegenen, die van haar vervreemd zijn, tot haar terugleiden". En de Groep heeft de activiteit in de Kerk terug gebracht. „Men krijgt weer begrip voor de Zondagsche prediking en voor de Sacramenten" (blz. 41).
In Nederland schijnt het in deze niet zoo gunstig als in andere landen. De Groep werkt niet steeds in kerkelijke richting, zoekt menigmaal absoluut geen contact met de Kerken. Op dezelfde uren, dat de Kerk vergadert, roept de Groep de menschen op ; ook bij de massa-beweging te Utrecht. „Kerk en Groep moeten leeren elkander aan te vullen en te corrigeeren". „En als het beide, Kerk en Groep, om Christus mag te doen zijn, dan zal er een mooie synthese komen" — zegt dr. B. (blz. 44).
Al lezende hebben we uit dit boekje „Kerk en Groep" nog al wat geciteerd. Dat wij over de Groep niet zoo gunstig denken als dr. B. weet men. En het boekje van dr. B. heeft ons allerminst veranderd in zienswijze.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

RONDOM DE LEESTAFEL

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's