De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MANKE MURK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MANKE MURK

EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN

5 minuten leestijd

Met toestemming: uitgever J. H. Kok te Kampen
Gelijk zijn gewoonte was, vroeg opgestaan, om allereerst zijn kippen en duiven te verzorgen en dan al naar het viel, eenige groente te snijden of zijn bloemperken en broeibakken een bezoek te brengen om te zien hoe zich daar het nieuwe leven ontwikkelde, en dan in den regel met een bouquet bloemen terug te komen, die de tafel moest sieren, was hij ook heden den tuin ingeloopen, zeker langer dan een half uur geleden. En reeds had de klok acht geslagen, het uur waarop hij gewoonlijk binnenkwam, omdat de post er dan geweest was met brieven en couranten, die bij het ontbijt gelezen werden. Er, verliep nóg een kwartier en nog een, maar de dominé bleef uit. Of hij misschien een gesprek met den tuinman had aangeknoopt of met iemand anders, wat een enkele maal wel meer gebeurde ?
Nieuwsgierig ging de huishoudster daarop eenige passen den grooten tuin in, waar allerlei soort heesters het vrije uitzicht niet vergemakkelijkte. Doch haar hoop van den dominé iets te hooren of te zien vervloog, want nergens was een spoor van een mensch te bekennen. Hoog in de boomen floot een merel en laag bij den grond gonsden de bijen en dansten de mugjes in het gouden zonlicht, en van alle zijden knopte en bloeide het en brak het jonge leven naar buiten in allerlei schakeering van kleur. Alleen hèm, dien zij wènschte te zien, van den dominé was niets te bemerken. Waar hij toch wezen mocht ? Zou ze hem eens roepen en vragen of hij wel wist, hoe laat het was ?
Verdrietig ging zij weer naar binnen, waar in de ruime keuken heel wat viel te doen, om echter spoedig daarna ongeduldig weer naar buiten te loopen. Zóó deed de dominé nooit. Hij was altijd in alles een man van de klok. 't Ging bij hem steeds op de minuut af. De vergaderingen en catechisaties en 's Zondags in de kerk, overal kon men er op rekenen, dat de dominé precies op tijd was en óók op tijd ging. Al zijn arbeid geschiedde naar een vast bestek, waar noode van afgeweken werd en aldus punctueel was verzorgd. Maar juist diè gedachte maakte zijn gedienstige nog meer ongerust.
Eindelijk was het haar niet meer mogelijk de onrust van haar hart te verbergen. Al haar moed bijeenzamelend, liep zij den tuin in, naar alle kanten uitziende of zij den dominé ook bemerken kon. Tot opeens haar hart dreigde stil te staan. Midden in een bloembed, waar het geurde en kleurde en het jonge leven zoo heerlijk frisch van alle kanten opbloeide, — daar lag de dominé.
In zijn eene hand hield hij een bouquet afgesneden bloemen, in de andere zijn zakmes, waarmede hij gewoon was dit werk te doen. Met gesloten oogen lag hij daar, alsof hij sliep, te midden zijner lievelingen, de bloemen.
Als versteend van schrik bleef de huishoudster daar eenige oogenblikken staan. Hoe zij toen de kracht gekregen heeft, om weg te loopen en hulp te halen, heeft zij zich later niet kunnen herinneren. Met een luiden gil werd de dichtbijwonende koster opmerkzaam, gemaakt, dat hier iets buitengewoons was gebeurd. En toen hij daarop aanstonds kwam aansnellen, kreeg hij uit haar onsamenhangende woorden wel zooveel te verstaan, dat de dominé iets overkomen was en terstond de dokter diende gehaald te worden. Dadelijk draafde hij weg, zonder eigenlijk te weten waarom het ging.
Maar teruggekomen zou hem. dit spoedig duidelijk worden. Toen hij met den dokter, op aanwijzing van de huishoudster, naar den tuin snelde, zagen zij daar den dominé liggen in dezelfde houding, waarin hij was neergevallen.
Bij den eersten oogopslag werd het den geneesheer duidelijk, dat het leven was gevloden. Midden tusschen het ontluikend groen en de ontwakende natuur was de dominé de eeuwige rust ingegaan. Over zijn blank gelaat liep een spin, maar hij merkte net niet. Rondom hem zoemden de nijvere bijen, doch het deerde hem niet. Naast hem knielde de dokter, om te voelen naar pols en hartslag, het ging hem alles niet meer aan.
Toen lichtte de geneesheer zijn oogleden, om ze evenwel terstond weer te sluiten.
„’t Is afgeloopen !" zei hij zacht, en keek daar bij naar het ontstelde gelaat van de huishoudster, die bevend als een riet daarbij stond. „Afgeloopen !" herhaalde hij luider, toen zij blijkbaar hem niet begreep.
„Dood ? " riep zij uit, en sloeg van ontzetting de handen ineen, — „dominé dood ? En zoo straks heb ik nog met hem gesproken en hij ging schijnbaar gezond den tuin in ? "
Maar dat gaf alles niets en kwam wel meer voor. Het leven was gevloden en geen macht ter wereld, die het terug kon roepen.
En daar boven, in de toppen der boomen, zongen de vogels even vroolijk hun lied, alsof het een kleinigheid was, dat de dominié daar roerloos en dood tusschen de bloemen lag.
„'t Beste zal wel wezen, dat wij samen hem hier wegdragen en naar binnen brengen", zei de dokter tegen den koster, die daar ook nog altijd bij stond als iemand, die niet wist, wat te moe­ten beginnen.
(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

MANKE MURK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's