KERKELIJKE RONDSCHOUW
STAAT VAN DE VACATURES
Van den heer A. de Beyl te Amsterdam ontvingen we weer een keurig bewerkte Staat van de Vacatures in de Ned. Hervormde Kerk over de eerste helft van 1937. Bijgevoegd werd een opgave van overleden Predikanten, van Predikanten die emeritaat verkregen, alsook een lijst van Candidaten, die tusschen 1 Januari—1 Juli 1937 in dienst zijn getreden (30 rechtzinnigen, Ethisch, Confessioneel en Geref. Bond) en 6 Vrijzinnigen.
GELDERLAND : Aalst, Arnhem (Vac. H. J. Dijkmeester), Bennekom, Brakel, Bruchem, Deil, Doornspijk, Druten, Eek en Wiel, Elburg (1 Vac.), Emst (beroep aangenomen door Cand. Hop)), Erichem, Haaften, Harderwijk (1 Vac.), Hattem (1 Vac.), Hellouw, Hoeve-laken, Horssen, Kerk-Driel, Lienden, Nederhemert, Nijkerk (1 Vac), Ophemert, Opheusden, Opijnen, Poederoyen, Rhenoy, Rozendaal Rumpt, Rijswijk, Tiel (1 Vac.), Tricht, Tuil, Vorchten, Waardenburg, Well en Ammerzoden, Wezep, IJzendoorn, Zuilichem. Totaal 39 vacaturen.
ZUID-HOLLAND : Arkel-Kedichem, St. Anthonypolder, Bleskensgraaf, Brandwijk (beroep aangenomen door Cand. Streefkerk), Dordrecht (1 Vac), Groot Ammers, Hardinxveld, Hei en Boeicop, Herkingen, Leerdam (1 Vac), Leiden (1 Vac), Maasdam, Meerkerk, Nieuw-Beijerland, Nieuwe-Tonge, Nieuwenhoorn, Nieuwland, Noorden, Ooltgensplaat, Oosterwijk, Oude Tonge, Polsbroek en Vlist, Rijnsburg, Schelluinen, Schoonhoven(1 Vac), Schoonrewoerd, Spijk, Stellendam, Wijngaarden, Zwammerdam, Zijderveld. Totaal 31 vacaturen.
NOORD-HOLLAND : Aartswoud, Abbekerk, Amstelveen, Alkmaar (1 Vac), Amsterdam (3 Vac), Barsingerhorn, Broek op Langendijk, Bovenkarspel, Callantsoog, Driehuizen en Zd. en Gr. Schermer, Eenigenburg, Egmond aan den Hoef, Grootebroek, Haarlem (1 Vac), Hauwert, Helder (1 Vac), Hem, Hoogkarspel, Hoogwoud, Huizen (1 Vac), Koedijk, Krommeniedijk, Limmen, Lutjebroek, Midwoud, Noord-Scharwoude, Obdam, Oterleek, Oost en West Blokker, Oost en Noord Niedorp, Oudkarspel, Oudorp, Petten, Purmerland, Schellinkhout, Twisk, Ursem. Venhuizen, Warmenhuizen, Wervershoof, Westzaan, Wieringerwaard, Winkel, Wognum, Wijdenes, IJmuiden-Oost, Zaandam (West), Zwaag, Zijpel (1 Vac), Zuid-Scharwoude, Houtrijk en Polanen. Totaal 53 vacaturen.
ZEELAND : St. Anna ter Muiden, Arnemuiden, Baarland, Biggekerke, Ellewoutsdijk, Goes, Grijpskerke, 's-Heer Abts en Sinoutskerke. Hoofdplaat, Kattendijke, Poortvliet, Retranchement, Schoondijke, St. Kruis, Tholen (1 Vac). Totaal 15 vacaturen.
UTRECHT : Breukelen, Bunnik, Eemnes-Binnen, Eemnes-Buiten, Elst, Jutfaas, Kamerik, Nederlangbroek, Overlangbroek, Tienhoven, Waverveen, Zegveld. Totaal 12 vacaturen.
FRIESLAND : Balk, Beetsterzwaag, Boyl, Britswerd, Deersum, Dongjum, Dokkum (1 Vac), Eernewoude, Finkum, Foudgum, Gerkesklooster, Hardegarijp, Harlingen (1 Vac), Heeg, Herbajum, Hogebeintum, Huins, Idaard Irnsum, St. Jansga, Joure (1 Vac), Kimswerd, Lippenhuizen, Lutkewierum, Makkum (1 vac), Metslawier, Nes en Wierum, Nijega-Opeinde, Nijland, 01de-en Nijeberkoop, Oosterend, Oosterwierum, Oostrum, Pingjum en Zurich, Ried, Roordahuizum, Schingen, Sneek (1 vac), Terwispel, Terhorne, Warga, Wartena, Weidum, Wommels, Wijnaldum, Ytens, Schiermonnikoog Totaal 47 vacaturen.
OVERIJSSEL : Blokzijl (1 vac), Hellendoorn. Kampereiland, Wijhe, Zwartsluis (1 vac). Totaal 5 vacaturen.
GRONINGEN : Den Andel, Baflo, Eenrum, Eenum, Eppenhuizen, Ezinge, Groningen (1 vac), Ham, Jukwerd, Kropswolde, Middelbert, Niehove, Niekerk, Nieuwe Pekela, Nieuw Scheemda, Noordbroek, Noorddijk, Oterdum en Heveskes, Pieterburen, Solwerd, Thesinge, Tinallinge, Weiwerd, Westerbroek, Westernieland, Westerwijtwerd, Winschoten (1 vac), Woltersum, Wehe en Zuurdijk, Zandeweer. Totaal 30 vacaturen.
NOORD-BRABANT : Dongen, Engelen, Dith, Loon op Zand, Meeuwen, Terheijden, Veghel, Wijk bij Heusden. 8 vacaturen.
LIMBURG : Blitterswijk, Eijsden. Totaal 2 vacaturen.
DRENTE: Assen (1 vac), Coevorden (1 vac), Peize, Roden. Totaal 4 vacaturen.
Met Emeritaal gegane Predikanten eerste halfjaar 1937 :
A. Weeder te Diepenheim. P. de Haas te Herbajum. W. S. Winsemius te Grollo. G. Strating te Oosterhout. J. J. Verdenius te Rottum (werd predikant bij de Ind. Kerk).
B. Baljon te Houtrijk en Polanen. K. Nobel te Egmond aan den Hoef. E. G. J. Bal te Hellendoorn. J. J. Homburg te Goes. Dr. C. Hille Ris Lambers te Lith (N.-B.). W. van Oest te Ootmarsum (werd predikant bij de Ind. Kerk).
M. de Jong te Terheijden (N.-B.). C. Hartwigsen te Leiden. N. de Jong te Velp. Dr. N. Westendorp Boerma te Budel. Dr. G. Visser te Assen. H. R. Meeuwenberg te Hoogeloon. B. Boers te Roordahuizum. W. G. van Leeuwen te Ophemert. J. Sevenster te Hoogebeintum. B. Scholtens te Foudgum.
Overleden predikanten, eerste halfjaar 1937.
J. Werkman te Ezinge (Gr.). Ph. Peter te Rijnsburg. J. F. Th. v. d. Linde te Heeg. J. L. van Grastek te Zandeweer. H. F. Pasma te Bunnik.
P. H. Swyghuysen Reigersberg te Zaandam.
B. Gijzel te Amsterdam. J. W. F. Warners te Schiermonnikoog.
Candidaten welke eerste halfjaar 1937 in dienst zijn getreden.
H. V. d. Akker te Marken (O.). J. Batelaan te Stavenisse (O.). A. Bloemendaal te Budel (V.). H. A. Brengers te Weerselo (O.). H. J. L. A. Couvée te Welsum (O.). C. I. Dijhuis te Bergentheim (O.). A. Faber te Renesse (V.). Ph. J. Greeven te Kolham (O.) C. A. van Harten te Zevenhoven (O.). G. J. Hintzbergen te Wyckel (O.). S. J. Hoekstra te Midwolda (O.). P. Inberg te GroUo (V.). D. Kramer te Oosternieland (O.). J. Kramer te Wittewierum (O.). P. Kuylman te Maastricht (O.). K. Luyendijk te Asch (O.). G. H. W. V. Meedevoort te Zwarte-waal (V.) P. P. J. Monster te Aalburg (O.). A. V. d Most te Farmsum (O.). T. H. J. Nyland te Ootmarsum (O.). C. R. Plomp te Oosterhout (O.). J. Plooij te Rottum (O.). A. Postma te Schore (O.). G. C. T. Postma te Jaarsveld (O.). E. Schroten te Wouterswoude (O.). K. H. Siccama te Brouwershaven (V.). A. H. Sonnenberg te Molenaarsgraaf (O.). J. M. van Veen te Franeker (V.). M. Verkerk te Moercapelle (O.). H. A. Visser te Angerlo (O.). A, M. V. d. Vlugt te Kolderveen (O.). W A. Vrijlandt te Veldhoven (O.). H. C. P. M. Wiebosch te Giessen-Oudekerk (O.).
E. van Wieringen te Urk (O.). J. J. van Zorge te Kloosterhaar (O.). F. J. Zuyderduin te Elim (Dr.) (O.). O. is Orthodox ; 30 in aantal.
BIJ ELKAAR OP BEZOEK
In twee bladen tegelijk lazen we, dat er ergens een kerkgebouw (weer) in gebruik zou worden genomen, 't Was een Chr. Gereform. Gemeente, die dat voorrecht had. Er was een uitnoodiging gezonden tot de Gereformeerde Kerk ter plaatse, om zich te laten vertegenwoordigen bij deze plechtigheid, welke uitnoodiging werd aangenomen. Op 't eind van de plechtigheid schijnen toespraken te zijn gehouden. In elk geval heeft ook de dominé van de Gereformeerde Kerk het woord gevoerd, en hij sprak, op bezoek zijnde bij de Chr. Gereform. Gemeente, ongeveer als Volgt:
„'t Was niet mijn bedoeling om te spreken, maar nu u mij daartoe dringt, wil ik een enkel woord zeggen. Wij hebben als Kerkeraad gemeend om aan uwe vriendelijke uitnoodiging, hedenavond hier te willen zijn, gevolg te moeten geven. Maar laat mij dan ook vrijuit mogen zeggen, wat mij en den Kerkeraad op het hart ligt. Het zou ons nog aangenamer zijn geweest, eene uitnoodiging van U te ontvangen tot een andersoortig samenzijn, tot een samenspreking, waar we ons beiden toch naar Gods Woord Gereformeerd noemen. Art. 28 van onze Geloofsbelijdenis spreekt immers niet alleen van een afscheiden, die niet van de Kerk zijn, maar ook van het onderhouden van de eenigheid der geloovigen. Wij behooren niet van elkander gescheiden te zijn. En laat het niet zóó zijn, dat de druk van den vijand van buiten ons tot eenheid dwingt. Veel sterker dan de druk van buiten af, moet zijn de drang van binnen uit, om tot eenheid te komen. Nu is het nationaal niet mogelijk gebleken door afwijzing tot samenspreking van eene Synode, om op dien weg te geraken. Misschien is het dan mogelijk plaatselijk het begin van de oplossing te zoeken. En wanneer uw prijsstellen op onze tegenwoordigheid hier mocht beteekenen, dat ook bij U de wensch tot eenheid bestaat, dan is hereeniging mogelijk.
Onze vreugde kan daarom thans niet onvermengd zijn. Mijn hart gaat uit naar de eenheid van alle christ. geloovigen, een eenheid, niet ten koste van de belijdenis, maar een eenheid door de waarheid Gods".
De Chr. Gereform. predikant zeide daarop tot den Gereformeerden spreker:
„Ja, broeder, wij zijn heel dankbaar, dat U vanavond hier bent. Wij hebben het beide waarschijnlijk wel eens anders meegemaakt, zoodat er vijandschap en verwijdering viel te constateeren. Maar God is mijn getuige, dat ook mijn bede steeds weer opklimt tot eenigheid van allen, die. tot Sion behooren. Maar wanneer U een samenspreking wenscht, dan moet er eerst weer eenheid komen in de Geref. Kerken. Als 't zoo doorgaat met de Geref. Kerken als thans blijkt uit den strijd aan de V.U. met de kwesties Vollenhoven en Dooyeweerd, hoewel die thans door curatoren getracht is eenigszins te sussen, dan zal het U steeds meer blijken, dat het besluit van de Christ. Geref. Kerk, in 1892 genomen, gerechtvaardigd zal worden. En zoo houden wij vast aan de lijn van 1834 en daarin aan Calvijn".
Wij vinden niet, dat men verstandig handelt om zóó van leer te trekken, als men bij elkaar op bezoek is. De éénheid wordt er, dunkt ons, niet door bevorderd.
De wijze kent tijd en plaats — zegt de Schrift.
Natuurlijk blijft het ontzaglijk moeilijk, kerkelijk bij elkaar op bezoek te gaan. We weten hoe b.v. de Gereformeerden, die kerkelijk afzonderlijk leven, over onze Hervormde Kerk denken ; en het is niet onbekend, hoe de Chr. Gereformeerden over de Gereform. Kerken denken, en omgekeerd. Natuurlijk zijn de Chr. Gereformeerden en de Hervormden het kerkelijk ook niet met elkaar eens. Enz. Maar nu moet men één van tweeën doen: men moet kerkelijk niet bij elkaar op bezoek gaan óf men moet, als men elkaar een visite maakt bij bijzondere gelegenheden, zoo beleefd zijn om elkaar dan niet „de huid uit te vegen" en elkaar dan niet „in de haren te vliegen". Blijft elkaar dan liever uit de voeten.
Christelijk Onderwijs, maar dan op de School met den Bijbel
Ieder wil graag dat woord „Christelijk" inpalmen om het te gebruiken voor z'n eigen zaak. Men spreekt van de Openbare School én van de „Christelijke" deugden, maar men bedoelt er dan mee de burgerlijke deugden van beleefdheid, vriendelijkheid, en vooral verdraagzaamheid. Zelf is men dan niet zelden onverdraagzaam en zoo onbeleefd mogelijk tegenover de Kerk, die het Evangelie des kruises brengt, tegenover den Bijbel, tegenover den Christus Gods, tegenover alle Christelijke actie op zendingsterrein, onderwijsgebied (Voorbereidend-, Gewoon Lager-, Middelbaar-en Hooger onderwijs saam genomen), ook wat betreft de christelijke pers, de christelijke vakorganisatie, de christelijke politiek enz. enz. Met al die christelijke deugden van de Openbare School moet men heel dikwijls niets hebben van het positieve christendom, dat b.v. in onzen Heidelbergschen Catechismus z'n vertolking vindt. Men houdt het liever bij een eigen gemaakt christendom zonder Christus.
Het woord „christelijk" wordt graag gebruikt door velen als een vlag. Door de voorstanders van de Openbare School vooral om de Christelijke School, de School met den Bijbel, te bestrijden. Men noemt de Openbare School dan de Christelijke School bij uitnemendheid, de School waar het echte Christendom wordt gekend en beleefd en voorgestaan, terwijl men de School met den Bijbel dan de secte-school noemt, de school van een partij — en natuurlijk dan de school van de meest onverdraagzame en tyrannieke partij. Ook heeft men er wel plezier in de School met den Bijbel de clericale school te noemen, waar de dominé, de geestelijke — zegt men — z'n tyrannieke beginselen propageert. (De Openbare School doet natuurlijk nooit aan propaganda ; nooit en nergens ; zij is de meest verdraagzame school van de wereld)...
Omdat het woord „Christelijk" zoo gemakkelijk door iedereen gebruikt kan worden en dan ook wel gebezigd wordt in den algemeenen zin van burgerlijk beleefd, vriendelijk verdraagzaam enz. enz., maar dan zonder den Christus Gods, zonder den Bijbel, zonder het Evangelie des kruises gedacht — doen we de waarheid geen geweld aan, als we zeggen, dat dikwijls het woord „Christelijk" gebruikt wordt als een mooie vlag om een verdachte lading te dekken.
En daarom willen wij het nog maar eens uitspreken, dat wij moeten hebben niet de Openbare School met de christelijke vlag, die de lading niet dekt — christelijk zonder den Bijbel en zonder den Christus Gods aanvaardt de christen niet, — maar dat wij allen moeten hebben de School met den Bijbel voor onze kinderen. Niet de Openbare School en de Bijbel er een uurtje in de week bij gebracht door een buitenstaander, maar de Christelijke School met den Bijbel.
Dr. J. Th. de Visser zei eens : „Wij pleiten voor het Christelijk Onderwijs, omdat het 't vrije gebruik van den Bijbel op school verzekert". Zoo is het !
Zal er iets van ons leven, van het leven van onze kinderen, van het volksleven — om nu niet te spreken van het kerkelijk leven — terecht komen, dan zullen we den Bijbel moeten hebben, het vrije gebruik van den Bijbel, het geregeld gebruiken van den Bijbel, opdat het Woord des Heeren voor ons en voor onze kinderen mag zijn en meer en meer worden een lamp voor onzen voet en een licht op ons pad.
De ouders hebben hier een taak van God ontvangen, waaraan zij zich niet mogen onttrekken."
Prof. dr. J. Woltjer, van wien het mooie boekje : Wat is het doel van Christelijk Nationaal Schoolonderwijs ? is (uitgave J. H. Kok, Kampen), zei eens : „De plicht der opvoeding van de kinderen rust van nature en reeds daarom, maar ook van Gods wege, op de ouders. Tot de vaders, als de hoofden van het huisgezin, wordt door den Apostel zegd, dat zij hunne kinderen zullen opvoeden in de leering en vermaning des Heeren. De Christenouders nemen bij den doop de verantwoordelijkheid voor die opvoeding op zich".
Onze kinderen zijn geen Staats-kinderen, die door de Overheid moeten worden opgevoed en onderwezen. Dat is een heidensche gedachte, die door den Griekschen filosoof Plato in zijn Staatsleer werd gepropageerd, En dat neemt men graag over in Rusland waar de Bolsjewisten aan 't bewind zijn Maar in Duitschland en Italië, waar 't Fascisme het hoogste woord voert, is 't precies hetzelfde. Alleen in Christen-landen weet men, dat God de kinderen aan de ouders ge geven heeft en niet aan den Staat.
Daarom is in Nederland door ons christenvolk, bijzonder de laatste honderd jaar, geworsteld, gebeden en gestreden, om van de revolutionaire gedachten inzake opvoeding en onderwijs af te komen en weer te krijgen christelijk onderwijs op Scholen met den Bij bel, waarbij het gezinsleven en het schoolleven weer vlak bij elkaar komen en de Bijbel bron en regel voor leer en leven zal zijn, voor ons èn voor onze kinderen.
Hier ligt de onoverkomelijke kloof tusschen onze Scholen met den Bijbel en de Openbare School. We laten niet met dat „christelijk" sollen. Wie christelijk zegt, moet Christus zeggen. En wie Christus zegt, moet komen met den Bijbel, belijdende, dat het Woord van God het grondleggend en leidend beginsel moet zijn bij alle schoolonderwijs evengoed als bij alle huisonderwijs en opvoeding.
Ds. Pierson zei eens : „Ieder neemt hei etiket „christelijk" gretig over, als zijn belang er door gediend wordt, getuige de Openbare School. Zoo wordt het woord „christelijk tot een vlag, om een dikwijls dubieuze lading te dekken. Het is een soort merk, dat dooi een te algemeen gebruik of misbruik z'n in houd absoluut heeft ingeboet".
Mr. Groen van Prinsterer heeft het in de 60er jaren reeds zoo duidelijk en zoo hartstochtelijk ernstig gezegd, dat men met di woorden „opvoeding tot alle christe deugden" niet moest spelen. Hij was vai oordeel, dat deze uitdrukking alleen kon dienen om den eenvoudigen van hart zand in de oogen te strooien. Dat vond hij „misdadig omdat juist hetgeen waarom het gaat wel gewerkt werd, onder den schijn van de zaak te verdedigen. En dat is bedriegelijk en valsch. Dat is misdadig !
Waarlijk Christelijk onderwijs wordt gegeven daar, waar de Bijbel het richtsnoer voor alle onderwijs is, daar, waar de onderwijzer met het kind in de armen de wacht betrekt bij het Kruis ; daar, waar de vreeze des Heeren het beginsel van alle wijsheid wordt gekend en de liefde van Christus dringt door den Heiligen Geest.
Dán vraagt men naar de School met den Bijbel en geen andere.
Prof. Lindeboom schreef eens : Neem de Schrift weg, roei den godsdienst uit, en de menschen, de kinderen allereerst en allermeest, staan onbeschermd en ongewapend tegen de driften en de krachten van degenen, die sterk zijn en de macht hebben, en geregeerd worden door de vijandschap tegen God en Zijne geboden".
Bouwt daarom Scholen met den Bijbel, waar het Evangeliezout een dierbre jeugd behoudt van on-en bijgeloof. Wij vinden het onbegrijpelijk en diep te betreuren, dat zoovele christen-ouders nog altijd aarzelen om hun kind naar de School met den Bijbel te zenden. Voor tijd en eeuwigheid is het zoo noodig !
In de School wordt zaad gezaaid. En denk nu eens aan de gelijkenis van het goede zaad, door den Zoon des menschen gezaaid, en het kwade zaad, dat onkruid voortbrengt, en door den duivel wordt uitgestrooid..
Het gaat om het zaad — dat gaat uitspruiten en lang wordt, zonder dat men eigenlijk goed weet hoe dat toegaat.
Vooral ouders moeten dat bedenken. Er wordt zaad gezaaid in de school en het zaad komt op, al weten wij niet altijd hoe dat toegaat. En nu is er zaad, dat de Zoon des menschen zaait — waarom ontwijkt men dat ? Waarom kiest men niet de School, waar het zaad des Woords, het zaad des Evangelies, wordt uitgestrooid gedurende de jeugdjaren, die zoo alles beslissend zijn voor heel het volgende leven ?
Wat heeft men toch tegen de School met den Bijbel ?
Het gaat vóór of tegen Gods Woord in de opvoeding en bij het onderwijs van onze kinderen !
Daarom begrijpen we ook niets van de actie voor de Bijbel op de Openbare School. Wil men den Bijbel, wil men echt den Bijbel in de School ? En er is volop gelegenheid ! We hebben onze christelijke scholen overal.Waarom staat men nu tegen wat we hebben en wat we als een Godsgeschenk van den hemel hebben ontvangen — terwijl men gaat ijveren voor iets dat er zoogenaamd op lijkt, maar allerminst is, wat men zegt te bedoelen.
Gaat het echt om den Bijbel als het Woord van God ? Om het Evangelie des Kruises ? Om Gods Woord als een lamp voor onzen voet en een licht op ons pad ?
Ja ? — Welnu dan, laat men dan niet zeuren, niet geven en nemen, niet scharrelen, maar laat men opkomen voor het recht en de plicht van de ouders in zake de opvoeding en het onderwijs, en naast onze christelijke gezinnen vragen om een christelijke school, een School met den Bijbel.
En de kinderen van ons volk, die van den Bijbel en van den dienst des Heeren vervreemd zijn, moeten dan juist daar gebracht worden, waar we hebben het vrije gebruik van Gods Woord !
Mr. Groen van Prinsterer heeft gezegd : „Wij verlangen opvoeding en onderwijs naar Gods Woord en volgens kinderlijke bevatting. Bovenal, dat de geheele richting der opvoeding zij, gelijk aan het kroost van Christus betaamt, en dat het kind zooveel mogelijk tot plichtsbetrachting geleid worde door een beginsel van liefde tot Hem, Die ons het eerst liefgehad heeft en Zijn leven voor ons gesteld heeft".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's