De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

VRAGEN BUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VRAGEN BUS

3 minuten leestijd

Vraag : Leert Paulus dat de tweede Persoon van het Goddelijk Wezen, de Zoon, dezelfde is als de Geest ? Want we lezen toch : „De Heere nu is de Geest". (2 Cor. 3 vers 17a) ?
Antwoord : Inderdaad lijkt het zoo, alsof de Apostel leert: De Heere, d. i. Christus, is de Geest. Zoo staat het in 2 Cor. 3 vers 7a te lezen.
Maar nu wordt nergens in de Schrift geleerd, dat de tweede Persoon van het Goddelijk Wezen : de Zoon, dezelfde is als de derde Persoon van het Goddelijk Wezen, n.l. de Heilige Geest. En daarom moeten we hier niet iets zoeken, dat met de duidelijke leer van de Schrift zelve in strijd zou zijn.
We moeten veeleer hier zoeken — let maar op 't vérband — in de richting, dat Christus door den Heiligen Geest aan de harten der Zijnen wordt bekend gemaakt.
We moeten dus niet hier denken aan de goddelijke wezenheid van den Zoon en de goddelijke wezenheid van den Heiligen Geest als zoodanig, want dan zijn en blijven het twee onderscheiden Personen.
Maar we moeten hier denken aan de betrekking tot de Gemeente des Nieuwen Testaments : de betrekking, waarin Christus de Heere, en de betrekking waarin de Heilige Geest tot de Gemeente des Nieuwen Verbonds staat. En dan komen Christus en de Heilige Geest zóó dicht bij elkaar, dat ze niet te scheiden zijn. Christus kan niet toegeëigend worden dan door den H. Geest. En de Heilige Geest eigent den zondaar niets toe of het moet Christus, de Zaligmaker, de vervuiler der Wet zijn.
Het gaat hier immers over de Nieuw Testamentische Gemeente en haar rijkdom door den Geest in Christus, wat niet tot den dood, maar tot leven is en niet tot veroordeeling en verdoemenis, maar tot vrijheid.
Het gaat over de genade der inwoning in de harten en dan is het de Heilige Geest, Die in de harten der geloovigen intrek neemt en woning maakt, maar Hij doet dit uit geen andere oorzaak en op geen andere wijze en op geen andere grond dan : Christus. Als de Heilige Geest inkomt, komt Christus in. Als de Heilige Geest plaats maakt, is het om voor Christus plaats te maken; zoodat het Christus is, die door den Heiligen Geest in ons woont. „Ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij", dat is hetzelfde als : „Ik leef, doch niet meer het vleesch, maar de Heilige Geest"'. Met den Heiligen Geest is de Heere Christus er Zelf. Waar de Geest is, daar is de Heere, en waar de Heere is, daar is de Geest. In die heerlijke éénheid ligt voor de Gemeente het leven, de troost, de vrede, de zaligheid.
Is de Heere de Geest, en is de Geest bij ons en in ons tot in eeuwigheid, dan is het de vervulling van het woord van den Heiland : „Ziet, Ik ben met u, al de dagen tot de voleinding der wereld".
Als de Geest buiten ons blijft, is Christus buiten ons.
Kom, Heilige Geest.
Geef mij Christus, of ik sterf.
Waar de Geest is, daar is vrijheid, leven, zaligheid.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juli 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

VRAGEN BUS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juli 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's