De geschiedenis van Samuël Johnson
Samuël Johnson is een Engelsche geleerde ongeveer in 1729 levend. We lazen deze geschiedenis indertijd in Timotheüs:
„In een klein boekwinkeltje in Staffordshire zat een oude man te midden van kisten met boeken voor een kleine werktafel, waarop vele papieren lagen. Hij zag er slecht uit en had nu en dan hoestbuien. Zijn vrouw en zoon waren ook in het winkeltje. Deze laatste was een veelbelovend student en was juist thuis gekomen met een mooien prijs en een eervolle vermelding van de Universiteit te Oxford. In datzelfde Oxford had de vader een boekenstalletje op de markt, om op deze wijze nog wat meer te verdienen, ook om de studie van zijn zoon mogelijk te maken. Maar het ging niet goed met zijn gezondheid in den laatsten tijd en het tochtige boekenstalletje had daar ook wel schuld aan. De oude Johnson dacht er in deze oogenblikken aan, dat de dag van morgen hem weer naar de markt van Oxford zou roepen en hij vertelde 't aan zijn vrouw en zijn zoon, dat hij er zoo tegen op zag. „Ga dan niet, vader", zei zijn zoon Samuel „sla eens een keer over". Maar het antwoord luidde : „Jongen, we hebben de verdienste zoo broodnoodig". En hoopvol richtte zijn blik zich op zijn zoon. Zou deze aanbieden, zijn plaats in te nemen voor een keer ? Het was alsof de zoon voelde, dat zijn vader zóó dacht. Maar hij zei in zichzelf: zal ik me daar in zoo'n boekenstalletje gaan zitten en uitgelachen worden door de studenten ? ! Hardop zei hij : „Pak u dan goed in, vader, en trek uw dikke jas aan en warm uw voeten op een pot houtskool. U zult zien, dat 't dan meevalt".
Hij ging den volgenden dag ook. Maar een paar weken later werd de vader begraven. Men zou nu verwachten, dat 't boekenstalletje van de markt verdween. Maar nog jaren lang stond het daar, even armoedig als in de dagen van vader Johnson. Want de zoon, weldra beroemd als litterator en dichter, geliefd in zijn land, vereerd door zijn regeering met een jaargeld, had het boekenstalletje in eere gehouden, zette het er zelf geregeld elken marktdag op, en zat er den .geheelen dag in, om boeken te verkoopen. Iedereen wist het, dat Samuel Johnson dit deed om boete te doen. Een zware last drukte zijn geweten en teekende zich af op zijn ernstig, ongelukkig gelaat. Tot op zekeren dag een man voor het stalletje kwamen naar een Bijbel vroeg. Een Bijbel ? Johnson had er wel een, maar er werd nooit om gevraagd. Hij zocht hem op, overhandigde hem den man, maar deze, inplaats van hem mee te nemen, sloeg het boek open, legde er een papiertje in en gaf toen den Bijbel terug met de woorden : „Lees u vanavond eens de gedeelten, die ik heb opgeschreven: Psalm 130 : 3 en 4 ; Marcus 2:5; Lucas 24 : 46 en 47".
Johnson heeft aan dat vreemde verzoek voldaan, en de gedeelten der Schrift hebben zulk een invloed op hem gemaakt, dat hij later heeft gezegd : „Ik heb ze gelezen en herlezen. Ik heb stil ter neder gezeten. Ik heb nagedacht. En toen opeens zag ik een nieuwe wereld".
Deze nieuwe wereld was de wereld van vergeving van zonden. Niet een nieuwe wereld, die wij zelf maken.
Maar een nieuw schepsel, met een nieuwe wereld in Jezus Christus, Gods Zoon, Sions Borg en Middelaar, Wiens bloed reinigt van alle zonden en Wiens Geest leidt in alle waarheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juli 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juli 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's