KERK. SCHOOL, VEREENIGING
NEDERLANDSCHE HERVORMDE KERK.
Zestal:
te Dordrecht (vac.-Bins) N. R. Hefting te Eelde OGron.), J. H. Klein Wassink te Kuilenburg, D. T. Los te Heerenveen, A. Noorman te Borkulo, dr. J. N. Sevenster te Zuidbroek, J. H. Smit Sibinga te Groningen.
Drietal:
te Goes M, Bons te Colijnsplaat, Joh. Gerritsen Jr. te Zierikzee en G. C. van Niftrik te Vollenhove.
Beroepen:
te Wezep B. van Ginkel te Renswoude — te Jutphaas G. de Vries te Heerde — te Amstelveen J. van Kuiken te Uithuizermeeden — te Boven-Hardinxveld W. Vroegindewey te Reeuwijk — te Bennekom J. G. van leperen te Leerbroek — te Retranchement en te Westzaan cand. H. Kreb te Groot-Schermer.
Aangenomen:
naar Nes en Wierum (toez.) cand. H. W. Hemmes te Utrecht — naar Bergeyk cand. N. H. Kuiper te Acquoy (Geld.) — naar Hardenberg (toez.) G. L. Bouman, pred.-voorg. Ned. Herv, Evang. te Winschoten — naar Sluiskil cand. F. H. J. Beek te Den Haag — naar N.-Pekela J. W. van Swlgchum te Wester-Schelling — naar Nieuwkerk-Vliedorp H. L. Gout, cand. te Utrecht
Bedankt:
voor Roden H. A. ten Hove te Delfzijl — voor Foudgum ca., (toez.) H. W. Hemmes te Utrecht — voor Wijngaarden cand. L. Brasser te Huizen (N.-H.) — voor Balk (Fr.) L. Buenk te Veessen CGld.) — voor Raalte A. H. Hellemans te Geldermalsen.
GEREFORMEERDE KERKEN.
Tweetal:
te Schiebroek-Hillegersberg-Centrum E. Th. v. d. Bom te Helpman en B. Holwerda te Kantens.
Beroepen:
te Steenwijk H. Zandbergen te Drachten — te Leiden (vac.-Bouwman) dr. G. C. Berkouwer te Watergraafsmeer.
Aangenomen:
naar Voorburg (2de pred.pl.) P. K. Keizer te Vrijhoeve-'s-Grevelduin-Capelle.
CHRISTELIJKE GEREFORMEERDE KERK.
Tweetal:
te Nieuw-Vennep cand. E. du Marchie van Voorthuyzen te Apeldoorn en cand. H. Visser te 's-Gravendeel — te Ede cand. E. du Marchie van Voorthuysen en cand. J. G. van Minnen te Apeldoorn.
Beroepen:
te Bunschoten cand. H. Visser te 's-Gravendeel — te Vianen, te Oosterbeek en te Veenwouden cand. E. du Marchie van Voorthuyzen te Apeldoorn.
Aangenomen:
naar Amersfoort J. Drenth te Broek op Langendijk.
GEREFORMEERDE GEMEENTEN.
Tweetal:
te Terneuzen M. Heikoop te Utrecht en B. van Neerbos te Vlaardingen.
Beroepen:
te Rotterdam G. J. van Vliet te Vlaardingen.
Bedankt:
voor Meliskerke B. van Neerbos te Vlaardingen.
Hulpprediker.
Door den kerkeraad der Ned. Hervormde Gemeente te Waddinxveen is tot hulpprediker aangesteld cand. A. Vroegindewey, aldaar.
— Tot hulpprediker bij de Ned. Hervormde Kerk te Terneuzen is benoemd cand. F. H J. Bik, te Den Haag.
G. J. Streeder.
De nestor der Godsdienstonderwijzers te Den Haag, de heer G. J. Streeder, heeft na 53 dienstjaren ontslag aangevraagd en op de meest eervolle wijze van den Ned. Herv. Kerkeraad ontvangen.
Van den Zendingsakker. Zendings-consulaat.
De Zendingsconsul dr. N. A. Slotemaker de Bruïne heeft de benoeming tot directeur van Aneta aangenomen en heeft 1 Juli het Zendings-consulaat verlaten. Hij blijft voorzitter van het Bestuur der Indische Kerk.
De Zendingsconsul mr. S. Graaf van Randwijck zal voorloopig alleen de werkzaamheden van het consulaat waarnemen.
Zendingsdag Gereformeerde Zendingsbond.
De dertigste Zendingsdag van den Gereformeerden Zendingsbond wordt gehouden Donderdag 5 Augustus te Rijisenburg. Als sprekers treden op : ds. W. J. van Lokhorst, van Hilversum, Openingsrede ; ds. J. Cuperus, van 's Grevelduin-Capelle, Zendeling D. J. van Dijk, ds. W. L. Mulder, van Veenendaal over : „Niet vergeten" ; ds. I. Kievit, van Baarn, over : Tot een banier der volken" ; ds. J. C. Terlouw, van Garderen, over : „Gezanten van Christus" ; ds. C. van Dop, van Alkmaar, over : „Het beeld, dat uit den hemel gevallen is" ; ds. T. van der Hee, van Genemuiden, over : „Bidt en werkt" ; ds. F. Kijftenbelt, van Rotterdam.
Jamboree-Evangelisatie.
Als van 31 Juli- 9 Augustus in Vogelenzang de wereldjamboree der padvinders wordt gehouden, zal onder leiding van de Openlucht-Evangelisatie voor Nederland (Evangelist J. Kits, te Leeuwarden), in samenwerking met het Leger des Heils, het X-comité, de Zakbijbelbond en anderen, een groote (Evangelisatiecampagne worden georganiseerd. Het plan omvat:1. een bijbelkiosk op het marktterrein ; 2. tentcampagne onder leiding van Evangelist J. Kits, met medewerking van vele sprekers ; 3. muziektent met cantine, in samenwerking met het Leger des Heils. Verder : openluchtwerk, colportage, enz.
Prov. Kerkbestuur van Gelderland.
Tot secundus-lid van het Provinciaal Kerkbestuur van Gelderland is in de plaats van ds. G. van der Zee, die naar Ridderkerk vertrokken is, gekozen ds. J. Chr. W. Kruishoop, te Ermelo.
Dr. J. H. Semmelink.
Naar wij vernemen heeft dr. J. H. Semmelink, Ned. Hervormd predikant te Almen, zijn benoeming vanwege de Algemeene Synode der Ned. Hervormde Kerk tot kerkelijk hoogleeraar aan de Rijksuniversiteit te Groningen in de vac. prof. van Veldhuizen aangenomen.
Het afscheid te Almen is bepaald op 3 October.
K. Asmus.
Het bestuur van den Ned. Hervormden Bond voor Inwendige Zending op G.G., voorzitter ds. Bouthoorn, te Harderwijk, heeft, naar „De Rott." meldt, in zijn vergadering van 7 Juli den heer K. Asmus, evangelist te Moordrecht, benoemd tot evangelist-propagandist van genoemden Bond. De heer Asmus heeft tot taak door spreekbeurten, zoowel op Zondag als in de week, de evangelisatie-arbeid van den Bond te bevorderen. De heer Asmus heeft de benoeming aanvaard en zal zich te Dordrecht vestigen. Hij hoopt op 15 October in functie te treden.
Dr. W. H. Gispen.
De vorige week slaagde dr. W. H. Gispen, Geref. predikant te Delft, voor het candidaatsexamen Semietische letterkunde, aan de Leidsche Universiteit.
Onder het opschrift „Verrassing" schrijft (ds. K.) v. A.(nken) daarover in de Delftsche Geref. Kerkbode o.a. als volgt:
„Toen onze jongste predikant in Mei (wel wat vroeg) reeds een paar Zondagen vacantie verzocht, heeft niemand van den kerkeraad geweten, welke plannen hij in 't schild voerde. De vermelding in de dagbladen dezer week, dat te Leiden geslaagd was voor het candidaatsexamen Semietische letterkunde, dr. W. H. Gispen, bracht onverwacht de oplossing van 't geheim. Ik ben overtuigd, dat de gemeente zich zal verheugen in deze dingen. Temeer wijl niemand in de gemeente ook maar eenig vermoeden koestert, dat zijn predikwerk of ziekenbezoek onder de Arabische en Assyrische studiën heeft geleden "
Prijsvraag Theologische Faculteit.
De Senaat der Rijksuniversiteit te Utrecht deelt mede :
Op de voor de theologische faculteit uitgeschreven prijsvraag (theologie van Albert Schweizer) kwam één antwoord in onder het motto: „El camino es siempre mejor que la posada". Dit kwam noch voor een gouden medaille, noch voor een eervolle vermelding in aanmerking.
Wereldkerken-Conferentie.
Heden wordt te Oxford de Wereldconferentie der Kerken gehouden ; zij is oecumenisch in den breedsten zin van het woord, zoodat, uitgenomen de R.K. Kerk, alle kerkgroepen en richtingen zijn toegelaten. Zoo zijn dan ± 100 vertegenwoordigers uit de vijf werelddeélen naar Engeland gekomen om tezamen te beraadslagen over en invloed zoo mogelijk te oefenen op de naaste toekomst der Kerk, bijzonderlijk in haar, door de tijdsomstandigheden geaccentueerde verhoudingen tot Staatsbestel en volksleven.
De Conferentie van Oxford roept als vanzelf die van l925 te Stockholm in de herinnering en tegelijk den naam van wijlen aartsbisschop Söderblom, die een stuwende kracht is geweest voor den opzet en den groei der Stockholmbeweging voor toegepast Christendom. Zij is wel te onderscheiden van de Lausanne-beweging, die meer theologisch („faith and order") is georiënteerd en in Augustus te Edinburg haar internationaal congres zal hebben. Belde conferenties echter zijn een doelbewuste voortzetting van het streven om de kerkgroepen van verschillende werelddeélen, landen en richtingen, in onderling begrijpen te doen toenemen en dusdoende te zoeken naar een zekere eenstemmigheid t.o.v. de groote vraagstukken, welke Staten en volken thans beroeren.
De Conferentie staat onder leiding van zes geestelijken van hooge reputatie, t.w. de aartsbisschop van Canterbury, aartsbisschop Germanos, de Grieksch-orthodoxe aartsbisschop van Thyatira, bisschop Azariah van Dornakal in Z.-Britsch-IndJë, de predikant Mac Boegner, moderator van de Fransche Protestantsche Kerk, dr. W. Adams Brown, president nran het departement van onderzoekingen en opvoeding van den Raad van Amerikaansche kerken, en de Zweedsche aartsbisschop dr. Erling Eldem.
De afgevaardigden zijn afkomstig uit 45 landen. Het agendum vermeldt vijf onderwerpen : 1. Kerk en Volk; 2. Kerk en Staat; 3. Kerk, Volk en Staat, in betrekking tot de oeconomie ; 4. Kerk, Volk en Staat, in betrekking tot opvoeding ; 5. De Algemeene Kerk (Una Sancta) en de wereld der volken.
Wat ons land betreft, is ter tafel een Nederlandsch Memorandum over deze vijf onderwerpen, resp. behandeld, door dr. J. A. de Koning, prof. dr. Paul Scholten, prof. dr. P. Lieftinck, prof. dr. Ph. Kohnstamm en mr. J. C. Baak.
Dit Memorandum wijst in matige bewoordingen en doordrongen van den ernst der vraagstukken, over welke thans de wereld bewogen wordt, het standpunt der Nationaal-Socialistische beginselen ten opzichte van de Kerk met beslistheid af.
De eerste Jeugddominee.
Het is juist 80 jaar geleden, dat ds. C. E. van Koetsveld in Den Haag begon met zijh jeugdpreeken. Hij noemde het „kinderpreeken", welke hij in de Bethlehemskerk geregeld hield. Wat was er eerst een verzet bij de Haagsche Geleerde, deftige hofprediker, was toch geen man toch geen Zondagsschool, en bovendien de geleerde, deftige hofprediker, was toch geen man om voor kinderen te preeken.
Zoo meende men in de kerkelijke wereld, maar ds. Van Koetsveld dacht er anders over. Hij was er de man niet naar om zich te storen aan deze „deftige" bezwaren. Hij ging er mee door, en met succes. Wat liep de kerk vol en wat straalde het gezicht van onzen waardigen Van Koetsveld, als hij in een stampvolle kerk voor het jonge volkje kon optreden. Het was zijn groote zorg om de jeugd te pakken en te boeien.
Wat kostte het den talentvollen prediker, die met het grootste gemak voor het groote publiek preekte, geweldige inspanning om de jeugddiensten te leiden! Zoo'n „kinderpreek" vroeg nauwgezette voorbereiding. „Voor den Koning kan ik het op een schetsje, maar voor de kinderen lang niet!" — zei de gevierde hofprediker eens. Ds. Van Koetsveld wist maar al te goed, dat de „kleine majesteiten" hun eischen stelden. Ze waren niet tevreden met een simpel praatje. Dit wist Van Koetsveld en daarom» waren zijn jeugdpreeken gansch en al op de kinderziel ingesteld en sloten deze zich geheel aan bij de wereld van het kind.
De jeugd wil jeugdgodsdienst. Dat begreep Van Koetsveld als geen ander, want hij was een psychologisch prediker en een geboren paedagoog. En bovendien — hij hield van het kind. De jeugd voelde dat en waardeerde het op de manier, zooals het jonge volkje dit gewoonlijk doet. De kinderen keken heel anders tegen den deftigen Van Koetsveld op dan de ouderen. Ze hadden in z'n warme hart gekeken. Op straat, zooals hij mét zijn warmen glimlach en een vriendelijk gebaar de kleinen placht te groeten. In de „kinderpreek", zooals z'n stralende blik en zijn warm woord het kinderhart onmiddellijk bereikten.
De jeugddiensten in de Bethlehemskerk hebben ds. Van Koetsveld veel vreugde bereid, maar ook vaak teleurstelling. De schuld was in dit geval dan meestal bij hem zelf. Dr. F. van Gheel Gildemeester heeft er in 1904 over geschreven in het jaarboekje van Die Haghe. Allerlei herinneringen worden in dit artikel opgehaald aan het Haagsche kerkelijke leven in het midden van de vorige eeuw en als ds. Van Gheel Gildemeester het dan heeft over de kinderpreeken van zijn collega Van Koetsveld, dan vloeit het uit zijn pen : „O, hij kon het zoo goed !", en om aan te toonen met welk een grooten ernst Van Koetsveld zijn taak als jeugdprediker opvatte, wordt meegedeeld, dat deze eens een „kinderpreek" had gehouden in de Bethlehemskerk. Van Koetsveld was er dien morgen niet „in" en onmiddellijk reageerde het jeugdig gehoor er op. De kinderen glngen draaien en er kwamen afwezige blikken. Ineens klonk er van den kansel een abrupt „amen". De dienst was een kwartier vroeger dan anders afgeloopen. „Ik was ze kwijt" — zei Van Koetsveld tot den koster — „en als je ze eenmaal kwijt bent, dan krijg je ze niet terug".
De. Van Gheel Gildemeester, dit voorval meedeelende, zegt dan „ik heb dit vroeger eindigen dikwijls mooier gevonden dan menige lange preek".
Inderdaad, ds. Van Koetsveld kende het jonge volkje en kende zichzelf. Daarom ook was hij zulk een uitnemende jeugddominee, die als zoodanig een pionier in ons Vaderland is geworden.
(N. Rott., Ct.)
Onderwerpen voor de Jeugdcentrale.
Wij lazen een verslag van twee referaten, gehouden op de Gereformeerde Jeugd Centrale te Groningen. We geven dat verslag zonder commentaar hier door :
Hierna kreeg dr. L. Oranje, van Den Haag, als eerste spreker het woord over het onderwerp: Calvinist-Idealist.
Een ideaal — aldus spreker — is een voorstelling van iets, dat geconcretiseerd wordt uit het theoretische in het volkomene. Dit is iets, waarmee wijl kunnen werken. Immers de jeugd is het tijdperk, waarin idealen hun machtige bekoring zeer sterk doen gelden.
Innerlijk en uiterlijk gaat de idealist zich richten op de verwerkelijking van zijn ideaal in het reëele leven. Hoe hooger zijn ideeënwereld is, des te hooger zal ook de spankracht in zijn leven worden.
Hierna beschouwt spreker de jonge Calvinist, en vraagt zich af, of deze idealen heeft. Zeer zeker ; omdat zijn ideeënwereld zoo hoog is. Hij pretendeert, dat hij wat te zeggen heelt over alle terreinen van het leven. Calvinist beteekent 100% idealist zijn.
Zijn ideeënwereld is de hoogst denkbare immers de ideeënwereld van den Calvinist is de ideeënwereld van Gods Openbaring en staat onder Gods critiek en keur. Het idealen-complex van den Calvinist bestaat uit:
1°. eigen gedachte uit Gods Woord ontworpen over de verhouding mensch—God
2°. over de verhouding van mensch tot evenmensch ;
3°. over de verhouding van mensch—wereld.
Uit deze drieheid kunnen wij de volgende idealen kristalliseeren :
4°. Er moet bestaan een rechtstreeksche schakel tusschen God en mensch. Zoo te leven, moet gestalte krijgen in de practijk van ons leven.
5°. Alle menschen staan gelijk voor God, maar ieder heeft van den Schepper eigengemaakte onderscheidingen gekregen ; dus : Hij vraagt erkenning van het beeld van God.
6°. Heel de wereld heeft een roeping om God te verheerlijken.
Naast deze omhoogtrekkende kracht van deze idealen is er ongetwijfeld ook een magnetische kracht, die den Calvinist tracht neer te halen. Daarom is de nevenstelling Calvinist-Idealist geen rustverhouding, maar een verhouding onder hoogspanning. Spreker besluit met de woorden : Zoekt den godsdienst in een persoonlijke verhouding met God. Wordt niet moe, het ideaal te belijden, lederen dag opnieuw dan kan meer bereikt worden dan in deze tijden mogelijk schijnt.
Na de pauze sprak ds. F. A. den Boeft, van Rotterdam, over : „Verbond en Vereeniging". In het eerste gedeelte van zijn rede zette spreker de beteekenis, de rechten en plichten van het Verbond nader uiteen. Spreker bestreed verschillende verkeerde opvattingen. , De miskenning van de kinderpositie in het Verbond leidt tot ergerlijke oppervlakkigheid.
Ook is onjuist de opvatting, dat er in het Verbond geen plaats voor zelfbeproeving zou zijn.
Immers, onder Verbond hebben wij eenvoudig dit te verstaan : Er is een volk en aan dat volk heeft God de belofte gegeven : Ik ben uw God en die van uw zaad.
Spreker behandelde vervolgens drie punten :
1°. Kennis van den rijkdom van het Verbond; 2°. zien van den weg van .het Verbond ; 3°. onderkennen van den strijd van het Verbond.
Hieruit is de Christelijke jeugdactie opgekomen. Oorzaak voor het slecht Vereenigingsleven in onze Jeugdkringen is — aldus spreker — overtreding van het Verband; een tekort aan Verbondsrijkdombeleving. Spreker wekt ten slotte op een actief Vereeniginigsleven voort te zetten.
De Vertalers van den Staten-Bijbel.
Op de Dordtsche Synode zijn als vertalers van het Oude-Testament gekozen :
Johannes Bogerman, predikant te Leeuwarden ; Guilhelmus Baudartius, predikant te Zutphen; Gerson Bucerus, predikant te Veere. Hun secundi (plaatsvervangers) waren : Antonius Thysius, hoogleeraar in de Heilige Theologie aan de Hooge School te Harderwijk; Jacobus Rolandus, predikant te Amsterdam ; Hermannus Faukelius, predikant te Middelburg.
Met meerderheid van stemmen werden gekozen voor de vertaling van het Nieuwe-Testament en de Apocryphen: Jacobus Rolandus, predikant te Amsterdam; Hermannus Faukelius, predikant te Middelburg ;
Petrus Cornelij, predikant te Enkhuizen. Hun secundi waren :
Festus Hommius, predikant te Leiden ; Antonius-Walaeus, predikant te Middelburg ; Jodocus Hoingius, rector van de illustere School te Harderwijk.
Om het vertaalde te overzien en zoo noodig verbeteringen aan te brengen werden gekozen voor het Oude-Testament: Thysius (Gelderland), Polyander (Zuid-Holland), Petrus Plancius (Noord-IHolland), Larenus (Zeeland), Lubbertus (Friesland), Revius (Overijssel), Gomarus (Groningen).
Voor de overziening van het nieuwe Testament werden aangewezen: Damman (Gelderland), Hommius (Zuid-Holland), Geldorp (N. Holland), Waiaeus (Zeeland), Fullenus (Friesland), Langius (Overijssel) en Ubbo Emmius (Groningen). De beide overzieners voor de provincie Utrecht werden later benoemd.
Wie zou het geld voor de Staten-Vertaling betalen ?
De Synode van Dordt (1618—1619) heeft het besluit genomen de Heilige Schrift opnieuw uit het oorspronkelijke te vertalen. Maar wie zou dat betalen ? De Kerk kon dat niet. En dus moesten de Staten-Generaal het doen.
Den 30sten Mei 1619 werd het bekende libellus supplex, het smeekschrift den Staten-Generaal overhandigd, waarin ook een request (verzoek) voorkwam betreffende een nieuwe Bijbelvertaling, maar het smeekschrift werd stillekens in het Archief der Generale Staten weggeborgen. De kern van het request bevatte deze woorden : „En alzoo tot zulk een werk merkelijke kosten zullen gedaan moeten worden, zoo verzoekt de Synode Uw Hoog Mogenden daartoe te ordonneeren zoodanige penningen ais tot dragen van deze kosten noodig zal wezen." Maar had de Synode van Dordrecht niet reeds honderdduizenden guldens verslonden ? En eischte 't eindigen van het Bestand en dus 't voortzetten van den oorlog met Spanje niet schatten gelds op?
En zeker, wel drongen de door de Synode benoemde deputaten, ook op aansporen van de Hollandsche Synoden, gedurig op een nieuwe Bijbel-vertaling aan, maar de Hoog Mogenden hielden zich als doof.
Van het besluit der Synode om drie maanden na het eindigen der Synode den arbeid der Bijbel-vertaling te beginnen en dien in vier jaren tijds te voltooien, kwam dus niets. De ongunst der tijden was te groot en de onkosten, aan zulk een werk verbonden, te omvangrijk!
Na herhaald verzoek van de zijde der Kerkelijken kwamen de Staten-Generaal op den Uden Mei 1624 met een resolutie, waarbij de gekozen vertalers gemaand werden omspoedig met hun arbeid aan te vangen.
Een voorloopige vergadering van de vertalers werd nu gehouden op 22 en 2, 3 Mei 1625 te Den Haag. Tegenwoordig waren: Bogerman, Baudartius en Bucerus ais overzetters van 't - Oude Testament, en Rolandus, Hommius en Waiaeus als vertalers van het Nieuwe Testament. Ook waren aanwezig Polyander en Rosaeus als deputaten ad hoc vanwege de Synode.
Besloten werd opnieuw te requestreeren bij de Heeren Staten-Generaal.
De eerste vergadering van de vertalers had te Leiden plaats op den 13den November 1626, dus precies acht jaar na de opening der Dordtsche Synode. Ds. Bogerman, een geboren praeses, werd ook nu tot voorzitter benoemd. Ds. Baudartius werd scriba. Ds. Hommius en professor Waiaeus woonden beiden in Leiden en waren dus ook tegenwoordig.
Toen ook ds. Rolandus te Leiden was aangekomen, werden door de vertalers de taalregels vastgesteld. Dan, na twee maanden hard werken, begon ieder aan de hem toegewezen taak.
[Dr. H. Kaajan, in „De Rotterdammer".]
Merkwaardige uitspraken.
A. A. Milne in de „World Review" : Als zes menschen onder een lawine raken, kan het hun koud laten, wie het eerst beneden is. Als de oorlog eenmaal begonnen wordt is hij meteen verloren door ons allen.
Prof. Kretschmer, een bekend psycholoog, zegt: „Wil de mensch niet steeds nerveuzer worden, dan moet hij leeren langer in een luie stoel te blijven zitten. Schakel die radio vit, doe niet al te veel moeite voor sport en beperk uw liefhebberijen".
J. P. Mc Elroy zegt tot zijn zoon : „Pas op, dat je niet tot die menschen gaat behooren die geld, dat zij niet verdiend hebben, uitgeven voor dingen, die , zij niet noodig hebben, om er menschen mee te imponeeren, waaraan zij een hekel hebben".
Rusland en de Godsdienst.
Voor het eerst weer is in één der vragenlijsten, waarmee in Sovjet Rusland soms publieke stemmingen gepeild worden, de religie genoemd. De officieele cijfers zijn daarbij:
Sinds 1917 zijn bijna 30.000 geestelijken gedood of in concentratiekampen overleden; ruim 23 millioen schoolkinderen kennen de woorden „Paschen" en „Goede Vrijdag" niet; ruim 8 millloen kinderen hebben op school geleerd, dat „God
niet bestaat" ; meer dan 14.000 kerken zijn gesloten.
En toch bleek uit die vragenlijsten nu, dat er nog 40.000 dorpen en steden zijn, waar een kerk bestaat en dat op het platte land van elke drie menschen er één openlijk durft getuigen, dat hij in God gelooft.
Palestina.
De Arabische Nationale Verdedigingspartij heeft een manifest gepubliceerd, waarin wordt verklaard, dat de voorgestelde verdeeling van Palestina een groot deel der Arabieren met vernietiging bedreigt en niet in staat zal zijn den vrede in het heilige land te herstellen. Het voorloopig comité van de partij heeft het plan eenstemmig verworpen, als zijnde niet in overeenstemming met de gevoelens van de Arabieren en leidende tot ondermijning van de eenheid van het land. Toch wordt de bevolking aangespoord kalm te blijven, teneinde de leiders in staat te stellen een goede oplossing te zoeken.
Het Arabische hooge comité ontving meer dan 500 telegrammen van verschillende vereenigingen en godsdienstige commissies, om te protesteeren tegen de verdeeling.
Men wil er bij de Britsche regeering op aandringen heb geheele verdeelingsplan op te geven.
Ook de regeering van Irak heeft haar afkeuring uitgesproken over het denkbeeld, Palestina te verdeelen. Zij protesteert tegen het rapport van de koninklijke commissie van onderzoek, geeft uitdrukking aan haar solidariteit met den eisch der Palestijnsche Arabieren en verzekert het Arabische comité van haar medewerking.
Zusterdienst bij het werk der Zending.
Dat de vrouw onder de Nieuw Testamentische bedeeling in den arbeid voor het Evangelie gebruikt mag, kan en moet worden, leert Gods Woord ons overal. Paulus gewaagt met groote dankbaarheid van de helpsters in het Zendingswerk.
Wij lazen onlangs in een van de Zendlngsbladen der Gereformeerde Kerken een verslag, dat door Zuster Goemaat, die te Solo werkt, is uitgebracht. We nemen er een gedeelte uit over. Het kan ook voor onzen Zendingsarbeid en onze Zendingsterreinen van nut zijn.
Zr. Goemaat deed het volgende verslag :
»Langzamerhand is haar werk en dat van Zuster Bos uitgebreid, maar het wordt belemmerd door zeer groote bezwaren. De beide zusters, die een buitengewoon groote onkunde ontmoeten, omdat er over het algemeen de gedachte heerscht, dat vrouwen niet mogen denken over godsdienstige onderwerpen, en er daar door ook niet het minste begrip is van God en godsdienst, zijn begonnen met het scheppings verhaal, in de hoop dat ze daardoor eenige aanknoopingspunten zouden kunnen vinden om de vrouwen met God bekend te maken. Ze hoopten daarna eenig begrip van zonde en schuld te kunnen bijbrengen. Zij hebben ook gevoeld het bezwaar, dat zij op die wijze niet spoedig toe waren aan het eigenlijke evangelie. Na een bezoek aan het Batakland, waar de arbeid van vrouwen onder vrouwen zich meer heeft ontwikkeld, zijn zij meer uit het Nieuwe Testament gaan vertellen, om meer rechtstreeks van Christus te kunnen spreken.
Als er vrouwen zijn, die belangstelling toonen, worden er vrouwenvereenigingen opgericht. Het succes daarvan is zeer verschillend. Een groot bezwaar is, dat de moeders hun kinderen meebrengen, wat wel moet worden toegestaan, omdat ze anders niet kunnen komen. De mannen laten hun vrouwen vaak slechts noode gaan of verbieden het geheel, of weten wel middelen te vinden, waardoor de vrouwen niet durven. Dan worden de vrouwen ook door anderen bewerkt, de Apostolischen, de Zevendedagsch-Adventisten, of ook de Roomschen.
Eigenaardige bezwaren worden ook ondervonden door de meest wonderlijke verhalen, waardoor de vrouwen worden weerhouden om Christin te worden: als zij Christin worden, dan zouden zij witte haren krijgen, of christenen worden, als zij gestorven zijn en begraven worden, aan het kruis genageld.
Voorts ver keer en de vrouwen en meisjes in groote geestelijke en zedelijke gevaren, waarbij het vaak niet mogelijk is afdoende hulp te verleenen of soms maar een begin van hulp. Zij moeten soms zonder meer aan hun lot worden overgelaten.
Ook degenen uit de Javaansche wereld, die in dezen arbeid willen helpen, kunnen niet, omdat zij lastig gevallen worden door de Javaansche mannen. Slechts oudere vrouwen zouden medearbeidsters kunnen zijn, maar deze zijn vaak analphabeeth, en zijn ook te weinig onderlegd. Het zal, naar de meening van Zr. Goemaat, op den duur moeten komen tot een opleiding van helpsters, zooals dat in de Bataklanden reeds bestaat, al zal het op Java zoo nog niet kunnen, als daar geschiedt.
Er is arbeidsgelegenheid te over, maar de arbeidskrachten zijn weinige. Daarom zou het ook zeer te bejammeren zijn, indien slechts èèn Zuster zou kunnen terugkeeren. Dan zou het werk zeker moeten worden ingekrompen.
Ook de Hollandsche vrouwen van den Zendingsarbeid kunnen weinig doen, omdat de meesten geen Javaansch kennen. Die het spreken, werken wel mede, maar meestal zijn ze ook met ander werk belast.
Toch heeft ook deze arbeid onder Gods zeigen wel vrucht. Hij wordt verricht in Solo. Zr. Bos bearbeidt de binnenkant, en Zr. Goemaat de buitenkant der stad.
Merkwaardige collecte in Grieksche kerken.
In alle kerken in Griekenland is een collecte gehouden, waarvan de opbrengst tot versterking van de Grieksche luchtmacht zal worden aangewend. Ook de Grieksche theaters hebben besloten om de opbrengst der logeplaatsen voor dit doel af te dragen.
Ook de Möttlingenbeweging in den druk.
De heer Jacob Gehring, een der leiders van de Möttlingenbeweging, is door de Gestapo in Duitschland met een spreekverbod getroffen, terwijl hem ook zijn pas is ontnomen, zoodat hij, zijn land niet verlaten kan.
De ambtenareneed geweigerd.
In Württemberg weigeren predikanten, die tevens als onderwijzier optreden, den Hitler-eed af te leggen. Zij willen dit alleen doen onder het bekende voorbehoud, dat ook Karl Barth indertijd maakte.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juli 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juli 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's