WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT
Toovenaars en waarzeggers.
In. „De Wekker", Orgaan van de Christelijke Gereformeerde Kerk in Nederland, schreef (geruimen tijd geleden) prof. Geels, docent aan de Theologische School te Apeldoorn, een „Veluwsche brief", van den volgenden inhoud :
Een der vele symptomen van onzen door-endoor-kranken tijd is wel de zucht om, door allerlei middelen het geheim, der toekomst te ontsluieren. Nu is dit verschijnsel niet van recenten datum, maar zoo oud als de wereld zelve. Het houdt verband ook met den oorsprong van den mensch. De mensch toch behoort tot de zichtbare, maar ook tot de geestelijke wereld. Hij doorwandelt den tijd, maar is ook voor de eeuwigheid geschapen ; kind des stofs, maar ook heeft God de eeuw in zijn hart gelegd. Hij overziet het heden en doorvorscht het verleden ; hij doorzoekt al wat te doorzoeken is. Het kind der 20e eeuw weet aan de natuur schier alle geheimen te ontworstelen. Wat ligt nu meer voor de hand, dan dat hij ook in het boek der toekomst wil lezen ? Maar de toekomst is het terrein, waarvan God alleen de sleutels draagt, en tevergeefs tracht de mensch deze aan Zijn hand te ontwringen.
De Heere heeft aan dit heilloos begeeren paal en perk gesteld. Israël dreigde de strengste straf, wanneer het trad in den weg der heidenen, die, levende buiten de bijzondere Openbaring, trachtten den sluier der toekomst op te lichten. Dit maakte zelfs, een essentieel deel uit der heidensche religie. Toovenaars en sterrewichelaars waren de priesters, die het menschelijk lot uit den loop der sterren bepaalden. Zij raadpleegden de vlucht der vogels en onderzochten het trillend ingewand van het offerdier.
Maar voor het volk des Verbonds was de weg naar Endor verboden, en die naar Baal-Peor gingen, ontmoetten Gods ongenoegen. (Het informeeren der discipelen naar den dag van den Zoon des menschen wordt afgewezen met het woord, dat van dien dag niemand weet, noch de engelen, noch ook de Zoon, maar alleen de Vader, die de tijden en gelegenheden in Zijn eigen macht gesteld heeft.
Het streven om de poort der toekomst te forceeren is het kenmerk van onzen modernen tijd. Het draagt den naam van „occultisme", en men duidt daarmede aan de wetenschap, die optreedt met de pretentie de verborgene dingen te doorgronden. Dit occultisme omvat dan telepathie (gedachtenlezen), clairvoyance (helderziendheid), mantiek (waarzeggerij), allerlei spiritistische seances, enz. enz.
Het is de moderne religie in al haar schreiende armoede. Hierin is het tasten als van den blinde naar den wand. Het legt ondanks zichzelve een getuigenis af omtrent 's menschen afkomst, als zijnde van Gods geslacht, maar illustreert tegelijk de diepe ellende der wereld buiten God en zonder Christus. Het occultisme is de cultus der 20e eeuw, de eeuw van wetenschap en kunst, van techniek en cultuur. Het materialisme en naturalisme, dat in de vorige eeuw zijn verslagenen bij tienduizenden telde, heeft zijn suggestieven invloed op de schare verloren. De vraag naar het geestelijke deed zich weer gelden. De behoefte aan zekerheid te midden van het wisselend tooneel des levens, de drang tot weten omtrent een leven na den dood deed de kluisters van het brute ongeloof breken. Maar wie gaf een bevredigend antwoord op de pijnigende levensvragen, wie ontwarde het groote levensraadsel. De wetenschap zond de mensch ongetroost van zich. En zoo vond het occultisme een voedselbodem, in den modernen mensch, die aan de wateren van het antieke heidendom lafenis zoekt. Het occultisme bloeit in dezen tijd. Clairvoijances worden voor elke omstandigheid geraadpleegd. Patiënten zoeken heul bij de „slapende juffrouw", zooals het in den volksmond heet. Allerlei spiritistische seances worden gehouden, en in breede kringen vindt men het geloof in en de gemeenschap met het rijk der dooden, die, opgeroepen, allerlei geheimen onthullen. Het zijn heeren en dames van naam en stand, die deftige huizen bewonen, in luxe auto's hun bezoeken afleggen, maar die niet minder geëerd en geraadpleegd worden dan de toovenaars aan de hoven in Egypte en Babel. Voorname bladen zenden hun rapporteurs, die deze „grooten der aarde" intervieuwen, als berustte alles in hun handen.
Nu moet men niet meenen, dat deze geestelijke gevaren in onzen modernen tijd omgaan buiten de Kerk des Heeren. Meer dan velen vermoeden, bedreigt het z.g.n. occultisme, dat de pers en de radio in zijn dienst stelt, de toekomst der Kerk. Tegenover den schreienden nood der wereld, wier ellende zoo ontroerend geteekend wordt met het woord : „Maar niemand zegt: Waar is God, mijn Maker, die psalmen geeft in den nacht" (Job 35 vers 10), staat het woord, dat als een jubel in deze tijden opklinkt: „Wij hebben het profetisch Woord, dat zeer vast Is, en gij doet wèl, dat gij daarop acht hebt, als op een licht, schijnende in een duistere plaats, totdat de dag aanlichte, en de morgenster opga in uw harten" (2 Petrus 1 vers 19).
Onze moderne tijd toont ons velden, wit om te oogsten. Er is een roep, een noodkreet om vrede en troost, om licht en zekerheid. De economische en sociale ellende, het algemeen bankroet der wetenschap dezer wereld, de toenemende conflicten in het volke tenleven, dit alles wekte het besef, dat er iets anders noodig is om het leven tot leven te maken. Zoo komt God in den tijd een bedding te graven in het leven der menschheid voor de stroom van levend water, die naar het profetisch visioen, van onder den dorpel van het Huis Gods ontbonden wordt.
Met de bede om de komst van Gods Koninkrijk ver vuile de Kerk haar heerlijke taak tot het uitdragen van het evangelie des Kruises, totdat de aarde vol zij van de kennis des Heeren, gelijk de wateren den bodem der zee bedekken.
Dr. Colijn en de verkiezingen Tweede Kamer 1937.
In de „Freitagszeitung für das reformierte Schweizervolk" van 4 Juni 1937 lezen wij onder de rubriek „Politische Rundschau" 't volgende:
»In Nederland heeft de Leider van de A. R. Partij, Minister-President dr. H. Colijn, de laatste week een overwinning behaald, die hij zelf niet waarschijnlijk geacht heeft. De Antirevolutionairen, die in 1935 421.000 stemmen behaalden, kregen nu 665.000 stemmen, en inplaats van 14 zetels voor de Tweede Kamer, nu 17 zetels. De R.K. Staatspartij behaalde nu 31 zetels (eerst 28), de S.D.A, P. 23 (eerst 22) ; de N.S.B. (Mussert), die op minstens 10 zetels hoopte, kreeg er slechts 4. De met de A.R. op één lijn staande C.H., hebben een belangrijk aantal stemmen verloren en inplaats van 10 zetels er nu 8 gekregen.
De verkiezingen waren een strijd om de beginselen. Deze beginselen heeft dr. Colijn in zijn 43 verkiezingsredevoeringen, die hij de laatste weken, voor steeds stampvolle zalen, heeft gehouden, onvermoeid bekend gemaakt«.
Na een overzicht te hebben gegeven van het Antirevolutionair program van beginselen, vervolgt het blad :
»Deze beginselen, welke reeds meer dan 50 jaar geleden werden geformuleerd, heeft dr. Colijn op den huldigen toestand van het volk en op de nieuwe ontwikkeling van het economisch leven toegepast. Zijn woorden klonken als hamerslagen, die uit een dorpssmederij op een lentedag opklinken : vast, helder, opgewekt en vertrouwen wekkend, ondanks den ijzeren Mank, de harten van de toehoorders met warme geestdrift vervullend.
Het in verhouding kleine groepje Calvinisten, wier partij slechts een tiende van de geheele Nederlandsche bevolking omvat, heeft het land weer voor de politieke beslissing gesteld en de overwinning weggedragen.
Het is wellicht buiten Engeland eenvoudig niet denkbaar, dat op deze manier gestreden wordt voor de rechten en de vrijheden, als het in Nederland geschied is. Daar begeeft de Minister-President zich onder het volk en waarschuwt voortdurend ervoor van zijn partij niet te groote daden te verwachten, keert zich als Ministerpresident tegen steunmaatregelen, en verzekert den onderdaan, dat de Staat hem steeds minder zal aanbieden dan hij hem tot nu toe gedaan heeft! En daarbij ontziet hij zich niet om aan het einde van alle vergaderingen een kort gebed uit te spreken, waarin hij niet om aanwas van het stemmenaantal voor zijn partij bidt, of voor zooiets dergelijks, maar om meerdere gehoorzaamheid aan Gods ordinantiën.
Meedoogenloos verstoort hij alle droomen van het staatssocialisme ; met hevige slagen hakt hij in op het Plan van den Arbeid, en de koopkrachttheorie en in plaats van een gulden toekomst schildert hij niets dan een zwaren strijd, die het volk nog wacht, wanneer het nog verder uit de crisis wil komen.
Hartstochtelijk verlangt hij vrijheid, maar een vrijheid, die haar grond vindt in den levenden God, en niet in de Fransche revolutie.
De hatelijke schimpscheuten van zijn tegenstanders, dat Colijn een 70-jarige afgeleefde grijsaard is, die niets meer kan presteeren, beantwoordt hij door wekenlang, dag in dag uit, behalve 's Zondags, levendig en opgewekt één of meer redevoeringen te houden, en daarenboven zich met regeeringszaken in te laten en steeds weer welgemoed zich in 't publiek te vertoonen. En wanneer de overwinnlngsjubel na de verkiezingen in zijn party opstijgt, zegt hij tot zijn politieke vrienden :
»Vier jaar lang moest ik zwijgen. Zeker, ik heb zoo nu en dan wel eens wat In de Kamer gezegd, maar Ik bad geen contact met de kiezers. Dat wilde ik niet, want ik moest de dienaar van het gansche volk zijn. Het was daarom voor mij een heerljke gewaarwording, dat ik weer voor onze menschen verschijnen mocht. Maar de moeilijkheden komen nu eerst recht.
Ik weet, dat u mij steeds gedragen hebt in uw gebed. Wij willen zoo voortgaan en ons gebed ook verder tot den Almachtige opzenden met het psalmwoord : Ik hef mijn oogen op naar de bergen, vanwaar mijn hulpe komt".
De vergadering staat op en zingt dezen psalm. Het zijn de oude klanken, die bet Nederlandsche volk de kracht schonken om de tienvoudige Spaansche overmacht het hoofd te bieden en later de machten van de Fransche revoiutie ten onder te brengen«.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juli 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juli 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's