De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

4 minuten leestijd

EEN SLECHT BEGIN
De bij de Tweede Kamer ingediende acht ontwerpen van Wet tot verandering in de Grondwet, welke ontwerpen onmiddellijk na de verkiezingen ter definitieve overweging aan de Staten-Generaal werden aangeboden, moeten volgens artikel 198 der Grondwet bij de tweede lezing twee-derden der uitgebrachte stemmen op zich vereenigen, willen de wijzigingen afgekondigd kunnen worden.
In gewone omstandigheden zouden de wetsontwerpen, nu ze in eerste instantie breedvoerig werden behandeld en ook werden aangenomen, bij de tweede lezing weinig debat mee uitlokken, ware het niet, dat de nationaal socialistische Kamerleden, die de eerste behandeling van de veranderingen niet medemaakten, reeds bij de schriftelijke behandeling in de Afdeelingen der Kamer hun bezwaren tegen de voorgestelde herziening der Grondwet hadden kenbaar gemaakt.
Zooals bekend is, betreffen de voornaamste veranderingen in de Grondwet :
het inkomen van de Kroon ; de schadeloosstelling en het pensioen — die beide verminderd zijn — van de leden van de Tweede Kamer ;
aanvullingen van bepalingen der kies­ aanvullingen wet ;
vervallenverklaring van leden van vertegenwoordigende lichamen : Staten-Generaal, Provinciale Staten en Gemeenteraden, die een streven tot uitdrukking brengen, gericht op verandering van de bestaande rechtsorde met toepassing of bevordering van onwettige middelen ;
vervallenverklaring van de immuniteit (onschendbaarheid van Kamerleden) ingeval van opruiing en schending van geheimen.
Nu had men mogen verwachten, dat de nationaal-socialisten, die steeds zeggen de beste vaderlanders en de warmste Oranjeklanten te zijn, die zich zelfs aandienen als de geesteskinderen van Groen van Prinsterer en die verzekeren, dat zij de gezagdragers bij uitnemendheid zijn, gaarne zouden instemmen met die veranderingen in de Grondwet, die er op gericht zijn de positie der Overheid tegenover de revolutionaire elementen te versterken.
Doch dit is in geenen deele het geval.
Dit blijkt duidelijk uit het verslag, dat van het Afdeelingsonderzoek van de acht ontwerpen van Wet werd opgemaakt. Het heet in dat Verslag, dat de nationaal-socialisten tegen alle ontwerpen, met uitzondering van het eerste, dat loopt over het inkomen van de Kroon, zullen stemmen.
Natuurlijk geschiedt zulks met een mooi gebaar.
Zoo b.v. over de verandering in de Grondwet, strekkende tot het openen van de mogelijkheid, leden van vertegenwoordigende lichamen, die een streven tot uitdrukking brengen, gericht op verandering van de bestaande rechtsorde met toepassing of bevordering van onwettige middelen, van hun lidmaatschap vervallen te verklaren, of met andere woorden, de wijziging der Grondwet, die bedoelt revolutionaire volksvertegenwoordigers uit de publieke lichamen te weren, zoodra deze vertegenwoordigers illegale middelen propageeren of toepassen.
In het Verslag, zoo lezen wij, noemden de nationaal-socialisten deze bepalingen : ondemoliberaal".
„Op zichzelf zouden zij tegen deze bepalingen geen bezwaar hebben (ziedaar het mooie gebaar). Immers zij zouden aldus kunnen worden toegepast, dat alle leden der publieke colleges, behalve de representanten der nationaal-socialistische beweging, zouden worden uitgesloten. Alle in die colleges vertegenwoordigde politieke partijen toch staan op revolutionaire grond slag. Als deze leden zich niettemin tegen dit voorstel verzetten, dan is dat omdat de bedoeling klaarblijkelijk een andere is en de ontworpen bepalingen kennelijk tegen één groep, juist de nationaal-socialistische beweging, zijn gericht".
Wat hier gezegd wordt, is toch niet anders dan het stellen der feiten op hun kop,
Eerstens dat alle vertegenwoordigende partijen. Antirevolutionairen, Chr. Historischen, Staatkundig Gereformeerden, enz., op revolutionairen grondslag zouden staan.
Is dit dwaasheid, even dwaas is het als beweerd wordt, dat de bepalingen tegen revolutionaire volksvertegenwoordigers zouden gericht zijn tegen de nationaal-socialisten, althans wanneer deze zich niet stellen op den grondslag van het tegenwoordig staatsbestel. En dat zij dit niet doen mag, naar hun zeggen, toch wel verwacht worden.
Of staat de nationaal-socialisten wat anders voor oogen ?
Laten zij dit dan ronduit verklaren. Thans trekken zij één lijn met de revolutionaire afgevaardigden in het parlement en zullen zij de oorzaak worden, dat de noodige tIwee derden der uitgebrachte stemmen voor de bepalingen tegen de revolutionaire volksvertegenwoordigers niet verkregen wordt.
Het eerste optreden van de nationaal-socialisten is niet fraai.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juli 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juli 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's