De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Rondblik buiten de Grenzen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Rondblik buiten de Grenzen

5 minuten leestijd

De Roomsche Kerk spreekt in de internationale diplomatie menigmaal een woordje mee. De geheele organisatie van, en niet minder haar opvatting over de Kerk, leiden daartoe. De wereldlijke macht van Rome moge in den loop der jaren geslonken zijn, ze is inderdaad nog een macht, waarmede rekening gehouden wordt. En dat het Vaticaan die macht ook handig weet te gebruiken, bleek uit het bezoek, dat de Vaticaansche minister, Parcelli, dezer dagen aan Parijs bracht.
Parcelli, die in het Vaticaan een vooraanstaande functie vervult (men zou hem minister-president kunnen noemen), is door de Fransche regeering met opvallend veel eerbetoon ontvangen. Die vriendelijkheid zal wel niet uit geest-verwantschap te verklaren zijn. De Fransche premier, Chautemps, en mèt hem vele leden der Volksfrontregeering, is overtuigd Vrijmetselaar. En de tegenwoordige Fransche magonisten mogen dan niet zoo fel meer tegen de Kerk tekeer gaan dan vroeger, men kan hen toch moeilijk als vrienden van Rome beschouwen. Het bezoek van den Vaticaanschen vertegenwoordiger aan de Fransche hoofdstad was echter een goede gelegenheid voor Rome om te demonstreeren, dat het met Parijs op vriendschappelijken voet leeft. Rome vertrouwt, dat met name Berlijn daaruit wel bepaalde conclusies zal trekken. En dat is dan ook geschied. De Duitsche pers was over dit officieele bezoek niets te spreken, en verweet Rome vriendschap te sluiten met de vijanden der Kerk. Maar 't bezoek van Parcelli aan Parijs heeft intusschen zijn doel bereikt : men heeft Berlijn duidelijk gemaakt dat het Vaticaan meer sympathie gaat gevoelen voor Frankrijk, naar mate de verhouding Vaticaan-Berlijn ongunstiger wordt.
Die verhouding is er de laatste dagen al weer niet beter op geworden. De Paus heeft kardinaal Mundelein, die zich onlangs zoo scherp over Hitler en de Duitsche regeering uitliet, een complimentje gegeven. Een groep pelgrims uit Chicago werd door het hoofd der R. K. Kerk ontvangen en toegesproken. En bij die gelegenheid prees de Paus den kardinaal uit Chicago om „zijn moed bij de verdediging van de rechten van God en de Kerk en het heil der zielen".
„De Paus stelt blijkbaar op het in acht nemen van de internationale gebruiken in de betrekkingen van het Vaticaan tot Duitschland geen prijs meer", concludeerde het officieele Duitsche Nieuwsbureau uit deze woorden.

't Was 18 Juli j.l. een jaar geleden, dat de Spaansche burgeroorlog uitbrak. 18 Juli ontstond onder de Spaansche troepen in Marokko een opstand, die den volgenden dag over­ sloeg naar 't moederland. In het door Franco veroverde deel van Spanje is dit feestelijk en kerkelijk herdacht. In de kathedraal van Salamanca werd zelfs een plechtige mis opgedragen in het bijzijn van de autoriteiten !
Overigens kan men wel vermoeden, wat door Franco en de zijnen zoo al meer gezegd is op dezen „heuglijken dag"
De president der Valencia-regeering, Azana, heeft bij deze gelegenheid een redevoering gehouden die nu niet bepaald vleiend was voor den Volkenbond. Volgens hem zijn de buitenlandsche hulptroepen aan Franco's zijde overweldigers, en stonden de eenige werkelijk „vrijwilligen" aan zijn zijde. Alle resoluties der niet-inmengingscommissie waren ongunstig voor Spanje. „De leden der commissie houden zich niet anders dan met de belangen hunner mogendheden bezig".
De eenige waarachtige niet-inmenging, welke tot stand kwam, aldus Azana, is de nietinmenging van den Volkenbond
Het is geen wonder, dat Azana, na deze daverende redevoering door zijn toehoorders een, ovatie werd gebracht. Het is echter de vraag, of men in het buitenland evenzeer met Azana's toespraak was ingenomen. De bemoeiing der Londensche commissie heeft inderdaad nog niet veel uitgehaald. Maar de vraag is, hoe de Spaansche burgeroorlog verloopen zou zijn, indien zij niet had bestaan. In ieder geval was Azana's herdenkingsrede weinig geschikt om de activiteit van de nietinmengingscommissie te stimuleeren.
Van een erkenning van beide partijen als oorlogvoerenden wilde Azana niets weten. Het denkbeeld alleen reeds, dat „de opstandelingen" als oorlogvoerenden erkend zouden worden, deed Azana in woede ontsteken. Dat is begrijpelijk. Maar zoover is het nog niet. Het bemiddelingsvoorstel van Engeland laat de mogelijkheid daartoe inderdaad open, maar onder voorwaarde, dat de vrijwilligers uit Spanje zullen worden teruggetrokken. En als Franco alle mannetjes, die als „vrijwilligers" naar Spanje zijn gekomen, zou moeten missen, verloor hij een groot deel van zijn troepen ! Het Engelsche voorstel wil verder de zee-controle loslaten en die vervangen door een controle in de havens door middel van controleurs. Behalve Valencia, wil ook Moskou van dit alles niets weten. De overige betrokken mogendheden schijnen er echter wel ooren naar te hebben.

Terwijl de groote mogendheden in Europa de handen vol hebben aan „regeling" der Spaansche kwestie, schijnt Japan voornemens te zijn in het verre Oosten zijn slag te slaan. Het „incident" tusschen Japan en China krijgt steeds meer het karakter van een volledige oorlogs-voorbereiding. Japan heeft gemobiliseerd tegen China en een geduchte macht bijeengebracht. Een bombardementsvloot van 400 vliegtuigen liggen voor aanval­len op de Jangtse-vallei gereed. In de buurt van Peiping en Tientsin liggen indrukwekkende Japansche legers te wachten. Af en toe wordt er reeds geschoten, terwijl de onderhandelingen dreigen vast te loopen.
Het is de opzet van Japan, om met Noord-China tot overeenstemming te komen zonder de centrale regeering te Nanking. Noord-China voelt daar wel voor. Het voelt zich onmachtig tegenover den indringer en heeft ook blijkbaar weinig contact met de centrale regeering onderhouden. Maar Nanking wenscht Noord-China niet los te laten om het, als Mandsjoekwo, in handen van Japan over te geven. Het lijkt echter twijfelachtig, of de centrale regeering van China verzet tegen de Japansche annexatie-zucht zal volhouden tot het bittere einde ; dat wil zeggen tot het modern-geoutilleerde Japansche geschut begint los te branden.
Japan is niet alleen slim, maar ook stérk !
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juli 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Rondblik buiten de Grenzen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juli 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's