KOHLBRUGGE
en de leer des heils
III.
Zóó krijgt de Wet Gods voor de geloovigen in en door Jezus Christus, den Borg, een gansch andere beteekenis. Het is de heilige liefdewil Gods, om Zijn gevallen schepsel door het geloof in Christus te redden en te bewaren. „De Bondswoorden of geboden Gods waren een getuigenis tegen ons, dat wij geen ervan vervulden, ze waren óok een getuigenis vóór ons, dat zij nochtans in vervulling zouden gaan". [20 Predigten im Jahre 1846 gehalten. 90.] En zij gaan in vervulling, gansch heerlijk en volmaakt, als wij alleen maar in Jezus Christus gelooven. „Christus leert aldus : „Ik geef u Mijn Geest en vrede, opdat gij alleen en onafgewend op Mij ziet. Geloof in Mij, zoo zult gij ervaren, dat het alles in u vervuld wordt, wat de Wet rechtens van u eischen moet, het zal u aan niets ontbreken, gij kunt Mij dat alles rustig overlaten" [Licht und Recht, 2, 82.] Geloof alleenlijk. Of zooals onze Heidelb. Catechismus zegt, dat alleen de genoegdoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus onze gerechtigheid voor God is, en dat wij die gerechtigheid niet anders dan alleen door het geloof aannemen en ons toeeigenen kunnen.
Dat is de belofte en de toezegging Gods: in Christus zal u niets ontbreken. En zooals Hij 't beloofd heeft, zoo doet Hij 't ook in vervulling gaan. Die 't beloofd heeft is getrouw, dat Hij 't óók doen zal. Kohlbrugge zegt: „Christus doet het Zelf". Dan weer zegt hij: „Zijn Woord en Geest doen het". Maar altijd bedoelt hij : De Heere doet het zonder ons toedoen. „Christus alléén is het, en geen ander nevens Hem, die door Zijn Heiligen Geest alles op Zijn tijd volbrengt, wat naar de Wet is". [Licht und Recht, XII, 15.] „Waartoe al die tobberijen en al die bezwaren, waarbij de mensch altijd maar op zich zelf ziet en op zijn zonden en dan met de Wet onderhandelt om heden te gelooven en morgen met de werken te beginnen ? Menschenkind, hoor des Heeren Woord! Zie op naar den Onzienlijke en den Voleinder des geloofs ; zou het dan toch nog nacht om u heen blijven, ziende uw oversten Leidsman ? Verlies den moed niet, sterk de slappe knieën en richt weder op de trage handen. Verlies den moed niet, om aan te houden, totdat God de gansche volheid Zijner genade met allerlei bedekking op en in uw hart uitstort". [Licht und Recht, I, 57.] Die in de duisternis wandelen, dat zij op den Naam des Heeren betrouwen. Die volharden zal in 't geloof ten einde toe, die zal zalig worden. Hij vervult alle beloften door Zijn levend Woord en Zijnen Geest. Zóó komt de vervulling der voorwaarden en de vervulling der beloften, die aan die voorwaarden verbonden zijn". [Licht und Recht, X 19.] „Gods Woord en bevel moeten geloofd, gehouden en uitgevoerd worden midden in onzen dood; zóó komt Zijn Rijk, zóó wordt Zijn Naam geheiligd. Wij kunnen het niet, dat is een uitgemaakte zaak. Wanneer wij echter gelooven, dat God Jezus van de dooden heeft opgewekt, dan komt datgene, wat moet zijn; het komt zonder ons toedoen. Het Woord doet het zelf, het Woord des levens, maar het wordt van binnen en naar buiten openbaar, dat het Woord het doet" [Licht und Recht, IX, 16.] En God doet het alles Koninklijk en heerlijk. „Hij heeft het geweten, dat de volharding zoomin als de heiligheid, dat het wandelen in Zijne wegen, zoomin als het .blijven in Zijn geboden, een vrucht van onzen akker kan zijn. Hij heeft Zijn werk niet slechts tot de helft volbracht, opdat Hij óns de andere helft zou overlaten, als zouden wij het nu met Zijn kracht en de hulp des Geestes klaarmaken, zooals ettelijke dwepers beweren. Neen, zóó gaat het niet. Wat God doet, en wat Hij gedaan heeft, dat heeft Hij goddelijk, dat heeft Hij Koninklijk gedaan. Hij heeft iets volkomens gewerkt". [20 Predigten, 289.] „Het recht van de Wet wordt slechts dan in ons vervuld, wanneer wij volgens de Wet den Geest en het leven in Jezus Christus deelachtig worden".
Hoe zal dit alles echter geschieden ? De belofte is er, zij wordt door God vervuld en uitgevoerd. Geschiedt dat echter buiten ons, zoo in de verte, waar toch de geloovige in de zwaarste strijd met zijn zonden staat en in hem het verlangen gewekt wordt: ach, kon ik het toch !? Ook dit is een zaak des geloofs. „Het hoe wordt gevonden, wanneer men de Wet geheel afsterft, voor zoover we uit ons zelf Gode vruchten brengen kunnen, afsterft in den dood van Christus en met Hem vereenigd, met Hem opgewekt wordt uit den dood tot het geloof, hetwelk God alles werkt met macht". (Predigten uber das Zehnte Gebot, 11; Over den H. Geest, 8, 20).
Nog veel grondiger spreekt Kohlbrugge zich daarover uit op een andere plaats. „De Wet is geestelijk en het hoe van haar vervulling is een groot, maar geopenbaard geheim der godzaligheid. Laat ons het toegeven, dat het gebod door ons vervuld moet worden, willen wij niet getroffen worden door des Heeren vreeselijke dreiging en straf.
Geven wij dat toe, dan moeten wij het uitroepen : „treedt niet in 't gericht met ons". Dan komt de behoefte naar verzoening met God in het bloed van Christus, dan komt door de liefde Gods het geloof, het zich weggeven aan den Heere, een zich verlaten op Zijn vreeverbond. De Geest der genade, des geloofs en des gebeds, laat een mensch niet in den steek, maar drijft hem volkomen af van de Wet en volkomen naar Christus toe, zoodat men aan Hem alle eer geeft". (Preek over Ex. 20 vers 7, blz. 14).
In de gemeenschap met Christus in God zoeken, wij God niets meer te ontvreemden door het zelf doen van de Wet. Bij allen nood zwijgt de geloovige stil, ziet op den Heere en het hoe is gevonden.
Hoe Kohlbrugge denkt over de beteekenis en waarde van de Heilige Schrift, het geschreven Woord van God, blijkt uit het volgende : God vervult al Zijn beloften door Zijn Woord en Geest. De Schrift betuigt het en de ervaring bevestigt het, dat God Zijn beloften ook in vervulling doet gaan. Van de ervaring zegt Kohlbrugge ook wel, dat zij niet gelijk te stellen is met het Woord en zijn toezegging of belofte. Het kan wel voorkomen, dat de ervaring op bepaalde tijden en omstandigheden ontbreekt; dat echter daardoor de waarheid van het Woord op geen enkele wijze beïnvloed wordt. Hoe weet ik het echter dat het Woord, dat tot mij komt, Gods onbedriegelijk Woord is en dat God juist door dat Woord tot mij spreekt ? „Wanneer in de Schrift staat: zoo spreekt de Heere, dan is dit spreken een spreken in het oor van het hart, door middel van het geschreven Woord. Wat daar op het blad van het Boek staat, komt door den H. Geest, voor de heilbegeerigen verneembaar (hoorbaar) in het hart, zoodat de begenadigde ziel spreekt: „Gij werpt al mijn zonden achter Uw rug" (6 Preeken, blz. 53) „Vraagt men nu, of ik ook (Kohlbrugge sprak te voren van het eeuwige ongeschapen Woord) van het Woord spreek, dat wij Bijbel noemen, dan antwoord ik: wanneer ik iets van mijn Koning geschreven of gedrukt lees, of in Zijn naam, direct uit Zijn hart hoor en verneem, dan zeg ik : daar hebben we onzen Koning, daar, daar!
En daarbij moeten wij blijven en daar aan moeten wij onwankelbaar vasthouden, dan vluchten alle duivels voor een christen weg" (20 Preeken, 1846, blz. 141).
(Wordt voortgezet).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juli 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juli 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's