De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

7 minuten leestijd

HET ENCEPHALITIS-GEVAAR
Zooals wij in ons vorig artikel zagen, werd de indirecte vaccineplicht destijds opgeschort wegens het voorkomen van gevallen van encephalitis bij gevaccineerden.
Voor deze opschorting bestaat naar het oordeel van Minister Slingenberg thans geen roden meer, nu de ervaring geleerd heeft, dat, wanneer de vaccinatie maar op jeugdigen leeftijd, beneden de 2 jaar, plaats heeft, het gevaar van encephalitis vrijwel niet aanwezig is.
Wat is van deze ervaring waar ?
Wat is van de bewering van den Minister juist ?
In zijn geschrift „Over pokkengevaar, vaccinatierisico's en inentingsdwang" komt de schrijver, dr. Schuurmans Stekhoven, wanneer deze 't heeft over het encephalitisgevaar bij kinderen beneden den leeftijd van 2 jaar, tot de conclusie : dat aan vaccinatie beneden de 2 jaar gevaren zijn verbonden en dat het gevaar, waaraan kinderen van O—1 jaar bloot staan, niet: zoo gering is, dat dit practisch is te verwaarloozen.
Deze conclusie is gegrond op de feiten, die zoowel in het buitenland als in 't binnenland ten opzichte van de encephalitis zijn vastgesteld geworden.
Omtrent de Engelsche encephalitisgevallen is bekend geworden, dat behalve een kind van één maand, ook patientjes van 3, 7, 13 en 17 maanden na de inenting de gevreesde hersenziekte kregen. Daardoor wordt de herhaaldelijk geuite meening weerlegd, dat zuigelingen geen vaccinatie-encephalitis kunnen krijgen. Van de 93 gevallen in Engeland van 1922—1027, zoo wordt medegedeeld, waren er 12 jonger dan 2 jaar (en daaronder 9 jonger dan één jaar).
In Duitschland werden behalve de bekende gevallen, bovendien nog 89 nieuwe encephalitisgevallen geconstateerd, waarvan 51 jonger dan 2 (12 jonger dan 1 jaar). De 12 zuigelingen waren respectievelijk 2, 3, 6, 7 (twee), 10 en 11 (zes) maanden oud. Overleden zijn van die 8'9 niet minder dan 31 (ongeveer even hooge letaliteit — doodelijkheid — als in ons land). Van de 12 zuigelingen stierven er 3, van de 39 kinderen van 1—2 jaar overleden er 12, dus ook gedurende de twee eerste levensjaren een letaliteit van 25 procent.
De Italiaansche encephalitisgevallen, gerangschikt volgens den leeftijd, waren : van O—1 jaar 30, van 1—2 jaar 32, van 2—3 jaar 8, van 3—4 jaar 10, van 4—5 jaar 4, van 5—6 jaar 2 en boven dezen leeftijd 7, met nog 11 gevallen op onbekenden leeftijd. De statisticus, die deze cijfers produceerde, concludeert, dat de bewering als zoude de encephalitis bij zuigelingen, zooal niet exceptioneel, dan toch minder frequent zijn, minder steekhoudend is dan zij aanvankelijk wel scheen.
De Minister van Sociale Zaken, die in het algemeen het bestaan van de sterfgevallen niet wilde wraken, merkte intusschen in de Tweede Kamer op, dat de ziekte-en sterfgevallen, die zich vroeger hebben voorgedaan, wanneer men een ander systeem van verlichte vaccinatie zou krijgen, wellicht niet weer zouden voorkomen, omdat dan de persoonlijke waarborgen veel en veel beter zullen worden in acht genomen.
Tegenover deze meening van den Minister stelt dr. Schuurmans Stekhoven de zijne, luidende :
Helaas gaat het niet om „vroeger", maar om „sedert jaar en dag". Er bestaat geen enkele reden om te veronderstellen, dat een proef met vaccinatie gedurende de beide eerste levensjaren in ons land minder encephalitis zat geven, dan in Duitschland, gezwegen van de overige op dien leeftijd te vreezen andere verwikkelingen.
Want het „andere systeem van verplichte vaccinatie", dat de Minister propageert — is het Duitsche, dat nota bene een statistiek van 51 gevallen van encephalitis met 15 sterfgevallen (in 3 jaar tijds) beneden de twee jaar, dus allesbehalve een „blanco strafregister" kan aanvoeren.
Uit een en ander blijkt, dat van de bewering van Minister Slingenberg, dat, wanneer de vaccinatie maar op jeugdigen leeftijd, beneden de 2 jaar plaats heeft, het gevaar van encephalitis vrijwel niet aanwezig is, weinig overblijft.
Dr. Schuurmans Stekhoven bepleit dan ook afschaffing van elken vaccinedwang. Zwitserland is reeds vele jaren geleden voorgegaan. Engeland en Duitschland zijn bezig, de een meer, de ander minder schoorvoetend dit voorbeeld te volgen. Amerika, Canada, Noorwegen, België doen het zonder dwang. De geschiedenis van pokken en pokkenbestrijding der 20ste eeuw heeft geleerd, aldus de schrijver van het geschrift, dat het zonder dwang kan.
Moge het het vierde Kabinet-Colijn gegeven worden om het vaccinevraagstuk tot een zoodanige oplossing te brengen, dat ook hier in Nederland de dwang voor goed uit de wet wordt gebannen.
Daarmede zal dan het veel omstreden vaccinedwang-vraagstuk zijn opgelost.

SOCIALISTEN EN COMMUNISTEN
Het hek is hier en daar van den dam. En de radicale, anarchistische beginselen werken door. De invloed van de Communisten wordt al grooter en grooter. Niet alleen in Rusland zien we dat. Ook Spanje heeft het bewezen. Maar in Frankrijk gaat het denzelfden weg. En nu ook in België. De Socialisten meenden wel dat zij de kracht hadden om de Communistische invloed en opschuiving te kunnen weerstaan, maar de bewijzen zijn er voor, dat zij er onder door moeten en dat de Communisten de eerste viool gaan spelen. En uit eigen kring applaudiseeren er dan ook velen, vooral van de jongeren, die de consequenties van de socialistische leeringen willen trekken.
We willen op twee dingen in dit verband wijzen.
De heer Lucien Laurat (wei hebben het bericht uit „De Standaard"), een der voornaamste economische adviseurs van 't Fransche Vakverbond — de organisatie, welke in het laatste jaar zooveel van zich deed spreken — heeft in de sociaal-democratische arbeiderspers een bijdrage gegeven van zijn hand, waarin wordt uiteengezet, welke rol de Communisten hebben gespeeld tijdens het bewind van het Kabinet-BIum en welken grooten invloed zij in korten tijd hebben verkregen. Zij steunden officieel de Volksfrontregeering, maar dreven eene demagogische politiek, waardoor zij het economisch herstel, waarnaar de Regeering streefde, ernstig belemmerden.
In Februari 1936 kwam de fusie der twee Vakcentrales tot stand. Sindsdien trokken sociaal-democraten en communisten op maatschappelijk gebied gemeenschappelijk op. Gevaar voor overheersching der communisten — zoo nam men aan — dreigde er niet, omdat zij numeriek zwak waren in de Vakcentrale. Thans staat de zaak heel anders. Hun macht is snel toegenomen, zóó snel, dat menige oude strijder in de socialistische orga­nisatie zich afvraagt, of de communistische partij er niet in zal slagen zelfs de leidenden centrale lichamen van het Vakverbond te veroveren.
Ook op politiek gebied werken de Communisten in dezelfde richting.
Lucien Laurat besluit dan zijn beschouwing met deze woorden :
„Bijna dagelijks gebeuren er dingen, die bewijzen, dat de communistische partij, ondanks gematigden toon, dezelfde haat als vroeger koestert jegens het democratische socialisme. De houding der Fransche communisten binnen het Volksfront in het algemeen en binnen de eenheid van actie in het bijzonder, strekke de sociaal-democratie in alle andere landen tot waarschuwing. Het allereerste en voornaamste doel der communisten is heden-den-dag nog evenzeer als vijftien jaar geleden, door cellenbouw te komen tot ondergraving, verdeeldheid en afbraak van de arbeidersorganisaties der Tweede Internationale".
Uit den loop van zaken spreekt de kracht van het verderfelijk beginsel, en de zwakheid van hen, die slechts staan naar een gematigde, geleidelijke en bedachtzame toepassing daarvan.
De praktijk  heeft trouwens nooit anders geleerd.
En nu het tweede voorbeeld, dat we ontleenen aan de N. Rott. Ct. :
Met 405 tegen 117 stemmen heeft het te Brussel gehouden Congres van Socialistische Jeugdorganisaties besloten zich niet te onderwerpen aan het verbod van de leiding van de Belgische Arbeiderspartij betreffende het samengaan met de Communisten.
In de resolutie, die werd aangenomen, wordt geconstateerd, dat de fusie of samenstelling van de socialistische en communistische jeugdorganisaties een voldongen feit is, waarop niet meer kan worden teruggekomen.
Voorts wordt van de Arbeiderspartij verlangd, dat zij in onderhandeling zal treden met de communistische partij ten einde de organische, loyale en totale eenheid van de arbeidersklasse in België te verzekeren."
Ook hier dus een sterk opschuiven naar de uiterst linksche zijde, als consequentie van eigen socialistisch beginsel.
Dan alleen zal de Arbeiderspartij en de Socialistische jeugdorganisatie veilig zijn als de Communisten de leiding verkrijgen !
Zoo oordeelen velen in eigen kring !
Waaruit wel blijkt hoe de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij staat op een hellend vlak, waarbij de beginselen zelve vragen om voort te glijden tot in het hartje van de Communistische beweging.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 augustus 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 augustus 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's