KOHLBRUGGE
en de leer des heils
VI.
III. Over den persoon en de werking des Heiligen Geestes.
Ook door den Heiligen Geest werkt onze God in Zijn geloovigen de vervulling van Zijn belofte. Hij is waarachtig God, van hetzelfde wezen als de Vader en de Zoon. Als waarachtig God bezit Hij alle goddelijke eigenschappen, de eigenschappen van de macht en de heerlijkheid. Hij is alwetend, alwijs, almachtig, alomtegenwoordig. Hij is niet bijvoorbeeld maar een uitvloeisel van de godheid of alleen maar een kracht daarvan, maar met den Vader en den Zoon ook eeuwig God. (Vergelijk Feestpredicaties blz. 347—383).
Hij wordt Geest genoemd. „Want omdat wij geesten zijn, en deze geesten niet leeg kunnen zijn, maar met iets moeten zijn gevuld, daarom hebben wij een geest noodig, die niet maar een kracht is, maar de Geest is en moet in ons altijd zijn een steunen op het onzichtbare wezen Gods. Hij wordt ons geschonken als band der vereeniging tusschen God, die geest is en ons, die vleesch zijn." (20 predicaties, gehouden in 1846. Vergelijk Licht und Recht blz. 68).
Hij heet de Heilige Geest, „omdat alles, wat waarachtig, wat rechtvaardig, wat goed, wat lieflijk, wat alle vuilheid wegnemend, wat reinmakend is, in dit woord is samengevat. Hoe vertroostend is het voor iemand, die gehongerd en gedorst heeft naar gerechtigheid, dit woord heilig, die nu weet, dat al zijn verzet tegen dit woord slechts daaruit voortkwam, omdat hij zich zelf en zijn oude wezen meer liefhad als zijn vernieuwing in het eeuwige licht en die heeft ervaren, dat God zich niet om zijn tegenstand heeft bekommerd, maar hem geheel heeft ontkleed, om hem te bekleeden met Zijn heiligheid. (20 Predicaties, gehouden in 1846).
Als Heilige Geest verdedigt hij tegen alle vleesch de heerlijkheid bij ons, welke onze Heere Jezus Christus door den Vader op ons heeft gelegd. Zoo is het woord heilig misschien eerst een woord, waarbij men huivert, waarvoor men terugschrikt. waarvoor men begint te beven en te sidderen, voor de geloovigen is het echter een woord vol van troost en genade.
De Heilige Geest is een persoon, omdat hij uit eigen machtsvolkomenheid Ik zegt. (Verklaring van den Heidelb. Catechismus, blz. 58).
„Dat de Heilige Geest als derde persoon in het Goddelijk Wezen ons is geopenbaard, geschiedt niet daarom, omdat hij bijvoorbeeld volgens rang en eer de derde persoon zou zijn, maar dat geschiedt overeenkomstig de heilsorde, volgens welke hem de heiliging toekomt. Ook heet hij de eeuwige geest, want hij was werkzaam in de eeuwige vrederaad. Hij heeft het op zich genomen, den Middelaar voor Zijn ambt toe te rusten en te bekleeden (Feestpredicaties, blz. 386).
„Christus heeft voor ons den Heiligen Geest verworven. Daar God geest is, kon Hij zich met ons, die vleesch waren, niet bezighouden. Wegens onze verkeerdheid moest Zijn toorn op ons rusten. Toen echter Christus het op zich genomen heeft, een eeuwige gerechtigheid te volbrengen, en ons in die gerechtigheid op te nemen, toen rustte het volkomen welgevallen van God op Christus en op Hem kwam de Heilige Geest, om het werk Gods voor ons te volbrengen. Zoo heeft Hij zich verworven, uit de volheid van de liefde des Vaders, dezen Geest op ons te doen nederdalen". (Licht und Recht, blz. 68).
De Vader zendt den Geest als een vrije gave en een vrij geschenk. „Nadat de Zoon het werk volbracht had, zendt de Vader op allen, die de Zoon zich gekocht heeft met Zijn bloed, den Geest in de naam van Jezus, zooals Hij ook nu doet". (20 Predicaties, gehouden in 1846).
De Heilige Geest gaat uit van den Vader, opdat wij de gansche werking Zijner genade kennen in den overvloed der vrije liefde, die ons heeft verkoren. De grond van Zijn komen is het voornemen des Vaders, het voornemen Zijner eeuwige liefde.
En nu nog iets over de verhouding van den Heiligen Geest tot de Schrift. Dat zij door God is ingegeven, daaraan twijfelt Kohlbrugge geen oogenblik. Hierover is boven reeds gesproken. De taak van den Heiligen Geest is, Christus te verheerlijken. Dat doet Hij door het Woord, Hij verlicht de menschen en maakt ze levend.
„Hij verlichtte de discipelen. En wij ? Nu ja, het Woord! Maar het Woord op zichzelf ? Ja zeker, het Woord op zichzelf. Maar nog eens : Is er bij ons een hart voor deze letteren? Waarom hebben wij dan zoo heel weinig licht en verstand bij het lezen van het Woord, dat toch voor de eenvoudigen werd geschreven? " (20 Predicaties, gehouden in 1846, blz. 46). Het is de wil en het welbehagen van den Heiligen Geest, bij ons intrek te nemen door het geschreven of gepredikte Woord. (Vergelijk Licht und Recht, deel 6, blz. 12).
Bevinden zich dus de Vader en de Zoon in het Woord ? Zijn Zij er in besloten, zoodat het Woord God is ? Neen, maar Hij spreekt door het Woord, dat Hij zelf heeft gegeven. Waar het te zijner tijd gehoord wordt als Gods Woord, daar heeft Hij gesproken en het geschreven Woord wordt het levende Woord.
De Heilige Geest is het, die leven uit God voortbrengt. „Waar de Heere Jezus kwam en predikte, kon Hij niets doen, als Hij niet een hoogere kracht met zich meebracht.
Alles bezwijkt, maar het menschelijke hart bezwijkt niet. Toch keert het Woord des Heeren niet ledig weder. Jezus brengt deze hoogere kracht mede. Hij zendt van den Vader den Geest". (Feestpredicaties, blz. 368).
Zoo wordt door den Heiligen Geest het werk der verlossing voor ons vruchtbaar gemaakt. „Het verlossingswerk is een objectieve werkelijkheid. Maar de heilswaarheden op zichzelf helpen ons niet. Men kan al deze heilswaarheden voor waar houden en daarbij toch tegelijk een heiden of Turk zijn. Waar echter de Heilige Geest komt, de belofte van den Vader, daar is het deze geest, die heiligt tot de gehoorzaamheid des geloofs en tot de besprenging van het bloed van Jezus Christus (1 Petrus 1 VS. 2). Dan verbreekt de Heilige Geest het steenen hart van den mensch en geeft hem een vleeschen". (De tabernakel en haar gereedschappen, III, bladz. 127).
Het leven uit God in de doode harten der menschen, dat is Zijn werk. Zijn werk alleen. „Het is niets anders dan de Heilige Geest in ons ; Hij kan niets anders beoogen, dan God beoogt, namelijk gerechtigheid en heiligheid". (20 Predicaties, gehouden in 1846, blz. 45.
Een andere keer zegt Kohlbrugge : „Het leven der geloovigen is Christus. Waar nu de geest de trooster is, daar verheerlijkt hij in allen, die Hij troost, de opstanding van Jezus Christus, d.i. met de kracht, die van den opgestanen Christus uitgaat, om allen te genezen en te vervullen, werkt de geest in de goddelijk bedroefden, in de moedelooze harten, zoodat zij met het uitzicht op de genade blij worden gemaakt, naar de belofte des Heeren : Ik leef en zij zult ook leven". (Licht und Recht, deel 10, blz. 57 ; vergelijk Licht und Recht, deel 6, blz. 79 en Amsterdamsch Zondagsblad, deel 5, blz. 118).
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 augustus 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 augustus 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's