De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MANKE MURK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MANKE MURK

EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN

5 minuten leestijd

Met toestemming uitgever J. H. Kok te Kampen
„'t Is dezelfde vraag, waarover ik óók heel veel heb zitten tobben en die nog wel eens bij mij boven komt. En het antwoord daarop weet ik niet. Daar is heel veel, dat ik niet weet of begrijp, en dat alle menschen met elkaar niet weten of begrijpen. God is groot, en wij begrijpen Hem niet. En de verborgene dingen zijn voor den Heere; God houdt, zoolang wij hier zijn, heel veel voor Zichzelf, dat wij dus niet te weten komen, omdat Hij het beter vindt, ons dit niet te zeggen. Ik denk, dat wij dit toch niet begrijpen zouden en het ons meer kwaad deed dan goed".
„Maar het is toch zulk een belangrijke vraag, waarop ik denk, dat alle menschen gaarne een duidelijk antwoord ontvingen en dat ons misschien met dat lijden en dien dood verzoenen zou".
„Juist dat belangrijke van de vraag is oorzaak, denk ik, dat het voor ons verborgen wordt gehouden. Als Baije of Joukje of kleine Janneman, die het soms nog veel wonderlijker doet dan de meisjes, je iets heel gewoons vraagt, dan geef je hun daarop ten antwoord, wat zij willen weten en hen bevredigt. Maar als zij komen met vragen over dingen, die hun niet aangaan of voor hen te hoog zijn, of die ze nu nog niet weten mogen, om4at die wetenschap hen meer kwaad zou doen dan goed, dan zeg je toch ook niet wat zij verlangen en moeten zij zich ook tevreden stellen met iets, dat hun teleurstelt".
„Maar wij zijn geen kinderen meer, en 't betreft hier héél het menschdom. De Schrift zegt toch óók, dat gansch het schepsel zucht, en dat is waar. Als wij nu eens wisten, waarom dat moest".
„Vergeleken bij de grootheid Gods, zijn wij zeker niet meer dan onmondige kinderen. Heb je Psalm 73 wel eens gelezen ? Asaf komt daar ook met allerlei belangrijke en gewichtige vragen en wil het antwoord gaarne hebben op tal van „waaroms". Waarom dit zoo was, en waarom dat zoo moest, en waarom God niet anders deed, als Hij die gróóte, almachtige en rechtvaardige God was. Totdat hij in Gods heiligdom inging, zooals hij dat noemt, en daar een antwoord kreeg, dat hem stil maakte. En dan zegt hij : „Ik was een groot beest bij U". Hij bedoelt: een groote dwaas, die van dingen gesproken had, welke hij niet begreep. En zoo spreekt Job ook, die eveneens tal van vragen aan God stelde, omdat hij den weg des lijdens evenmin begreep. Hij zegt : „Ik heb verhaald, 't geen ik niet verstond; dingen, die voor mij te wonderbaarlijk waren ; die ik niet wist. Met het gehoor van het oor heb ik U gehoord, m.aar nu ziet U mijn oog. Daarom verfoei ik mij, en ik heb berouw in stof en asch".
„Ik ben het dus niet alléén, die telkens dergelijke vragen bij mij voel opkomen ? " vervolgde de weduwe na eenig stilzwijgen, „Soms heb ik de gedachte, dat er niemand is, zooals ik ben".
„Integendeel, 't is iets heel algemeens, omdat het zoo natuurlijk is. Wij willen graag op elk „waarom" een „daarom" hebben, vooral wanneer het iets betreft, dat tegen vleesch en bloed ingaat. Want God wordt niet om den voorspoed aangeklaagd, maar de menschen meenen Hem wèl wegens den terugslag van het leven ter verantwoording te mogen roepen. En nu kan het wel eens wezen, dat God een antwoord geeft, maar dan is het vaak uit een onweder, gelijk bij Job, dat nog méér sidderen doet en den mensch verplettert, omdat hij de majesteit van den Heilige hier niet verdragen kan. Daarom is het zoo zalig, te mogen rusten in Hem en te gelooven, dat alles wat Hij doet rechtvaardig en goed is en bovenal, dat Hij daardoor het eeuwig heil van de zondaren zoekt".
„Dat laatste is juist zoo moeilijk te verstaan, dunkt mij".
„Geloof je dan niet, dat zeer velen door een weg van lijden en kruis gebracht zijn aan den voet van 't Kruis van Christus, om Hem daar als hun Verlosser en Zaligmaker te leeren kennen ? "
Weer werd het stil, maar niet, omdat zij het antwoord niet wist. Was het haar ook niet aldus gegaan ? Zou zij ooit gekomen zijn tot Schriftonderzoek, als de Heere haar niet gebracht had in het moerbeidal ? Wanneer haar man in leven gebleven was, dan had zij, naar den mensch gesproken, als altijd voortgeleefd in het goeddunken van haar eigen hart; dan was nooit Manke Murk in haar huis gekomen, die, zonder dat hij zulks wist, een grooten invloed uitoefende op het geheele gezin. En dan zou zij zich nimmer bekommerd hebben over tal van dingen, die haar thans bezig hielden.
„Bim, Bam" — klonk 't daarbuiten weer, alsof de torenklok wilde zeggen tot den lijkstoet: Komt ge haast ? Het wordt tijd en ik wacht!
(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

MANKE MURK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's