De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

HET TIENDE GEBOD

7 minuten leestijd

„Ook had ik de begeerlijkheid niet geweten zonde te zijn, indien de Wet niet zeide: gij zult niet begeeren". Rom. 7 vers 7.

„'t Is zonde!"
Deze uitroep van spijt wordt in het dagelijksche leven talloos vele malen gehoord in verband met nietige kleinigheden. Er kan geen kopje breken en er kan geen schoteltje kapot vallen, of men acht zulks „zonde" te zijn. Jammer, dat die uitdrukking burgerrecht verkregen heeft in onze taal. Wij moesten niet zoo spelen met zulke machtige woorden uit het godsdienstig woordenboek als „zalig", „eeuwig", „waarachtig", „zonde" of dergelijke. Men voelt tenslotte niet meer aan, wat wordt gezegd.
„Zonde" dat is een ontzaglijk woord. Terecht heeft men de zonde een onbegrijpelijk raadsel genoemd. Zij is het bederf in Gods schepping, dat de zondaar wil, waarin hij behagen schept en waarin hij toch geen bevrediging vindt. Dat kwam er van, toen de mensch als God begeerde te zijn, kennende het goed en het kwaad.
Maar nog weet hij niet, wat goed of kwaad is. Ook hierin is zijn kennis verduisterd. Onze vroomste broeder, de Farizeër, zegt wel „raak niet en smaak niet en roer niet aan", maar zonder bezwaar zwelgt hij den kemel naar binnen onder het uitzeven van de mug.
Laten wij liever onze onkunde erkennen en met Paulus belijden: ik kende de zonde niet dan door de Wet. Want de Heere moet ons zeggen, wat goed is en wat kwaad. Alleen Zijn Wet leert, wat onze ellende is. De tien geboden. Gij zult niet ...., , gij zult niet....! Gij zult ook niet begeeren!
Dit is de sluitsteen van het monument van den Sinaï. Een verpletterende uitspraak ! Gij zult niet begeeren.
Juist; daarin bestaat onze ellende, zegt de godsdienst van den Boeddhist. Ons leven is vol van verlangen, vol van begeeren. Maar leven is lijden. De levensdorst, de levensbegeertè moet vernietigd worden — en dan zijn wij verlost. Gij zult niet begeeren, want het brengt u maar in ellenden. Begeeren is leven en leven is lijden. Niet-begeeren is de levensdrang dooden, en dat is zaligheid.
Maar neen, zoo moeten wij Gods tiende gebod niet verstaan. Zeker, ons leven is vol van begeeren, doch daar behoeft niets tegen te zijn. Ook de Zoon des menschen had begeerten. ,, Hoe begeert gij, die een Jood zijt, van mij te drinken? " vroeg Hem de Samaritaansche uit Sichar. Natuurlijke begeerten als zoodanig verbiedt de Wet des Heeren niet. Die behooren bij de schepping Gods. En onder Zijn verzoenend kruislijden riep de Christus : .nog: Mij dorst.
Er zijn ook andere begeerten, die zelfs zeer goed kunnen zijn. Immers ried de Heere Jezus Zijn discipelen aan om te begeeren — „in Zijnen naam". „Zoo gij iets begeeren zult in Mijnen Naam, Ik zal het doen". Dat is biddend begeeren en dat is even voortreffelijk als de begeerte van den dichter van Psalm 119 tot de bevelen des Heeren.
Boeddha verbood alle begeerten, ook die, welke het leven in stand helpen houden, omdat zijns inziens het leven toch niets anders dan ellende geeft. Maar de Wet en het Woord des Heeren wijst de juiste oorzaak van de kwaal aan in die begeerlijkheid, die de zonde en den dood voortbrengt. De dochter der begeerlijkheid is de zonde, en deze is de moeder van den dood. (Jac. 1 vers 15). „Vanwaar komen krijgen en vechterijen onder u ? Komen ze niet hiervan, namelijk uit uwe wellusten, die in uwe leden strijd voeren ? Gij begeert en hebt niet; gij benijdt en ijvert naar dingen en kunt ze niet verkrijgen". Onder die christenen, naar wie Jacobus dat schreef, was de liefde blijkbaar zoek. De liefde des Vaders was in hen niet, zou Johannes zeggen. Zij hadden de wereld lief, de begeerlijkheid des vleesches en de begeerlijkheid der oogen. O, bedenk, de begeerlijkheid baart zonde en de zonde den dood. De wereld gaat voorbij met hare begeerlijkheid !
Toen de Heere Jezus met Zijn discipelen sprak over dat begeeren in Zijnen Naam. handelde Hij tegelijk over de liefde. „Dit gebied Ik u, dat gij elkander liefhebt". (Joh. 14 en 15). Nu, de bedoeling van het tiende gebod is geen andere dan dat alle begeerte, die tegen de liefde strijdt, uit onze harten verdreven moet worden. ., God gebiedt hier", zegt Calvijn zeer schoon, „een wonderlijken liefdegloed, welken Hij zelfs niet door de minste begeerlijkheden wil verhinderd hebben". Begeerte kan de liefde dooven, de liefde tot den naaste, die God van ons eischt. Uw hart zal daarom nimmer iets begeeren van alles, wat uws naasten is. Noch huis, noch vrouw; knecht noch maagd ; os noch ezel!
Gij zult uwen naaste liefhebben als uzelven. Gezondigd wordt daartegen met gedachten, woorden en werken. Met werken — het zesde, zevende en achtste gebod — met woorden — dan denken we vooral aan het negende gebod. Met gedachten — luister ook naar het tiende gebod, dat zelfs van uw geheime zieleleven, ja in uw begeeren het kwade bloot legt.
Het tiende gebod is het verbod der ontevredenheid. Daar blijkt immers de begeerlijkheid, die in uw harte woont, bijzonder uit, uit uw ontevredenheid. De zonde van het murmureerende Israël in de woestijn. Zij morden daaglijks in hun tent. Maar de stem des Heeren hoorden zij niet. Dies hief Hij tegen hen Zijn hand op, zwerende, dat Hij die snooden in de woestenij zou nedervellen en verderven. (Ps. 106).
Ontevredenheid over alles en een ieder; 't minst over zichzelf en zijn eigen zonden. Kankerzucht. Jalousie. Eigen lot (dat door God beschikt is!) morrend vergelijken met het lot van den naaste (die denzelfden God in den hemel heeft!) 't Is kwaad, gebaard door begeerlijkheid. Zulke dagelijksche, menschelijke ondeugden ziet ge misschien voorbij; de algemeenheid er van ontneemt voor uw gevoel er het zondige aan. Toch : gij zult niet begeeren! En : zonde, voleindigd zijnde, baart den dood! Uw ontevredenheid alleen is voldoende om eeuwig door God verworpen te worden. Sterker, het tiende gebod verbiedt zelfs de allereerste ritseling dier zonde in uw ziel. Gij zult niet begeeren. Daarmee uit! Gij zult met ontevredenheid zelfs niet den minsten aanvang maken. Snoei die gifplant weg met tak en al! Roei ook den wortel uit! Want begeerlijkheid is het allereerste begin van zonde, 't Is zondig zaad.
Voelt ge wel, dat gij te maken hebt met dien God, die de harten doorgrondt en de nieren beproeft ? Zijn tiende gebod ontdekt u aan de verdorvenheid uwer geheele natuur, aan dat erfelijk gebrek, dat gelijk is aan die onzalige fontein, waaruit immer onrein water opwelt. Neen, gij noch ik, had evenmin als Paulus geweten, dat wij zóó zondig waren, indien de Wet des Heeren het niet zeide : Gij zult niet begeeren.
Uw hart zal nimmer iets begeeren van alles wat uws naasten is; uw ziel zal als uw mond God eeren en houden Zijn getuigenis. De minste lust of gedachte tegen eenig gebod Gods mag in uw hart nimmermeer komen. Ontevredenheid des harten, al was het tengevolge van een os of ezel, verstoort de liefde tot den naaste en verbreekt of verhindert dus den vrede met God. Gij zult ten allen tijde van ganscher harte aller zonden vijand zijn en lust tot alle gerechtigheid hebben! Ja, God eischt van mij. „een wonderbaarlijk gesteld hart, waarvan Hij niet duldt, dat het zelfs door lichte prikkels bewogen wordt tegen de wet der liefde" (Calvijn).
HEERE, Goddelijke Wetgever! ga uit van mij, want ik ben een zondig mensch. Wees mij genadig ! Reken mij mijne zonden niet toe ! Zie mij aan in den Heere Jezus, wiens lust het was om Uw welbehagen te doen : Uw Wet was in het midden Zijns ingewands ! Amen.
H.

E.J.B.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's