WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT
HET DIAKENAMBT DER VROUW ?
In „De Wekker", Orgaan der Christelijke Geref. Kerk in Nederland schrijft ds. Kremer van Leeuwarden, naar aanleiding van een vraag hem gedaan, het volgende :
„Laat ons vragen : leert de Schrift inderdaad, , dat de vrouw in de eerste Christelijke gemeente een ambtelijke positie ontving, niet ongelijk aan die der diakenen ?
Het is ongetwijfeld duidelijk aanwijsbaar, dat de vrouw onder het N. Testament een andere positie heeft dan onder den Ouden dag. Zij is door Christus geestelijk gelijkwaardig gesteld aan den man. Haar achteruitzetting en totale rechtloosheid, zooals die onder het Oude Testament bestonden, nam een einde. Maar gelijkwaardigheid voor God is daarom nog geen gelijkheid in haar positie in de kerk. Dat komt zeer dodelijk uit. In Corinthe b.v. dreigde dit gevaar dat de vrouw zich geheel de gelijke van den man wilde maken. Dan waarschuwt de Apostel krachtig. 1 Cor. 11.
Wel vergunt hij haar, als zij bijzondere charismatisiche gaven ontvangen heeft, deze te uiten in gebed en profetie. Komt echter het normale leven der gemeente, waarbij de leiding aan den man is, dan wordt de vrouw in 1 Cor. 14 : 34 en 1 Tim. 2:12 opgelegd te zwijgen. Zoo wil het de orde Gods.
Gelijke van den man kan dus de vrouw in de gemeente in het ambt nooit wezen.
Toch, lezen wij nu verder, dan zien wij dat de vrouw, juist als vrijgewordene door Christus, ook, in bepaalde gevallen naast den man, een positie krijgt in het werk Gods. Deze positie is dan altijd in volkomen overeenstemming met haar eigen aard als vrouw.
Op meer dan één wijze lezen wij daarvan. Allereerst b.v. vinden wij in Rom. 16 : 1, 2 de naam van Phoebe, die een dienares der gemeente genoemd wordt. Voor dienares heeft het grleksch hier : diakones. Begrijpelijk dat de voorstanders en - standsters van het vrouwen-diaconaat zich daarop beroepen.
Toch is het de groote vraag of hier van een ambtelijke positie van deze vrouw gewaagd wordt. Sommigen meenen van wel, anderen van niet. Ik voel er het meeste voor niet aan een ambtelijke positie te denken. Immers, hier is het
de eenige plaats dat van een dergelijk „ambt" .gewaagd wordt. Daarbij verklaart vrs. 2 hoe wij de betiteling van Phoebe, als dienares, hebben te verstaan. Zij wordt daar een voorstandster genoemd van velen. Als zoodanig had zij zich te Kenchrea zeer verdienstelijk gemaakt. Phoebe, die waarschijnlijk een welgestelde vrouw van positie was, had in Kenchrea, dat een echte doortrekhaven was, overvloedig gelegenheid haar liefde en invloed ten gunste van doortrekkende Broeders en Zusters te toonen. Paulus zegt dat zij daarin ook hem tot een verkwikking is geweest. Er is dus absoluut geen noodzaak aan een beslist ambtelijke positie te denken van deze vrouw. Speuren wij nu verder dan vinden wij wel gewag gemaakt van hulpdiensten der vrouw in de eerste christelijke kerk.
Prof. Bavinck is van meening, dat er van drieerlei hulpdienst gesproken wordt in het Nieuwe Testament.
Allereerst een hulpdienst der Apostelen. Paulus noemt zulke vrouwen :
medearbeidsters in Christus Jezus. Zij mogen dan al niet alle de begaafdheid gehad hebben van een Priscilla, die een Apollos onderwees, hun werk was toch van gelijken aard. Niet publiek, maar in gesprekken in de huizen, vooral miet de vrouwen, waren deze helpsters een stille steun voor de Apostelen.
De kerkvaders maken er melding van dat deze vrouwen tot grooten zegen zijn geweest. Een ambtelijke positie hadden zij echter niet.
Naast deze Apostolische hulpdienst lezen wij Van zulk een helpen der vrouwen in het werk der ouderlingen. Wij lezen daarvan in 1 Tim. 5 VS. 9 : dat een weduwe gekozen worde van niet minder dan zestig jaren. Het woord verkozen zou ons gemakkelijk aan een ambtelijke positie kunnen doen denken. Toch mag dat niet. Het oorspronkelijke woord heeft een andere zin. Dr. Bouma, in de Korte Verklaring, vertaalt: Een weduwe moet, om op de weduwenlijst te (kunnen) worden ingeschreven, niet minder dan zestig jaren oud zijn.
Hier is dus een arbeid der vrouw waartoe men genoteerd werd na vrijwillige beschikbaarstelling. Deze vrouwen verrichten dan waarschijnlijk huisbezoek, daar, waar dat voor mannen zijn eigenaardige moeilijkheden meebracht of vrouwelijke tact vereischt werd, bij weezen of jonge weduwen, vrouwelijke kranken enz.
Ook hier is echter weer niet aan een ambtelijke positie te denken.
Eindelijk is er de vrouwelijke hulp der diakenen. Het is voornamelijk 1 Tim. 3 : 11 dat daarvan spreekt. Wij lezen : De vrouwen insgelijks moeten eerbaar zijn, enz. Met nadruk wordt hier gesproken van de vrouwen. Werden de vrouwen dier diakenen bedoeld, waarover het in dit gedeelte overigens gaat, dan zou er staan „hun" vrouwen. Hier wordt dus van bepaalde, toen algemeen bekende vrouwen gedacht, die de diakenen in hun Vaak moeilijken arbeid ter zijde stonden. Een soort diaconale zusterhulp dus. Daarom moeten zij ook aan bepaalde eischen voldoen, opdat hun werk niet ten kwade maar ten goede strekke.
Ook hier is echter niet aan een bepaald kerkelijk ambt te denken, maar aan een vrijwillige hulpdienst.
Later zijn deze hulpdiensten op den achtergrond geraakt. De achteruitzetting der vrouw en het kloosterleven der vrouwen, hebben haar van deze hulpdiensten terug gedrongen in het midden der gemeente.
Voor speciale herstelling daarvan te pleiten hebben we niet noodig. Wel kan er door onze vrouwen-zusters in gezond overleg miet de diakonie ook in onzen tijd heel veel gedaan worden, zonder dat wij vrouwelijke ambtsdragers noodig hebben. Op vele plaatsen wordt er veel gedaan. Er kan nog méér geschieden, wanneer de liefde maar wegen zoekt".
Tot zoover ds. Kremer.
Ook wij zouden er, gelijk we vroeger telkens deden (in onze Deliftsche periode voor 't eerst) op willen wijzen, dat er voor de vrouw bij het diaconale werk zooveel goeds als hulpdienst gedaan kan worden !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's