De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

EEN SLUITEND BUDGET

4 minuten leestijd

„Ondanks de ingetreden verbetering in den economischen toestand en de daarmede samenhangende stijging van de opbrengst der middelen, blijven, na de depressie der laatste jaren, de openbare financiën nog in bijzondere mate zorg vereischen".
Aldus de Troonrede over den staat, waarin op dit oogenblik 's Lands geldmiddelen verkeeren.
En inderdaad is het beeld, dat de Troonrede geeft, niet te scherp geteekend.
Dit blijkt ook duidelijk uit de „Millioenen Nota", die een heldere uiteenzetting geeft van den toestand van 's Rijks financiën.
De opmerking, welke de Minister van Financiën in de Nota met betrekking tot de Rijksbegrooting voor 1938 maakt, moge gelukkig juist zijn :
„dat deze begrooting niet meer in het teeken staat van den aanhoudenden strijd tegen dalende inkomsten eenerzijds en stijgende behoeften, onmiddellijk verband houdende met de ernstige tijdsomstandigheden anderzijds, met welk beeld 's Ministers voorganger in de vorige Millioenen Nota het karakter van het gedurende de afgeloopen vier-jarige periode gevoerde financieele beleid kenschetste",
toch is het ook weer waar, wat de Minister op de volgende bladzijde van het Staatsstuk schrijft :
„Niettemin is voor optimisme in dit opzicht geen plaats en wel, omdat de uitgavenkant van het budget nog slechts zeer weinig van de conjunctuurverbetering heeft geprofiteerd. Integendeel, op menig begrootingsonderdeel moest de raming der uitgaven niet onaanzienlijk worden verhoogd"
Ongetwijfeld staat de Regeer ing, wat de toestand van de schatkist betreft, nog voor een zeer moeilijke taak.
De gewone dienst sluit op een eindcijfer, dat ruim 25 millioen hooger is dan dat van 1937.
De uitgaven der Rijksbegrooting voor 1938 worden geraamd op ƒ 703.195.931, de middelen op ƒ 689.950.275, zoodat er een tekort valt aan te wijzen van ruim 13 millioen gulden.
Dit resultaat heeft de Regeering nog slechts kunnen bereiken — en daarin komt nog altijd de zorgelijke toestand van de Rijksfinanciën tot uiting — door handhaving van de verschillende maatregelen, die in den loop der laatste jaren zijn genomen ter vermindering van het tekort op de begrooting, doch waarmede geen reëele verbetering van den financieelen toestand is verkregen.
Tot deze maatregelen behooren o. m. het stopzetten van de uitkeering der annuïteit aan het Spoorwegpensioenfonds, het gedeeltelijk achterwege laten van de stortingen in de sociale verzorgingsfondsen, het overbrengen van verschillende uitgaven van den gewonen dienst naar den kapitaaldienst, enz. Deze posten beloopen tezamen een bedrag van ƒ 71.475.000, zoodat het werkelijk tekort op de begrooting voor het komende jaar is te stellen op ƒ84.720.656.
Deze toestand doet Minister de Wilde de verzuchting slaken, dat er nog een lange weg zal moeten worden afgelegd, vóór en aleer het reëel sluitende budget is bereikt.
De oorzaak daarvan ligt niet in het beleid, dat het vorig Kabinet heeft gevoerd, maar voor een overwegend gedeelte in den nieuwen factor, voortspruitende uit de noodzakelijkheid, dat meerdere gelden voor het defensie-apparaat moeten worden uitgegeven.
Met het bedrag, dat voor dit doel thans op de begrooting van 1938 is geraamd, ruim ƒ 25 millioen meer dan voor de loopende begrooting werd toegestaan, is het voor de de­fensie in dezen tijd benoodigde bedrag nog geenszins bereikt. Daarbij is nog geen rekening gehouden met de eischen, welke bij doorvoering van de plannen tot wijziging der Dienstplichtwet : uitbreiding van het contingent en verlenging van den eersten oefeningstijd en de daarmede en met het in gebruik stellen van nieuw materiaal samenhangende maatregelen, aan het budget zullen worden gesteld.
Zoo de zaken met betrekking tot den financieelen toestand der Rijksfinanciën staande, is de conclusie, welke de Minister van Financiën trekt, alleszins begrijpelijk, dat voorshands de mogelijkheid ontbreekt tot 't doen van allerlei uitgaven, die op zichzelf gewenscht of nuttig zouden zijn, zooals : verhooging van salarissen en loonen, verlaging van de leerlingenschaal bij het lager onderwijs, uitbreiding van de gelegenheid tot opneming in de ouderdomsverzorging en andere.
Wat de laatste maatregel betreft, is het jammer, dat daarvoor de uitgaven niet kunnen worden gedaan. Misschien dat het overleg tusschen Regeering en Staten-Generaal een weg ontsluit, waardoor de ouden van dagen alsnog geholpen kunnen worden.
Intusschen gaan wij geheel accoord met het standpunt der Regeering, dat bij de vaststelling van den financieelen koers, dien de Regeering in de naaste toekomst moet sturen, voor de volvoering van de taak, die zij zich heeft gesteld met betrekking tot het behoud van de volkskracht, budgetaire saneering onvermijdelijk
is.
Wij zijn het met dit inzicht der Regeer ing volkomen eens.
Vóór alles is noodig, dat de openbare financiën gezond zijn, dat er kome een reëel sluitend budget.
Dit is een zaak van de eerste orde.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's