De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

JOHN KNOX

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

JOHN KNOX

De Schotsche Reformator

11 minuten leestijd

Over de jeugd van Knox is niet veel bekend. In menig opzicht verkeert men in het onzekere. Zoo weet men niet met zekerheid, waar hij geboren werd, terwijl ook de datum niet te vinden is. Wel mag het jaar 1505 als dat zijner geboorte worden aangenomen. De spaarzame gegevens, die over Knox bestaan, geven ons aanstonds een blik in zijn persoonlijkheid. Want het is merkwaardig, dat Knox, die de geschiedenis van zijn tijd beschreven heeft, over eigen jeugd en bekeering niets zegt. Dat had anders kunnen zijn, doch dat het zoo is, eert zijn karakter. Met andere dienaren van Gods Kerk uit den tijd der Hervorming, had Knox bescheidenheid gemeen. „De eere Gods" was voor hem geen leuze, geen term zonder inhoud, maar een zaak van waarachtigheid.
Al was Knox' vader slechts een klein grondbezitter, toch liet hij zijn zoon studeeren aan de Latijnsche school te Haddington; daarna aan de Universiteit te Glasgow. Wanneer wij de opleiding met elders vergelijken, dan krijgt men niet den indruk, dat deze op hoog peil stond. Van een wetenschappelijke vorming mag dan ook hoegenaamd niet gesproken worden. Latijn was de eenige taal, die geleerd werd, wat noodzakelijk was met het oog op de liturgie in de Roomsche Kerk. Grieksch kende men destijds in Schotland bijna niet, en Hebreeuwsch in het geheel niet. Zoodoende heeft Knox eerst in later jaren de studie dier talen ter hand genomen. Vast staat, dat Knox op 45-jarigen leeftijd nog niet van het Hebreeuwsch op de hoogte was.
De meening, dat Knox reeds op jongen leeftijd colleges zou hebben gegeven, schijnt niet op degelijke gronden te berusten. Wel schijnt hij, na het ontvangen van de priesterwijding, het ambt van kapelaan te hebben bekleed.
Knox' bekeering moet dateeren uit ongeveer 1542, al mag veilig worden aangenomen, dat er reeds een aantal jaren waren vooralgegaan, waarin een strijd gestreden werd, oin te komen tot het welbewust kiezen voor de beginselen der Reformatie. Van belang is in dit opzicht Knox' omgang geweest met Georg Wishart, die het Evangelie alom in Schotland predikte, een vriend en leerling der Zwitsers was, en met Bullinger connecties had. Na openlijk positie te hebben gekozen voor de Hervorming, vergezelde Knox als een trouwe schildknaap zijn vriend Wishart, hem zelfs, als het noodig was, met het zwaard verdedigend.
Het is den lezer inmiddels wel duidelijk, dat Knox niet in absoluten zin als Reformator van Schotland mag worden beschouwd. Hij is niet de eerste geweest, die er de prediking van het Evangelie gebracht heeft. De reden, waarom hij toch zoo genoemd wordt, ligt ongetwijfeld in het feit, dat hij met bijzondere energie 't aangevangen reformatorische werk heeft voortgezet. Het dient erkend te worden, dat Knox in de Schotten het puriteinsch element heeft gebracht, al moet ook worden toegegeven, dat de volksaard er ontvankelijk voor was. Niettemin heeft Knox met zijn heiligen ijver en haat tegen geestelijke onwaarachtigheid een stempel gedrukt op zijn volk. Aan Gods wil en wet wilde Knox een ieder en alles in Kerk, Staat en Maatschappij onderwerpen. In dit opzicht was Knox onbuigzaam en wist van wankelen noch wijken. Bleken de omstandigheden van dien aard te zijn, dat zij een algemeene erkenning der Schriftuurlijke beginselen belemmerden, dan lag er volgens Knox voor eiken geloovige afzonderlijk een taak, desnoods met geweld die beginselen ingang te doen vinden. Krasse maatregelen verafschuwde hij niet.
Nadat op 1 Maart 1546 Wishart ter dood gebracht was, werd Knox door de aanhangers der Reformatie tot predikant te St. Andrews benoemd. Hij aarzelde niet, den Paus de antichrist te noemen, en het Roomsche geloof te kwalificeeren als afgodendienst. Met klem wijst Knox er op, dat het kerkelijk leven behoort georganiseerd te worden overeenkomstig de richtlijnen, die de Heilige Schrift aangeeft.
Reeds het volgend jaar werd er een eind gemaakt aan Knox' arbeid te St. Andrews. Dank zij de hulp, die de Roomschen van Fransche zijde hadden ontvangen, dolven de Hervormings-gezinden het onderspit. Knox werd geketend en op 'n Fransche galei gezet. Toch vond hij in deze netelige positie nog gelegenheid, „een gezant in een keten" te zijn. Te midden van de hevige kwellingen dacht Knox er niet aan, toe te geven aan den eisch van loochening zijner geloofsopvattingen. Integendeel zag hij kans, een soort geloofsbelijdenis op te stellen, die de hoofdzaken bevatte van hetgeen hij in St. Andrews gepreekt had, en die naar zijn herderlooze gemeente te zenden, waar zijn woord met zeer groote blijdschap werd ontvangen.
Waarschijnlijk door toedoen van Eduard VI, koning van Engeland, werd Knox in Febr. 1549 in vrijheid gesteld, terwijl hij tevens door de Engelsche regeering in dienst genomen werd ter bevordering van de zaak des Evangelies. Verschillende gemeenten diende hij als predikant. In Berwick, waar hij ook het ambt bekleed heeft, vond hij zijn latere vrouw, de dochter van een officier van hoogen rang.
Verschillende hervormingen voerde Knox hier in het kerkelijk leven in. Het Heilig. Avondmaal, dat tot nog toe in Engeland knielend gebruikt was, werd voortaan staande gehouden. Deze kwestie is aanleiding geweest tot veel strijd. Tenslotte heeft Knox er genoegen mee genomen, dat men knielde, om God te danken voor de door Hem geschonken weldaden, zoodat er in dit gebruik niets overbleef dat heenwees naar een zekere vereering van het brood en water zelf, als zou dit een werkelijke tegenwoordigheid van Christus in Vleesch en bloed uitdrukken.
Toen op 6 Juli 1553 Eduard VI stierf, en de Roomsche Maria aan de regeering kwam, en alzoo duidelijk kwam vast te staan dat de Hervorming van haar niets dan tegenwerking te verwachten had, vertrok Knox naar Geneve, waar hij zich verheugen mocht in den omgang met Calvijn. Hier ook leerde hij Hebreeuwsch en werd dieper ingeleid in de echt reformatorische beginselen. Later heeft Knox zelf een geschrift gepubliceerd over de leer der praedestinatie.
De maatregelen van „de bloedige Maria" noopten vele Engèlschen het land te verlaten. Overal werden z.g.n. vluchtelingen-gemeenten gesticht, zoo te Zurich, Bazel, Geneve, Emden, Straatsburg, Duisburg, Frankfort a/M., e. a. Vooral te Frankfort vormde zich een groote gemeente, en het was deze, die Knox beriep. Na eenigen tijd aldaar werkzaam te zijn geweest en zich met diverse kwesties te hebben bezig gehouden, ging hij in Maart 1555 weer naar Geneve terug, aangezien de ontstane conflicten, waarover wij in dit bestek niet uitvoerig handelen kunnen, hem daartoe aanleiding gaven. Volstaan wij met de opmerking, dat het conflict tusschen de puriteinsche visie en de Anglicaansche Kerkopvatting, dat later in Engeland zou worden bestendigd, hier voor de eerste maal uitbrak.
Inmiddels waren de toestanden voor de Hervorming in Schotland weer iets gunstiger geworden, wat voor Knox aanleiding was, naar zijn geboortegrond terug te keeren. Dit geschiedde in den herfst van het jaar 1555. Hij trad thans met reeds genoemde dame in het huwelijk en ging met haar naar Edinburg. De mis werd afgeschaft en het Avondmaal op Evangelische wijze bediend. Nog eenmaal diende Knox de gemeente van Geneve. Met de Kerk in Schotland onderhield hij echter een levendig contact. In 1559 vertrok Knox weer uit Geneve, wegens zijn verdiensten vereerd met het burgerschap dier stad. Zijn vrouw en kinderen liet hij onder de hoede van Calvijn achter, totdat hij er van overtuigd zou zijn, dat hij haar zonder gevaar kon laten overkomen. Toen Knox thans weer in zijn vaderland den toestand bezag, moest hij constateeren, dat de zaak der Hervorming er zeer droevig bij stond. Er waren maar twee mogelijkheden : de strijd opgeven, of opnieuw met leeuwenmoed hem aanbinden. Knox koos het laatste. Dat het een heftige worsteling zou worden, daarvan was Knox overtuigd. De wetenschap, dat Gods genade in Jezus Christus met hem was, stelde hem tot veel in staat en ondersteunde hem in de zwarigheden, die hij wist tegen te gaan.
Vele belangrijke momenten zouden over Knox' optreden te memoreeren zijn. Over het algemeen kan gezegd worden, dat hij zonder aanzien des persoons den weg ging, dien hij om Gods wil meende te moeten gaan. Het was hem om het even, of de koningin hem bedreigde, dan wel of zij hem door vleierijen zocht in te palmen, wat ook wel eens gebeurd is. Van vorstin en volk eischte Knox onvoorwaardelijke gehoorzaamheid aan Gods geboden. Een beroep van de koningin op eigen geweten, wees Knox van de hand, wijl volgens hem een volk verantwoordelijk is voor een vorst(in), die Gods geboden met voeten treedt. Er mocht dus niets worden toegegeven of getolereerd. Ook het lichtzinnige leven aan het hof was een gruwel in Knox' oogen. Met scherpte wees hij allen, die zich in eenig opzicht onzedelijk gedroegen, op hun groote zonde. De koningin verschoonde hij niet, niet aarzelend, haar een verharde vrouw te noemen, terwijl zijn oordeel over haar in een na zijn dood verschenen boek nog onomwondener is, als hij bidt : Heere, verlos ons van ae tyrannie dezer hoer.
Te midden zijner apologetische werkzaamheden, vergat Knox het positieve gedeelte zijner taak niet. Zoo legde hij zich met kracht toe op het organiseeren der Kerk in het algemeen en de gemeenten in het bijzonder. In de prediking zag Knox een voortreffelijk middel om de Kerk te bouwen in het allerheiligst geloof. Zondags preekte Knox tweemaal, in de week driemaal per dag. Wanneer Knox met preeken begon, was zijn betoogtrant rustig ; daarna werd hij heftig.
Onwillekeurig denkt men bij het bestudeeren van Knox' leven, dat hij, krachtige per­soonlijkheid als hij was, ook lichamelijk sterk en flink geweest is. Het tegendeel is echter waar. Hij was klein van statuur en zwak.
In 1560 stierf Knox' vrouw, doch vier jaar later hertrouwde hij.
De laatste zeven jaar zijns levens zijn niet de minst bewogene. Zoo werk Knox er van beschuldigd mede te hebben gewerkt aan de vermoording van Darnley, een neef van Maria Stuart, met wien zij in 1565 in het huwelijk was getreden en die ook Roomsch was. Men heeft deze aanklacht echter niet kunnen be­wijzen.
De definitieve overwinning der Reformatie kwam, nadat Maria afstand van den troon had moeten doen, en Murray regent werd, wijl de koning, Jacob VI, nog wel wat jong was voor het aanvaarden der regeering Hij telde nog slechts één jaar ! Van nu af werd de Hervorming officieel ingevoerd. Toch mocht Knox zich niet" verheugen in de rust, die na de verworven zege zijn deel zou hebben kunnen zijn. Zoo had de vraag, of de waardigheid van bisschop al of niet zou voort bestaan, veel voeten in de aarde. Ook de moord op Murray bezorgde Knox veel droef­heid.
En meer zou nog te noemen zijn. Zijn laatste dagen bracht Knox in Edinburg door. Toen aldaar het gerucht van den Bartholomeüsnacht tot hem doordrong, uitte hij aan het adres van den Franschen koning zulk een banvloek, dat diens gezant op staanden voet Schotland verliet. Toen Knox zijn dood voelde naderen, benoemde hij zelf zijn opvolger en leidde hem nog tot zijn dienstwerk in. In zijn laatste dagen en uren riep Knox God tot getuige aan, dat hij nimmer over personen geoordeeld, maar alleen over zonden getoornd had. Op 24 Nov. 1572 overleed hij in de zekerheid zijner zalige opstanding. Aan zijn groeve werden o.m. deze woorden gesproken : Hier ligt hij, die nooit het aangezicht van een mensch heeft gevreesd.
Bij alle waardeering, die er bij ons natuurlijk voor een beginsélvast man, als Knox was, is, moet wederom, evenals bij Farel, de opmerking gevoegd worden, dat hij zich in zijn liefde voor de beginselen, die naar den Woorde Gods zijn, weleens te veel heeft laten gaan. Wij kunnen het rigoristisch optreden van sommige Reformatoren verstaan en begrijpen, vooral wanneer wij letten op den tijd en de omstandigheden, waarin zij leefden. Maar laten wij niet meenen, dat wij hun voetspoor drukken moeten, als duidelijk aanwijsbaar is, dat zij te onverdraagzaam en te wild zijn opgetreden. Niemand minder dan Calvijn heeft Knox getracht te remmen, toen deze zag, dat zijn vriend te ver ging. Hij heeft hem matiging aanbevolen, toen hij constateerde, dat Knox' handelwijze de zaak des Evangelies zou kunnen schaden. Het is van belang, hiervan ernstig nota te nemen. En wie onzer zou een woord van Calvijn niet ter harte willen nemen ?
Eenige literatuur :
Refor­ Friedrich Brandes, John Knox, Der mator Schottlands, Blberfeld 1862.
Julius Köstlin, John Knox, P. R. E. 3e Aufl. Bnd. X, Leipzig 1901, S. 602—609.
D.

d. Z.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 1937

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

JOHN KNOX

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 1937

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's