De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

„BIJ U SCHUIL IK"

5 minuten leestijd

Psalm 143 vers 9b.

„BIJ U SCHUIL IK"
Niet overbodig mag de vraag wezen, wie deze zalige overgave mag kennen. Immers te midden van de moeiten des levens laten velen eene andere taal hooren. Nimmer kan dit wezen de erkenning van het natuurlijk hart. Zoolang een mensch God niet kent, zooals Hij in Zijn Woord Zich heeft geopenbaard; zich niet bewust is, dat Hij de Schepper en Onderhouder is aller dingen ; niet als een zondaar tot Jezus Christus is gekomen, zal nooit uit het hart de zalige erkenning worden vernomen : „bij U schuil ik".
David mocht zulks door Gods genade erkennen. Echter niet de heidenen, welke zich voor de stomme afgoden neerbogen. Ook niet zoo talloos vele lichtzinnige Isralieten, welke den Heere en Baal begeerden te dienen. Allen, die ver van God het leven doorgaan, de wereld dienen, kennen slechts den volzaligen God bij name. Zij kennen zich zelve niet en rijn rijk en verrijkt in zich zelve. Dit is de reden, dat zij alle troost ontberen, alle vertrouwen op den Heere missen.
Wie mogen dan deze heerlijke geloofstaal doen hooren ? Zij, aan wie alle hulp in zich zelve uit de handen is geslagen, die alle eigen vluchtplaatsen in vlammen zagen opgaan en nergens hulp en heil meer van verwachten, dan te vluchten tot den Heere alleen. Eene bloote christelijke opvoeding, een uiterlijk godsdienstig leven schenkt alsdan geen bevrediging. Arm en hulpeloos in zich zelve, vindt zij in den Heere door het geloof rust en vrede.
Nog eens : wie is de taal van David uit het hart gegrepen ? Hij, aan wien God de Heere Zich heeft geopenbaard, zoodat hij neerzonk in de armen van den Wachter Israels. Zoolang de mensch zelf de kloof tusschen hem en den Heere tracht te overbruggen, blijft er onrust en vrees in het hart. Wanneer de Heere door Zijn Woord en Geest echter betuigt: „Ik ben uw Heil", dan zegt de ziel een amen op onzen tekst. Geen vrucht is zulks van het verstand, geen opwelling van het oogenblik, maar het werk Gods, vrucht van Zijn voorkomende, uitreddende en achtervolgende genade.
Wat is de beteekenis der erkenning: „bij U schuil ik ? "
David is daarvan een beeld. In al zijn nood vlucht hij tot den Heere en in dat vluchten is de Heere voor hem eene schuilplaats. Elders spreekt hij van den Heere als zijn hoog vertrek, zijn rots, zijn burcht. Waar is ook voor ons de eenige toevlucht in al onze nooden ?
Bij den Heere alleen. Echter zal er dan een oprecht bewustzijn van zonde en schuld moeten zijn. David was er zich ten diepste van bewust. Alles had hij verbeurd en verzondigd. „Ga niet in het gericht met uwen knecht", is de klacht zijner ziel. Nochtans mag hij zich met alles aan den Heere toevertrouwen. Zoó zwaar kan dan ook niet de weg zijn of donker het pad, het ongeloof der ziel benauwen, het hart op allerlei wijze gefolterd, of Gods kind mag schuilgaan bij den Heere. ledere schrede maakt het hart kalmer in de geloofsovergave aan den Heere. In Jezus Christus is de ziel veilig schuilgaand en volkomen geborgen. „Vreest niet, gij klein kuddeke, het is uws Vaders welbehagen u het Koninkrijk te geven", zegt de Heere Jezus Christus tot de Zijnen. Dan kunt gij gerust alles aan den Heere overgeven. Te midden van alle druk, te midden van alle gemis, blijft de Heere eene toevlucht. Geen vrees behoeft u aan te grijpen. Alle gerechtigheid ligt in den Heere alleen. Wanneer alle eigen plannen worden verijdeld, de druk alle hoop beneemt, fluistert de Heere het de Zijnen toe : „gij verdrukte, door onweder voortgedrevene, ongetrooste. Ik zal uwe steenen gansch sierlijk leggen en Ik zal u op saffieren grondvesten". Vooraf moet echter gaan een bukken voor den Heere, eene belijdenis van zonde en schuld. Alsdan wordt het vluchten gevonden naar den Heere alleen, een kinderlijk volgen geboren en als een arm zondaar vindt men eene veilige schuilplaats in de gerechtigheid van den Heere Jezus Christus. Deze schuilplaats heeft David voor oogen en mag hij zeggen : „bij U schuil ik". Als een hert, hetwelk dorst naar de waterstroomen, dorst alsdan de ziel naar den levenden God. Kan zulks de taal der wereld zijn ? Neen; want alsdan moet de Heere den zondaar geleerd hebben, wat hij mist. Zoolang wij God niet kwijt zijn, zullen wij nimmer Hem zoeken en onder Zijne vleugelen beschutting zoeken. Eerst hebben wij als David te leeren verstaan, wat de Heere zegt van 'smenschen ellende, opdat alles van onze zijde ons ontnomen worde. Dan ervaren wij, dat er geen waarachtige troost, geen veilige schuilplaats, geen sterkte is, dan bij den Heere Jezus Christus. „Die in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, die zal vernachten in de schaduw des Almachtigen".
Waar zoekt de mensch geen schuilplaats zonder ooit bevrediging te vinden ? Eene schuilplaats moet gekend in leven en in sterven. Anders zal eenmaal lichaam en ziel ter helle nederdalen.
Jezus alleen moet uw eenige toevlucht zijn. In Zijne doorstoken zijde is alleen eene veilige schuilplaats. De Wet spreekt den vloek over u uit, met u zelven komt gij bedrogen uit. Christus alleen verlost van den vloek der Wet. Geene verdoemenis is er voor degenen, die in Jezus Christus zijn. In Hem worden allen genood, die . vermoeid en belast zijn, en schenkt Hij hun rust. Leer dan door den Heiligen Geest bij den Heere schuil te gaan, alvorens het te laat is. Zalig toch is het in Jezus Christus den eenigen troost in leven en in sterven te kennen. Hij heeft de Zijnen verkoren en onder Jezus' vleugelen is er eene zalige toevlucht. Ondanks alles, mogen zij hoopvol de toekomst ingaan, in het geloof ziende op Hem, Wien is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Met dit blij vooruitzicht in het hart mogen zij blijmoedig voortgaan, in de zalige belijdenis :
Want deze God is onze God; Hij is ons deel, ons zalig lot. Door tijd noch eeuwigheid te scheiden. Ter dood toe zal Hij ons geleiden.
(Psalm 48 vers 6).
Nijkerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's