De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MANKE MURK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MANKE MURK

EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN

5 minuten leestijd

Met toestemming uitgever J. H. Kok te Kampen)
En Gelske bleef ook niet achter. Zij had de laatste weken al zooveel moeten ontberen, dat nu een schadevergoeding in den vorm. van een gezelligen boeldag haar wel toekwam, en 't sprak vanzelf dat zij dan niet enkel kwam om te kijken. Bovendien waren het alle goederen, die aan den dominé behoord hadden en nu was het toch heel handig, om een aandenken van hem te hebben. Wel was zij nooit veel bij hem in de kerk geweest, maar zij hadden toch altijd goed met elkaar overweg gekund, en 't was niet te zeggen, wie zijn opvolger werd.
Toen in den laten middag 't laatste stuk onder den hamer was doorgegaan en het publiek aftrok, zag het in en om de pastorie er uit, zooals het bij menschenheugenis nog nimmer was geweest. Al de vertrekken waren leeg en verlaten. Geen gordijnen meer voor de ramen en geen tapijten meer op de vloeren en geen meubels meer in de kamers. Elke voetstap klonk hol en er heerschte een diepe stilte boven en onder en overal. Alleen op 't kamertje van Betje stonden nog een paar koffers, die al haar hebben en houden bevatten en waarmede zij straks het huls verlaten zou, waarin zij zoovele jaren had gewoond en gewerkt en geborgd. Nog eenmaal moest zij heel de pastorie door, waar ieder vertrek tot haar sprak, doch tevens een nooit gekend gevoel van heimwee haar overviel. Dat was de woning niet meer, waar zij zoovele genoeglijke tijden met den dominé had doorgebracht, 't Leek meer een herberg, waar elk had kunnen in-en uitloopen en ten slotte elk deed wat hij wilde. Hoe ruw waren die mooie meulbeltjes, waar zij zoolang op had gewreven, aangegrepen en beduimeld. Had zij met eigen oogen niet gezien, dat Pierikje Tuttel op de sofa had staan dansen, er blijkbaar schik in hebbende, dat deze zoo beefde, door de springveer ? En had Japie van der Meer niet zijn groezelige handen niet in de studieboeken van den dominé zitten bladeren, alsof hij daar opeens verstand van gekregen had, nu hij, evenals manke Murk, naar men zei, bij die heilsoldaten behoorde ? Dat moest dominé eens beleefd hebben ! Het was Betje dan ook niet kwalijk te nemen, dat de waterlanders kwamen en zij, gansch in haar eentje, eens heel flink en lang moest uitschreien, toen zij zoo voor het laatst kamer, uit kamer in liep, waar zoovele herinneringen hingen aan vervlogen dagen.
En dan die tuin. Wat zag hij er gehavend uit. Kon dat dezelfde tuin zijn, waar dominé altijd zoo keurig netjes op was geweest. Het gras vertrapt, de heesters gekneusd, de paden omgewoeld, hier en daar door de bloemperken geloopen, zoodat de planten haar kroontjes en bloemkelken treurig lieten hangen. — Betje had er zelf wel bij kunnen gaan zitten treuren. Was dit nu eerbied en hulde aan de nagedachtenis van den dominé ? O, wat had hij het juist gezien en daarom, verstandig gedaan met absoluut alle uitwendige vertooning bij zijn begrafenis te verbieden. Nu kwam het uit, hoeveel van dat alles werd gemeend en hoe weinig gevoel het publiek .bezat.
Zij moest ook nog eens maar de plek, waar zij den dominé gevonden had. Ja juist, daar lag hij, midden in de tulpen en hyacinten, en met het hoofd in den rand van 't „vergeet mij niet". Vergeten ? Neen, dat zou zij vast niet. Nooit, al werd zij zoo Oud als die man, waar de Bijbel van sprak, — de naam was haar ontgaan, maar die heel oud werd. Wacht, zij zou ook van deze bloemen een blijvende herinnering meenemen. Achter het zomerhuis, waarheen gewoonlijk het onkruid werd gebracht, om later voor mest te dienen en die stokken voor de snijboonen opgehoopt lagen, werden ook de bloempotten voor de stekelhagen bewaard. Zij zou daar éen van weg nemen en dezen vullen ; met „vergeet mij niet" van dezelfde plek, waar de dominé den langen slaap was ingegaan, om nooit meer te ontwaken. Die zou zij meenemen naar Gelderland, waar zij thuis hoorde en haar familie woonide, en met vele andere dierbare herinneringen in haar nieuwe woning een plaats geven, om daar door haar bewaard te worden zoo lang haar zulks mogelijk zou zijn.
Daarop wierp zij nog een laatsten blik in het rond ; dan naar den gehavenden moestuin, waar de „lieve nicht'" schier alles wat eetbaar was had uitgegraven, om mee te nemen, opdat een ander maar niets zou hebben, juist het tegenbeeld van den dominé, die altijd 't allerlaatste aan zichzelf dacht. Haar oog bleef hangen aan den grooten kastanje, waarbij de dominé zoo graag mocht zitten studeeren, omdat het onder deze breede bladerkroon zoo heerlijk koel kon zijn, wanneer 't binnenshuis wegens de hitte ondragelijk werd. Naar den appelhof keek zij, ook al voor een deel leeggeplunderd, hoewel de vruchten nog lang niet rijp waren; en de bessen struiken en de frambozen, waar nog slechts een enkele vergeten vrucht aan de dorrende takken hing. Leek het niet, alsof de heele hof treurde om het heengaan van den voormaligen bezitter, tengevolge waarvan deze verwoesting had plaats gevonden ?
En daar, geheel verborgen onder de kamperfoelie en wilde wingerd, lag de koepel, het toevluchtsoord voor den dominé, als hij geheel alleen wilde zijn en door niemand wenschte lastig gevallen te worden. Daar zat hij dan te mijmeren over de ontmoetingen, die hij had gehad of over de preeken, die hij maken moest, of over andere dingen, die Betje niet wist, die niemand wist, maar die hem soms zoo stil en teruggetrokken konden maken, óók wel eens zoo bedroefd. Neen, aan geen mensch In heel de gemeente, uitgezonderd mlsschien de meester, was 't ooit bekend! geworden, wat de dominé om harentwil geheel alleen heeft doorgemaakt en hoe hij hier over de belangen van zijn kudde heeft zitten tobben.
(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 november 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

MANKE MURK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 november 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's