STAAT EN MAATSCHAPPIJ
DE ZONDAGSWET
Er is haast geen onderwerp te noemen, dat zooveel moeilijkheden met zich brengt en dat zich door de Overheid zoo moeilijk laat regelen als dat van de Zondagsrust.
Een terugkeer naar den Joodschen Sabbath met het strenge verbod van het verrichten van allen arbeid op Zondag wil niemand.
Evenmin heeft de rigoureuze Sabbathsviering, waarvoor de Puriteinen in Engeland in de 17e eeuw ijverden, hare voorstanders.
Doch ook wordt aan de andere zijde het standpunt van de groote reformatoren Luther en Zwingli, die de rustdag na zesdaagschen arbeid niet voldoende zagen als ordinantie Gods, weer door degenen, die de Sabbath als Scheppingsordinantie aanvaarden, niet gedeeld.
Bijzonder in onzen tijd komen ten aanzien van het Zondagsvraagstuk twee stroomingen met elkander in botsing ; eenerzijds de drang van hen, die de Zondag willen gebruiken voor ontspanning en vermaak en anderzijds de begeerte van degenen, die de Christelijke levensopvatting zijn toegedaan, om de beroepsarbeid op Zondag te staken en de rust op Zondag te doen dienen als middel om tot Zondagsheiliging te komen.
In dien strijd heeft de Overheid partij te kiezen. Haar keuze kan echter nooit een andere zijn, dan dat zij kiest voor het zooveel mogelijk bevorderen van rust op Zondag, waarbij dan alle belemmeringen voor een rechte Zondagsheiliging worden uit den weg geruimd.
Dit standpunt nu van de Overheid vraagt regeling bij de Wet.
Doch als de Overheid dit wil doen, komen de moeilijkheden.
De een vraagt een regeling waarbij de geheele Zondag beschikbaar komt voor de sport : voetbal, athletiek, zwemmen enz., de ander zou die vrijheid tot de middaguren willen bepaald zien, wanneer n.l. de ochtend-, godsdienstoefeningen zijn geëindigd en weer een ander zou de gemeentebesturen de bevoegdheid willen geven om naar plaatselijke omstandigheden te handelen.
Zoo is de regeling van de Zondagsrust niet zoo heel eenvoudig, te meer niet bij een bevolking als bij ons, waar de levensopvattingen zoo geheel uit elkander loopen. Bovendien zou het zeer de vraag zijn, of in de Staten-Generaal een wet, waarbij met de rustdagordinantie werd gerekend, een meerderheid zou vinden.
Daarom deed de Regeering goed, zich niet aan een nieuwe Zondagswetgeving te wagen, maar te verwijzen naar de bestaande Zondagswet en daarbij te verklaren, dat wetten, die gelden, gehandhaafd moeten worden ; zij mogen geen dood recht zijn, zoo ook de Zondagswet.
Dat de bestaande Zondagswet nog wel degelijk een krachtig instrument is ter bereiking van de begeerde Zondagsrust, kan blijken uit de wet zelve, die wij hieronder voor een gedeelte laten volgen.
Art. 1. Dat op Zondagen en op zoodanige godsdienstige feestdagen, als door de kerkgenootschappen van den christelijken godsdienst dezer landen algemeen erkend en gevierd worden, niet alleen geene beroepsbezigheden zullen mogen verricht worden, welke den godsdienst zouden kunnen storen, maar dat in het algemeen geene openbare arbeid zal mogen plaats hebben, dan ingeval van noodzakelijkheid, als wanneer de plaatselijke regeering daartoe schriftelijke toestemming zal geven.
2. Dat op deze dagen, met uitzondering van geringe eetwaren geene koopwaren hoegenaamd op markten, straten of openbare plaatsen, zullen mogen worden uitgestald of verkocht, en dat kooplieden en winkeliers hunne waren niet zullen mogen uitstallen noch met opene deuren verkoopen.
3. Dat gedurende den tijd, voor de openbare godsdienstoefeningen bestemd, de deuren der herbergen en andere plaatsen, alwaar drank verkocht wordt, voor zooverre dezelve binnen den besloten kring der gebouwen liggende zijn, zullen gesloten zijn, en dat ook, gedurende dienzelfden tijd, geenerhande spelen, hetzij kolven, balslaan of dergelijke mogen plaats hebben.
4. Dat geene openbare vermakelijkheden, zooals schouwburgen, publieke danspartijen, concerten en harddraverijen op de Zondagen en algemeene feestdagen zullen gedoogd worden ; zullende het aan de plaatselijke besturen worden vrijgelaten hieromtrent eene uitzondering toe te staan, mits niet dan na het volkomen eindigen van alle godsdienstoefeningen.
Wanneer deze artikelen van de Zondagswet voortaan zullen worden gehandhaafd, zal de rust op Zondag belangrijk worden bevorderd.
EEN PAUSELIJK OORDEEL
In aansluiting aan hetgeen wij hierboven over de Zondagsrust schreven, laten wij hieronder volgen een correspondentie uit Rome, dat wij in een blad van twee jaren geleden aantroffen en waarin de paus zijn standpunt over de beteekenis van Zondag als rustdag aangeeft.
De correspondentie luidt :
Uit Rome meldt 28 dezer het A.N.P. Met het oog op de herdenking van den opmarsch naar Rome, die vandaag gevierd werd, werden gisteren de Italiaansche winkels en kantoren open gehouden, terwijl vandaag alles gesloten werd.
Paus Pius XI heeft hierin aanleiding gevonden in een redevoering krachtig het handhaven van de heiligheid van den Zondag te bepleiten. De rede van den paus werd door de bestuursleden van de R. K. Actie aangehoord.
De paus gaf allereerst uiting aan zijn groote voldoening over het feit, dat juist de roomsch-katholieke actie er zich veel aan gelegen liet liggen den Zondag als rustdag voor het gezin te houden. Woordelijk zeide hij vervolgens : „Het is opmerkelijk, maar nog niet voldoende bekend, dat de ontwijding van den rustdag in de Heilige Schrift beschouwd wordt als groote misdaad. Wie den rustdag ontheiligde moest beschouwd worden als godloochenaar en heimelijk atheïst. In onze tijden wordt deze verloochening van den Zondag volkomen openlijk bedreven en wordt derhalve tot openbaar atheïsme, aangezien zij God verloochent en een Hem gewijden dag poogt af te schaffen. De ontwijding van den Zondag is derhalve een der zonden, die den toorn Gods met zich meesleept."
De paus richtte ten slotte tot de aanwezigen de vermanende oproeping deze opvattingen onder de arbeidende klassen te verspreiden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 november 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 november 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's