De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

9 minuten leestijd

Weet ge, wat ik voor een tijd eens gelezen heb en wat me bizonder trof ? Ik zal het u zeggen.
Daar was een moeder, die krank was eu wier toestand met den dag erger werd. Zij begeerde, alvorens heen te gaan, haar dochter nog eenmaal te zien en te spreken.
Nu deed zich evenwel geen kleine moeilijkheid voor. Niemand wist, waar deze in het buitenland toefde. Weet ge, wat toen gedaan werd ? Een dier wonderlijkste vindingen van onzen tijd werd te baat genomen, 't Werd op den omroeper geplaatst. Al de landen van ons werelddeel schier gaven het bericht door. En, wonder boven wonder, de dochter wordt gevonden. Deze hoort de tijding : mijn moeder wacht.
Dit gebeuren wordt door ons als een beeld gebruikt van den gang van het Evangelie over deze wereld. Deze jonge dochter hoorde in een taal, die zij verstond, zich bij name roepen.
Is zoo niet de gang van het Woord des Heeren ? Wie het Evangelie beluistert, maar die taal is hem vreemd, wat voor uitwerking zou dit hebben ?
Ge zegt met me : „niet met al". Het moet correspondeeren. Oor en hart tezaam worden getroffen.
'k Wil nog één stap verder gaan.
Ge hoort in uw eigen taal den omroeper, maar gij zijt niets kwijt. Ge hebt naar uw gedachte alles wat uw hart begeert. Zal dan die omroep u treffen ?
Ge zegt al wederom : het laat mij onbewogen, 't Moet correspondeeren. Wat hij roept, moet uw toestand weergeven. Dat kind was haar moeder kwijt. Toen die stem doortrilde tot haar oor, was haar hart ééne beroering. Moeder wacht op mij.
Als de stem des hemels een zondaarshart treft en de sprake des Allerhoogsten trilt daar in door, bloot leggende alle nood — wat wordt 't dan iets wonderlijks, te beluisteren: „Komt tot Mij, vermoeide en beladene. Ik wacht op u". Die wonderlijke trekking, die van dat Liefdewezen uitgaat. De zwakste zuchten van het liefdehart zijn sterker koorden dan de krachtigste hand hier ooit formeerde. Op adelaarswieken wordt de wensch in vervulling gebracht : Gij wacht mij — Ik zoek u. U te aanschouwen is mijn liefste wensch. Uw liefde in te ademen is de bede mijner ziel.
Zoo zijn nu de gangen van het Evangelie, gedragen op de vleugelen van den H. Geest.
Geve de Heere, dat Zijn Woord deze loop moge volbrengen ook in deze dagen. Daartoe zegene Hij ook ons werk, hoe zwak het ook zijn moge en hoe gebrekkig op zichzelve. Geen andere bedoeling zit daarin voor, dan dat 's Heeren Woord zijn loop hebbe.
We laten thans ons overzicht volgen. 1. De eerste gift kwam deze keer van onzen vriend N.N. te Meppel. Hoe vaak deze onbekende vriend mij al heeft verrast met een girobiljet van 10 gld., zou ik kunnen nagaan. Zeker al heel wat keeren ƒ 10 'k Zeg hem ook nu zeer hartelijk dank.
2. Aan het inzamelen van de contributiegelden wordt in den laatsten tijd nog al vrij druk gewerkt. Dit verblijdt mij ten zeerste, want de maand glijdt deze week al weer over de helft. Zou ik de vrienden, die zich met de inzameling hebben belast, mogen verzoeken eenige spoed te betrachten, want wij zijn er nog niet.
Vanuit Veenendaal ontving ik oudergewoonte door den heer Middelhoven de contributies. Deze bedroegen 51
Mag ik hem vriendelijk dank zeggen voor de moeite, welke hij zich ook nu hiervoor wilde getroosten.
3. Hierop volgde een kleinere post, n.l. vanuit Nieuw-Lekkerland werden mij eveneens de contributies toegezonden, zijnde „13
Ook in dezen zeg ik de vrienden aldaar hartelijk dank.
4. De Penningmeester van de afd. Den Haag droeg mij af, na aftrek van wat voor de Afdeeling zelve was bestemd, de som van „78
Voor de medewerking in dezen betuig ik mijn erkentelijkheid en zeg de Haagsche vrienden, inzonderheid den Penningmeester, mijn welgemeenden dank.
5. Thans volgen een paar busjes uit eigen gemeente. Bij een tweetal families, die al jaren mij op deze wijze haar steun bieden, werden busjes geplaatst, die me telkens weer verrassende resultaten laten zien. De fam. D. droeg dit keer bij niet minder dan 9
Op zooveel had ik niet durven rekenen. Het overtrof verre mijn verwachting.
6. Was 't eerste resultaat prachtig, wat er op volgde, klom er nog boven uit. Bij de fam. S. staat ook een busje. In den regel krijg ik een waarschuwing van een der kinderen, die de vraag stellen : „Dominé, wanneer komt u 't busje weer eens leeg maken ? Het is haast vol. Straks kan er niets meer bij". Dan wordt het uur afgesproken, en natuurlijk kom ik dan op tijd. De kleinen spitsen zich er op om niets te missen van wat er dan staat te gebeuren. Als het slotje wordt omgedraaid en de inhoud wordt op tafel uitgestrooid, dan moest ge eens zien, welk een kostelijk moment dit is voor allen. Zij mogen allen meetellen. De een zoekt de dubbeltjes bij elkaar, de ander zorgt voor 't kopergeld, en wanneer er grootere stukken zich tusschen bevinden, daarvoor is de grootere aangewezen. Als alles ordelijk in rijtjes is opgesteld, zoo wordt de eindsom bepaald. Tot nu was het altijd zoowat om en bij de 10 gulden, de laatste keer nog iets meer, doch nu was 't ver de vorige te boven gaand. Meer dan het dubbele, n.l , 20
Niet enkel stemde dit niet onbeduidende bedrag mij tot grooten dank, doch inzonderheid dit schitterend blijk van meeleven in onzen arbeid. Wij waren kinderlijk blij en zeggen God« dank, dat wij nog zulke vrienden hebben.
7. Vanuit Monnikendam werd met een begeleidend schrijven, waarin groote waardeering werd uitgesproken voor wat wij voor de verbreiding der Waarheid doen, een rijksdaalder mij toegezonden 2
De Heere zegene het Woord rijkelijk. De zending geschiedde onder letter J. K.
8. De heer J. Bot te Feijenoord leeft met ons werk nog altijd krachtig mee. Waar hij iets kan doen voor onze fondsen, daar is hij altijd slagvaardig. Wist hij voor een paar weken een der vrienden een genoegen te doen, door hem enkele exemplaren van De Waarheidsvriend te verschaffen, waarvoor hij ƒ 4.50 aan mij afdroeg, deze week mocht hij het nog eens doen. Zoo kreeg ik voor de tweede maal dit bedrag „ 4 te vermelden.
't Is prachtig. Mijn warmen dank voor zooveel activiteit. Over zilverpapier schrijf ik nog wel later.
9. Zoo tusschenbeiden komen zich nogal eens posten melden, die mij bizonder aangenaam zijn, omdat daaruit meer blijkt dan enkel het materieele. Daarin treedt dank en erkentelijkheid naar voren. Ik kreeg dezer dagen n.l. van een oud-alumnus een briefje van 60 gulden „-6O.—
Daarmee was ik ten zeerste verblijd. Dit doet zoo echt goed. Wellicht wekt dit voorbeeld ook nog eens anderen op.
10. Nu komt nog een post vanuit De Bilt. De Penningmeester, A. Radix stelde mij 26 gld. ter hand, zijnde het bedrag der contributies , 26.— 't Deed mij echt goed, nu eens een onzer oude vrienden te ontmoeten. Hij wil onze dank wel aan onze Biltsche vrienden overbrengen.
11. Utrecht bleef deze keer bij geen der andere gemeenten achter. Nog tot twee reizen toe werd ik aan den arm getrokken. Eerst kwam mej. V. mij de inhoud van haar busje afdragen. Reeds enkele jaren deed zij dit, doch thans had dit feit voor mij dubbele waarde. Vóór eenigen tijd bedreigde een ernstige ziekte haar leven. De Heere wilde haar weer oprichten, zoodat zij wat zij tot nu had verzorgd, weer op zich kon nemen. Zij droeg mij ditmaal af 8.20
Mijn oprechten dank.
12. Wat er op volgde, was een gift, mij ter hand gesteld door een mijner oudste vriendinnen. Zij geniet veel uit de hand van haren Heere en Heiland. Telkens heeft zij iets om mee te deelen. Zoo ook thans droeg zij mij af voor het komende jaar de abonnementsgeld voor De Waarheidsvriend..., , 4.— Mag ik ook op deze wijze haar mijn dank betuigen ?
13. Dezer dagen komt 't nog al eens voor dat intree en afscheid wordt gepredikt. Zoo zond ds. Langhout mij bij zijn afscheid uit Den Bommel een collecte, aldaar bij deze gelegenheid gehouden. Deze bedroeg „19.40
Waarvoor ik hem en den Kerkeraad van Den Bommel recht hartelijk dank zeg.
14. Een zeer belangrijke post werd mij toegezonden uit Vlaardingen. De vrienden aldaar zorgen altijd voor deze verrassing. Zij weten trouwens ook wel hoe hoog deze gemeente bij mij wordt aangeslagen. De vrienden aldaar hebben een organisatie, zooals weinige. Alzoo is het ook niet te verwonderen dat wat vandaar naar den Penningmeester wordt overgemaakt, altijd bovenaan staat. Het geheel was ook nu niet minder dan „172.55
Aan contributies werd afgedragen ƒ 108.—, terwijl (een spreekbeurt mee inbegrepen) de busjes hadden bij eengezameld de prachtsom van ƒ 64.55. Wij laten deze even volgen : spreekbeurt ds. Fokkema, Delft ƒ 15.— ; busjes : P. van Velsen ƒ 2.10 ; N. N. fl.—; P. Storm ƒ2.51; K. Groeneveld f 3.64 ; N.N. f 13.82 ; F. Westerhout ƒ0.31 ; F. Slagboom ƒ0.87 ; Gez. Broek ƒ4.— F. Bergman ƒ 0.58 ; J. In 't Veld (89 stuivertjes) ƒ4.45 ; G. van IJperen ƒ 2.30 ; G. de Willigen ƒ 4.77 ; D. Dijkshoorn ƒ9.20.
Wij zijn de Vlaardingsche vrienden hoogst erkentelijk voor alles. 15. De Kerkeraad van Hattem was zoo goed op den Hervormingsdag op den middag voor onze fondsen een collecte te doen houden, welke opbracht de som van „ 25.02
Ook voor dit ondubbelzinnig blijk van meeleven zeggen wij zeer vriendelijk dank.
16. Ds. Goverts, te Bergschenhoek, zond ons uit zijn catechisatiebus een rijksdaalder , 2.50
Waarvoor wij hem hartelijk danken.
17. Uit lerseke ontvingen wij ook ditmaal van J. v. O. 10 gulden voor het Studiefonds 10.—
Hij deed dit reeds vaker. Ik hoop, dat hij het nog vaak mag doen.
18. Van onzen voorzitter, ds. Van Grieken, kreeg ik enkele posten op mijn giro, welke hem van tijd tot tijd ter hand waren gesteld, n.l. 2.50 plus 2.50 plus 2.50 plus 2.— plus 2.50 ; samen „ 12.—
Hij wil onzen dank wel aan de gevers overbrengen.
19. Door collega Van Willigen te Rijssen werd als aldaar in de collecte gevonden, op 11 Nov. j.l., mij overgemaakt voor het Studiefonds „10.—
'k Was blij, vandaar weer een levensteeken te mogen ontvangen, de hoop uitsprekende, dat deze gift door meerdere mag worden gevolgd. Intusschen onzen zeer vriendelijken dank voor deze gift.
20. Nog een tweetal giften volgen, als aldaar bij onderscheidene gelegenheden gecollecteerd, waarmede ik met dank aan God besluiten mag.
In de eerste plaats kreeg ik door ds. Ottevanger te Kampen een dubbele gift, n.l. van mej. N.N. 1 gld. en 1.25, gecollecteerd in de Bijbellezing. Samen..., , 2.25
21. Door ds. Schroten te Suawoude kregen we evenzoo een dubbele gift, n.l. 2.50 uit Tietjerk met bijschrift „uit dankbaarheid" en als nagekomen gift op de spreekbeurt, aldaar gehouden door ds. Van Nie, van Hoogeveen, 3 gld. Samen „ 5.50
Hiermee ben ik dezen keer weer aan het eindcijfer gekomen. Dit bedroeg niet minder dan
f 547.76
utrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 november 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 november 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's