KERKELIJKE RONDSCHOUW
DE PRINS
Groote ontsteltenis bracht Maandagmorgen in de vroegte het schokkend bericht van het auto-ongeluk, dat Prins Bernhard nabij Amsterdam overkomen was. Wat vreeselijk — vooral ook, wanneer men dacht aan onze Prinses !
De Heere heeft tot nu toe alles, boven verwachting, wèl gemaakt. Hij zij het Prinselijk Echtpaar bijzonder in deze dagen een God van ontfermen en milde goedheid.
Dat ook deze dingen mogen medewerken ten goede tot eere Zijns Naams en tot tijdelijk en eeuwig welzijn van het Prinselijk Echtpaar, dat we bij vernieuwing, en inniger nog, den Heere opdragen, ook in het Huis des Heeren bij de bediening des Woords en der gebeden !
Ds. WOELDERINK
Ons mede-bestuurslid en onze ijverige mederedacteur is wat ongesteld geweest, maar knapt aardig op, en mag, door 's Heeren goedheid, spoedig weer aan z'n werk.
Waar hij ons enkele weken verlof vroeg, om z'n artikelen even te onderbreken, kon dit zeer geschikt, omdat hij juist gekomen is op een nieuw punt, en van plan is nu te gaan schrijven over Ons Doopformulier.
Prof. Severijn was aanstonds bereid de verzorging van het hoofdartikel op zich te nemen. Het voornemen is, dit te doen gedurende de maanden December en Januari. We zijn onzen professor zeer dankbaar voor, z'n vriendelijke hulp. Geve de Heere spoedig ds. Woelderink weer bij vernieuwing kracht om z'n werk voort te zetten. Hij mag er zich van verzekerd houden, dat zeer velen zijn werk ten zeerste waardeeren. En wij met hen.
DE NIEUWE JAARGANG
De 28ste jaargang is met no. 52 afgesloten en nu begint als nieuwe jaargang ons Bondsblad z'n 29ste rondgang.
Met het Register mee, maakt de 28ste jaargang geen slecht figuur. De Heere heeft alles zéér wel gemaakt en we danken allen wel zeer, die dikwijls zoo groote belangstelling toonden en zoo hartelijk hebben meegeleefd.
En nu gaan we weer verder !
Zij 't tot verhooging van Gods eer en tot waarachtig heil van onze Nederlandsche Hervormde Kerk.
Ons ideaal is en blijft, om te mogen meewerken, dat de Nederlandsche Hervormde Kerk weer als Kerk haar plaats mag gaan innemen) in het midden van ons volk, naar uitwijzen van Schrift en belijdenis, levend onder de belofte des Heeren, Die ook, nu nog tot ons zegt : indien U wijsheid ontbreekt, begeer ze van Mij — Ik, Die God, die mildelijk geeft en niet verwijt, Ik zal u alles schenken wat u ontbreekt.
Dat sterkt ons. Dat bemoedigt ons. Dat is heerlijk.
Die den Heere verwachten, zullen de krachten vernieuwd worden. Dat we het ook bij dezen nieuwen jaargang mogen ervaren !
DE INHOUD
Wij zijn aan den inhoud van „De Waarheidsvriend" geheel gewend geraakt en de steekproeven, die we telkens deden (en telkens nog wéér doen) bewijzen, dat men over 't algemeen met den inhoud van ons Bondsblad instemt en men betoont daarover dan ook telkens groote tevredenheid. Door veler medewerking is het dan ook mogelijk aan vorm en inhoud groote zorg te besteden, wat den lezers ten goede komt, maar vooral bedoelt het werk van onzen Gereformeerden Bond te bevorderen.
Het Hoofdartikel wordt sinds lang nu verzorgd door ds. J. G. Woelderink, die buitengewoon de toon weet te treffen en de allerbelangrijkste dingen zoo eenvoudig en klaar te beschrijven, dat ieder zijn artikelen lezen kan. Vooral jonge menschen — en zeker niet 't minst jonge predikanten — lezen de artikelen met groote instemming.
Voor de Meditaties wordt week aan week, onder leiding van onzen secretaris ds. J. J. Timmer, door verschillende predikanten zorg gedragen.
Rondschouw komt elke week terug. Over „Staat en Maatschappij" worden altijd weer nieuwe, practische, interessante dingen geschreven, bezien vanuit ons Gereformeerd beginsel. Onze Penningmeester zorgt voor de belangrijke rubriek Financiën en schuift telkens weer met andere woorden onze Bondsarbeid en de Fondsen naar voren, zóó, dat de belangstelling der leden en der lezers telkens weer wordt geprikkeld en de liefde opgewekt. Door bekwame hand wordt gezorgd voor een wekelijksch overzicht van 't voornaamste wat gebeurt in het Buitenland. Meer dan èèn hand zorgt voor een uitvoerige rubriek Kerknieuws, met berichten van School, Vereeniging, enz. Een nieuwe kracht gaat ons week aan week — als er plaatsruimte is — „Uit de historie" vertellen. „Uit de Pers" wordt verzorgd, om onze lezers telkens wat voor te leggen uit andere bladen. Afzonderlijke artikelen — over Kohlbrugge, de Catechismus van Calvijn enz., worden opgenomen. Uit de Afdeelingen komen allerlei berichten. En zoo komt het dan ook, dat we aan het eind van de 28ste jaargang een Register konden geven waarin — Feuilleton, Boekbespreking, Snippers enz. enz. meegerekend — een overzicht gegeven is, dat klinkt als een klok !
En nu beginnen we de 29ste jaargang. Over het aantal abonnees hebben we gelukkig niet te klagen, maar wat zou het ons — en onzen Penningmeester, en ons allen — grootelijks verheugen, wanneer er voor deze nieuwe jaargang eens een groot getal nieuwe abonnees zich opgaven ! En dan de advertenties ! Wie helpt hier ?
Onze lezerskring moet véél, véél grooter worden. Wie daarvoor iets doen kan, zal ons met deze medewerking zéér verplichten en zéér verblijden ! Laat iedere lezer een lezer winnen, dan schieten we heerlijk vooruit.
In 's Heeren kracht en onder Zijn zegen worde onze arbeid voortgezet. Soli Deo Gloria, Gode alleen de eer !
HET PROV. KERKBESTUUR VAN FRIESLAND EN DE SYNODE.
Het is onder de huidige organisatie — die zoo spoedig mogelijk verdwijne én dan van ons „het heilige kruis" na krijgt — niet zoo makkelijk om te zeggen, hoe de gang van het verkiezingswerk is voor de samenstelling van de Provinciale Kerkbesturen (leelijk woord!) en dan verder de afvaardiging naar de Synode. Dat is een echte puzzle, en men moet zich wel danig oefenen, keer op keer, om daarmee te kunnen werken. Men zegt dan ook, dat onze experts in (Ned. Herv.) Kerkrecht eiken morgen een gedeelte van de Reglementen lezen, om er goed „in" te komen en goed "bij" te blijven. (Ernstig of ietwat spottend werd het onlangs nog gezegd van het oud-lid van de Synode, ds. Tammens, die 25 jaar in de Synode gezeten heeft !).
Zoo is er nu weer een puzzle ten opzichte van het Provinciaal Kerkbestuur van Friesland. De samenstelling van zoo'n bestuur hangt af van de verkiezingen op de Classicale Vergaderingen ; of die „rechts" of dat die „links" uitvallen. In Friesland is het nu zóó geweest, dat de meerderheid van de Classicale Vergaderingen „links" stemden en zoo was het Provinciaal Kerkbestuur in weerwil van de vele rechtzinnige gemeenten in Friesland in meerderheid links en zoo kwam het, dat er twee vrijzinnige leden naar de Synode werden afgevaardigd. Heel Friesland was in de Synode links !
Maar nu is er langzamerhand (waarschijnlijk ook door de vele vacante vrijzinnige gemeenten) verandering ten goede gekomen en is de meerderheid van de Classicale Vergaderingen rechts. Daardoor is ook de vrijzinnige meerderheid in het Provinciaal Kerkbestuur gebroken. En daardoor zullen nu voortaan namens Friesland twee rechtzinnigen naar de Synode gaan.
Maar dat gaat bij ons zoó maar niet „een-twee-drie". Dat is een lange weg.
En zoo zullen b.v. 12 Januari 1938 in de buitengewone vergadering van de Synode, die ter behandeling van het Reorganisatie-Ontwerp gehouden zal worden, nog twee vrijzinnige leden van Friesland zitting hebben. De beide afgevaardigden, het predikant-lid en het ouderling-lid der Synode, zijn beide links. Pas in Mei 1938 kan in de plaats van het in Juli 1938 aftredend lid (dat is dan de predikant) een man van rechts gekozen worden. De ouderling (vrijz.), die zitting heeft, treedt pas af in Juli 1939 en kan dan (als 't dan nog noodig is, wat we niet hopen !) ook door een man van rechts (en dan zal 't óók een predikant zijn) vervangen worden.
Bij de eindstemming over het eventueel in de Synode van Augustus 1938 aangenomen Ontwerp, zal 't Provinciaal Kerkbestuur van Friesland beschikken over vijf stemmen van rechts.
Dat laatste zal echter — ook al blijft de Classis Franeker in 1938 rechts (wat niet met zekerheid te zeggen is) dan zal toch in 1940 een van de beide rechtsche ouderlingen, die in 1938 optreden in het Provinciaal Kerkbestuur, weer uitvallen.
Maar — misschien is die wonderlijke gang van zaken dan wel vervangen door een betere organisatie, wat we van harte hopen. Die moeite doet om zich de dingen eens breed en diep in te denken, zal 't met ons eens zijn, dat nu de Synodale-Besturen-organisatie, niet alleen in strijd is met het wezen van de Kerk en dus getuigt van onze kerkelijke zonde, maar tegelijk ook een spotbeeld is. Ze lachen ons van alle kanten nog uit bovendien !
LICHT IN DE DUISTERNIS
De Kerk komt in vele dingen achteraan. Dat wordt haar, vooral nu, nogal eens verweten. Maar in welk opzicht dit ook het geval moge zijn, zeker niet ten aanzien van — de tijdrekening. De Kerk beheerscht de tijdrekening. Het is overal : „het jaar onzes Heeren Jezus Christus". Het is altijd weer: „zooveel jaar vóór Christus of zooveel jaar na Christus". En wat nu het bijzondere is : de Kerk is elk jaar met haar tijdrekening een maand vóór op haar omgeving ! Immers de eerste Advents-Zondag, de vierde Zondag vóór Kerstmis, gold vanouds en geldt ook nu nog als de aanvang van het kerkelijk jaar. Als het burgerlijk jaar oud wordt en grauw en koud en we er ons op voorbereiden, dat het weldra den laatsten adem zal uitblazen — zoo schrijft prof. dr. F. W. A. Korf f in „Advent" (uitgave : J. Ploegsma. Zeist) — dan wordt het kerkelijk jaar juist geboren en begint te leven met jonge, frissche kracht. Als het in de wereld de laatste maand is van het oude jaar, is het in de Gemeente des Heeren Jezus Christus, alweer de eerste maand van het nieuwe jaar. Hier is de Kerk de wereld dus vóór en die voorsprong is nooit in te halen ; die voorsprong blijft.
En waarin bestaat die voorsprong der Kerk?
De burgerlijke tijdrekening wacht met het nieuwe begin, tot de ergste duisternis voorbij is : als de langste nacht er geweest is en de dagen weer even gaan lengen. Iaat de wereld het nieuwe jaar aanvangen. Doch de tijdrekening der Gemeente des Heeren is anders en wacht niet, tot de duisternis aan het afnemen is. Neen, midden in de donkerheid, als de dagen hoe langer hoe korter gaan worden, en het wel lijkt, alsof straks de nacht het winnen zal van den dag, poneert de Kerk met geloofsmoed een nieuw begin. Als het in werkelijkheid „de donkere dagen vóór Kerstmis" zijn, zegt de Kerk : „Het licht is u reddend verschenen" en roept allen tot den opgang uit de Hoogte, om te aanschouwen hoe de Zonne des heils aan de kimme verschijnt. Dat is het geloofsbegin van de Gemeente des Heeren als het donker is overal !
„Gevoelt gij de diepe, zinnebeeldige beteekenis van den aanvang van het kerkelijk jaar midden in de al maar toenemende duisternis van het wegstervend burgerlijk jaar ? De Gemeente weet, dat wij voor al die duisternis om ons heen en evenzoo voor de duisternis binnen in ons het oog niet mogen sluiten, integendeel, wij moeten met die duisternis afrekenen, wij moeten met de duisternis beginnen. En de Gemeente heeft ook den moed om met de duisternis te beginnen, omdat zij een licht kent, dat uit de duisternis wordt geboren en dat de duisternis komt overwinnen : „Daar is uit 's werelds duist're wolken een licht der lichten opgegaan".
Welnu, in den Adventstijd begint de Gemeente dan ook met het donker.
En in overeenstemming daarmee waren de Adventsweken in de Oude Kerk een tijd van rouw : altaar en preekstoel werden zwart bekleed, de dienstdoende geestelijke was in rouwgewaad, het orgel zweeg, de boetpsalmen werden gezongen. Dat was het donker. En dan straks, met den Kerstdag kwam het licht en daarom het feest, het feestkleed en het feestlied.
Zoo beginnen ook wij in het donker. In het donker der zonde ; in het donker van den val ; in het donker van Genesis 3. Om dan in het donker te mogen hooren van het licht, het licht van den Verlosser, het licht van Lucas 2, het licht in een donkere wereld, dat niet afhankelijk is van den kwaden dag, maar dat uitstraalt van de Zonne des heils, Jezus Christus.
KOMEN EN GAAN
Komen en gaan — onder de dominees. In den loop van het jaar 1937 zullen, voor zoover nu bekend, in onze Hervormde Kerk 45 predikanten emeritus worden, terwijl er 10 met eervol ontslag heen gaan. Er zijn 14 dienstdoende predikanten overleden. In totaal 4 worden er dus 69 dienstdoende predikanten afgeschreven.
Daar staat tegenover, dat er 82 nieuwe predikanten bijkomen. In totaal dus een winst van 13 — op een aantal vacatures van ongeveer 300.
Van de 45 predikanten, die emeritus worden, hebben er 19 meer dan 40 dienstjaren, terwijl er 9 eerst onlangs hun veertigste dienstjaar vol kregen. Van de 17 die met minder dan 40 dienstjaren het ambt verlaten, deden 7 dat wegens ziekte, 10 wegens het bereiken van den 65-jarigen leeftijd.
Van de predikanten, die met méér dan 40 dienstjaren nog dienst doen, gingen er 19 heen ; maar er komen er nu weer 15 bij. In totaal zijn er thans nog 65 predikanten met meer dan M dienstjaren in het ambt.
Wij zouden zeggen : het moet onder ons gevoeld worden, dat er een tijd van komen, maar óók een tijd van gaan is. Wanneer men 40 dienstjaren heeft moet het genoeg zijn. Dat is voor de gemeenten goed en voor de personen in kwestie goed, als men dan weggaat. En het is voor onze candidaten en voor onze jonge dominees óók goed, dat er plaats komt. Dat is billijk ; dat is noodig.
„Er is een tijd van komen — èn van gaan". Waarom doet men dat niet vrijwillig, omdat men het zelf zoo voelt ? Dat is toch beter dan dat alles afgedwongen moet worden door reglementaire bepalingen ?
En dan kunnen onze emeriti, als ze hun rusttijd hebben verkregen na 40 dienstjaren, zoo heerlijk nog allerlei werk doen in 't belang van de Kerk en van het Koninkrijk Gods, in de gemeente waar ze zich met der woon vestigen.
Als de Heere zoo goed is door ons zoo lang te sparen, laten we dan ook in dankbaarheid en in gewilligheid acht geven op wat Hij ons, in onze dagen, te zeggen heeft !
Wij hopen, dat die 65 dominees met meer dan 40 dienstjaren op de teekenen der tijden acht zullen geven.
„Er is een tijd van komen — èn van gaan".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's