De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Rondblik buiten de Grenzen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Rondblik buiten de Grenzen

5 minuten leestijd

Het nieuwe Belgische kabinet, dat dan toch eindelijk kon worden samengesteld, heeft zich vorige week aan Kamer en Senaat voorgesteld. Na veel heen en weer gepraat is het toch de heer Janson die nu als minister-president optreedt. Hij is, met nog twee ministers, die van onderwijs en binnenlandsche zaken, liberaal. Verder hebben zes socialisten als minister zitting en vier Roomsch-Katholieken. In de politieke samenstelling van het kabinet is dus, in vergelijking met het afgetreden kabinet-Van Zeeland, niet veel verandering gekomen. De liberalen hadden aanvankelijk nogal wat bezwaar om den socialist De Man, de befaamde opsteller van 't Belgische „Plan", in het Kabinet op te nemen. Hij kreeg nu de portefeuille van financiën, en ziet zich dus een belangrijk onderdeel van al dan niet planachtige politiek toegewezen. Als hij er in slaagt de noodige financieele middelen voor de uitvoering van zijn plan bijeen te krijgen, zal hij zeker een kranige praestatie geleverd hebben. Maar we zeiden : als hij slaagt
Wat de regeering Janson in uitzicht heeft gesteld, lijkt vooralsnog niet sensationeel. Er zal gestreefd worden naar betere werkloosheidsvoorziening, en een nadere regeling van de pensioenen, terwijl het verder blijkbaar in de bedoeling ligt, door in het leven roepen van afzonderlijke raden o.d. voor Walen en Vlamingen, ook aan de rechten der Vlamingen t.a.z. van onderwijs en leger, meer aandacht te schenken.
In den grooten wereldoorlog hebben de Vlamingen zich ernstig gegriefd gevoeld door de wijze waarop hun manschappen door de hooge leger-autoriteiten behandeld werden. Van de officiers-opleiding werden zij practisch uitgesloten. Als het nu opgetreden Kabinet er in slaagt om de tegenstelling Walen-Vlamingen door verstandige maatregelen te verzachten, zal het goed werk verrichten.
De Belgische Koning, (die op de uiteindelijke samenstelling van het ministerie nogal invloed schijnt te hebben gehad), is wederom het Kanaal overgestoken. Na het officieel bezoek dat Koning Leopold kortgeleden aan Engeland bracht, schijnt deze reis van striktparticulieren aard te zijn. De Koning is vergezeld van zijn moeder. Koningin Elisabeth. Gemeld wordt, dat dit Koninklijk bezoek aan Engeland in verband staat met het voornemen van Prins Karel, een broer van Koning Leopold, om zich met een vooraanstaande Engelsche. Lady Ann Cavendish Bentinck, te verloven. We zagen van de toekomstige bruid (? ) reeds foto's in de bladen afgedrukt.
Dat dr. Schacht uit het Duitsche ministerie van economische zaken vertrokken is, schijnt nu reeds in de regeerings-politiek merkbaar te zijn. De economische dictator, dr. Goerring, die ad interim economische zaken leidt, heeft een bepaling ten gunste van de arbeiders gemaakt, welke, naar men zegt, onder Schacht niet mogelijk zou zijn geweest.
Kijk eens, zei generaal Goerring, 't is wel waar, dat er in de industrie een belangrijke opleving valt te bespeuren (hij zal met name aan de oorlogs-industrie gedacht hebben), en ook valt niet te ontkennen, dat de levensmiddelen over 't algemeen zeer in prijs zijn gestegen, doch aan loonsverhooging kan niet worden gedacht. Toch wilde Goerring iets voor de arbeiders doen : voortaan zullen de feestdagen volledig worden uitbetaald. Daartoe zullen, als we het goed begrijpen, de industrie-bedrijven door de regeering worden genoodzaakt. Hoewel becijferd wordt, dat deze maatregel een voordeel van 720 millioen mark voor de Duitsche arbeidersklasse beteekent, kunnen we er toch nog moeilijk een belangrijke sociale vooruitgang in zien. En zeker niet zóó belangrijk, dat de speciale vermelding : „dat zou onder Schacht niet mogelijk zijn geweest" er door verklaard of gerechtvaardigd wordt. We krijgen zoo den indruk, dat de nieuwe minister ad interim behoefte heeft, zich ten koste van zijn voorganger populair te maken. Maar dan zal hij, dunkt ons, Schacht's arbeid toch op heel wat belangrijker punten moeten verbeteren. En dan verbeteren in dien zin, dat ook de breede bevolkingsmassa's van die verbetering profiteeren.
Wat het internationaal overleg tusschen de verschillende staten betreft, kan nog niet veel nieuws worden gemeld. De „marskramers" zijn meerendeels nog op reis, zoodat het resultaat van hun arbeid nog niet in zijn geheel kan worden overzien. Wel kan worden gemeld, dat de Fransche ministers tot nog toe niet anders dan tevreden over de ontvangst, welke hun in verschillende landen te beurt viel, hebben gesproken. Bepaald geestdriftig heeft de Fransche pers geschreven over de wijze waarop Chautemps en Delbos door de Engelsche regeering zijn ontvangen. Het is, als we deze Fransche bladen gelooven mogen, tusschen Parijs en Londen ganschelijk „koek en ei".
En in Polen werd de Fransche minister van buitenlandsche zaken al niet minder hartelijk ontvangen. De Poolsche regeering heeft in het bezoek van den Franschen minister blijkbaar een goede aanleiding gezien om ook weer eens haar koloniale eischen naar voren te brengen. Zij zal, zeker niet zonder grond, gedacht hebben, dat het koloniale probleem dezer dagen toch in verschillende regeeringsgebouwen besproken werd en het dus zaak is tijdig den vinger op te steken. Polen is overigens nogal redelijk in zijn verlangens. Gevraagd wordt niet zoozeer een bepaald koloniaal bezit, als wel een afzetgebied voor producten en een kans voor jonge Polen om te emigreeren. Ook Polen heeft namelijk zijn bevolkingsvraagstuk.
De radicale wijze waarop Japan zijn bevolkings-en productie-afzetprobleem tot oplossing brengt is, van Japansch standpunt, wel zeer succesvol. De eene Japansche overwinning volgt op de andere en zelfs het feit, dat zoo nu en dan Britsche schepen „per ongeluk" door een Japansch bommetje getroffen worden, is niet in staat om Engeland te bewegen zich met het „conflict" in het verre Oosten daadwerkelijk te bemoeien. Daarvoor is zijn tijd nog niet rijp.
Steeds weer worden berichten gelanceerd over vredes-onderhandelingen, maar telkens worden ze ook weer tegengesproken. De Chineezen zeggen, dat zij eerst kunnen onderhandelen als de Japansche troepen teruggetrokken zijn, een eisch die natuurlijk niet ingewilligd wordt.
Men moet bij dit alles ook niet vergeten, dat Japan heel wat overwinningen kan behalen voor het enorme Chineesche rijk werkelijk „overwonnen" is. China is geen Abessynië....

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Rondblik buiten de Grenzen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's