FINANCIËN
Toen wij de vorige keer ons overzicht van de laatste dagen van de maand November gaven, konden nog enkele posten worden verwacht als deel van het af te sluiten boekjaar. Alzoo draagt het overzicht van thans een tweeledig karakter. Wij zien nog even terug naar wat achter ons ligt.
Wij zouden schuldig staan voor God, als niet met dankbaarheid werd getuigd van Zijn onwankelbare trouw en goedheid. Hij heeft Zijn hand van ons niet afgetrokken, niettegenstaande onze zwakheid en tallooze gebreken. Hoe dikwerf heeft Hij ons niet beschaamd doen staan. Als wij met vreeze in het hart ons werk aanzagen, trad Hij telkens tusschenbeide met de meest verrassende uitkomsten. Wanneer wij met grooten schroom onzen arbeid aanvingen, stond Hij als 't ware ons op te wachten met de duidelijkste blijken van Zijn rijke bemoeienissen. Van achteren bezien, heeft Hij op deze wijze ons doen verstaan : „zonder Mij kunt gij niets doen". Zijn niet de rijkste tijden vaak juist deze, waarin het aangezicht wordt gekeerd naar den wand en-de bede opklimt om hulp te ontvangen van Zijn machtige hand ? De Heere wordt veel meer groot gemaakt in bange dagen, dan in zoogenaamde dagen van voorspoed. Gods Naam wordt alsdan verheerlijkt en onze voeten bewandelen rechte wegen. Zoo komt het dan ook, dat de dichter zingt :
'k Sloeg, eer ik werd verdrukt, het dwaalspoor in,
Maar nu geleerd, houd ik Uw Woord en wegen.
En wat er op volgt, heeft ook zulk een rijken zin :
Wat zijt Gij goed ! Wat schenkt uw menschen min
Aan ieder, die U vreest, al milden zegen.
Wordt deze waarheid ooit door de uitkomst gelogenstraft ? Immers neen.
De schoonste tijden zijn die, waarin Godes aangezichte wordt gezocht en gevonden.
Zoo is het oude jaar voor ons niet voorbijgegaan zonder een zegen achtergelaten te hebben. Wij hebben beter dan ooit geleerd, van alles en allen af te zien, om ons vertrouwen enkel en alleen op Hem te stellen.
Wanneer wij dan ook ons de vraag zien voorgelegd of het ons op den weg aan iets heeft ontbroken ? zoo luidt het antwoord : niets, Heere. Wij buigen in den geest ons hoofd heel diep. Hem dankend voor Zijn ons altijd weer beschamende goedheid.
Is dit op zichzelf al een heerlijke uitkomst, wat er onmiddellijk aan verbonden ligt is, dat met meer dan gewoon vertrouwen de komende jaarkring wordt tegemoet gezien.
Zijn trouw blijft dezelfde en Zijn machtige arm biedt dezelfde bijstand. Wij betreden alzoo met goeden moed de voor ons liggende paden. De Heere zij ons goed en nabij.
Wij vangen met deze enkele inleidende woorden ons overzicht aan.
1. Uit Vorchten zond onze vriend B. ons zijn abonnementsgeld. Hij doet dit ieder jaar. Wij zeggen hem vriendelijk dank en zenden bericht hiervan aan onzen Uitgever ƒ 4.—
2. Kwam de vorige keer onder onze mededeelingen voor een post van 10 gid. uit Elburg, het hierop volgende overzicht maakt melding van een gift van een rijksdaalder. Lichtelijk is tusschen deze beide posten wel een nader verband te ontdekken , 2.50
Wij betuigen bij dezen onzen welgemeenden dank.
3. De heer H. te Zwolle heeft ons het abonnementsgeld voor een heel jaar doen geworden en daaraan toegevoegd de inhoud van zijn busje, zijnde f 6.25.
'k Zeg hem hiervoor hartelijk dank. Hij blijft steeds onzen arbeid trouw zijn steun bieden, waarvoor ik mijn erkentelijkheid betuig „10.25
4. De kerkeraad van Brandwijk zond mij een bijdrage voor de Evangelisatie-Commissie van 10 gld. 'k Heb deze dadelijk doorgezonden. Een volgende
keer houd ik me ook aanbevolen voor onze fondsen .„ 10.—
5. Van onzen vriend S. H., uit Kralingsche Veer, krijg ik geregeld omtrent dezen tijd van het jaar, als hij zijn abonnementsgeld zendt, ook voor de beide fondsen een bijdrage, 't Was ook nu weer , . 6.—
Onze hartelijke dank voor uw gedurigen steun.
6. Mej. P. te H. heeft een busje voor onze fondsen. Op vaste tijden zendt zij de inhoud mij. Deze bedroeg thans niet minder dan 8 gld 8.-
'k Heb me (verblijd over dit blijk van medeleven en spreek de hoop uit, dat zij nog lang onzen arbeid met de liefde van haar hart mag steunen.
7. Thans komen enkele posten als contributies. In de eerste plaats uit Bodegraven. Deze afdeeling heeft altijd trouw meegeleefd. De vriendschap, hier ondervonden, is nog geenszins verbleekt. Wij stellen den steun van de vrienden uit Bodegraven op hoogen prijs. De contributie bedroeg „47.44
8. Uit Hilversum kregen wij ook de contributiegelden. Deze zijn iets minder. Aan warmte van meerdere vrienden schort het niet, doch hun aantal is te weinig. Voor een plaats als Hilversum — vanwaar wij altijd een prachtige Paaschcollecte mogen ontvangen — zouden wij gaarne deze zien versterkt „28.25
Intusschen onzen vriendelijken dank.
9. Uit Leiden werden ons de contributies eveneens toegezonden „20.— Deze zijn ook voor eenigen groei vatbaar, 'k Weet wel, dat onze Leidsche vrienden voor het grootste deel niet behooren tot de rijkeren ; toch wordt ook van hier een wenk gegeven : zoek saam te binden, wat tezaam behoort.
Wij danken den Penningmeester en de andere vrienden voor hun medeleven.
10. De plaats, die er op volgt, staat bij ons wel aangeschreven als een bij uitstek meelevende gemeente. Hoe vaak zou de naam Zegveld niet prijken in onze boeken ? Trouwer vrienden zult ge met een lantaarntje zoeken.
Thans mag ik Zegveld noemen in dubbel verband. Vooreerst de contributie, bedragende „28.25
11. En daarbij komt nog de collecte, gehouden bij de intrede van Candidaat Brinkman. Deze was „46.45
Mogen wij beide, den jeugdigen Leeraar en de gemeente, Gods rijke genade toebidden, opdat het Woord Gods met grooten zegen mag worden uitgedragen.
12. De heer S. te B. zond ons zijn contributie, zijnde „ 2.— Met vriendelijken dank, ook voor het begeleidend schrijven.
13. Door ds. Ottevanger te Kampen kreeg ik van N. N. een rijksdaalder, waarvoor wij èn zender èn gever onzen hartelijken dank betuigen „ 2.50
14. De heer V. te Z. zond ons, ouder gewoonte tegen 't sluiten van het boekjaar 2 rijksdaalders. Voorheen werd deze post verkregen uit verzamelingen als zilverpapier etc. Waar dit ophield, hield de gever zijn hand niet terug. Wij zijn hem hiervoor dubbelen dank verschuldigd „ 5.—
15. Door ds. Koolhaas te Charlois kreeg ik onderscheidene posten, n. 1. van het echtpaar L. f 2.50 ; van de fam. D. f2.— ; van de K. ƒ2.— ; van N.N. / 2.50 en in een latere zending nog van N.N. f 1.—. Tezamen bedraagt dit „ 10.—
Wij zeggen allen zeer hartelijk dank.
16. Uit eigen gemeente krijgen wij gedurig ons giften toegelangd. Zoo ook in deze weken. Mej. N. N. bracht als bijdrage voor onze fondsen „15.—
17. En de heer N. N. zond mij per giro een tientje „ 10.—
Mocht ik eerstgenoemde persoonlijk mijn dank betuigen, bij den laatstgenoemden hoop ik het nog te doen.
Gods zegen ruste op beider gave.
18. Collega Poot te Bunschoten zond oie uit zijn catechisatiebus „ 2.50 Waarvoor ik hem recht hartelijk dank zeg.
19. Te Maassluis heeft ds. Pott, van Kralingen, een spreekbeurt vervuld voor den Geref. Bond.
De collecte bedroeg „19.—
20. Te Garderen werd een spreekbeurt vervuld door ds. Van der Linden van Kootwijkerbroek. De collecte, hierbij gehouden, bracht op „33.28
Mogen wij beiden zeer vriendelijk dank zeggen. De steun, aan onzen arbeid op deze wijze gegeven, wordt door ons ten zeerste gewaardeerd. Wij hopen, dat deze beide voorbeelden door velen worden gevolgd.
21. Thans komen nog enkele busjes zich melden.
Te Hazerswoude hebben wij enkele vrienden die zich beijveren op deze wijze onzen arbeid steun te bieden, n.l. van W. T. ƒ 3.75, van J. V. ƒ 1.78, van A. A. M. ƒ 1.23, van A. v. d. L. ƒ 2.— en van J. V. P. ƒ 5.50, zijnde tezamen.-„ 14.26
Stemde deze zending reeds tot grooten dank, wat de deur dicht deed was, wat er kort op volgde. Onze vriendin mej. C. Qualm zond ons haar driemaandelijksche bijdrage, eveneens uit haar busje verkregen. Dit bedroeg niet minder dan ƒ 26.05 „26.05
Kan het wel anders, of groote dankbaarheid voor dit alles is in mijn hart. God zegene gevers en giften.
22. De penningmeester van de Haagsche afdeeling zond me aan nagekomen contributie nog ƒ 9.95 „ 9.95
Wij zeggen hiervoor zeer vriendelijk dank.
23. De heer T. te Sch. gaf mij, zonder dat ik er op bedacht was, voor de fondsen 1 gulden. Dit was voor mij een verrassing en stemde mij tot blijdschap „ 1.—
24. Ten slotte nog een gift uit Delft van den heer N. N. voor onze fondsen „ 10.— Ook voor deze gift mijn warmen dank. Tezamen geteld kom ik tot een eindsom van
ƒ 361.68
Deze eerste verantwoording klimt al wederom boven mijn verwachting uit. Beschaamd sta ik, te meer waar zooeven een mijner vrienden, die even warm meeleeft, mij een hoogst verblijdende tijding bracht Waarin deze bestaat zeg ik nu nog niet. Laat het voorloopig een verrassing blijven.
De Heere maakt het meer dan wel en wij zeggen het den Dichter na :
Wat zijt Gij goed ! Wat schenkt Uw menschenmin
Aan ieder die U vreest al milden zegen.
De Heere zij ons allen met Zijn Geest nabij.
Utrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's