De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

ADVENT

9 minuten leestijd

En er zal een Verlosser tot Zion komen, namelijk voor hen, die zich bekeeren van de overtreding in Jakob, spreekt de Heere. Jesaja 59 vers 20.

Wij kennen allen die dagen in den herfst en winter, waarop alles in de natuur als in : een waas gehuld is, als mist en nevel over het land hangt, die alle lijnen vaag en alle voorwerpen als schaduwen maakt. Maar m ziet, daar verschijnt een lichte plek aan de lucht. Het is of wolken en nevel langzamerhand al dunner worden. Straks breekt het zonlicht door en overgiet alles met een m blijden lichtglans, de nevel trekt op en wat eerst vaag en wazig scheen, neemt vaste vormen aan.
Zoo was het ook in geestelijk opzicht voor Israël. ledere profeet des Heeren mocht de wolken en nevelen, waarmede de heerlijkheid des Heeren, die op zou gaan over deze wereld, als 't ware nog omhuld was, iets meer terug doen wijken. ledere profeet mocht de verborgenheid, waarmede de komst van het Licht der wereld nog bedekt was, meer doen wijken. Het werd al lichter aan den horizon voor het  geoefend oog des geloofs. Niet allen bemerkten, dat de schaduwen verdwenen.  Inplaats van het doorbrekende Licht, zagen velen niet anders dan donkere wolken, Donkere wolken, door het zondige leven des volks. Donkere wolken, door het ontbreken der godsvrucht. Jesaja zegt het aan : „uwe ongerechtigheden maken een scheiding tusschen ulieden en tusschen uwen God, en uwe zonden verbergen het aangezicht van ulieden, dat Hij u niet hoort. Want uwe handen zijn met bloed bevlekt en uwe vingeren met ongerechtigheid; uwe lippen spreken valschheid, uwe tong dicht onrecht". Fel striemt hij de zonden des volks, maar Jesaja doet ook duidelijk uitkomen, dat ieder menschenhart vol vuile zonden is. Daarom sluit hij ook zichzelf niet uit en belijdt hij : „Want onze overtredingen zijn vele voor U, en onze zonden getuigen tegen ons".
Het is door de zonde, dat wij het komende Licht niet zien. Wij wachten op het licht, zegt hij, maar ziet, er is duisternis; op een grooten glans, maar wij wandelen in donkerheden. Reeds eeuwen te voren was de morgenschemering aangebroken, ja de duisternis van den zondeval, was ze niet doorbroken door het licht der Belofte, dat het Zaad der vrouw den kop der slang ; vermorzelen zou ? Steeds meer licht had i de Heere hierover gegeven. Steeds meer weken de nevelen der verborgenheid rondom de komst van den Messias terug. Maar: ach, Jesaja moet het voor zijn volk belijden : „wij tasten naar den wand, gelijk de blinden". Wie de zonde blijft liefhebben en koesteren en zoeken, zal het licht niet zien, die blijft in donkerheid, al hoort of spreekt hij ook nog zoo vaak van het licht
Daarom, die de Naam van Jezus Christus noemt, sta af van ongerechtigheid.
Bij deze gemeenschappelijke schuldbelijdenis breekt in Jesaja's ziel het genadelicht door, en wat ziet de profeet? Hij aanschouwt den Christus, bewogen met een verloren wereld. De Heere ontzette zich dat er geen voorbidder was en omdat er geen voorbidder was, trok Hij gerechtigheid aan als een pantser en den helm des Heils zette Hij op Zijn hoofd, en de kleederen der wraak trok Hij aan tot kleeding en Hij deed den ijver aan als een mantel. Zoo trekt de Held ten strijde, en het gevolg zal zijn : vergelding voor de vijanden, rampzaligheid voor de ongeloovigen, maar daarnaast ook vrede voor de belijders van Zijn Naam, de zaligheid voor de geloovigen.
De vijand zal komen als een stroom. De vorst der duisternis zal alles mobiliseeren. De stroom zal schijnbaar alles bedekken, 't Zal donker zijn op Golgotha, maar op Golgotha zal Pinksteren volgen. „De Geest des Heeren zal de banier tegen hem oprichten", zegt Jesaja.
Ziet, zoo zijn onze tekstwoorden als een slotsom: Er zal een Verlosser tot Zion komen. Die Held, die zich aangordt tot den strijd, is de Verlosser, die tot Zion komt. Jesaja ziet de Zon des heils reeds aan de kimmen staan!
Hij ziet den Verlosser tot Zion komen. Zion komt niet tot den Verlosser, maar de Verlosser komt het verlorene opzoeken. Opzoeken om het te verlossen, te verlossen met Zijn bloed. De Held komt om te strijden en in dien strijd zelfs Zijn leven af te leggen, maar Hij heeft macht het ook weder tot zich te nemen en van die macht kan de vijand Hem niet berooven.
Hij komt, omdat Hij komen wil, bewogen met het lot der gebondenen, gezeten in de schaduw van den dood, ziende dat er geen voorbidder was. Hij is de opzoekende : „Ik ben gevonden van hen, die naar Mij niet vraagden. Ik ben gevonden van degenen, die naar Mij niet zochten". De Verlosser komt tot Zion, dat naar den wand tast gelijk de blinden, die geen oogen hebben.
Wij zijn door de zonde zóó blind voor het licht des Evangelies, zóó geneigd tot het aardsche, zondige leven en zoozeer vliedende van den waren dienst des Heeren, dat wij in het donker rondtasten, gelijk de blinden naar den wand.
Maar nu is de Verlosser tot Zion gekomen, tot zulke zondaren, die om Hem niet riepen, om voor hen alle gerechtigheid der Wet te vervullen. Zulk een Verlosser, die deze zondaren opzoekt om hunne oogen te openen en hen uit de duisternis te trekken, hen opzoekt om hun nieuw leven te geven door Zijnen Geest.
Jesaja heeft de vinger bij de wondeplek gelegd. De uitbrekende zonden des volks, die maken het voor Israël zoo donker ; daarom hangen donkere wolken aan den politieken hemel, maar nog veel donkerder wolken over 't geestelijk leven van Israël. Maar bij het licht des Geestes graaft Jesaja dieper en legt hij evenzeer de vinger bij de inbrekende zonden in ieder menschenhart, die hun verwoestende werking zullen voortzetten, den mensch al meer en meer bindende als een prooi aan den zegewagen van den vorst der duisternis.
Hoe troostrijk is daarom zijn profetie : Er zal een Verlosser tot Zion komen. Een, die de banden des satans, waarmede hij gebonden heeft, zal losmaken. De mensch stak zijn arm uit en at van de verboden vrucht en het bracht hem eeuwig onheil aan. De Verlosser zal Zijn arm uitsteken en heil aanbrengen. De mensch steunde op de leugentaal des Satans en werd doorstoken, de Verlosser, die tot Zion komt. Wordt ondersteund door Zijn gerechtighid. De Verlosser komt en verslaat met et heil het onheil en met de gerechtigheid e ongerechtigheid. Hij verslaat den vijand en jaagt hem op de vlucht en Hij buigt zich neer over de doodelijk gewonde prooi van dien vijand en roept hem toe : „gebrokene, Ik ben gekomen om u te heelen; verslagene. Ik ben gekomen om u henen te zenden in vrijheid". Twijfel niet aan Zijn volkomen overwinning. Ziet gij den helm des heils niet schitteren op Zijn hoofd ? Ziet gij het pantser der gerechtigheid niet blinken ? Ziet gij de kleederen der wraak niet bewegen ? Hij is gereed om zich op onzen vijand te wreken. Ziet gij niet den langen, heerlijken mantel van den ijver; zijn wij onmachtig, bij Hem is Almacht, Hij is onwederstandelijk. Hij heeft den vijand, den menschenmoorder verslagen, heeft daarom ook macht al Zijne vijanden te vergelden. Wie gelooft in den Verlosser, zal mede de vruchten van Zijn overwinning plukken, maar die niet geloofd zal hebben zal verdoemd worden.
Die zich bekeeren van hunne overtreding, voor hen zal de komst en zege van den Verlosser tot eeuwige vreugd zijn; hun Verlosser draagt immers den helm des heils ! Juist omdat Hij draagt dien helm, die kleederen, dat pantser en dien mantel, daarom is hun bekeering mogelijk geweest. Hoe zal een verslagene, gedood op het slagveld, luisteren naar éen, die hem toespreekt ? O, hij zal niets hooren, al riepen al die millioenen menschen tegelijk, die op de wereld woonden en wonen, aan hem. Maar wel, als die Eéne zich over hem heen buigt, de Verlosser. Zijn adem wekt het leven. Zijn stem wekt gehoor. De schittering van den helm des heils verlicht de levend geworden ziel. Zijn gerechtigheid geeft steun om op te staan. Zijn Sterke Arm, de heilaanbrengende, houdt de handen der Zijnen omkneld en dan gaat het tegen den stroom der ongerechtigheden in, bekeerd van de overtreding. Daar staan zij op hunne voeten, ontwaakt uit den slaap, opgestaan uit den dood. Zullen zij bestand zijn tegen den stroom, die de vijand nog .over hen uitgiet ? Want de vijand blijft nog komen gelijk een stroom. O, zij hebben niets te vreezen. Leest maar het verbond des Heeren met hen, in het vers, volgende op ons tekstwoord: „Mijn Geest, die op u is en Mijne woorden, die Ik in uwen mond gelegd heb, die zullen van uwen mond niet wijken, noch van den mond van uw zaad, noch van den mond van het zaad uws zaads, zegt de Heere, van nu aan tot in eeuwigheid toe". *
Mijn lezer, het is Adventstijd. De gemeente overdenkt de voorzegging van Christus' komst en zij put daaruit nieuwe kracht tot den strijd, tot den goeden strijd des geloofs. Als zij straks gedenkt de geboorte van het Kindeke in Bethlehem's stal, dan weet zij dat dat Kindeke is haar Verlosser, de Almachtige, gekomen om door Zijn Sterke Arm Heil aan te brengen. Is het ook voor u Adventstijd ? Wij zijn allen van nature gebondenen van dien vijand, waarover Jesaja in ons hoofdstuk spreekt. Wij liggen als dooden op het slagveld. Niemand kan ons redden. Maar ziet, de Verlosser buigt zich over ons heen. Hij buigt zich over ons heen, als wij Zijn Woord lezen, in de prediking des Woords, in de Bediening der Sacramenten, de verzegeling des Woords, in de samenkomsten der gemeente, onder het zingen en in het gebed, in uw gebed in de binnenkamer, in Zijn kinderen, die Hij op onzen weg zendt. Zoo strijkt Zijn levensadem over u. Zijt gij reeds opgestaan? Zijt ge van een gebroketie reeds een gebrokene van hart ge­ worden ? Zijt ge van een verslagene reeds een verslagene van geest geworden ? Zeg niet, dat het onder deze beademing niet mogelijk is. Een Verlosser is tot Zion gekomen. Waar Hij is, daar is ook Zijn Geest, de levenwekkende. Zeg niet, dat gij onder deze beademing, waar Hij zich alzoo over u heenbuigt, niet kunt. Een Verlosser is tot Zion gekomen. Waar Hij is, daar is ook Zijne kracht. Maar zeg wèl en belijdt het voor den Heere, dat gij niet wilt, dat gij liever een verslagene van den vijand blijft; een onwillige heeft nergens recht op. Een rechtlooze smeekt om genade.
Onder de kinderen van Korach werd gezongen van den Verlosser : „Genade is uitgestort in Uwe lippen": Scherpenisse.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's