De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

INGEZONDEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

INGEZONDEN

3 minuten leestijd

DEN HAAG, 13 November 1937.
Geachte Redactie !
Naar aanleiding van de stukjes over Andreas Rivetus in no. 1 en 2 van dezen jaargang van „De Waarheidsvriend", gaarne het volgende. In de litteratuurlijst wordt genoemd :
Dr. H. J. Honders : Andreas Rivetus als invloedrijk Gereformeerd theoloog in Holland's bloeitijd, 's-Gravenhage 1980 {P.S., L.U.), waar bl. 191, in het hoofdst. : Rivet's invloed, eerst wordt gezegd, dat Voetius' Rivet's „Opera" (verzamelde werken) aan zijn studenten aanbevolen heeft in een handboekje. En vervolgens: „Of de studenten uit de veelheid der boeken, aldaar vermeld, tot bestudeering der „Opera" van Rivet gekomen zullen zijn, blijft echter een open vraag. Ongetwijfeld zal Voetius, bevriend als hij was met Rivet, meermalen de aandacht van zijn studenten op Rivet's verhandelingen gevestigd hebben. Toch zijn er wel redenen aan te wijzen, die den geringen invloed van Rivet's theologischen arbeid bij het nageslacht (hierover ook reeds bl. 160) verklaarbaar maken".
Een oppervlakkig onderzoek bij onze oude schrijvers toont reeds, dat Rivet's Commentaren (en ook andere werken van zijn hand, opgenomen in de „Opera"') worden aangehaald, b.v. door: Koelman (t 1695), Saldenus (t 1694), Oocunius (t 1706), Van de Velde (t 1677), Joh. Visscherus (t 1694), M. Ley dekker (t 1721), die allen, direct of indirect, iets van Voetius' invloed ondergingen. Niet allen studeerden onder hem. Maar zijn werken waren hun bekend. Zeker ook het boekje, boven genoemd. En anderen : mondelinge aanbevelingen van boeken vonden ook toen hun weg, zooals we naar aanleiding van ons citaat uit bovengen. werk over Rivet kunnen opmerken. Verder noem ik nog : W. Eversdijk (t 1729) en lest not least: Comrie (t 1774), die Rivet (t 1651) en Voetius (t 1676) met zeer veel hoogachting noemt en citeert. (Zie reeds : Dr. A. G. Honig : Alex. Comrie, Utr. 189i2, P.S., bl. 1S6). Zelfs prof. Clarisse noemt Rivet nog en citeert hem ook (Encycl. Theol., L.B., 1832). Bl. 160 van bovengen. werk over Rivet wordt over brieven van Rivet gesproken. Ook in de 2e uitg. van Coccejus' „Opera Omnia" (1869) komen geen brieven van Rivet voor, maar wel in de „Opera Anecdota", T. II (170i6 en '07 ; het aanhangsel van de 3de uitg.) , n.l. drie. Bl. 91 lezen we in bovengen. werk over Rivet : „Wat het nageslacht ziet en prijst in Grotius' „Dejure belli acpacis"', heeft het evenwel nog niet vermogen te zien en te prijzen in diens evenzeer verreikende gedachten niet alleen over de vereeniging van Protestanten, maar ook over de hereeniging van Protestanten en R.-Katholieken". T. a. v. dit laatste dient nog genoemd : R. Fruin : Hugo de Groot en Maria van Reigersberg, in : Opstellen over den tachtigjarigen Oorlog, [VI], Nijhoff, 190S, bl. 148 en 149, waar wordt gesproken over De Groot's verhouding tot de Reformatie, en a.w. bl. 25i2, 1ste al., waar wordt aangetoond, dat De Groot zich blind staart op een uiterlijke eenheid. Dit blijkt uit De Groot's waardeering van den Puriteinschen opstand in Engeland tegen „de van Roomsche begrippen doordrongen Kerk en Staat" (Fruin). Omdat hij de „hereeniging van Roomsch en Onroomsch" (Fruin) begunstigde, was Laud, Aartsbisschop der Engelsche Staatskerk (Anglicaansche Kerk) in De Groot's oogen „een eerwaardig, een groot man" (Fruin). Fruin noemt Laud een kleingeestige. Rivet zag in Laud de oorzaak van veel ellende. Zie tal. 65, 2de al. met noot 7, van : dr. A. G. van Opstal : André Rivet een invloedrijk Hugenoot aan het hof van Frederik Hendrik. Harderwijk. MCIMXXXVn. P. S., V. U. (Lett, en Wijsbeg.), versch. Mei 1.1. En verder nog over ontstaan en geschiedenis der Anglicaansche Kerk: dr. J. H. Gunning J.Hzn. : Blikken in Bunyan's Pelgrimsreize, Kampen, 1928, bl. (11) — 30.
Met dank voor de plaatsing.
Hoogachtend, Uw dw.,
J. VAN HARREVELT,
Cand. tot den H. D.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 december 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

INGEZONDEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 december 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's