De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MANKE MURK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MANKE MURK

EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN

5 minuten leestijd

Met toestemming - uitgever J. H. Kok te Kampen
Hier, op het graf van den dominé lag nog geen steen, 't Was nog te versch, en de steenhouwer had het druk, maar zij wist wel, wat er kwam. De nicht had het gezegd en de meester had het haar ook verteld. Niets geen buitensporigheden en nog veel minder praal. Enkel een naam en een paar jaartallen. Ja, zoo was hij, die goede, beste dominé, door zoo weinigen in waarheid gekend en begrepen.
En nogmaals vloeiden de tranen van Betje, zooals zij ze nog nooit geschreid had, als van een moeder, die haar eengeboorne beweent. En daarop heeft zij nog iets gedaan, wat alleen Keimpe, de doodgraver, gezien heeft en hij aan niemand zou toestaan dan aan haar alleen. Toen heeft zij uit haar tasch een zak genomen en zich gebogen en heel voorzichtig, alsof zij vreesde iets te beschadigen, dien zak gevuld met aarde van het graf. Met dien buit is zij, na een laatsten groet, van daar gegaan. En in die aarde zou straks de „vergeet mij niet" geplant worden, die zij meenam uit den tuin.
Als opwakend uit een diepe mijmering, is Keimpe haar vervolgens weer voorgegaan, om het hek andermaal te openen.
„'k Dank je, Keimpe, voor alles, " zei Betje, en reikte hem de hand.
„'t Is voor den dominé en daarom geen dank, " klonk het kort.
Toen ging de sleutel andermaal in het slot. Betje had haar laatsten gang naar dit graf gedaan. Thans riep het leven haar weer.
Plotseling stond zij voor Murk, die nog boodschappen gedaan had. Aanstonds begreep hij, ook al had de droefheid van haar gelaat het hem niet gezegd. Vriendelijk groette hij haar.
„'k Loop even mee op, om vrouw Kalma gedag te zeggen, " sprak zij.
Dan liepen zij samen.
„Een zware dag, " zei Murk, meer tot zichzelf dan tot haar.
Een zucht was het antwoord. Even keek hij haar aan. Wat zag zij vermoeid en welk een smart lag daar in haar oog. Een oogenblik moest hij nadenken. Weer een eenzame ziel, die onder het leed der aarde dreigde te bezwijken, en evenals hij behoefte had aan eeuwigheidstroost.
„Betje, het gras verdort en de bloem valt af, maar het Woord onzes Gods blijft in eeuwigheid. En die den Heere verwachten, zullen de kracht vernieuwen. Zij zullen wandelen en niet mat worden."
Rustig vertrouwend sprak Murk dat woord uit, met den nadruk op dat „zullen".
't Was de laatste tekst, waarover de dominé gepreekt had. Als een electrische schok ging dat woord door haar ziel. 't Was nog het beste, wat zij dezen dag en sinds vele dagen ontvangen had.
„'k Dank je. Murk, en 'k zal jou ook In Gelderland niet vergeten, " was haar antwoord. Toen waren zij de woning genaderd en gingen bij vrouw Kalma binnen.
Maar niet, zonder dat Klaske het gezien had, die toen óók nog even inliep, om Betje voor het laatst de hand te drukken, — men kon niet weten of men elkaar ooit weerzag, — en om het den volgenden dag aan elk, die het hooren wilde, te vertellen, dat zij van dominé's Bet nog even afscheid genomen had, en dat die zoo vreeselijk „over stuur" was geweest, nu zij voor goed deze plaats verliet. Geen wonder ook ; de dominé, zoo'n beste man, en zij was er als een kind thuis geweest. Klaske had altijd gedacht, dat de dominé haar nog wel eens trouwen zou, maar vanzelf, dat kon nu niet meer. Gelukkig maar, dat Betje goed „onderdak" was door de erfenis, die zij gekregen had. Precies wist Klaske het niet te zeggen, maar het liep in de duizenden. Dominé was een ,, stille potter", en de familie scheen er niets mee ingenomen, dat de meid-huishoudster met de grootste buit ging strijken. Vooral die mooie nicht, die bijna den geheelen tuin had leeggehaald, zooals de tuinman haar verteld had, moest nog al hebben opgespeeld. Doch daar was óók niets aan te veranderen. De notaris had die dans flink de les gelezen en ten slotte gevraagd, of zij haar deel wilde hebben, ja dan neen. Klaske wist het van heel nabij, „zij zou maar niet zeggen van wie". Bij het luisterend publiek moest aldus de gedachte gewekt worden, dat Betje haar al die bijzonderheden had verteld, omdat haar naam daar telkens bij werd genoemd.
Zoo vlogen de zomermaanden om, onder begunstiging van het schoonste weder, en kwam de herfst met zijn somberheid en zijn gure regenvlagen en zijn avondschemering.
In de gemeente heerschte sinds eenige weken onrust. Enkele gezinnen uitgezonderd, die er voor bekend stonden, dat zij zeer godsdienstig waren en daarom elders kerkten, had de overleden dominé de gansche gemeente bijeen kunnen houden, al bleven er dan ook, die zich niet geheel met zijn prediking hadden kunnen vereenigen en wel gaarne iets meer ontvangen hadden. Uit achting voor zijn persoon en werk was men evenwel getrouw gebleven, ook, wijl zich onder de tegenstanders al geen rijken en edelen hadden bevonden.

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 december 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

MANKE MURK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 december 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's