De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE HISTORIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE HISTORIE

WERNERUS HELMICHIUS.

6 minuten leestijd

Een ijveraar voor de eenheid van het Gereformeerd Kerkverband.
II. (Slot).

Bij zijn komst te Utrecht trof Helmichius, gelijk reeds uit ons vorig artikel bleek, twee groepen aan, te weten de Duifhuisianen en de gereformeerden, die elk een eigen kerkformatie hadden. De laatsten konden met dezen toestand geen vrede nemen, al was men overtuigd, dat eenheid in belijdenis een eerste voorwaarde is voor een kerkelijk samenleven. En in dit opzicht ontbrak er bij Duifhuis en zijn volgelingen nog al een en ander. Wel had Duifhuis verklaard met de gereformeerde leer in 't algemeen accoord te kunnen gaan, maar over de praedestinatie en de kerkorde dacht hij anders, zoodat een eerste samenspreking tot niets leidde. Ook een nieuwe conferentie, waar de doop en het ketterdooden punten van bespreking uitmaakten, bracht meer verwijdering dan toenadering. Meermalen had Helmichius met Duifhuis een onderhoud, waarbij onvoorwaardelijk kwam vast te staan, dat beider beginselen niet te vereenigen waren. Duidelijk bleek, dat er, zoolang Duifhuis in zijn groep de leiding had, van de door de gereformeerden begeerde eenheid niets komen kon.
Nadat Duifhuis in April 1581 gestorven was, volgde Herman Elconius hem op. Terstond werden er wederom onderhandelingen aangeknoopt over een mogelijke vereeniging van heide groepen, doch ook thans weer werd Helmichius in het resultaat teleurgesteld. Wel was er met Duifhuis' opvolger iets meer te beginnen, doch de overheid, wier medewerking niet kon worden ontbeerd, werd den gereformeerden steeds vijandiger, zoodat het kerkelijk leven meer verstoord dan bevorderd werd.
Door toedoen van Leycester, die door Koningin Elisabeth van Engeland naar Nederland gezonden was, , om den wankelenden staat te stutten, en door de Staten tot landvoogd benoemd werd, kwam er in 1586 een soort eenheid tot stand tusschen de gereformeerden en de St. Jacobs-gemeente (de Duifhuisianen vergaderden in de St. Jacob). De thans verwezenlijkte eenheid was echter zóó geforceerd en opgedrongen, dat er van waarachtige eenheid niet kon worden gesproken. Toen dan ook na Leycester's vertrek de stedelijke regeering weer overwegend uit oud-Duifhuisianen bestond, kreeg de St. Jacobsgemeente wel niet haar eigen kerkformatie terug, maar Helmichius en zijn collega's werden vervangen door predikanten, die meer „vreetsaem" waren
Al is Helmichius' pogen niet geslaagd, — een feit is, dat hij uit volle overtuiging geijverd heeft voor de toepassing der gereformeerde beginselen, óók, toen hij er naar streefde, de Duishuisianen met de gereformeerde gemeente te vereenigen. Tegenwoordig meenen. sommigen wel, dat het niet geoorloofd is, samen te spreken met menschen, van wie men weet, dat zij niet volkomen de gereformeerde beginselen toegedaan zijn. Dikwijls doen wij bij voorbaat, zonder voorafgaande samenspreking, menschen in de ban, die heel wat dichter staan bij de gereformeerde levens-en wereldbeschouwing, dan het geval was met Duifhuis c.s., met wie Helmichius wèl onderhandelen wilde. Daarom verdient hij waardeering en navolging, juist, omdat hij een voorbeeld is, hoe men, zonder concessies te doen aan het beginsel, kan streven naar de eenheid, die de Heilige Schrift gebiedt. Ook op kerkelijk terrein is de volmaaktheid nu eenmaal niet te bereiken ! Van deze waarheid was Helmichius diep overtuigd, wat eveneens uitkomt in hetgeen hij gedaan heeft tot bevordering van den vrede en de orde in de Nederlandsche gereformeerde kerken.
Wie wel eens een blik geslagen heeft in de acta der kerkelijke vergaderingen uit Helmichius' dagen, zal bemerkt hebben, dat het ook toen niet alles goud was, wat er blonk. De leer der rechtzinnigheid werd niet altoos door een echt christelijken levenswandel gedekt, terwijl nijd en twist niet zelden voorkwamen. In vele gevallen werd er naast beginselvastheid een groote dosis tact vereischt van hen, die in gevallen van tucht en oneenigheid te beslissen hadden. Ook Helmichius is bij vele moeilijkheden in eigen gemeenten en daar buiten betrokken geweest. Steeds kenmerkten hem wijsheid, voorzichtigheid en kloekmoedigheid, wanneer het er op aankwam, den vrede met behoud van de waarheid te bevorderen. Hij schijnt zich uitermate bedreven betoond te hebben in het ontwarren van kerkelijke kluwens.
Voor de handhaving der zuivere leer heeft Helmichius veel gedaan. Wel heeft men het willen doen voorkomen, alsof Helmichius meer aan de zijde van Arminius, dan aan die van Gomarus heeft gestaan. ^) Hij zou geen goed Calvinist geweest zijn, enz. In het werk van dr. Hania over Helmichius (zie literatuuropgave onder dit artikel) wordt het tegendeel op overtuigende wijze aangetoond. Al moge er bij Helmichius wel eens een verkeerde bedeesdheid geweest zijn, die niet goed te keuren is, — het is beslist onjuist, hem van beginselverzaking te verdenken. Dat hij meermalen met Arminius gesproken heeft, ten einde te trachten, hen in confessioneele banen te houden, zal toch niemand kunnen afkeuren. En tegen de benoeming van Arminius tot hoogleeraar heeft Helmichius zich beslist verzet. Wanneer niemand minder dan Voetius hem een „sieraad" en een „licht" genoemd heeft, dan lust het ons niet, mee te doen aan zijn verdachtmaking. Al is er in zijn optreden wel eens iets geweest, dat wij gaarne anders hadden gezien, — er is geen aanleiding, Helmichius van ongereformeerdheid te verdenken.
Driemaal is Helmichius aangewezen, mede den Bijbel te vertalen, waarvan hij de noodzakelijkheid ten zeerste inzag. Door allerlei andere bezigheden heeft hij in dit opzicht weinig tot stand gebracht, zoodat hier alleen de goede wil kan geprezen worden. De taak was voor enkele mannen trouwens ook te zwaar.
De schriftelijke nalatenschap van Helmichius is niet groot. Slechts enkele niet zeer belangrijke geschriftjes gaf hij in het licht. Ook zijn er een 140 brieven van hem bekend. Helmichius' beteekenis ligt dan ook op ander terrein. Als predikant, die het goede zocht voor de gemeente, die hij diende, dient zijn naam met eere te worden genoemd. Zijn bekwaamheden en eerlijkheid worden door vriend en vijand om strijd geprezen. En zijn belangstelling voor het kerkelijk vraagstuk doet vandaag nog sympathiek aan. Zijn biograaf zegt : „Helmichius is, om zoo te zeggen, een lamp geweest van flink middelbare grootte, die schier altijd een helder licht verspreidde, en wier lichtglans steeds helderder werd, — zonder daarom ooit een verzengende warmte te verspreiden — naarmate de donkerheid in leer en kerkregeering toenam, en dien glans wilde doen tanen. Kortom, hij was geen forsche en machtige, maar een minzame en toch ook trouwe Calvinist".
D.
d. Z.
¹) A. Ypeij en I. J. Dermont, Aanteekeningen op de geschiedenis der Nederlandsche Hervormde Kerk, 2e deel, Breda 1822, bladz. 242vv. 36

Literatuur.
Dr J. Hania, Wernerus Helmichius, Utrecht 1895.
Herm. Joh. Royaards, Geschiedenis der Hervorming in de stad Utrecht, Derde Tijdperk 1582-1586, in : Nederlandsch Archief voor Kerkelijke Geschiedenis, 7e deel. Leiden, 1847, blz. 211w.
Verschillende gegevens in de Werken Marnix-Vereeniging. der Marnix-Vereeniging.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

UIT DE HISTORIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's