De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Levensavond

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Levensavond

6 minuten leestijd

Over den avond-stillen landweg duwt Anne Kee moeizaam haar oliewagentje voort.... Voorover gebogen, haar oud, rimpelig gezicht kleintjes afstekend tegen een zwarten omslagdoek, lijkt zij nóg ouder — ze is moe en tóch......
Onwillekeurig duwt zij haar wagentje sneller voort zij versnelt haar pas en merkt niet, dat haar rok door 'n dikke laag sneeuwmodder glijdt......
Om haar heen zijn alle geluiden weggezonken — alleen de wielen van haar wagentje knerpen in het grint......
Bóven haar de wijdte van een koepelenden hemel vol sterren......
Haar handen graaien behaaglijk dieper in de dikke wollen wanten haar lippen prevelen......
Nog een oogenblik, dan is zij thuis. Dan maakt zij haar stoofie an en eet haar borreke pap......
Dat zal smaken ! Den heelen lieven dag stoep óp — stoep af zonder een koppie koffie en zonder een stukkie brood !
Ah ! zij weet het wel, de boeren zijn vies van Anne Kee ze stinkt naar de olie en haar handen zijn vet ja, zij weet het wel waarom zij altijd gepast geld krijgt bij de lui — vies zijn ze van d'r, vies.......
Als zij maar weten, dat God niet vies van haar is !
En weer prevelt zij met haar lippen onverstaanbare dingen, maar verstaanbaar voor God.......
Zij veegt met haar te groote want langs haar vochtigen neus, zet haar borst opnieuw tegen het wagentje en duwt met nóg meer kracht.
Zij zal vroeg thuis zijn vanavond, vroeger dan andere dagen, dat móét ook, want zij heeft nog enkele dingen te doen in haar huisje, voor zij haar bedstede zal opzoeken — want morgen morgen.......
Dan heft zij haar hoofd op en glimlacht.....
Plots voelt zij haar moeheid niet meer er komt een zachte glans in haar oude oogen.
Dan buigt haar hoofd weer en haar lippen bewegen opnieuw
Zij bidt zonder haar handen te vouwen en haar oogen te sluiten......
Morgen...... !
Morgen is het Kerstmis......
Het wagentje knerpt...... gedempt klinkt haar voetstap.......
Op haar gewone plaats bij de hooge boerenkachel zit Anne Kee, haar voeten op de plaat.
Haar klein, verweerd gelaat eigenaardig gebogen als tegen een feilen wind
Om haar alleen maar dezen heen staat de stilte, zooals het stil kan zijn op een avond als dezen.......
Alleen op de zoldering trillen en flakkeren grappig lichtcirkels boven de lamp... en langs den balk is een lange schaduwstreep, die beweegt en groeit en samensmelt met 't andere donker in de hoek......
Haar magere hand glijdt stil over de poes in haar schoot, die de nagels rekt in diep behagen.......
Morgen is het vijf-en-dertig jaar geleden dat haar man gestorven is......
Sinds is zij alleen.
Alléén......?
Vanaf dien tijd is Anne Kee wonderlijk stil en in zichzelf gekeerd.
Bittere, harde jaren liggen achter haar, waarin zij steeds in verweer tegen haar diepe eenzaamheid, een tegenwicht zocht.....
In de lange, stille uren, dat zij hier alleen zat, ging zij al meer en meer leven in het verleden.
Mórgen....... !
Zij slaat haar oogen op als zoeken die iets.
Dan staat zij plotseling op, wijst naar een portret aan den witten muur daar ! — daar !
„Wout !"
Zij gilt.... dan is het weer ijzig stil — stiller dan een oogenblik te voren een rilling over haar rug !
Tegen den muur geleund blijft zij staan — hier hebben zij eenmaal samen hun leed gekend hier hebben zij beiden hun strijd uitgestreden.......
Zij staart naar zijn versleten stoel zijn tabakspot op den schoorsteen zijn pijp.
Haar mondhoeken trekken zenuwachtig — zij voelt dat zij niet jong meer is.... de avond daalt in haar leven.
Zij wil spreken, maar kan het niet, zij kan slechts met haar oogen iets zeggen het is dezelfde taal.
Dan rekt zij zich in een diep innerlijke vermoeidheid en haar rimpelige, gebruinde handen glijden langzaam in elkaar.
Ziet God haar dan niet heeft Hij haar dan verlaten - óf....... ?
Of is zij bezig Hem te verliezen ?
Zij bijt in haar oude hand om niet te gaan huilen wendt haar hoofd onwillig af.
Zij kropt haar tranen op, zij slikt tot haar keel er pijn van gaat doen.
Maar zij verliest het......
En plotseling barst zij in tranen uit en scheit — luid, zooals zij éénmaal als kind geschreid had.......
Over haar bevende kin glijden de tranen.......
Over het klamme, vergeelde papier van den grooten, opengeslagen Bijbel, glijdt de hand van Anne Kee behoedzaam langs de grove, zwarte letters.
Haar klein-ovale bril hangt even tusschen de strak gekamde haren langs de slapen.
Haar mond beweegt, zij leest — half luid.
Wonder stil is het nu om haar heen — zóó stil, dat Gods nabijheid bijna voelbaar lijkt....
Alleen de wekker op den schoorsteen tikt met regelmatigen, driftigen slag.......
Zij leest.
Dan blijft opeens haar hand steken en haar oogen staren omhoog, alsof zij betere dingen ziet dan wat er om haar heen is......
Het is, of de stemmen dtr engelen, waarvan zij gelezen heeft, nu waarlijk zingen.......
Alsof de geruizen der wereld in haar ziel dempen in wondere stilheid........
Is het Gods stem, die tot haar spreekt ?
Zij sluit de oogen.
Haar gevouwen handen liggen over het geopende Boek gespreid.
Dan is zij in gemeenschap met God en worstelt zij, om haar menschelijke wil geheel en volkomen met den wil des Vaders té doen samenstroomen.
Toen was het, of Jezus Zelf Zijn hand stil op haar oude hoofd legde en haar troostte
Toen kwam er in haar ziel iets van die kalme rust en diepe vreugde, die de wereld haar niet geven kon.......
Nu voelde zij iets als een bevrijding uit de starheid van haar bestaan — nu voelde zij God boven den gang van haar leven
En boven het verlangen uit om te leven, is er de wensch om bij God te zijn, diep en sterk......
Als haar oogen nog gesloten zijn, glijdt langzaam over haar gezicht een glimlach........
„Om Jezus' wil ", lispelt zij nog. Óp de zoldering springen en dansen de lichtcirkels boven de lamp — en de lange, zwarte schaduw langs den balk vloeit uit tot in het donker van den hoek.....
In den vroegen morgen luiden de kerkklokken.......
Tot ver in de omgeving zijn zij te hooren.
Anne Kee hoort plotseling hemelsche muziek en klokketonen.......
De Engelen...... denkt zij.
Maar als zij haar oogen opslaat, ligt zij in bed — en hoort de Kerstklokken luiden.......
Bim ! bam ! bim ! bam !
Luider, al luider komen zij aanrollen over het veld.... en het is of zij helderder klinken dan andere dagen.
Bim bam ! bim ! bam !
Zij zit overeind in haar bed
En als ziet zij het Kind in de kribbe, als hoort zij de Engelen zingen — in triumf klinkt haar bevende vrouwenstem door de kleine, stille ruimte Eere zij God.... in de hoogste hemelen vrede op aarde , in de menschen een welbehagen.......
Een oogenblik later staat zij naast de bedstede, zij loopt naar de muur — en staart op het portret van haar man.
„Wout — nog een oogenblik dan ben ik ook bij je dan zal God ook mij halen.... en vieren wij samen Kerstfeest in den hemel....... !"
Dan keert zij zich om, loopt naar het raam en uit haar hart ruischt de bede om haar levensavond getrouw te mogen zijn aan het Kind van Bethlehem.
Buiten luiden de klokken nóg

[Nadruk verboden.]

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Levensavond

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's