De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERK, SCHOOL, VEREENIGING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERK, SCHOOL, VEREENIGING

12 minuten leestijd

NEDERLANDSCHE HERVORMIDE KERK.
Beroepen :
te Gulpen J. Sprey, cand. te Den Haag — bij de Indische Kerk : D .B. Starrenburg, cand., hulppr. te IJmuiden-Oost — te Ten (Boer (toez.) K. ter Steege, cand. te Groningen.
Aangenomen :
naar Kerkwerve-en Serooskerke (Sch.) J. Veen, cand. te Utrecht — naar Woltersum H. J. Barnouw te Assendelft.
Bedankt :
voor Bunnik K. H. E. Gravemeijer te Den Haag — voor Groot-Ammers A. F. P. Pop te Monster.

GEREFORMEERDE KERKEN.
Tweetal :
te Amersfoort (3de pred. plaats) : B. A. Bos te Assen en P. D. Kuiper te Sassenheim.
Beroepen :
te Thesinge P. Westerloo, cand. te Groningen.

CHRISTELIJKE GEREFORMEERDE KERK.
Tweetal:
te Doesburg : D. Driessen te Rotterdam-Zuid en H. Velema te 's-Gravenzande.
Bedankt:
voor Harlingen L. Floor te Assen.

GEREFORMEERDE GEMEENTEN.
Tweetal:
te Goes : M. Hofman te Moercapelle en A. van Stuyvenberg te Benthuizen ;
te lerseke : R. Kok te Veenendaal en A. van Stuyvenberg te Benthuizen.
Bedankt:
voor Leiden M. Heikoop te Utrecht.

Ds. H. A. Heijer.
A.s. Vrijdag viert de nestor der Ned. Herv. predikanten te Vlaardingen, ds. H. A. Heijer, zijn 70sten verjaardag. Ds. Heijer werd 31 Dec. 1867 te Utrecht geboren en bezocht het Gymnasium aldaar, waarna hij aan de Rijksuniversiteit in zijn woonplaats theologie studeerde. In 1892 werd hij candidaat in Drenthe en 8 Jan. 1S93 bevestigde zijn zwager, ds. J. G. Deur, van Zetten, hem te Hagestein in zijn eerste gemeente, waaraan ds. Heijer zich verbond, sprekende over Exodus 3 vers 14b. In 1896 vertrok de thans 70-jarige naar Leiden, welke standplaats hij in 1899 met Staphorst verwisselde. In 1908 nam ds. Heijer een beroep aan naar Renkum, om zich in 1916 aan zijn tegenwoordige gemeente te verbinden, waarheen hij uit 11 beroepen het beroep aannam, en waar hij intrede deed, sprekende over Jesaja 3 vers 10 en 11. Tal van beroepen heeft ds. Heijer in Vlaardingen afgeslagen. Hij neemt er op verschillend gebied een vooraanstaande plaats in. Ds. Heijer was een van de oprichters van den Gereform. Zendingsbond, waarvan hij als bestuurslid tal van jaren het penningmeesterschap Waarnam. Voorts is hij kerkvisitator in de prov. Zuid-Holland, quaestor van den ring Schiedam, penningmeester van den Herv. Diaconessenarbeid, lid van den Armenraad,
oprichter van de Herv. Geref. Jongelingsvereen. „Timotheüs", enz. Tijdens zijn verblijf te Vlaardingen zag ds. Heijer ook de vierde predikantsplaats tot stand komen. Ds. Heijer, die ook deel uitmaakte van de Class. Besturen van Tiel en van Zutphen, redigeert het orgaan „De vaan ontplooid". De 70-jarige, die tot den Gereformeerden Bond in de Ned. Hervormde Kerk behoort, mocht in 1933 onder groote belangstelling zijn 40-jarig ambtsjubileum vieren en is 8 Januari a.s. 45 jaar predikant.
(De Rotterdammer).

Giften en legaten.
Bij de Diaconieën der Ned. Herv. Gem. en der Geref. Kerk, beiden te Aalten, kwam van een onbekenden gever een gift in van ƒ 1000.— elk.
De Ned. Hervormde kerk te Kantens heeft een legaat ontvangen groot ƒ 20O0.— van wijlen den heer H. Eles, te Middelstum.

Tweede Hervormde kerk te Ede.
Namens de kerkvoogdij der Ned. Herv. Gem. te Ede, heeft architect T. G. Slijkhuis, te Apeldoorn, den bouw van een tweede Ned. Hervormde kerk te Ede aan den heer A. Richholt Thzn. te Ede, opgedragen, en de ijzeren kapconstructie met torentje aan de N. V. Ned. IJzerconstructiewerkplaatsen te Lemelerveld.

Gereformeerde en Chr. Gereformeerde Kerk.
In antwoord op de aan hem gestelde vraag, waarom „De Bazuin" zwijgt over het rapport aan de Gen. Synode der Chr. Geref. Kerk van Nov. j.l., schrijft prof. dr. K. Dijk :
„Omdat de Deputaten voor de eenheid zich geroepen achten krachtens de opdracht van de Synode het antwoord van de Chr. Geref. ernstig onder de oogen te zien en zich dan te beraden wat hun te doen staat, hebben zij aan onze kerkelijke bladen het verzoek gericht de nadere verklaring der Chr. Geref. vooralsnog te laten rusten, om in deze teere kwestie alle moeilijkheden te vermijden en alles te doen wat hieraan bevorderlijk kan zijn, dat we elkander zoeken en vinden.
„En daarom schrijft „De Bazuin over deze dingen niet.
„Laten we rustig afwachten, wat onze Depu­taten doen.
„Ik kan de verzekering geven, dat zij niet stilzitten".
Noord-Holland boven het IJ. Hebben de vrijzinnigen Noord-Holland verwoest ?
Meer dan eens is er den vrijzinnigen een verwijt van gemaakt, dat zij de oorzaak zijn van de verontkerkelijking en verontgeestelijking van N.­ Holland boven het IJ.
In „Hervormd Nederland" bespreekt ds. L. J. v. d. Kan, Ned. Herv. pred. te Heerhugowaard, deze materie. Zijn betoog is zeer belangrijk. Wij ontleenen daaraan het volgende :
„Hier komen we op een nogal teere kwestie, n.l. de vraag, die zoo dikwijls opduikt : „hebben de vrijzinnigen Noord-Holland verwoest ? "
Ds. Heynes betoogt van niet. En de waarde van deze uitspraak wordt vergroot door het feit, dat ds. Heynes orthodox, en een zeer goed kenner van de Noordhollanders was. Volgens hem „was Noord Holland al een ruïne, toen in ons land de moderne richting ontstond. Het kerkelijk verwoeste Noord-Holland heeft het later opkomende modemisme in de reeds vernielde gemeenten binnen gehaald, echter niet uit belangstelling, want alle belangstelling was al gestorven. Maar er was nu eenmaal een kerkelijke machinerie, dus beriep men maar een modern predikant". Ds. Heynes ziet, zooals reeds gezegd, het aangeboren karakter ales den diepsten ondergrond van de onkerkschheid in (Noord-Holland.
Laat veel van wat deze goede kenner der Noord-Hollandsche menschen en dingen zegt waar zijn, het is dunkt me een feit, dat „oudmodernen" als de heer Schermerhorn en zijn geestverwanten dit proces dan wel heel erg in de hand hebben gewerkt en de „verwoesting" nog grooter hebben gemaakt dan ze blijkbaar al was. En haast bovenmenschelijk lijkt het me dergelijk totaal kapotte gemeenten, met sommige waarvan ik door de vacature-beurten geregeld in aanraking kom, weer op te bouwen. Ik wil hier geen „staaltjes" geven, maar de traditie, de klankbodem, de kennis van zaken is er totaal weg.
Nu is de vraag natuurlijk : is er in dezen toestand verandering te brengen ? — En dan zie ik drie lichtpunten. Ten eerste neemt het oud-moderne standpunt af, d.w.z. bij de nog aanwezige predikanten. En sedert de heer Schermerhorn sinds 1929 uit deze streek verdwenen is en zijn theorieën dus niet meer als kerkelijk persoon verkondigen kan, wordt ook zijn invloed in de gemeenten geringer, al zal er misschien nog een 10 of 15 jaar moeten verloopen, voor „vruchtbaar" werken weer mogelijk is. Ten tweede zal het in het begin genoemde steeds voortgaande verroomschingsproces m.i. uiteindelijk dit gevolg hebben, dat de protestanten al meer en meer in de verdediging worden gedreven, wat een diepere bezinning over eigen al of niet geloofsbezit in de hand zal werken. Tenslotte is een lichtpunt dat bijna alle gemeenten waar de kerk aan de grond zit, vacant zijn en meestal jaren. Algemeen bekend is wel 't feit, dat in Noord-Holland (classis Alkmaar en Hoorn) vele gemeenten geen predikant hebben. Het is zelfs zoo erg dat in classls Hoorn elke ring, in de classis Alkmaar elke ring op Texel na, voor ongeveer de helft of meer „ontvolkt" is. Dat dit aan het gemeenteleven veel afbreuk doet is zonder meer duidelijk. De reden hiervan is te zoeken in het feit dat verreweg de meeste kerkvoogdijen protesteerend zijn en voorts dat de economische toestand, vooral in de classis Alkmaar met den koolbouw, slecht is. Toch kentert er hier iets in den geest der hervormden. De beste gemeenteleden gaan steeds meer inzien, dat de toestanden zooals ze nu zijn, naar alle kanten onhoudbaar worden, en gelukkig zijn zij het dikwijls, die in de kerkelijke colleges zitting hebben. Zoo beginnen ook al meer kerkeraden en kerkvoogdijen te verlangen naar „verandering". Het zou me dan ook geenszins verwonderen of voor we een jaar verder zijn, zullen 3 of 4 gemeenten met Amersfoort in het reine zijn en het beroepingswerk beginnen.
En dit is de eenige mogelijke weg om de gemeenten op te bouwen : eigen predikanten, die zelf door veel geloof gedragen, geestelijke leiding kunnen geven. Dat is het, waaraan óók de menschen hier wel behoefte hebben en waarnaar ze willen luisteren als men hun vertrouwen gewonnen heeft, al zal men zijn „boodschap" moeten brengen in typisch ontraditioneele woorden en met veel heilige bezieling en geestdrift, die tegen veel vooroordeel, misverstand en teleurstelling zal kunnen volharden".
Wat zou het heerlijk zijn indien er eens een paar jonge, kloeke predikanten naar de vacante gemeenten in Noord-Holland konden gaan, met de verkondiging van het Evangelie der zaligheid, om daar opbouwend te werken ! De onverschilligheid eenerzijds en de Roomsche Kerk anderzijds zijn de groote gevaren, waarbij Rome een voorsprong heeft, omdat er bij de Protestantsche bevolking bijna geen kinderen meer geboren worden ! Vele boerderijen vallen gemakkelijk in handen van Roomschen, omdat Protestantsche boeren geen dochters en geen zonen hebben ! En de Roomsche arbeiders, met hunne kinderen, volgen, als de boerderij en het land in Roomsche handen is overgegaan.
Hier zou flink moeten worden aangepakt, en dan niet met allerlei lapmiddelen, maar flink en degelijk.
Opene de Heere den weg !

Onze christelijke feestdagen.
Vanouds waren onze Gereformeerde Vaderen, gelijk blijkt uit de besprekingen op de eerste Synoden der Gereformeerde Kerk in Nederland, afwijzend tegenover de Christelijke feestdagen, die in de week gevierd worden. De overlading met en het misbruik van de vele Roomsche feestdagen, die op menschelijke inzettingen gegrond zijn en den dag des Heeren in de schaduw kwamen zetten, zal daaraan niet vreemd geweest zijn. De tweede Synode van Dordt in 1574 schafte ze af, en bepaalde dat de Kerstprediking voortaan zou mogen geschieden op den Zondag vóór Kerst.
De Overheid kwam daartegen op ! En toen bepaalde de Synode van Dordt in 1578, dat de feestdagen mochten worden onderhouden, maar sprak tegelijk uit: dat God alléén den Zondag heeft gegeven. Het werd dus „toegelaten". In dat spoor ging ook.de Synode van Middelburg in 1581. Ook de Synode van Dordt in 1618 —'19.
In de Afgescheidene Kerk (1834) kwam deze kwestie ook weer ter sprake. En 't is eigenaardig, hoe men zich op de eerste Synode der Chr. Afgescheidene Kerk in 1836 over de feestdagen heeft uitgesproken. Men gaf daar deze bepaling : „Daar de Heilige Schrift even sterk de geloovigen vermaant om te staan in de vrijheid, waarmede Christus hen heeft vrijgemaakt, als tot het in acht nemen der goddelijke ordinantiën, zoo zal men zich in de Gemeente van Christus zorgvuldig wachten, om, nevens de stipte heiliging van des Heeren dag, de menschen te verplichten tot het vieren van de zoogenaamde Feestdagen, welke de Heere in Zijn Woord niet verordineerd heeft".
't Werd wel vrijgelaten op Feestdagen te preeken, maar was de een vrij om den dag in den Heere te vieren, zoo was de ander ook vrij om hem niet te vieren in den Heere, en niemand had het recht om, den ander in deze te veroordeelen.
In 1854 sprak de Synode der Afgescheidenen, omdat er een streven was om het aantal Feestdagen te vermeerderen met het vieren van den Goeden Vrijdag, dat deze dag niet als Christelijke Feestdag door de Kerk behoorde te worden opgenomen".

Internationaal Calvinisten-Congres 1938.
Inzake het van 6—11 Juli te Edinburgh te houden Intern. Galv. Congres, is nog mee te deelen, dat het algemeene onderwerp van het Congres zal zijn : de Gereformeerde belijdenis in haar ethische consequenties voor het persoonlijk leven, en dat van het gezin, de Kerk en het volk in zijn geheel. De professoren Sebesteyen en W. Chüde Robinson (U. S. A.) zullen de bespreking met betrekking tot het persoonlijk leven inleiden ; John Macleod (Edinburgh) tot het gezinsleven ; de prof f. G. T. Thomson ((Edinburgh), of Lic. W. Niesel (Duitschland) tot het leven der Kerk ; prof. R. J. G. M. Knight (U.S.A.) tot de samenleving ; prof. dr. V. H. Rutgers (Amsterdam) tot den Staat; prof. J. H. S. Burleigh (OEJdinburgh) tot de maatschappij ; dr. Leon Wencelius (Straatsburg) en ds. P. Musculus (Frankrijk) tot de kunst, en ds. J. de Sausure (Zwitserland) tot de verhouding van Theologie en Wetenschap.
Het Congres zal worden gesloten met een lezing van prof. Vischer (Bazel) over : De beteekenis van het Oude Testament voor het christelijk leven.
Het adres van het Congres-Bureau is:15 North Bankstreet, Edinburgh 1.

Nederlandsch kerkelijk leven in Canada.
In „Neerlandia" geeft de heer C. Ingwersen, die reeds een 25-tal jaren in Alberta (Canada) woont, een overzicht van het typisch Nederlandsche leven, dat zich daar ontwikkeld heeft, en dat o.m. gekenmerkt wordt doordat men er veel Nederlandsch hoort spreken.
Destijds hebben een 18-tal jonge en voortvarende landzoekers, die zich niet wenschten op te lossen in de massa van het Canadeesche volk, daarvoor den grondslag gelegd. Deze mannen, bezield door een echte oud-Hollandsche pioniersgeest, kwamen na vele dagen van zwerven en zoeken eindelijk terecht 80 mijlen Noord-West van de stad Edmonton, en waren dankbaar dat ze ruimte genoeg gevonden hadden om een flink settlement te stichten. De woorden van den dichter Bilderdijk, die Nederland eenmaal aanzeide:
„'t Geheim van allen zegen. Oranje en Nederland hoort! Is in Gods gunst gelegen. Zijn Geest, Zijn dienst. Zijn Woord !" leefden in de harten dezer pioniers, en werden ook hier in toepassing gebracht. Geen wonder dat, nadat de eerste settlers hun „log houses", hadden gebouwd, werd omgezien naar een plaats van geregelde samenkomst; een kerk uit boomstammen samengesteld.
In de reisbrieven, een paar jaren geleden in ons blad verschenen, heeft dr J. F. Reitsma ook op deze nederzetting gewezen. De kerk van boomstammen werd later vervangen door een meer Up to date gebouw, dat allerwege wordt geroemd als een crediet voor deze kolonie. (Deze uitdrukking verraadt, dat de heer Ingwersen toch ook Amerikaan is geworden). Ds H. van der Woude, geboren in Nederland, gestudeerd hebbende in de Ver. Staten, predikt hier tweemaal 's Zondags in de Nederlandsche taal, catechiseert de jeugd in dezelfde taal. Ook bij het vereenigingsleven van ouderen en jongeren wordt zonder bezwaar gebruik gemaakt van het Nederlandsch. Dit alles in weerwil van het feit, dat het schoolonderwijs wordt gegeven uitsluitend in de Engelsche taal door Canadeesche onderwijzers.
Nog een eigenaardigheid kan van dit settlement vermeld, en wel dat er niet alleen op geestelijk maar ook op maatschappelijk gebied een eenheidsfront bestaat, waarvan buitenstaanders verbaasd staan. Uit den nood der eerste tijden is n.l. ontstaan een farmerscoöperatie, die begon met een omzet van £ 3100-per jaar. Geleidelijk is deze zaak uitgegroeid, en bereikt nu een jaarlij ksche omzet van £ 40.000. Men zal moeten toestemmen, voor Nederlanders, afkomstig uit bijna alle provincies van dat land, een geweldige prestatie.
Zoo heeft heel ver weg de Nederlandsche stam zijn vertakkingen en — ze zijn blijkbaar van gezonde kwaliteit.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 december 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

KERK, SCHOOL, VEREENIGING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 december 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's