De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

OUDJAARSAVOND

5 minuten leestijd

„Maar God te 't is mij goed, nabij wezen". Psalm 73 vers 28a.

Tot deze uitspraak „Maar 't is mij goed, nabij God te wezen", komt Azaf niet, wanneer hij voorspoed heeft in deze wereld!
Neen, dit is een belijdenis, die wordt afgelegd in één van de donkerste dagen van zijn leven. Azaf toch heeft het vooral voor zijn zieleleven zeer moeilijk gehad. Hij heeft een tijd gekend, dat hij mocht wandelen met God hier in deze wereld.
Dat was de tijd, waarin hij huppelen mocht van zielevreugd : Zijn wensch was verkregen! Hij mocht gelooven, dat zijn schuld vergeven was, — dat zijn naam stond geschreven in het boek des levens des Lams, en ja, het beginsel van de Eeuwige vreugde had hij hier reeds gesmaakt in zijn hart.
Natuurlijk was 't hem toen goed nabij God te zijn! Maar dat alles was anders geworden.
De vreugde was in droefheid verkeerd. De geopende hemel werd een hemel van koper, en tot hem, die eens huppelde van zielevreugd, kon de wereld spottend de vraag richten : „Waar is nu uw God ? "
De wereld kon het niet meer zien, dat Azaf een God had. Ja, een tijdlang kon
Azaf dat zelf ook niet meer zien! En toen ? Ja, toen prees hij de wereld gelukkiger dan zichzelf ! En toen ? Ja, toen gleden zijn voeten bijna af; en toen leefde hij in een roes van opstand tegen God, een opstand, die duurde totdat hij in Gods heiligdom inging om daar te letten op beider einde.
En zie, als Azaf daar in Gods heiligdom aanschouwt wat het einde is van den wereldling, en wat het einde is van het kind Gods, dan zegt hij het, en dan belijdt hij het: Al is dan oogenschijnlijk alles tegen mij, 't is mij toch goed om nabij God te wezen!
Maar, 't is mij goed, nabij God te wezen.
Eigenlijk is dit een wonderlijke uitdrukking. Zeker, wij kunnen dit woord verstaan in den mond van iemand, die met David huppelt voor de ark des Heeren. Wij verstaan dit woord in den mond van een Salomo, die neerknielt in 's Heeren Huis. Wij verstaan dit woord in den mond van iemand, die het ervaart, dat God zijn ziel aan den Avondmaalsdisch spijst en laaft ten eeuwigen leven. Wij verstaan dit woord in den mond van iemand, die bekleed is met den mantel der gerechtigheid, en die daarmee bekleed staat op den bergtop des geloofs, vanwaar hij een ruim uitzicht op en een goed toevoorzicht voor de eeuwigheid heeft!
Maar op den Oudjaarsavond ? Spreekt die avond ons dan niet van de vergankelijkheid aller dingen ? Roept de wereld het ons op den Oudjaarsavond dan niet toe : Ziet ge nu wel, dat er geen onderscheid is tusschen hem, die den Heere vreest, en hem, die den Heere niet vreest ? Ja, eenerlei wedervaart zelfs den menschen en den beesten! Ze gaan allen naar ééne plaats!
En als de wereld ons dat op den Oudjaarsavond toeroept, kunnen wij dan het antwoord geven, dat Azaf hier geeft : Maar 't is .mij goed, nabij den Heere te wezen?
Is er dan juist op den Oudjaarsavond niet o, zooveel dat ons eigenlijk moest doen wegvluchten van den Heere ?
Trekken ze dan niet aan onze aandacht voorbij heel die reeks van zonden en schulden, ontelbaar veel, en heeft God dan ook in 't jaar, dat voorbij ging, niet duizende malen ook tot ons moeten zeggen : Vervloekt zijt gij, omdat ge niet gebleven zijt in al 't geen geschreven is in het boek der wet om dat te doen ?
En hoe kan 't ons dan goed wezen nabij God te zijn ? God is voor den zondaar toch een verterend vuur ?
En ja, daar is nog méér!
Op den Oudjaarsavond is er zooveel, dat ons afhoudt van den Heere.
Is er dan niet veel, dat ons bindt aan de menschen ? Trekken ze niet aan onze aandacht voorbij, een heele rij geliefde dooden, die met ons het jaar wel begonnen, maar niet eindigen mochten ?
Verkeeren wij op den Oudjaarsavond niet met onze gedachten bij menschen, met wie wij het jaar begonnen, doch die nu elders hun tabernakel hebben opgeslagen ?
Is er niet onnoemelijk veel, dat ons afhoudt van God ? En als de menschen ons niet verhinderden om nabij God te zijn, zou het dan een mensch, die de gevolgen van den vloek Gods in zijn leven beleeft, Wel goed kunnen wezen om nabij God te zijn ?
David ? Zeker, dat was de man naar Gods hart! Azaf ? Zeker, dat was een gunsteling Gods.
Maar wij, als wij op den Oudjaarsavond onze binnenkamer ingaan, kan het ons daar dan goed wezen om „nabij God" te zijn ?
Kunnen wij wel „nabij God" komen ?
Neen, dat kunnen wij niet!
Maar Gode zij dank : de Heere kan wel in onze nabijheid komen ! En — Hij is in onze nabijheid gekomen in den Zoon Zijner liefde.
Kan 't ons op den Oudjaarsavond goed zijn om nabij den Heere te wezen ? Ja, maar alléén als wij het Kindeke Jezus in onze handen hebben en 't drukken aan ons hart, in de wetenschap, dat Hij kwam om onze schuld te boeten en den vloek Gods voor ons te dragen.
Als wij eerst maar waarlijk Kerstfeest gevierd hebben, zoodat het Christus-kindeke in ons hart geboren is — zie, dan kunnen wij in vrede het einde tegengaan ! Hebben wij een kruis te dragen ?
Is er veel, dat ons hart met vreeze vervult ? — Als Christus maar geboren is in ons, dan hebben wij toch in beginsel reeds hier den hemel op aarde, want Christus gaf ons den vrede met God.
En waar de ziel die vrede smaken mag, waarvan de Engelen zongen in hun: „Vrede op aarde", of waarvan de oude Simeon spreekt, als hij zegt: nu laat Gij, Heere, uwen dienstknecht gaan in vrede — zie, daar is 't zulk een ziel zelfs op den Oudjaarsavond, als alles wegsterft, nog goed, om nabij God te wezen!
Zalig gij, als ge 't jaar zoo moogt eindigen.
Genemuiden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 december 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 december 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's