De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE HISTORIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE HISTORIE

FRANCISCUS GOMARUS

4 minuten leestijd

Man van groote geleerdheid.
III.

In onze beide vorige artikelen hebben wij Gomarus vergezeld tot zijn aankomst in Groningen.
Een van zijn eerste werkzaamheden tijdens zijn verblijf in deze stad was zijn afvaardiging naar de Dordtsche Synode van 1618/'19.
Na de luisterrijke viering van het 300-jarig bestaan van de Statenvertaling, welke herdenking nog maar kort achter ons ligt, behoeft het aandeel, dat Gomarus in haar totstandkoming heeft gehad, niet breedvoerig te worden verhaald, wijl dit vorig jaar genoegzaam is besproken. Wij geven hier slechts de hoofdzaken.
Over de apocriefe boeken heeft Gomarus een scherp oordeel uitgesproken. Vertaling dier boeken vond hij niet wenschelijk, aangezien het zuiver menschelijke geschriften zijn, en daarom niet in den door den Heiligen Geest geïnspireerden canon thuis hooren. Gomarus gaf mondeling en schriftelijk een uitvoerige documentatie van zijn standpunt. Hoewel men Gomarus' critiek haar principieel karakter niet kan ontzeggen, werd met meerderheid van stemmen besloten, ook de apocriefe boeken te vertalen, zij het dan onder het nemen van enkele
voorzichtigheidsmaatregelen. Ook over het persoonlijk voornaamwoord, waarmede God in de vertaling zou worden aangesproken, waren de meeningen verdeeld. Sommigen waren voor „du" ; anderen, waaronder Gomarus, voor „ghij". Het laatste gevoelen won het. Bij het vraagpunt, of het woord „Jehova" onvertaald zou gelaten worden, dan wel of men het zou overzetten door „Heere", had Gomarus liever gezien, dat tot het eerste was besloten. Men gaf echter de voorkeur aan „HEERE" (dus „Heere" met capitate letters).
Voor Groningen werd Gomarus benoemd tot revisor van het Oude Testament.
Tijdens de overige zittingen voerde Gomarus nog het pleit voor degelijk catechetisch onderwijs. Inzake het doopen van heidenkinderen, die nu door Christenen tot huisgenooten waren aangenomen, huldigde hij een milde opvatting, in tegenstelling met anderen, die zulks ongeoorloofd vonden, aangezien dergelijke kinderen buiten het verbond stonden. Voorts verzette hij zich tegen het preeken van candidaten tot den Heiligen Dienst, omdat hun de sleutelen van het Koninkrijk der hemelen nog niet gegeven waren ; ook wilde hij, dat bij elk examen een grondige kennis van Hebreeuwsch en Grieksch aan den dag gelegd werd. Tenslotte was hij er vóór, dat te druk­ ken geschriften door Overheid en Kerk tevoren moesten worden goedgekeurd. Gedurende de zittingen, die gewijd waren aan de Remonstranten, heeft Gomarus zich maar weinig doen hooren. Alleen zette hij zijn standpunt ten opzichte van het supra-en infralapsarisme uiteen, en betoogde, dat de Remonstranten de leer der verwerping valsch voorstelden, daar er niemand onder de Gereformeerden was, die leerde, dat God onvoorwaardelijk besloten had, den mensch te verwerpen, zonder zijn zonde in aanmerking te nemen. ¹)
Na het vertrek der Remonstranten trad Gomarus sterk op den voorgrond, vooral, omdat hij ten aanzien van het leerstuk der praedestinatie van de meerderheid der Synode-leden verschilde. In debat was de vraag omtrent het fundament der verkiezing. Was God dat ? Of Christus ? Volgens Gomarus was alleen God de Vader de oorzaak der verkiezing, en Christus de uitvoerder. Anderen daarentegen zagen in Christus èn uitvoerder èn auteur der verkiezing.
Van Gomarus' werkzaamheden na de Synode noemen wij het volgende. Meermalen gaf hij advies bij een benoeming van een hoogleeraar. Het rectoraat van de Gronimgsche academie werd viermaal door hem bekleed. Zijn taak van „overziener" der Bijbelvertaling vatte hij ernstig op ; zijn meening over vertaling en moeilijkheden werden op hoogen prijs gesteld, niet 't minst door Bogerman. ^) Intusschen verschenen er van Gomarus' hand diverse wetenschappelijke geschriften, terwijl hij ook in onderscheidene kwesties is betrokken geweest, die eveneens veel tijd en toewijding vergden.
Gomarus tweede vrouw, Maria d' Hermite, stierf 27 Juli 1621, na 28 jaar met hem gehuwd te zijn geweest. Ongeveer een jaar later trad Gomarus voor de derde maal in het huwelijk, en wel met Anna Maria de Lannoy te Middelburg. Alleen uit zijn tweeden echt werden kinderen geboren : twee zoons.
Na de academie van Groningen 22 jaar gediend te hebben, is Gomarus op 11 Jan. 1641 gestorven, dus 78 jaar oud geworden zijnde. Hij werd begraven in de Martini-kerk. Zijn grafsteen is niet meer aanwezig. Gomarus' levensbeschrijver onderstelt, dat de zerk mogelijk door de betimmering der vloeren aan het oog is onttrokken.
Dat Gomarus veel werk heeft verzet, wordt wel geïllustreerd door het feit, dat twee hoogleeraren zijn arbeid ma zijn dood voortzetten. Gomarus „was buitengewoon geleerd, had een bewonderenswaardig geheugen, was philosophisch en philologisch uitstekend onderlegd, en was een bekwaam theoloog".
(Wordt vervolgd).
D.
d. Z.


¹) Dr. K. Dijk, De strijd over Infra-en Supralapsarisme in de Gereformeerde Kerken van Nederland, Kampen 1912, blz. 134.

²) Zie ons artikel over Bogerman en de Statenvertaling in dit blad van 29 Juli 1937 (28e jaarg. no. 35, blz. 345).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

UIT DE HISTORIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's