MEDITATIE
„Wat is de mensch, dat Gij zijner gedenkt ? en de zoon des menschen, dat Gij hem bezoekt ? " Psalm 8 vers 5.
De mensch is in den dag der schepping door den Heere God wel gesteld tot een kroonjuweel der gansche schepping, doch de mensch heeft die hooge plaats, door God hem gegeven, niet gewaardeerd. Hij heeft zich daardoor vernederd, denkende zich te verhoogen, en is in werkelijkheid geworden tot wat bij Job te lezen staat: „de mensch is een naade, en des menschen zoon is een worm". Hoogmoed is, helaas ! een der voornaamste karaktertrekken van den nietigen mensch en een der voornaamste oorzaken van al de twisting en de oorlogen, van al de verwoestingen, van al dè eerzuchtige plannen, die onze zondigs wereld hebben verwoest en verlaagd.
Toch is geen neiging zoo weinig overeen te brengen met het wezen en de toestand des menschen. Wellicht zijn er in het gansche heelal geen redelijke wezens, voor wie hoogmoed zoo onvoegzaam is als voor den mensch. Hij is blootgesteld aan tallooze vernederingen en rampen, aan de woede van stormen en orkanen, aan de verwoestingen, aangericht door aardbevingen en vulkanen, aan de woede van dwarrelwinden, aan de onstuimige golven van den oceaan, aan de verwoestingen, aangericht door het zwaard, hongersnood, pestilentie en aan tallooze krankheden. Eindelijk moet hij nederzinken in het graf, en zijn lichaam wordt een prooi der wormen.
En nu wil de Heere dien mensch nog gedenken, nog bezoeken.
Gedenken geeft toch aan, dat de Heere bemoeienis wil hebben met den mensch, dat Hij het nog niet heeft afgesneden tusschen den mensch en Zichzelf. Hij wil nog tot den mensch komen en hem bezoeken. Want in het bezoeken ontmoeten wij de gedachte, dat de Heere tot den mensch nederdaalt. Zooals de Heere God tot Adam en Eva kwam, toen zij gezondigd hadden en ze tot Zich riep ter verantwoording.
Gelijk de Heere ook Zijne profeten zond, om door middel van hen Zich tot den mensch te wenden. Zoo kwam Samuel tot koning Saul, toen deze ongehoorzaam geweest was aan God, om hem aan te zeggen, dat de Heere het koningschap over Israël van hem en zijn geslacht zou afscheuren. Zooals de profeet Nathan tot David gezonden werd, om in 's Heeren Naam tot den koning te spreken. Gelijk ook de engelen vaak door den Heere gezonden werden om den menschen Gods wil aan te zeggen.
Maar bovenaan staat het gedenken, het bezoeken des Heeren in de komst van Zijn eeniggeboren Zoon, Jezus Christus. Als het Woord vleesch wordt. Als Hij, die het geen roof geacht heeft, Gode gelijk te zijn, de heerlijkheid des Vaders heeft willen verlaten om op aarde in dienstknechtsgestalte onder de menschen te wonen. Hij heeft dus de eeuwige zaligheid des hemels verwisseld voor de ellende, die Hij, die zonder zonde was, daarvoor zou deelachtig worden, den menschen in alles gelijk geworden. Dat is een gedenken een bezoeken, dat alle verstand te boven gaat. Daarvan moet ieder kind des Heeren belijden : „Wij zien het, maar doorgronden 't niet!"
Dat gedenken des Heeren in Jezus Christus, dat bezoeken Gods door den Zoon des eeuwigen welbehagens, is de weg ter redding uit de eeuwige ondergang. Buiten den Christus mag er een pogen zijn, maar zal nimmer resultaat verkregen worden.
Geen goede werken kan de mensch stellen, waardig een eeuwige zaligheid. Geen uitkomst uit de ellende zal hij ontmoeten, die meer waarde hecht aan bevindingen in eigen gemoed voor zichzelven waargenomen, dan dat hij zijn troost put uit het Woord des Heeren, de onuitputtelijke Bron voor alle omstandigheden des levens.
Er is maar één weg ! En die ligt in Christus Jezus. Hij toch is de Verlosser en daardoor de Zaligmaker van het in zichzelf volkomen verloren menschenkind. Wie in Christus Jezus niet zal ontmoeten het gedenken en bezoeken des Heeren aan den zondaar, om te zoeken en zalig te maken, wat verloren is, die zal geen rust vinden voor zijn ziel; die zal geen troost kennen, beide voor leven en sterven.
Maar als gij door Gods genade Christus Jezus hebt leeren kennen als de medelijdende Hoogepriester voor Zijne Gemeente, als de trouwe Koning voor Zijne onderdanen, dan zult gij ook verstaan, hoe noodig het is, uzelf in Gods kracht te oefenen in de dankbaarheid over zooveel liefde.
Niet dat dan de geheele oplossing er zal zijn. Want hier op aarde is niet anders dan het beginsel. De allerheiligste heeft slechts een klein beginsel der gehoorzaamheid. De Heere zal u telkens moeten gedenken en bezoeken door den Heiligen Geest om u te helpen, opdat uw voet niet uitglijde van het spoor der gerechtigheid; om u te beschermen tegen de aanvallen van den duivel, de wereld en eigen boos hart. Maar de Heere zegt, dat degenen, die geschreven staan in de palm Zijner handen, nimmermeer daaruit verwijderd zullen worden.
Zoo blijft Hij al Zijn volk steeds gedenken en bezoeken door den Heiligen Geest en Zijn vertroostend werk op grond van de kruisverdiensten van den Heere Jezus Christus.
Zalig die voor. zichzelf kent het bidden om uitkomst; die in zijn leven verstaat het strijden van den goeden strijd des geloofs, die geleerd heeft zijn hart uit te storten voor den troon der genade. Hij zal ook zijn troost bezitten, als alles op aarde hem komt te ontvallen, en hij nederligt in den doodsstrijd, als hij voor de aarde zijn oogen voor eeuwig moet sluiten, om voortaan alleen de eeuwigheid te hebben. Hij zal eerst dan ten volle kunnen waardeeren, dat de Heere in Christus hem gedacht heeft, hem heeft willen bezoeken.
Dat zij, door Gods ontferming in Christus, ons aller deel.
Amen.
Dinteloord
G. J. Koldewijn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's