De Catechismus van Calvijn.
ZONDAG 30.
Vraag : Het achtste gebod luidt : „Gij zult niet stelen". Verbiedt dit gebod nu alleen de diefstallen, die men straft door middel van de justitie of strekt het zich verder uit ?
Antw. : Het achtste gebod : „Gij zult niet stelen", verbiedt alle kwade practijken en alle onrechtvaardige middelen, om het goed van den naaste aan ons te trekken, hetzij door geweld, of door list, of op welke andere wijze dan ook, die de goedkeuring van God niet wegdraagt.
Vraag : Is het genoeg, zich van de daad te onthouden of is het voornemen er ook in begrepen ?
Antw. : Men moet hier altijd tot het voornemen teruggaan ; want, omdat God, de Wetgever, geestelijk is, spreekt Hij niet alleen over uiterlijke diefstallen, maar ook over den wil, de pogingen en de plannen om zich te verrijken ten nadeele van den naaste.
Vraag : Wat moeten wij dus volgens het achtste gebod doen ?
Antw. : Zorg dragen, dat ieder behoudt, wat hem toebehoort.
Vraag : Wat is het negende gebod ?
Antw. : Het negende gebod luidt : Gij zult geen valsche getuigenis spreken tegen uw naaste.
Vraag : Verbiedt het ons alleen den meineed voor de rechtbank, of meer in het algemeen elke leugen tegen onzen naaste ?
Antw. : Door één ding bepaald te noemen, geeft het ons een algemeene regel, te weten: wij mogen niet valsch van onzen naaste spreken en hem noch door laster, noch door kwaadspreken, . noch door leugens in zijn bezit of in zijn reputatie schaden.
Vraag : Waarom spreekt het in het bijzonder over openbare meineeden ?
Antw. : Om ons te .meer af te schrikken van laster en kwaadspreken, omdat degene, die zich gewent te lasteren en door valschhheden zijn naaste te onteeren, er heel gemakkelijk toe komen zal, voor de rechtbank een meineed af te leggen.
Vraag : Verbiedt het alleen maar kwaad van den naaste te spreken, of gaat het ook over kwaad van hem te denken ?
Antw. : Het verbiedt het een zoowel als het ander, om de reeds aangegeven reden. Want wat in het oog der menschen slecht is om het te doen, is het niet minder in Gods oog om het te willen.
Vraag : Hoe is dus in 't kort de inhoud dit gebod weer te geven ?
Antw. : Het schrijft ons voor, noch tot kwaaddenken, noch tot kwaadspreken van onzen naaste geneigd te zijn, maar veeleer goed van hem te denken, voorzoover de waarheid dat toestaat en zijn goeden naam in onze gesprekken hoog te houden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's