De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

6 minuten leestijd

Met ongebroken aandacht, zoo werd reeds door ons bij ons laatste overzicht opgemerkt, is elke aanduiding, van wat stond te gebeuren ten paleize van het Prinselijk Paar, de laatste weken en dagen nagespeurd.
In alles was een zekere hoogspanning merkbaar.
Hoe dit kwam is niet moeilijk weer te geven.
In de laatste maanden was te veel gebeurd, wat schrik en angst had gewekt, dat het hart van heel het volk sneller had doen kloppen, dan dat de groote gebeurtenis, n.l. de geboorte van de Koninklijke telg zóó maar zou kunnen worden tegemoet gezien als het meest gewoon feit van de wereld.
Daarbij komt een algemeen verschijnsel, een zekere nervositeit, een zenuwachtige trek, welke zich in alles afteekent. De mannen van de pers, die zich haastten om alles, tot in de fijnste bizonderheden dan volke kond te doen. Camera's van de jongste vinding stonden opgesteld dag en nacht. Tot moemakens toe, inzonderheid voor wie het gold, stond het publiek in afwachting. Zoo geweldig was de algemeene trek van meeleven, dat men zich zelf de vraag stelde : „is hier nog wel een climax mogelijk ? "
Deze vraag drong zich n.l. naar voren als het feit zal plaats hebben, als de telephoon rinkelt, als de kanonschoten worden gelost een tot vijftig  plus één, of nog hooger als de sirenen met hun alarmeerend geluid de stilte gaan scheuren. Wat zal het dan zijn ?
Natuurlijk op duizendvoudige wijze verschillend. Bij den een een oplaaiende alarmkreet — immers de dammen zijn doorgebroken, de spanning baant zich een uitweg, de lang verbeide Koningstelg werd in blijde moederarmen neergelegd.
Bij den ander begint het reeds dadelijk met stil-worden. Geen woord komt over de lippen, geen enkele klank wordt vernomen, alleen een stille, heel stille traan wordt weggeplukt niet de nauwelijks hoorbare woordklank :
O God, wat zijt Gij goed.
Wat zijn Uw daden aanbiddenswaard. De bange vrees heeft hier plaats moeten maken voor ongekende blijdschap.
Tusschen deze onderscheidene vormen van meeleven en mede-blijde-zijn behoeft niet en mag geen keuze worden gedaan. Van beide immers kan gezegd worden dat zij niet anders konden en kunnen. Waarin ook verschil mag bestaan, op hoe velerlei wijze 't loflied worde ingezet, hierin is hoegenaamd geen verschil ; een blijde ontroering kenmerkte heel 't land.
Van den Dollard tot de Schelde, van de Westerstranden tot de Oostelijke grens, ja, in onze beide Indiën lieten zich de meest blijde klanken beluisteren. De vuurmonden, anders onder ons zoo zeer gevreesd, brachten ditmaal geen dood en verderf naar voren, doch droegen thans enkel vredeklanken uit. Al schokte ook de bodem, wijd in 't rond, er trilde van binnen iets, dat op enkel weelde geleek. Ook de sirenenschrei, anders zoo moemakend, had nu in zich een meesleepende melodie. Om het geheel saam te vatten in één Mank : het was om slechts éénmaal te beleven, ongelooflijk schoon.
Is het thans niet een vanzelfsprekend feit, dat het volk van Nederland deze vreugdeklanken zoekt in en uit te dragen, vanuit de stilte, waar Gods Woord wordt opgeslagen, om den Gever van dit alles te loven en te prijzen ? Ik zal u daarbij een kleine vingerwijzing aan de hand doen.
Ik las, nadat het heugelijk feit mij bereikte, en wel in Jesaja 12, deze veelzeggende woorden : „Gij zult te dien dage zeggen : dankt den Heere, roept Zijn Naam aan, maakt Zijn daden bekend onder de volkeren. Vermeldt, dat Zijn Naam verhoogd is. Psalmzingt den Heere, want Hij heeft heerlijke dingen gedaan, zulks zij bekend op den ganschen aardbodem".
Hier wordt ons de juiste richting aangegeven. Wij willen eindigen in den Heere. Hij heeft het wél gemaakt. Zijn Naam dient groot gemaakt.
Zie, deze woorden moesten eerst uit mijn pen, voor ik met het overzicht van deze week kon beginnen. Een rijke danktoon was er in mijn hart.
Laat ik thans aan mijn voornemen gevolg geven, 't Is geen lange lijst.
1. Het eerste wat bij mij binnenkwam was een collecte uit Ameide. Hier werd een spreekbeurt gehouden, waarbij collega Westra Hoekzema, uit Scherpenzeel voorging. De collecte had opgebracht precies ƒ 20.— 'k Zeg de Ameidsche vrienden, evenals den voorganger zeer hartelijk dank.
2. Van den Penningmeester van de Afd. Vlissingen kreeg ik nog de contributiegelden, bedragend 19 gld., waarvoor ik hem zeer vriendelijk dank zeg. „ 19.—
3. Van dein heer N. Z. te Hilversum - kreeg ik toegezonden zijn contributie, zijnde , 1.50
4 Hieraan verbind ik, dat mij van Zegveld nog gewerd aan nagekomen contributiegelden „ 2.25
'k Zeg hen beiden vriendelijk dank. 5. Door den heer C. H. Jr. te Noordwijk kreeg ik van N. N. een gift van ƒ 2.50 met begeleidend schrijven „ 2.50 waarvoor ik zeer gevoelig ben. Van harte betuig ik daaraan mijn instemming.
6. De pas bevestigde candidaat, ds. Ginkel, te Leerbroek, zond mij de bij zijn intrede gehouden collecte voor het Studiefonds. Ik kan me begrijpen, dat hij blij was dit te mogen doen. Nu, mijn blijdschap was niet minder groot.
Geve de Heere een rijken zegen over zijn arbeid in de gemeente, velen tot heil en boven alles tot roem van Gods genade.
De collecte bracht op „38.-
7. Van den Kerkeraad van Dordt kreeg ik voor het Studiefonds „ 7.50 Waarvoor ik mijn vriendelijke dank gaarne betuig.
8. Door ds. Pott te Kralingen ontving ik onder letter H „ 2.50
Mag ik beiden, èn gever èn zender, hartelijk dank zeggen.
9. Op de jaarvergadering van de afd. van den Gereform. Zend. Bond Utrecht kreeg ik van mevr. N.N. 10 gld., een rijksdaalder voor den Med. Dienst - ƒ 7.50 voor het Studiefonds. Dit laatste was de inhoud van haar busje „ 7.50
Voor de vete blijken van medeleven betuig ik mijn warmen dank.
10. Nog twee gehouden collecten mag ik verantwoorden. Een gehouden bij een predikdienst te Breukelen, welke niet minder dan ƒ 35.91 bedroeg en waarbij ik zelf mocht voorgaan „35.91
'k Zeg den Kerkeraad en de vrienden te Breukelen zeer hartelijk dank.
11. De laatste post komt van het eiland, n.l. van Ouddorp. Ds. Hovius zond mij een collecte, gehouden bij een dienst, waarbij ds. Hiensch van Ooltgensplaat voorging.
Deze bedroeg „ 28.45
Ook hiervoor betuig ik mijn oprechten dank.
Tezamen geteld kom ik tot een eindsom van
f 165.11
Utrecht.
Ds. J. GOSLINGA. weken.


P.S. Mogen we thans niet, na wat God de Heere ons schonk en liet, op een dankoffer wijzen, waarin ook Zijn Naam wordt geprezen ? Wij rekenen er op in de komende weken.

Ds. J. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's