STAAT EN MAATSCHAPPIJ
DE NIEUWE GRONDWET
De Grondwetsherziening is in tweede lezing op enkele korte redevoeringen na zijn weg geruischloos door de Eerste Kamer heengegaan. Zelfs is het bij de eindstemming niet tot de oproeping der namen van de aanwezige leden gekomen ; alleen verzochten de nationaal-socialisten aanteekening, dat zij geacht wenschten te worden hun stem tegen enkele veranderingen in de Grondwet te hebben uitgebracht.
Vermoedelijk zal het nu wel niet heel Iang meer duren, of de verschillende voorstellen zullen hun weg naar het Staatsblad vinden en zal om gevolg te geven aan het bepaalde in artikel 199 der Grondwet, de herziening plechtig worden afgekondigd. Hoe die plechtigheid ditmaal zal geschieden, moet worden afgewacht.
Dat de Grondwetsherziening in den Senaat geen debatten, althans niet van eenige beteekenis zou uitlokken, was te voorzien, nu de voorstellen, strekkende tot het opnemen van de mogelijkheid, leden van vertegenwoordigende lichamen, die een streven tot uitdrukking brengen, gericht op de verandering van de bestaande rechtsorde met toepassing of bevordering van onwettige middelen van hun lidmaatschap vervallen te verklaren, alsmede de voorstellen, dienende tot beperking van de parlementaire onschendbaarheid, die bij de uiterste groepen der linkerzijde tot ernstig verzet hadden aanleiding gegeven, niet het vereischte aantal stemmen, bij de Grondwet bepaald, in de Tweede Kamer hadden verkregen, dus waren verworpen en dientengevolge niet naar de Eerste Kamer waren gezonden.
Met deze verwerping was intusschen het belangrijkste en meest beteekenisvolle, wat in de oorspronkelijke voorstellen der Regeer ing voorkwam, bij tweede lezing uit de Grondwetsherziening verdwenen. De revolutionaire volksvertegenwoordigers hebben dus vrij spel om hun Kamerlidmaatschap te blijven gebruiken, voor zoover de reglementen van orde der beide Kamers dit niet tegengaan, voor opruiing en voor schending van den ambtsplicht.
Vooral in den tegenwoordigen tijd, waarin de extremistische groepen niet terugdeinzen voor het plegen van geweld, was een bepaling betreffende revolutionaire volksvertegenwoordigers, als de Regeering in de veranderingen der Grondwet had opgenomen, beslist noodzakelijk.
Men ziet dit b.v. in Frankrijk, waar het parlement, het strijdperk is geworden voor de revolutionairen, die daar elkander op het felst bekampen en zelfs handgemeen worden. Moet dit in Nederland ook dien weg op ?
Daarom moet het verbazen, dat zij die ten onzent het hardst roepen om het behoud der democratie : de vrijzinnig-democraten, de sociaal-democraten, de christen-democraten en anderen, als het aankomt op het treffen van maatregelen tot het instandhouden van de democratische instellingen, de verdediging van de vrijheden en rechten des volks, vierkant daartegen ingaan. Men houdt het parlementaire stelsel, en de hoeksteenen van het democratische beginsel, niet hoog, maar trekt het naar omlaag, door zich te keeren tegen bepalingen in de Grondwet, waarbij volksvertegenwoordigers, die met onwettige middelen op verandering van de bestaande rechtsorde aansturen, voor goed uit het parlement worden verbannen, of zich te' verzetten tegen Grondwettelijke voorschriften om de parlementaire onschendbaarheid gedeeltelijk te beperken.
Zoo is, wat ten slotte van de voorstellen tot Grondwetsherziening overbleef en wat het Staatsblad zal bereiken, van weinig gewicht.
De geheele wijziging der Grondwet komt thans hierop neer. In de eerste plaats is er eenige verandering gekomen inzake het inkomen der Kroon. Het jaarlijksch inkomen van de Koningin wordt van ƒ 1.20'0.00'0 teruggebracht op ƒ 1.000.000, dat van de Kroonprinses van ƒ 400.000 op ƒ 200.000, terwijl de Prinsgemaal een jaarlijksch inkomen zal genieten van ƒ 200.000.
Voorts is de schadeloosstelling van de leden der Tweede Kamer van ƒ 5O00 verlaagd tot ƒ 4500, hetgeen echter voor deze volksvertegenwoordigers geen vermindering geeft van inkomsten, omdat verreweg de meeste Kamerleden reeds vrijwillig van een deel afstand deed.
Ten aanzien, van het inkomen der Kroon en van de schadeloosstelling der Tweede Kamerleden is intusschen bepaald geworden, dat ze zonder Grondwetsherziening kunnen worden gewijzigd, deze wijziging geschiedt bij gewoon wetsvoorstel, echter met dien verstande, dat voor het voorstel een meerderheid moet zijn, die ook voor Grondwetsherziening noodig is n.l. twee derden der stemmen.
Ook is een verandering in de Grondwet gebracht, welke het mogelijk maakt, Ministers zonder portefeuille te benoemen.
Met betrekking tot de Kieswet opent de Grondwetsherziening de gelegenheid het evenredig stemrecht te verruimen.
Ten slotte schept de herziene Grondwet de mogelijkheid openbare lichamen voor beroep en bedrijf in te stellen.
Met elkander zullen de nieuwe voorschriften in de Grondwet geen belangrijke wijzigingen in het Nederlandsche Staatsrecht brengen.
Zij, die reeds van den beginne af geen hooge verwachtingen van een Grondwetsherziening in de tegenwoordige tijdsomstandigheden koesterden, hebben gelijk gekregen.
De Grondwetsrevisie is zoo goed als op niets uitgeloopen.
Het is een Grondwetsherziening geworden zonder pit.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's