De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

7 minuten leestijd

„Gij hebt vreugde in mijn hart gegeven, meer dan ten tijde als hun koren en hun most vermenigvuldigd zijn". ' Psalm 4 vers 8.

Na zeer pijnlijke wegen en in grooten nood heeft David dezen psalm gedicht. Naar den mensch gesproken, was er al heel weinig reden tot blijdschap. Na een onbezorgde jeugd in het huis zijns vaders, het verblijf aan het hof van koning Saul, terwijl hij na het verslaan van Goliath door het volk op de handen werd gedragen, is hij in ongenade gevallen bij den koning. Van alle zijden wordt hij vervolgd. Als een vogelvrijverklaarde trekt hij van de eene plaats naar de andere. Hoezeer leerde David verstaan, dat alle menschengunst ijdel is en al het aardsche relatief. Al is hij de gezalfde des Heeren, toch moet hij in de wildernis ronddolen.
Verstoken van de schare, kan hij niet opgaan naar de voorhoven des Heeren.Het volk mag zijne feesten vieren en zijne lofpsalmen aanheffen. Voor David is alles duister en donker. Wij zouden dan ook een klaagtoon van hem verwachten, een bittere toon over al het hem aangedane onrecht. Het tegendeel echter is het geval. Voor niets wil hij ruilen met hen, die juichend hunne schoven dragen in de schuur. Immers te midden van al zijn nood mag hij zien op de zegeningen zijns Gods, welke hij genoot. De Heere was zijne toevlucht. In zijn druk ging zijn gebed op tot den God zijner gerechtigheid en in benauwdheid heeft de Heere hem ruimte gemaakt.
Tegenover al den smaad, door de vijanden hem aangedaan, was hij zich bewust een goed geweten voor God te hebben, (vers 3). Op den Heere, Die zich een gunstgenoot heeft afgezonderd, was zijn volle vertrouwen gericht, (vers 4).
Gelukkige David, mogen wij zeggen. Is het dan te verwonderen, dat hij getuigt : „Gij hebt vreugde in mijn hart gegeven meer dan ten tijde als hun koren en hun most vermenigvuldigd zijn".
Ieder kind van God mag in zijn druk bij oogenblikken hetzelfde ervaren. In het geloof zich bewust van de gunst des Vaders in Jezus Christus, wordt hij in den nacht beschermd en is zijne toekomst gewis. De Heere toch geeft wijsheid en wetenschap en vreugde aan den mensch, die goed is voor Zijn aangezicht. (Pred. 2 vers 26a).
Hoe donker de weg mag wezen, hoe vol zorgen het leven, mag hij nochtans van vreugde opspringen in den God zijns heils. Paulus en Silas zingen hunne lofliederen in de kerker. Alle geloofsgetuigen, martelaren, hervormers, ja alle vromen, hebben in al hun druk dit blij geloofsgetuigenis mogen geven. Zou een toon van somberheid bij zoovele christenen het tegendeel doen vermoeden, zoo is zulks een bewijs van zwakheid des geloofs en gemis aan gebed. Immers godsvrucht en blijdschap zijn één. In de erkenning met een almachtig en genadig God te doen te hebben, mag er te midden van alle wolken vreugde zijn in het hart van Gods kind.
Bovendien is deze vreugde eene hoogere en andere blijdschap dan die der wereld. Wereldsche vreugde is banaal, oppervlakkig. Deze voert hoe langs hoe meer van den Heere af; is eene uiting van het zinlijke en zondige in den mensch.
De vreugde des geloofs daarentegen leidt steeds mee f naar den Heere toe en ontlokt de betuiging :
„Het is mij goed, mijn zaligst lot Nabij te wezen bij mijn God."
Evenals David ondervindt het kind van God, wat het aan zijn getrouwe God heeft. Hij zal hen immers niet doen omkomen in duren tijd of hongersnood. De wereldvreugde is kortstondig. De blijdschap in den Heere eeuwig. Wereldvreugde wordt slechts genoten, wanneer haar koren en haar most vermenigvuldigd is. Eeuwige vreugde in den Heere is er voor allen, welke van de wereld zijn afgestorven, die alles om niet in Jezus Christus hebben ontvangen. Eene eeuwige blijdschap mogen zij genieten in God door Jezus Christus, onzen Heere. Is het geen onuitsprekelijke vreugde te midden van alle moeiten en druk te mogen weten, dat de Heere met ons is.
„In de grootste smarten Blijven onze harten In den Heer' gerust".
Welke aardsche vreugde is daarmede te vergelijken. Alles zinkt daarbij in het niet. Alle klaagtonen besterven alsdan op de lippen. De Heere toch is zulk een vriendelijk Ontfermer voor een alles verbeurd hebbend zondaar.
„GIJ hebt vreugde in mijn hart gegeven, meer dan ten tijde als hun koren en hun most vermenigvuldigd zijn".
David en met hem de gansche gemeente des Heeren is zich er van bewust, dat hij zichzelve te midden van allen nood deze vreugde niet geven kan.
Integendeel is door de zonde de vrede weg van de aarde en gebannen uit het menschenhart. In opstand, in bitterheid leeft hij voort. Geen rust is er voor het arme menschenhart. Alle waarachtig geluk is verdwenen. Door de zonde toch heeft de mensch alle zegen verbeurd, is er van dd aarde, van het schepsel, geen hoop of vérwachting. De Heere echter, bewogen in zich zelve, buigt Zich tot den mensch neer om in Jezus Christus, Zijnen eeniggeboren Zoon, de gebrokenheid te herstellen, volkomen gerechtigheid, rust, vrede en vreugde voor de Zijnen aan te brengen.
De Heere is de Eerste en de Laatste, welke den zondaar opzoekt. In alle droefheid is Hij de Zijnen nabij, al schijnt alles tegen te zijn. Hij geeft vreugde in het hart. Alle beproeving is geen oorzaak van vreugde, wanneer zij tegenwoordig is, Daarna echter werkt zij eene vreedzame vrucht der gerechtigheid dengenen, die er door geoefend worden. Het gaat met Gods kind door lijden tot heerlijkheid. Het moge gaan door donkere wegen, men moge zich zelve dagelijks tegenvallen, de blijdschap weg zijn, de Heere laat niet varen het werk Zijner handen. In alle wegen beluistert de ziel de voetstappen van Hem, Die de Zijnen nooit begeeft en Die naar Zijn ondoorgrondelijken raad Zijn welbehagen volbrengt. De vreugde van Gods kind is vaak grooter in dagen van tegenspoed, dan in dagen van uitwendige voorspoed.
Wat wij alzoo noodig hebben in het Ieven, is deze vreugde te kennen, waarvan David in zijn druk zingt. Hebt gij reeds deze gave van God begeerd ? Zoovelen toch halen te midden van hun druk de schouders op, zeggende : „Wie zal ons het goede doen zien ? " Alle hoop is bij hen weg. Verwachting is er niet meer. Nergens wordt er een bevredigend antwoord gevonden. Tevergeefs verwacht men zijn hulp van de heuvelen en bergen. Immers alleen in den Heere, onzen God, ligt Israels heil. Zien wij op ons zelve, op de fel bewogen golven, op de donkerheid van rondom, welke verwachting is er dan nog ? Wij hebben den Heere verlaten. Wat voor wijsheid zouden wij dan nog hebben ?
Van den hemel klinkt daarom in den Heere Jezus Christus de teere noodiging : „komt herwaarts tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt. Ik zal u ruste geven".
Hij alleen schenkt rust en vrede aan het onrustig hart. Zoek dan den Heere met een oprecht hart. Ga tot Hem met al uw nooden. Hij toch roept zondaren, opstandelingen, goddeloozen tot Zich.
Neige daartoe de Heere in Zijne ontfermende genade uw hart, opdat gij in al uw druk de wondere vreugde van David moogt kennen. Welk een zegen, om bij alle gemis deze vreugde te genieten, welke door niets is te verstoren, in alle donkerheid nimmer doet versagen, zelfs bij den dood doet ervaren met David : „Ik zal in vrede te samen nederliggen en slapen; want Gij, o Heere ! alleen zult mij doen zeker wonen".
Dit is het zalig voorrecht van allen die door genade Davids God mogen kennen als hun God.
Niemand zal in vrede de vallei des doods kunnen ingaan, tenzij hij iets van de vreugde zal hebben gesmaakt, waarvan de koninklijke zanger getuigen mocht: „Gij hebt vreugde in mijn hart gegeven meer dan ten tijde, als hun koren en most vermenigvuldigd zijn".
Nijkerk (GId.).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's