UIT DE HISTORIE
ALEXANDER COMRIE
Een Calvinist niet-Calvinistische in een Eeuw.
III.
Het A. B. C. des geloofs is een bundel preeken, waarvan de inleiding, het verband en de toepassing zijn weggelaten. Het boekje, dat inmiddels reeds minstens twintig maal Is herdrukt, wil een verhandeling zijn over de „benaamingen" van het geloof. Oorspronkelijk is 't niet Comrie's bedoeling geweest, deze leerredenen in boekvorm uit te geven, maar op aandrang van velen is hij er toe overgegaan. Het werkje, dat algemeen bekend en zeer geliefd is, bevat veel, dat tot ontdekking en stichting kan bijdragen. De volgende „benaamingen" worden besproken : aandoen ; aanhangen ; aanhouden ; aankleeven ; aanneemen ; amen ; armoede ; beginnen ; bekennen van ongerechtigheit; betrouwen ; blijven in Christus ; dorsten ; draagen ; drinken ; eeten, geeven ; gewennen ; hongeren ; hooren ; kiesen ; komen ; kussen ; leggen van Christus tot syn fondament; leunen op Christus; neemen; schryven met de handt; verlaaten en verwachten.
Men ziet, dat de alphabetische opzet niet volkomen is gehandhaafd. De eerste druk van dit geschrift verscheen in 1739, en is opgedragen aan de nagedachtenis van zijn eerste overleden vrouw, Johanna de Heyde.
In zijn Verhandeling van eenige eigenschappen des Zaligmakenden Geloofs geeft Comrie een beschouwing over verschillende teksten uit het Oude en Nieuwe Testament. Het boek, dat in 1744 voor de eerste maal het licht zag, is opgedragen aan zijn gemeente te Woubrugge. Na dien is het nog vele malen herdrukt. Over de volgende teksten kan men in dit werk Comrie's opvattingen aantreffen : 1 Cor. 6:17; Romeinen 5:1; Hand. 15 : 9 ; 1 Petrus 2:7; Hebr. 4:3; Joh. 5:4; 1 Petrus 1:7; Jesaja 28 : 16 ; Hebr. 10 : 22 ; Efeze 1 : 13 ; Galaten 2 : 20 ; Romeinen 10 : 10 ; Micha 7 : 8 en Hebr. 11 : 13.
De Verzameling van Leerredenen werd door Comrie in twee stukken in de jaren 1749 en '50 gepubliceerd. Ook zij werden later herhaaldelijk herdrukt. Een open oog hebbende voor het verval van de Kerk zijner dagen, en er van overtuigd zijnde, dat de toenemende zedeloosheid en de insluipende ketterijen de schrikkelijkste gevolgen hebben moest, trad Comrie in deze leerredenen op als boeteprediker, met de bedoeling, het volk wederom terug te roepen tot de oude paden. Naast critiek op wantoestanden en onwaarachtigheden, geeft Comrie ook stof tot opbouw. Vooral over den aard van het gebed kan men hier schoone opmerkingen vinden.
Bespraken wij tot nu toe drie van Comrie's practische geschriften —, thans een enkel woord over zijn Stellige en Praktikale Verklaaringe van den Heidelbergschen Catechismus, die uiteraard een dogmatisch karakter draagt. Helaas is het slechts bij de verschijning van één deel, dat de eerste acht Zondagen behandelt, gebleven. Het verscheen in 1753 en behandelt den Catechismus in het licht van dien tijd. Met opzet heeft Comrie het vermeden, een copie te geven van wat door anderen reeds op dit gebied was gepresteerd. De actueele kwesties uit Comrie's dagen kan men in dit werk vinden, wijl hij de ketterijen, die bezig waren de overhand te verkrijgen, uiteenzet en bestrijdt.
Tezamen met zijn vriend Holtius, predikant te Koudekerk, schreef Comrie het Examen van het Ontwerp van Tolerantie, om de leere in de Dordrechtse Synode Anno 1619 vastgesteld met de veroordeelde leere der Remonstranten te Vereenigen. In tien samenspraken, die in negen stukjes van 1753—1759 het licht zagen, wordt o.m. gesproken over de wezendlyke Natuur van den Godsdienst ; over Gods kennisse; over Gods Gerechtigheid; over Gods besluit in 't Gemeen ; over de Praedestinatie ; over den staat des Rechtschapen Mensch; over het verbond der werken. Een tiende stuk is wel aangekondigd, en persklaar gemaakt, maar is niet uitgekomen. Over de reden hiervan spreken wij in het volgend artikel.
Het Examen is — zooals reeds gezegd — verschenen in samenspraken. Een vijftal personen worden onder Pseudonymen sprekende ingevoerd. De schuilnamen vertolken reeds de richtingen en stroomingen van dien tijd. Comrie, als „Regtzinnige"', is Orthodoxus. J. J. Schultens, als „Alverdragende", Pantanechomenus. 3. Alberti als „Breedenweghoudende", Euruodius. Holtius, als „Waarheidlievende", Philalethes. Ten slotte treedt „een Onverschillige" op in Adiaphorus. Uit deze opsomming kan de lezer aanvoelen, dat de ontbinding der Gereformeerde Kerk bereids in een vergevorderd stadium verkeerde, en dat allerlei verschillen over de fundamenteele stukken van de leer konden worden aangetroffen. „Het is dan ook louter fictie, indien iemand meent, dat de kerk der 18e eeuw nog een unaniem belijdend karakter droeg". ^) Er leefde bij mannen als Comrie „een voorgevoel van wat in en met de revolutie gekomen is, zooals zij duidelijk inzagen, dat de verwatering der leer op den val der Kerk moest uitloopen" ^)
Tot Comrie's dogmatische werken behoort ook de Brief over de Rechtvaerdigmakinge des Zondaars door de onmiddellijke Toereekening der Borggerechtigheit van Christus. (1761). Deze brief is geschreven „tot nut in deeze twistzieke eeuwe".
Ook de laatste drie boeken zijn meermalen op de pers gelegd. Van het Examen verscheen een verkorte tweede druk in 1835. Wie daartoe in de gelegenheid is, bestudeere echter de oorspronkelijke volledige editie van dit zeer voortreffelijk werk. (Slot volgt).
1) J. Severijn, Spinoza en de Gereformeerde Theologie zijner dagen, Utrecht 1919, blz. 229.
2) H. Visscher, De Scheiding en de Gereformeerde Gezindheid, Utrecht z.j., blz. 10.
D.
d. Z.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's