De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERK, SCHOOL, VEREENIGING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERK, SCHOOL, VEREENIGING

17 minuten leestijd

NEDERLANDSCHE HERVORMDE KERK.
Beroepen :
te IJmuiden-Oost G. F. Callenbach te Halle — te Zwammerdam G. de Vries te Heerde — te Groesbeek (toez.) A. Blanson Henkemans te Nisse (Z.).
Aangenomen :
naar Wateringen Th. J. H. Steenbeek te Valkenburg (Z.-H.) — naar Jutphaas cand. G. J. Geurtse, hulppred. te Brummen — naar Schraard cand. D. J. de Reus, hulppred. te Joure ca.
Bedankt:
voor Heeg J. H. Wessel te Buren — voor Nieuwe Tonge H. A. Leenmans te Ede — voor Groot-Ammers en Neerlangbroek J. J. Poot te Bunschoten.

GEREFORMEERDE KERKEN.
Beroepen :
te Wagenborgen B. Timmer te Hijken — te Vijfhuizen (Haarlemmermeer) cand. H. W. Wierda te Haarlem.

CHRISTELIJKE GEREFORMEERDE KERK.
Bedankt:
voor Groningen M. W. Nieuwenhuyze te Franeker.
Tweetal :
te Zwaagwesteinde D. Biesma te Drogeham en N. Brandsma te Wildervank.

GEREFORMEERDE GEMEENTEN.
Beroepen :
te Grand-Rapids (N. Am.) G. H. Kersten te Rotterdam — te Genemuiden W. C. Lamain te Rotterdam-Zuid.
Bedankt:
voor Rijssen-W. C. Lamain te Rotterdam-Zuid — voor Opheusden A. de Blois te Gouda.

Afscheid, bevestiging en intrede.
Rotterdam-Charlois.
Nadat hij des morgens afscheid had genomen in de Julianakerk te Rotterdam-Heyplaat, sprekende over 2 Cor. 13 : 13, heeft ds. G. J. Koolhaas, sedert 1928 predikant der Ned. Hervormde Kerk te Rotterdam-Charlois, met een predikatie over denzelfden tekst afscheid genomen in ae Oude Kerk, aan den Charloischen Kerksingel. Het kerkgebouw was tot in de uiterste hoeken bezet.
Nadat votum en zegen was uitgesproken, werd gezongen Psalm 103 : 1 en 7, de Geloofsbelijdenis gelezen, gevolgd door 1 Petrus 1, waarna in gebed werd voorgegaan.
In een voorafspraak wees ds. Koolhaas er op, dat de borden naast het orgel welke de namen van de predikanten bevatten, die de Ned. Herv. Gemeente van Charlois dienden, laten zien, dat er een tijd van komen en gaan, is. Er ligt iets weemoedigs in, als banden verbroken worden en die is des te grooter, naarmate de band sterker is. Er was een band van liefde gelegd en daarom valt het scheiden zwaar. Spr. zou het vreeselijk vinden als hij van Charlois ging scheiden, zooals eens die Koning in het Oude Verbond, welke heenging zonder begeerd te zijn. Spr. weet echter, dat dit hier niet 't geval is, maar hij gelooft ook, dat het Gods tijd is, om heen te gaan.
Als menschen van elkander scheiden, hebben ze behoefte om elkaar het goede toe te wenschen. Sprekers afscheid van de gemeente zal een bede zijn, en wel die, welke Paulus eens voor de gemeente van Corinthe deed, n.l. 2 Cor. 13 vs. 13 : „De genade des Heeren Jezus Christus en de liefde Gods, en de gemeenschap des Heiligen Geestes zij met u allen !"
Als eerst nog gezongen is Psalm 42 vers 3 en 7, ging ds. Koolhaas over tot verklaring van zijn tekst. Na de prediking heeft ds. Koolhaas zich met enkele woorden gericht tot zijn collega's, die aanwezig waren, ds. Kelder en ds. Mantz, alsmede tot ds. Kijftenbelt, van Feijenoord. Gewezen werd op de zware taak, welke op de predikanten ook te Charlois en te Feijenoord is gelegd. Dan volgden nog toespraken tot den Kerkeraad, het Kiescollege, waarvan spreker hoopte dat het een predikant zou beroepen eens geestes met hem; Kerkvoogdij, Notabelen, tot het personeel van de Zondagsscholen, Jeugdvereenigingen, Chr. Scholen, tot die godsdienstonderwijs geven op de Openbare /Scholen, tot kosters en organisten, de wijkbroeders uit Wijk A, tot hen die werkzaam zijn in allen arbeid, welke uitgaat van den Kerkeraad en tot de zusters van de Wijkverpleging.
Tenslotte dankte spreker de gemeente voor alle liefde en trouw, die hij. had ontvangen, vooral in den laatsten tijd.
Alvorens ds. Koolhaas voor het laatst de zegen op de gemeente legde, heeft ds. F. Kijftenbelt, van Feijenoord, nog het woord gevoerd. Niet alleen als praetor van den Ring IJsselmonde, maar ook persoonlijk gevoel ik behoefte — aldus spr. — U te zeggen, dat ik hartelijke sympathie voor uw werk had, dat u zoo lief was. Namens Feijenoord en het Bijbelgenootschap behoef ik u niet te verzekeren, dat uw arbeid gewaardeerd werd. Wij zullen u missen en geven u den wensch mee, dat God ook in Huizen het wèl zal maken. Als geestverwant in bijzonderen zin van het woord, wilde spreker niet nalaten in deze ure van afscheid ds. Koolhaas 's Heeren zegen toe te bidden.
Ds. W. H. Kelder, de nestor van de predikanten der Ned. Herv. Gemeente te Charlois, wilde namens de gemeente een wensch uitspreken. De arbeid van een predikant is vierderlei, en met al de liefde van uw hart en met groote belangstelling hebt gij dien verricht. We waren - zei spr. - het hierover eens, dat het noodig is de heerlijkheid van Christus te kennen en Hem toe te behooren door een levend geloof. Spreker hoopte, dat het ds. Koolhaas en de zijnen goed mocht gaan en bad hem de O. T. zegenbede uit Numeri 6 VS. 24-126 toe en verzocht de gemeente te zingen Psalm 121 vers 4.
Ds. Koolhaas heeft vervolgens de beide sprekers hartelijk dank gezegd voor hun sympathieke woorden en wenschte Gode alleen de eer te geven, waarom hij verzocht nog te zingen Psalm 72 vers 11, waarna hij den zegen uitsprak.
A.S. Zondag zal D.v. ds. Koolhaas intrede doen te Huizen, na vooraf in het ambt aldaar bevestigd te zijn door zijn broeder, ds. B. C. Koolhaas, van Utrecht.

Ds. J. H. F. Engel.
DS. J. H. F. Engel, Ned. Herv. pred. te Alblasserdam, die het beroep naar Rotterdam heeft aangenomen, hoopt Zondag 6 Maart afscheid van zijn tegenwoordige gemeente te nemen en Zondag 13 Maart ; zijn intrede te doen in zijn nieuwe gemeente, na bevestigd te zijn door prof, dr. Th. L. Haitjema, van Groningen.

Ds. A. Oskam.
Ds. A. Oskam, Ned. Herv. pred. te Lexmond (classis Gouda), die met ziekteverlof, op advies van zijn geneesheer, sedert geruimen tijd elders vertoeft, heeft in verband met een verdere naverpleging een verlenging van zijn ziekteverlof bekomen tot 1 Augustus a.s.

Ds. L. J. Lammerink.
Ds. L. J. Lammerink, te Delft, is Zondag 6 Febr. op een wandeling, die hij in gezelschap van zijn dochter in de omgeving zijner woning maakte, door een plotselinge ongesteldheid overvallen. Behulpzame handen brachten den patiënt thuis. De toestand verergerde intusschen door een opkomende hevige benauwdheid, die eerst na enkele uren week. De toestand is nadien veel verbeterd, maar de patiënt moet volkomen rust houden.
Aan ds. Lammerink werd kort geleden door het Prov. Kerkbestuur van Zuid-Holland, met opheffing van de schorsing, ziekteverlof verleend voor een half jaar.

De komende Synode wordt in Mei definitief vastgesteld.
In verband met de hangende reorganisatieplannen is het van groot belang te weten, hoe de a.s. Synode zal zijn samengesteld.
Eenige, thans zittende, leden zullen door andere vervangen moeten worden, hetgeen in de a.s. Mei-vergaderingen der Prov. Kerkbesturen zal dienen te geschieden. Zij treden dan op met de komende Synode en hebben dan zitting voor drie jaar. De Kerkbesturen met meer dan 150 predikantsplaatsen benoemen elk 2 leden of wel 2 predikanten of één predikant en één ouderling, 200, dat zij samen 7 predikanten en 3 ouderlingen afvaardigen, volgens een door de Synodale Commissie opgemaakte rooster. Hoe de Synode straks 2al zijn samengesteld, 'kan dus pas definitief in Mei a.s. worden vastgesteld. (Herv. Zond.blad.)
Aftredend (met de 3de Woensdag van Juli a.s.) zijn o.a.: ds. P. Bokma voor Zuid-Holland ; F. A. van den Bosch, ouderling te Amsterdam, voor Noord-Holland (dit zal wel een vrijzinnige nu worden), ds. S. Winkel te Heerenveen, voor Friesland (dit zal wel een rechtzinnige nu worden).

Het beruchte telefoontje.
In „het Vaderland" (Dinsdag 18 Jan. j.L), dus een paar dagen na de beslissing in de buitengewone vergadering van de Synode) geeft een vaste medewerker een beschouwing over het telefoongesprek van prof. Berkelbach van der Sprenkel met prof. Haitjema, in betrekking tot een eventueele wijziging van het voorgestelde Artikel 8, 1-5, waar sprake is van „hervorming en hand­having van de belijdenis". Prof. Haitjema schrijft in „Nieuw Kerkelijk Leven" (van Febr. j.L), dat deze beschouwing bewijst „hoe moeilijk het voor tegenstanders van het Ontwerp., die van liberalen huize zijn, schijnt te wezen, on-billijk te oordeelen over de bedoelingen en handelingen van hen, die van de noodzaak der reorganisatie in den geest van 't laatste Rapport diep overtuigd zijn".
De „Avondpost" schreef : Prof. Haitjema, vreezend, dat zijn geesteskind zou kelderen, haalde op het laatste oogenblik bakzeil, door in het befaamde Artikel 8 in plaats van „de zorg voor hervorming en handhaving van haar belijdenis", zich neer te leggen bij : „de zorg voor haar belijden". Dat is ons tegengevallen. Want juist de belijdenis en haar handhaving, juist gedurende de periode dat er nog niet hervormd zal zijn (want dan zullen de Drie Formulieren van (Eenigheid onverkort gehandhaafd moeten worden) ligt den Hooggeleerde immers zoo na aan het hart ? En dan op een kritiek oogenblik dit alles prijs geven ?
Prof. Haitjema schrijft nu : ,, Rondom dit min of meer fantastische bericht over een telefoontje, heeft zich reeds een soort legende gevormd. Dat moet bij den wortel worden afgesneden. Toen prof. Berkelbach zei, dat naar zijn meening door deze wijziging geen enkel beginsel van het Rapport werd aangetast, antwoordde ik, dat door deze redactie-wijziging het Reorganisatie-voorstel voor mij niet onaannemelijk werd, wijl ik van overtuiging was, dat in ons Ontwerp niets wezenlijks veranderde ten gevolge van deze verandering der bewoordingen. Zoowel leertucht als herziening der belijdenisschriften bleven dan immers beginselen van het Ontwerp, wat ook blijkt uit het dubbele „opdat" in Artikel 8, al. 5.
Ik beëindigde het telefoongesprek met nog te onderstrepen, dat ik tot deze redactie-wijziging zeker niet het initiatief nemen zou, en dat dit daarom voor de verantwoording blijven moest van mijn ambtgenoot".
Prof. Haitjema besluit met te vragen : ,, Wat blijft er nu van het sensationeele bericht in „het Vaderland" over ? En mag ik eens hooren, welke beginselen hier prijs gegeven zijn ?
Ds. D. Bakker, hoofdredacteur van „Kerk en Wereld'' (Vrijz. Hervormden) teekent daarbij aan (18 Febr. '38) :
„We hebben het nu uit den .mond van prof. Haitjema zelf gehoord : deze redactiewijziging verandert niets wezenlijks. Het is voor de zooveelste maal, dat prof. Haitjema zijn ethische vrienden 'n koude douche toedient. Zooals b.v. toen hij heel nuchter kwam verklaren : dat „hervorming'' niet het wezen raakte (van de belijdenis), maar slechts vormhernieuwing was. En nu dit weer". ,, In dit geval (van het telefoontje) heeft de Groninger hoogleeraar m.i. gelijk. Er is niets wezenlijks veranderd : geen enkel beginsel van het Rapport werd aangetast". „Het wezen van dit ontwerp is en blijft, óók met deze wijziging, confessioneel. En als grondslag blijven gehandhaafd de historische belijdenisgeschriften en liturgische formulieren. Zij vormen het uitgangspunt; en zij zullen gelden zooals ze nu zijn". „Wij zijn het" — aldus de vrijzinnige ds. Bakker — „met „Kerkherstel" eens : er is in het Ontwerp niets wezenlijks veranderd en beginselen zijn niet prijs gegeven met dit amendement. Het Ontwerp is confessioneel en blijft confessioneel. Ik kan die karaktervastheid van menschen waardeeren, maar voor onze Kerk" — aldus de moderne dominé van Drachten (die, naar we meenen bij de S.D.A.P. is aangesloten) — „zou een verwezenlijking van hun beginselen funest zijn".

Een dominee van de Gereformeerde Kerk en het Reorganisatie-Ontwerp.
Ds. Couvée, Geref. pred. te Hillegersberg, die eertijds Hervormd was, maar mee door de Voorstellen van een Modus-Vivendi in 191S naar de Gereformeerde Kerk is overgegaan (hij was toen student te Utrecht), schrijft in zijn blad „Herleving" het volgende (in zijn „jaaroverzicht") :
„Een jaar ook van aangegrepen mogelijkheden. En we denken aan de ingrijpende reorganisatievoorstellen, die inmiddels door de Synode der Ned. Hervormde Kerk met kleine meerderheid zijn toegelaten tot verdere behandeling. Er wordt binnen en buiten dit Kerkverband zeer verschillend over geoordeeld. Ook als wij het feitelijke Ontwerp geheel hadden kunnen bestudeeren, zouden we waarschijnlijk geen vast oordeel durven uitspreken. Nu hopen we en bidden we voor een gezegenden uitslag.
Twee dingen zeggen mij iets goeds : wie had nog vóór kort kunnen denken, dat zulk een vraag om belijdende Kerk weer te mogen worden, zóó zou zijn gesteund, zoo zou léven in den kring der ethischen, wier kopstukken vroeger in geen enkele belijdenis eenig heil zagen. De geschiedenis heeft ons, menschen, weer eens verrast. In de tweede plaats zegt het mij iets, dat de vrijzinnigen eenparig tegen zijn. Kan vooral dit laatste ons toch niet doen hopen, dat de Kerk weer bezig is Kerk te worden. Al hun tegenspreken duidt er onmiskenbaar op : zij speuren achter deze hun onsympathieke beweging de gestalte van Jezus Christus en Dien gekruisigd.
Geve God, dat Hij als levende Heer er werkelijk achter sta ! Dan zal de Kerk geen mogelijkheden verzuimen kunnen, omdat zij werkelijkheid worden door Hèm, Die heeft beloofd : de poorten der hel zullen Mijn Gemeente niet overweldigen".

Uit de wereld der Vrijzinnig- Hervormden.
Het Hoofdbestuur van de Vereeniging van Vrijzinnig Hervormden vergaderde Dinsdag 8 Febr. in Hotel Terminus te Utrecht.
Een schrijven is ingekomen, dat wijst op het tekort van Vrijzinnige proponenten. Een groote achterstand dreigt, wanneer verschillende gemeenten „los" komen. Pogingen zullen worden aangewend om de studie voor predikant onder de Vrijzinnigen te bevorderen.
Mededeeling is ontvangen van ds. Westhoff, dat deze zich niet meer rekent tot de Vrijzinnigen. [In ons Predikanten-boek vinden we den naam van ds. F. A. Westhoff, geb. 10 Dec. 1910, sinds 23 Dec. 1934 pred. te Diever (Dr.), Class. Meppel.]
In bespreking komt, wat er gedaan moet worden inzake het Reorganisatie-Voorstel. Een breede discussie ontwikkelt zich en de vraag wordt gesteld : op welke wijze gehandeld dient te worden om aanneming te voorkomen. Een Commissie wordt benoemd, die de actie in deze zal voorbereiden.
Men zal zich in verbinding stellen met de V.P.R.O. Inzake het optreden van de Herv. Radio Omroep, die ook in vrijzinnige gemeenten propaganda tracht te maken, terwijl deze actie een rechtzinnige beweging is.

Ned. Herv. Gemeente te Hazerswoude. Bouwplannen.
Bij kerkvoogden en notabelen der Ned. Herv. Gemeente te Hazerswoude bestaan ernstige plannen om te komen tot den bouw van een nieuwe kerk en van een vereenigingsgebouw. Volgens deskundigen is de toestand van het huidige eeuwenoude kerkgebouw zoodanig, dat een nieuwe kerk een dringende eisch is. In „Salvatori" werd een gemeente-avond gehouden, waarin de voorzitter van kerkvoogden, de heer T. Wezelenburg Kzn., den toestand van het oude gebouw en de plannen voor den bouw van een nieuw bedehuis heeft uiteen gezet. In de gemeente zullen voor dit doel gelden worden bijeengebracht.

Gift.
Voor de tweede keer dit jaar werd het Zeister Zendingsgenootschap verblijd door een anoniemje gift van ƒ 1000.—.

De nederlaag der Vrijz. Hervormden te R'dam.
De heer D. van Bentveld, voorzitter van de afd. Rotterdam der Vrijz. Hervormden, schrijft in „Kerk en Wereld" (18 Febr. '38) : „De strijd is weer gestreden ! Op de vrijzinnige lijst zijn 8& 0 stemmen uitgebracht, verleden jaar 1161, alzoo een verlies van ruim 300 st. Gaarne hadden we het anders gezien, maar eerlijk gezegd, we hadden op achteruitgang gerekend. Er is door ons dit jaar weinig actie gevoerd ; we hebben geen circulaires verzonden, we hebben geen controle geoefend. Waarom ? Wel, het stond bij ons reeds in het voorjaar vast, dat de belangstelling voor de plaatselijke kerk sterk afnemende was. Onder deze omstandigheden vond het bestuur het niet gewenscht honderden guldens aan de verkiezing uit te geven, te 'méér niet, daar het voor ons niet veel meer is dan een jaarlijksche demonstratie, dat er óók nog vrijzinnige lidmaten zijn. Intusschen betreuren wij dezen achteruitgang, ook voor de Kerk zelve, 't Is dat wij de zaak der vrijzinnigen in ruimer verband zien ; bezagen wij het niet nationaal, ons restte niets dan massaal uittreden". „Wij hebben weer ervaren, dat het Kerkbesef bij veel vrijzinnigen en geestverwanten geheel of nagenoeg geheel ontbreekt". „Maar wij geven de moed niet op, want ons geloof hebben wij behouden". „Wij gaan weer kalm verder met ons werk, ook ten bate van de Ned. Hervormde Kerk, maar vooral voor de onzichtbare Kerk, die geen schotjes kent, die allen wil omvatten, die God aanbidden in geest en waarheid".
Men voelt: de moedeloosheid komt van alle kanten door de gaten en scheuren kijken. Wat wij te meer begrijpen, daar het resultaat van de „reuzen-vergadering", in de Doelen gehouden door ds. Westmijse, dat een „knal-meeting" moest worden, vlak vóór de verkiezing, dit droeve resultaat heeft gehad. Men wil nu blijkbaar de boeg wat wenden gaan, om voortaan niet zoozeer voor de zichtbare Kerk met verkiezingsactie enz. te werken, maar voortaan de meeste aandacht te gaan wijden aan de onzichtbare Kerk, waar men met al dat gedoe niet te maken heeft!

Een protest.
Het Kerkbeurtenblad van de Ned. Herv. Gem. te Amsterdam bevat een artikel van den voorzitter van den Kerkeraad en voorzitter der Commissie van toezicht op het Kerkbeurtenblad, ds. A. G. H. van Hoogenhuyze, waarin ernstig gewraakt wordt, dat het blad „Hervormd Amsterdam" regelmatig verslagen van de kerkeraadsvergaderingen bevat, onderteekend „Elder" (ouderling) en door een onbekende geschreven, waarin velerlei critiek op de kerkeraadshandelingen uitgeoefend wordt. Zoo werd in het jongste „verslag" de leiding van den voorzitter scherp afgekeurd. De kerkeraadsvoorzitter noemt deze anonyme critiek van een lid der vergadering laf, verzoekt hem zijn masker af te doen en richt zich voorts tegen het weekblad „Hervormd Amsterdam", dat naar het oordeel van den kerkeraadsvoorzitter, voorgevend den bloei der gemeente te bevorderen, schadelijk afbraak-werk doet en verdeeldheid zaait zonder daarvoor in zijn „bomvrije kazemat" verantwoordelijkheid op zich te nemen.

Een Langdradige spreker en een mislukte collecte.
Mark. Twain gaf eens - zoo lezen we in De Spiegel een aardige illustratie van een spreker, die zijn gehoor tot iets trachtte over te halen, maar die te lang sprak en z'n doel voorbij schoot. „Toen de spreker'" - aldus de anecdote - „tien minuten gesproken had, was ik zóó onder den indruk, dat ik besloten had iedere cent, die ik bij me had, voor het doel te offeren. Na nog tien minuten nam ik me voor het bankpapier, dat ik bij me had, maar in portefeuille te laten, maar toch voelde ik mij verplicht al mijn zilvergeld te geven. Wéér tien minuten later was ik overtuigd, dat ik mijn geld beter voor me zelf kon houden. En toen tenslotte drie kwartier na het begin de collecteschaal rondging, heb ik er twee dollar uitgehaald als vergoeding voor de verveling en ergernis".

God tot een leugenaar maken.
Dat is het ergste wat er is ; van God zeggen, dat Hij liegt.
En de apostel Johannes zegt, dat zulks geschiedt door ieder, die de Godheid van Christus loochent. „Wie beleden zal hebben, dat Jezus de Zoon van God is. God blijft in hem en hij in God"". „Wij hebben aanschouwd en getuigen, dat de Vader Zijn Zoon gezonden heeft tot een Zaligmaker der wereld". „Indien wij de getuigenis der menschen aannemen, de getuigenis van God is meerder en God getuigt van Zijn Zoon, dat Hij is de Zaligmaker, bij Hem geliefd. Die dan ook God in deze niet gelooft - zoo schrijft de Apostel - „heeft Hem tot een leugenaar gemaakt, dewijl hij niet geloofd heeft de getuigenis, die God getuigd heeft van Zijn Zoon" (1 Joh. 4, 1 Joh. 5).
De getrouwe Godgetuigen, die weten wat zij zeggen, prediken en schrijven, naar het getuigenis des Heeren, dat Jezus is de Zoon van God, de Zaligmaker.
En de Christelijke Kerk van alle eeuwen is gebouwd op dit fundament, van God Zelf gelegd en door de Apostelen en Profeten bekend gemaakt.
Voor tweeërlei uitlegging zijn deze woorden van Gods getuigenis niet vatbaar. Ze kunnen alleen aangenomen of verworpen worden. Jezus Christus is Gods Zoon, God uit God en Licht uit Licht of Hij is niet Gods Zoon. En alle wanhopige pogingen om van de woorden Zoon van God een andere uitlegging te geven, doen het getuigenis Gods geweld aan. Ja, men maakt God tot een leugenaar. Want God heeft het ons zoo klaar en duidelijk geopenbaard ; juist dit heeft Hij ons geopenbaard, en ons verzekerd, dat hiervan afhangt al onze zaligheid. Onder den hemel is geen andere Naam gegeven tot zaligheid ; en die zalig wordt, moet door Hem zalig worden en door Hem alléén.
Wie is het dan, die staande zal blijven, ook in onze dagen ? Wie is het, die de wereld zal overwinnen ? Is het niet, die gelooft dat Jezus is de Zoon van God ?
„En wie is de leugenaar, anders dan die loochent dat Jezus is de Christus ? Deze is de Antichrist, die den Vader en den Zoon loochent. Een iegelijk, die den Zoon loochent, heeft ook den Vader niet. Hetgeen gijlieden dan van den beginne gehoord hebt, dat blijve in u. Indien in u blijft, wat gij van den beginne gehoord hebt, zoo zult gij ook in den Zoon en in den Vader blijven". (1 Joh. 2 vers 22-24).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 februari 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

KERK, SCHOOL, VEREENIGING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 februari 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's