De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Rondblik buiten de Grenzen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Rondblik buiten de Grenzen

5 minuten leestijd

Ten opzichte van de internationale politiek, hebben we deze week geleefd als „in de schaduwen van gisteren". Met andere woorden : we behoeven ons slechts te herinneren wat „gisteren" de aandacht vroeg, om tevens te weten, wat dezer dagen onderwerp van bespreking heeft uitgemaakt. Er zijn heel gezellige, en ten deele ook leerzame, nabeschouwingen gehouden over het aftreden van Eden, de reorganisatie van het Oostenrijksche Kabinet, en over alles wat met beide feiten zoo-al verband houdt.
In de eerste plaats maken we melding van de rede welke de Oostenrijksche bondskanselier, Schuschnigg, over het accoord te Berchtesgaden uitgesproken heeft. Men zag daar algemeen met belangstelling naar uit. Hoe denkt Schuschnigg nui eigenlijk zèlf over het resultaat van de besprekingen met Hitler ? En de Bondskanselier is het antwoord niet schuldig gebleven. , De eerste en vanzelfsprekende plicht der Oostenrijksche regeering is, aldus Schuschnigg, is de onaangetaste vrijheid en onafhankelijkheid van het Oostenrijksche vaderland te handhaven". Buitenlandsche voorbeelden kunnen niet in aanmerking komen, en aan Berlijn zullen geen verdere concessies gedaan worden. Men kan dus niet zeggen, dat Schuschnigg zich in vage algemeenheden verloren heeft. De Duitsche pers was nogal matig in haar critiek, doch merkte wel op, dat Schuschnigg te veel zijn best gedaan heeft om Parijs en Londen gerust te stellen, en te weinig in de'n geest van het accoord sprak. Vanzelfsprekend waren de Engelsche en Fransche bladen heel wat beter te spreken.
We kunnen ons er slechts over verheugen, dat Schuschnigg zoo dapper en duidelijk gesproken heeft. Men vraagt zich zelfs af, waar de Oostenrijksche kanselier die moed plotseling vandaan haalt. Men kan toch moeilijk beweren, dat zijn besluit omi twee nationaal-socialistische ministers in de regeering op te nemen, geheel „onafhankelijk" werd genomen. Het werd door Hitler min of meer afgedwongen. Als Schuschnigg het inderdaad in zijn macht heeft om zelf te bepalen hoever die invloed van Hitler op de binnenlandsche politiek zal gaan, waarom heeft hij dien invloed dan niet aanstonds vernietigd ? Is er de laatste dagen wat ten gunste van Oostenrijk in de internationale situatie veranderd, waardoor Schuschnigg zich gesterkt en bemoedigd kan gevoelen ? Als antwoord op de^ze en soortgelijke vragen herinneren sommige bladen aan de komende besprekingen tusschen Rome en Londen. Mussolini zou zich, met de Engelsche vriendschap in het vooruitzicht, weer de weelde kunnen veroorloven, om t.o.z. van Oostenrijk met Hitler van meening te verschillen, en daarom, den Oostenrijkschen kanselier bij voorbaat moed ingesproken hebben. Het is mogelijk, doch niet waarschijnlijk. In ieder geval heeft Schuschnigg getoond, dat hij niet eerder voor Hitler zwichten wil, dan strikt noodzakelijk is.

Het ziet er intusschen niet naar uit, dat Engeland zich over de onafhankelijkheid van Oostenrijk bijzonder druk zal maken. Na het aftreden van Eden minder dan ooit. Chamberlain heeft de idee der „collectieve veiligheid" noodgedwongen losgelaten, en is allerminst van plan zijn vingers aan „heete hang-ijzers" te branden. Hij ondervindt voor zijn, zeer practische „viermogendheden-politiek" juist voldoende steun, om kalm zijn weg te kunnen gaan. Men heeft hem in het Lagerhuis met vragen bestormd ; vragen over de houding van Engeland tegenover Oostenrijk, Spanje en Italië. En ook heeft het den Engelschen premier niet aan ernstige critiek ontbroken. Maar Chamberlain heeft zich niet tot diepgaande verklaringen laten verleiden. „Dat komt later". 'Nu moet eerst serieus overleg gepleegd worden met Italië. In welk stadium dit overleg verkeert kon nog niet worden medegedeeld. Alleen gaf Chamberlain de geruststellende verklaring, dat Italië niet den eisch gesteld heeft dat het aan de verdediging van het Suez-kanaal zou moeten deelnemen. En verder moest men het maar aan de regeering overlaten om met Italië tot overeenstemming te komen. Dat is Chamberlain wel toevertrouwd. En in den nieuwen minister van buitenlandsche zaken, Lord Halifax, heeft Chamberlain een bekwaam en betrouwbaar medewerker gevonden. Lord Halifax is een tijdlang (als Lord Irwin) onderkoning van Britsch-Indië geweest, en behoort tot de meest achtenswaardige figuren der Engelsche politiek. Het is duidelijk, dat de Engelsche politiek voortaan weer geheel beheerscht zal worden door het devies : „Safety first". Veiligheid voor alles, wat nog iets anders is dan : veiligheid voor allen. Hoe weinig sympathie men ook voor de utiliteitspolitiek van Chamberlain en zijn vrienden moge hebben, men kan er zeker van zijn, dat zij slechts het belang van Engeland (en van Engeland alleen !) op het oog heeft.
Daarom kon Japan, dat blijkbaar denkt nu ook (gelijk Italië) op een soepele houding van Engeland te mogen rekenen zich wel eens vergissen. We achten het integendeel niet uitgesloten, dat John Buil zich in Europa de handen wat vrij maakt, omdat hij in het verre Oosten zijn krachten zoo noodig heeft.
Men voelt wel dat er vorige week niet ten onrechte over verschil van meening tusschen Eden en Chamberlain gesproken is. De afgetreden minister van buitenlandsche zaken heeft op een politieke vergadering zijn standpunt nog eens duidelijk uiteengezet. „Er moeten, zeide hij, eerst vorderingen gemaakt zijn met de vervulling van verplichtingen die reeds waren aangegaan, alvorens te willen onderhandelen over andere overeenkomsten die dezelfde kwestie dekken". Chamberlain was bang, dat er dan van verder-onderhandelen met Italië wel niets zou komen
De kleine mogendheden zagen Eden noode gaan. Tsjecho-Slowakije bijvoorbeeld voelt zich bepaald ongerust. Zal Engeland nog wel tot hulp bereid zijn, wanneer Hitler straks de in Tsjecho-Slowakije vertoevende Duitschers ,, verlossen" wil ? In ieder geval zal men in Praag en Weenen met voldoening gehoord hebben, dat Delbos in de Fransche Kamer de verzekering gaf, dat z.i. „de aanwezigheid van een minderheid geen buitenlandsche inmenging kan rechtvaardigen"'. De Fransche verplichtingen ten aanzien van Tsjecho Slowakije zullen trouw worden nagekomen. De Fransche minister van buitenlandsche zaken staat blijkbaar, evenals de Fransche premier Chautemps, dichter bij het standpunt van Eden dan bij dat van Chamberlain. En de Fransche Kamer in groote meerderheid evenzoo. Toch zal men er in Parijs en Rome voldoende van overtuigd zijn dat men elkaar noodig heeft om weer spoedig toenadering te zoeken.
Overigens dreigt alweer een ernstig conflict tusschen parlement en regeering inzake de sociale hervormingen.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 maart 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Rondblik buiten de Grenzen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 maart 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's