UIT DE AFDEELINGEN
HAARLEM EN OMSTREKEN. Aan alle vrienden wordt medegedeeld, dat de spreekbeurt met collecte voor het Studiefonds van den Geref. Bond niet wordt gehouden 2 Maart, doch D.v. 30 Maart a.s., onze laatste samenkomst van dit seizoen. Ds. G. den Duijn, Herv. pred. te Vinkeveen, verklaarde zich gaarne bereid in dezen dienst voor te gaan. Een ieder van ons legge iets voor dit doel weg en storte dit dan 30 Maart in de collectezakjes. Hartelijk aanbevolen !
Ons resten dan nog de volgende beurten in Maart:
2 Maart ds. K. J. v. d. Berg, van Amersfoort. 9 Maart ds. jhr. E. L. W. M. Hoeufft van Velsen te Ter Aar.
16 Maart ds. H. A. Leenmans, van Ede. 23 Maart ds. P. Kruijt, van Diemen, en
30 Maart ds. G. den Duijn, van Vinkeveen : Sluiting.
AUG. C. VAN DE WALLE.
Spaarndamsche weg 428.
Secretaris.
Haarlem (Noord).
NOORD. (Hoogeveen). Het was 16 Februari j.l. een genotvolle avond voor de afd. van den Geref. Bond te Noord (onderafd. van de afd. Hoogeveen), toen Z.W.EW., ds. Vermaas, van Huizen, dit samenzijn opende met het laten zingen van Psalm 89 vers 1 en voorging in gebed.
Spreker trad deze avond voor ons op met het onderwerp :
De merkteekenen van den waren Christen naar Art. 39 van de Ned. Gel. Belijdenis.
Spreker zette dit nader uiteen door met ons na te gaan : Een Christen is te kennen : Ie. aan zijn geloof ; 2e. aan zijn belijdenis ; 3e. aan zijn wandel ; 4e. aan zijn vlucht.
In deze vier punten vinden wij volgens spreker de openbaring van den waren Christen in zijn leven in de Kerk der Vaderen, om tenslotte er ons op te wijzen, dat wanneer een zondaar vlucht, hij vlucht naar Christus om in Hem behoud en redding te vinden.
Er werd nog gezongen Psalm 143 vers 10, waarna ds. Vermaas voorging in dankgebed en de groote schare, die opgekomen was om haar oudherder en leeraar nog weer eens te hooren, wèlvoldaan huiswaarts keerde.
’t Was aan alles te zien, dat ds. Vermaas ook hier nog niet vergeten was.
De Secretaris.
EDE. Ds. R. Bartlema, Ned. Herv. pred. te Zeist, hield, op uitnoodiging van de afd. Ede van den Geref. Bond in de Ned. Hervormde kerk een lezing in „Ons Huis".
De heer G. Heij, voorzitter, las ter inleiding voor een gedeelte uit het Evangelie van Johannes, waarna hij in gebed voorging en vervolgens na een kort welkomstwoord het woord gaf aan ds. Bartlema. Deze deelde mede, dat hij niet het aangekondigde onderwerp „Ethisch of Gereformeerd" zou behandelen (hij was bereid dit eventueel later te doen), maar inplaats daarvan zou spreken over het meer actueele onderwerp :
Het Reorganisatie-Ontwerp.
Dit ontwerp — aldus spreker — staat in het midden van het kerkelijk leven. Daarover is al heel wat te doen geweest, niet alleen in de Hervormde-, maar ook in de Gereformeerde en Chr. Gereformeerde Pers.
De Hervormde Kerk is al een belijdende Kerk, maar zij wordt, als het Ontwerp zou worden aangenomen, in gansch anderen zin een belijdende Kerk. De Hervormde Kerk heeft op het oogenblik nog de oude belijdenis, al wordt zij niet door de besturen gehandhaafd.
Spreker gelooft niet, dat b.v. de Chr. Gereformeerden, als het Ontwerp zou worden aangenomen, straks terug zullen keeren in de Ned. Hervormde Kerk. Zelfs de religieuse Socialistische Pers heeft het Ontwerp gunstig beoordeeld, hetgeen wel wijst op een kentering in die kringen. Ds. Bartlema zette daarna uiteen de noodzakelijkheid voor de Kerk om een Kerkorde te hebben , welke noodig is, opdat alle dingen met eere en orde geschieden. Een Kerkenorde is heel wat anders dan een belijdenis. De Kerk bezit de 37 Geloofsartikelen, de Catechismus en de Vijf Artikelen tegen de Remonstranten. Dat belijden komt op uit het geloof. In de Kerkenorde staat niets van de belijdenis. Dat behoeft ook niet. De bekende Dordtsche Kerkenorde werd opgesteld in 1918—1619.
In 1816, in een tijd van verwatering, kreeg men het huidige reglement. Dat was een daad van schromelijk onrecht, want zij werd van bovenaf opgelegd, om de diverse richtingen bij elkaar te houden. Met elkaar zitten die richtingen nu in een huis, ais diverse huisgezinnen in een flat. Daardoor kan het geweldig spoken in de Ned. Hervormde Kerk. In 1834 had als gevolg daarvan de afscheiding plaats en in 1886 de doleantie. Dr. Hoedemaker kwam het eerst met het streven naar reorganisatie.
De Ethischen werpen zich, nu met alle macht op de Kerk, hetgeen men wel in het oog moet houden, want, al lijkt het er in Ede niet op, de Gereformeerden leven in de Hervormde Kerk bij de gratie van de Ethischen.
Achtereenvolgens kwamen de vereenigingen „Kerkherstel" en „Kerkopbouw" met reorganisatie-ontwerpen, doch beiden werden verworpen. De Synode gaf te kennen, dat het 't beste was, als beide richtingen tezamen poogden met een reorganisatievoorstel te komen. Als gevolg daarvan zijn Ethischen en Confessioneelen het in dezen eens geworden, waardoor men met een nieuw reorganisatieontwerp voor den dag is gekomen, dat de Synode in Januari j.l. voorloopig heeft aangenomen. Nu moeten de Classicale Vergaderingen en de Provinciale Besturen zich er nog over uitspreken.
Als de laatste hebben gesproken, worden alle voor-en tegenstemmen van alle Prov. Besturen opgeteld en als dan minstens twee-derde van het aantal stemmen er vóór is, is het reorganisatieontwerp aangenomen.
Ds. Bartlema zette daarna uiteen, waarom art. 8 van het Ontwerp het voornaamste is.
Daarin staat : Het wezen en doel der Ned. Hervormde Kerk, door haar zelve, als deel van de Algemeene Christelijke Kerk, tot uiting gebracht in hare historische belijdenisgeschriften en formulieren, sluit in voor al hare lidmaten bij de vervulling van hun roeping, voor alle ambtsdragers bij hun ambtsbediening, voor de kerkvisitatoren en den moderator bij de vervulling van hun taak en voor alle kerkelijke vergaderingen bij bestuur en toezicht over de gemeenten de zorg voor hare belijdenis door hervorming en handhaving, opdat het geloof der Kerk in hare verkondiging en in hare symbolische en liturgische geschriften steeds zuiverder tot uitdrukking komen".
In dit artikel staat dus zoowat alles in. Eigenlijk wordt alles hierin gesteld onder de schuts van de Ned. Hervormde Kerk.
Spreker bestreed de gedachte, die hierin wordt doorgevlochten over de zichtbare Kerk. Dat rammelt. Voorts becritiseerde ds. Bartlema de zorg voor de belijdenis door hervorming en handhaving. Men wil dus beginnen met hervormen en daarna handhaven. Dat is juist de verkeerde volgorde. Eerst moet zeker uit de samenspreking van alle richtingen een belijdenis te voorschijn komen. En wie het daar niet mee eens is, moet er dan zeker uit. Er zal heel wat moeten worden gewijzigd, maar men moet niet grijpen in de Drieëenheid, anders is de Kerk geen Christelijke Kerk meer. Men wil zeker de Drie Formulieren van Eenigheid eerst hervormen in den zin Van Luthersch en dan van Ethisch, enz. Maar een Gereformeerde belijdenis krijgt men zoo niet. Men heeft uitgeschakeld : de Kerk stelt zich op de basis der' belijdenis.
Ds. Bartlema gaf daarna uitvoerig aan, hoe prof. Haitjema, na wisseling van telefoontjes met prof. Berkelbach v. d. Sprenkel, een enkele verandering heeft aangebracht, hoewel hij vasthoudt aan zijn bedoeling : wij stellen ons niet op grond van de belijdenis, want dat zou een onheilzwangere dwaling zijn.
Over de beteekenis van artikel 8 bestaan nu al drie hoofdmeeningen. Als het zoo gaat, komt er van het geheele Ontwerp weinig terecht.
Prof. Severijn heeft gezegd : door dit Ontwerp wordt de Kerk gezet op een vlot. En dat, terwijl Gods Kerk in het midden der wereld ten allen tijde moet zijn een pilaar en vastigheid. Ds. Bartlema hoopte, dat God er ons voor beware, dat dit Reorganisatie-ontwerp wordt aangenomen. Dan komt de Kerk op een vlot.
Voor belijders is er dan geen plaats meer. Zij worden er dan uitgezet, omdat ze het hoofd niet buigen voor de meerderheidsgroep van Ethischen en Confessioneelen. Bunyan heeft eens gezegd : de Kerk is een huis vol schoonheid. Daar hunkert spreker naar, gedachtig zijnde aan het; „Gij zijt veel schooner dan de menschenkinderen".
Op dit door de talrijke aanwezigen met aandacht beluisterde onderwerp volgde eenige gedachtenwisseling, waarin ds. Bartlema ook uitsprak, dat alle Gereformeerden schuldig zijn in één huis te wonen.
De heer G. Heij sloot de samenkomst met dankgebed.
E. J. VAN SPANKEREN, Secretaris.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 maart 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 maart 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's