De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

BELANGRIJKE EN LEERZAME CIJFERS

4 minuten leestijd

Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft in zijn laatste publicaties belangrijke cijfers verstrekt op 'het gebied van het lager onderwijs.
In de eerste plaats wordt een overzicht gegeven van het aantal scholen, leerlingen en onderwijzers in verschillende Europeesche landen en groote steden ; in welk stuk het Bureau berekent het gemiddelde aantal leerlingen per school en per onderwijzer en het gemiddelde aantal onderwijzers per school.
Nu zijn de cijfers, welke over deze onderwerpen verschenen, daarom zoo belangrijk, omdat zij ten aanzien van het punt, dat in de politiek der laatste maanden zooveel stof heeft doen opwaaien, t.w. de grootte der schoolklassen, het onvoldoend aantal leerkrachten enz. een vergelijking mogelijk maken van den toestand op schoolgebied in Nederland en daarbuiten. Voorts komt in het Overzicht duidelijk naar voren, dat de gedachte, die vaak gehoord wordt, dat in ons land het aantal kleine scholen ten gevolge van de gelijkstelling van het bijzonder met het openbaar onderwijs buitengewoon groot zou zijn, onjuist is.
Wat nu de cijfers zelve betreft, die het Bureau voor de Statistiek publiceert, deelt het Overzicht in Tabel I mede, dat ten onzent het gemiddelde aantal leerlingen per school 162 bedraagt en het gemiddelde aantal onderwijzers per school op 4, 3 komt.
Voor de landen, die met Nederland, wat de graad van volksontwikkeling aangaat, ongeveer gelijk staan en die wij hieronder laten volgen, wordt in de Tabel aangeteekend :
Landen Gem. aantal leerl. Gem. aantal leerkr.
België Denemarken Duitschland Engeland .... per sch. 112 105 151 246 Tsjecho Slowakije 120 per sch. 3.9 3.7 3.4 8 3.6
En voor de steden (zie Tabel III)
Steden Gem. Gem. aantal aantal aantal leerl. leerkr. leerl. per sch. per sch. p. leerkr.
Amsterdam 231 5.9 39 Rotterdam 219 5.5 4-0 's Gravenhage 229 6.8 34 Berlijn 486 12.2 40 Hamburg 431 13.4 32 Keulen 466 10 46 Leipzig 854 22.6 38 Parijs 406 9 45 Praag 269 7 39
Uit deze cijfers, door het Bureau voor de Statistiek verstrekt, blijkt, dat in de hierboven genoemde landen het cijfer van Nederland, voor wat aangaat het gemiddeld aantal leerkrachten per school, aan den hoogen kant is ; alleen staat Engeland er ongunstiger voor. Doch als men de cijfers van het gemiddeld aantal leerlingen per onderwijzer in de steden neemt, maakt Nederland geen ongunstig figuur. In alle gevallen bestaat er ten onzent geen reden voor om zich zoo ernstig te beklagen over de grootte der schoolklassen, als men in den laatsten tijd van allerlei zijden hoort.
Bovendien merkt het Bureau nog terecht in zijn korte inleiding voor het Overzicht op, dat bij de beoordeeling der cijfers niet uit het oog mag worden verloren, dat er naast de onderwijzers nog anderen met de leiding eener klasse belast zijn. Dit is het geval in Nederland, waar in 1936 3736 kweekelingen met akte de leiding eener klasse hadden. Dit aantal is in 1937 en ook in het begin van 1938, eerder toe-, dan afgenomen, zoodat door deze kweekelingen met akte, die in de scholen ten onzent dienst doen, .de cijfers van Nederland er gunstiger voor komen te staan, dan uit het Overzicht blijkt.
Een andere groep van cijfers, die het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft gegeven, betreffen de kosten van het lager onderwijs voor de jaren 1932—1934.
Ook deze cijfers zijn zeer leerzaam.
Om het verloop der cijfers beter te kunnen nagaan, verdient het aanbeveling, kennis te nemen van de bruto uitgaven van het Rijk over de jaren 1929—1934 (1931 blijkt daarbij over 't algemeen een topjaar te zijn geweest). Deze uitgaven waren in die jaren als volgt in ƒ 1000.—
82680, 87031, 90217, 90479, 88726, 83530.
Per leerling werd in die jaren uitgekeerd achtereenvolgens :
ƒ 67.90 ; ƒ 70 ; ƒ 70.90 ; ƒ 70.60 en ƒ 67.70. Hoe verhouden zich nu de uitgaven per leerling van de openbare en van de bijzondere school?
In het jaar 1934 kostte een leerling van de openbare school aan het Rijk ƒ 72.90 en van de bijzondere school ƒ 57.70.
Wat de gemeentelijke uitgaven voor het lager onderwijs betreffen, waren de cijfers over de jaren 1929 tot 1934 per leerling van de openbare school respectievelijk ƒ 43.80, ƒ42.90, ƒ45.10, ƒ 41.80, ƒ39.40 en ƒ36.30, en voor de bijzondere school ƒ 29.10, ƒ 30.80, ƒ 35.10, ƒ 33.60, ƒ 35.90 en ƒ 35.40.
Uit deze cijfers valt op te merken, dat de kosten per leerling voor Rijk en Gemeenten bij het openbaar lager onderwijs nog altijd belangrijk hooger zijn dan die bij het bijzonder lager onderwijs.
Een zelfde verschil blijkt ook bij de uitgaven der Gemeenten voor het personeel hoven het verplichte. De uitgaven voor dit doel waren eveneens over de jaren 1929—1934 per leerling voor het gewoon lager onderwijs bij de openbare school ƒ 15.60, ƒ 13.30, ƒ 12.90. ƒ 11.—, ƒ8.40 en ƒ 6.60 en bij de bijzondere school ƒ4.20, ƒ4.50, ƒ 5.50, ƒ4.50, ƒ 5.40 en ƒ 4.40.
De sterke daling, vooral bij het openbaar onderwijs, vindt hier zijn oorzaak in de afschaffing van de boventallige onderwijzers.
De cijfers, die het Centraal Bureau voor de Statistiek op het gebied van het lager onderwijs gaf, zijn ditmaal wel heel belangrijk en leerzaam.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 maart 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 maart 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's