De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

VRAGEN BUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VRAGEN BUS

4 minuten leestijd

Vraag : Kan een geloovige maken, dat een boom ontworteld wordt en dat een berg wordt opgenomen en in de zee geworpen wordt ? Is dat wel ooit gebeurd en zal dat wel ooit gebeuren ?
Antw. : Alles is naar z'n aard. En het verband waarin iets voorkomt, mag niet over het hoofd worden gezien. In de vraag zal wel bedoeld zijn te verwijzen naar Lukas 17 en naar Matth. 17. Daar vinden we dezelfde geschiedenis ; en wel de geschiedenis, dat de discipelen door hun kleingeloof onmachtig werden bevonden om een zieken knaap te genezen. Dan zegt de Heiland, dat hun geloof gesterkt moet worden. En de Apostelen voelen het zelf ook, want ze vragen : Heere, vermeerder ons het geloof, 't Was vroeger zoo anders bij de jongeren, maar ze zijn verachterd in hun geloof. Gelukkig, dat ze nu zelf ook tot den Heiland gaan, om te vragen, dat Hij hun geloof mocht komen sterken en aanwakkeren, opdat hun kracht niet zou achteruitgaan, maar zij weer opnieuw mochten worden aangedaan met geloofskracht en met geloofsmoed ; want alleen in het geloof zijn we sterk. Dan zegt de Heiland : ga in deze uwe kracht ! Bidt dan om geloofsvermeerdering, om geloofsbevestiging, om geloofsversterking en dient den Heere in alles !
Want door de zuiging van de zonde, door onbedachtzaamheid, door verwaarloozing en veronachtzaming van waken en bidden en matigheid, wordt ons geloof zoo gemakkelijk belemmerd, geschaad, gebroken, krachteloos gemaakt. Waakt dan en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; want de geest is wel gewillig, maar het vleesch is zwak. Oefent het geloof dan voor Gods aangezicht in oprechtheid, met vreeze en beving.
Maar nu nog iets over dien boom en over dien berg.
Het is duidelijk, dat we deze dingen niet letterlijk moeten nemen, maar overdrachtelijk en geestelijk. Als er in de Schrift staat : ruk uw oog uit of houw uw hand af — dan beteekent dat natuurlijk niet letterlijk, dat we een mes moeten nemen en onze hand afsnijden of ons oog uitgraven. Maar het beteekent, dat we de zonde, die we met onze oogen bedrijven in begeerlijkheid, en de zonde die we met onze handen bedrijven met gruwelijkheid, moeten wegdoen. Laat los en gij zult los gelaten worden ; gij zult er van worden bevrijd, op voorwaarde dat gij ze zelve niet vasthoudt en koestert. Want dan zult gij er door verteerd worden.
Niet letterlijk dus : een oog uitgraven of een hand afsnijden.
En zóó moet bij de kracht des geloofs niet ge­dacht worden in letterlijken zin aan een boom, om die te laten ontworteld worden, als wij dat zouden begeer en ; of aan een berg, waartegen wij, op een gegeven oogenblik, zouden zeggen : word in de zee geworpen ! We mogen met ons geloof niet spelen, noch roekeloos met allerlei willekeurige wenschen komen. Dat is geen geloof. Dat is hoogmoedige eigenwijsheid en spelen met het heilige. En dan laat God ons beschaamd staan.
Maar de kern en de beteekenis van 't geen de Heiland zegt van dien boom en van dien berg is : dat Hij geven wil en geven zal alles wat Ziin kinderen in 't geloof en in den naam van den Heiland van Hem: bidden en wat zij noodig hebben voor de welstand van hun leven.
We hebben de Commentaar of de Schriftuitlegging van Calvijn even opgeslagen en daar lezen we ter plaatse: „De discipelen verwonderen zich (zie Matth. 17 vs. 19—21 ; Mare. 9 vs. 28, 29 ; Luc. 17 vs. 15, 16), dat hun de kracht ontnomen is, waarmee zij eenmaal toegerust waren, terwijl het hun eigen schuld was, dat zij er van beroofd waren. Christus schrijft dit gebrek aan hun ongeloovigheid toe en herhaalt en bespreekt uitvoeriger de verklaring, door Hem. reeds vroeger gedaan, dat voor het geloof niets onmogelijk is. Ongetwijfeld bezigt Hij een overdrachtelijke spreekwijze, als Hij zegt, dat het geloof bergen en boomen verzet. Toch is dit daarvan de kern, dat God ons nooit alleen laat, wanneer wij slechts de deur voor Zijne genade openen. Immers bedoelt de Heiland niet, dat God ons geven zal alles wat ons onbedachtelijk in het hart of op de lippen komt. En aangezien niets meer met het geloof in strijd is, dan de ongeordende wenschen van ons vleesch, volgt hieruit zelfs, dat men, waar het geloof heerschappij voert, niet maar alles zonder onderscheid wenscht, maar dat het geloof zich richt op 't geen de Heere ons voorhoudt en belooft. Deze matiging moeten wij derhalve in acht nemen, dat wij niet méér begeeren, dan hetgeen toegezegd is. En we moeten onze gebeden beperken, naar den door Hem ons voorgeschreven regel.
En dan besluit Calvijn met deze woorden : „Vanwaar anders toch, dat de Apostelen van de kracht des Geestes ontbloot waren, die zij vroeger gehad hadden tot het doen van wonderen, dan omdat zij die door hun traagheid verstikt hadden ? "
Waakt dan en bidt, — opdat we niet in geesteloosheid ondergaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 maart 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

VRAGEN BUS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 maart 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's