UIT DE HISTORIE
BIJ DEN 350sten STERFDAG VAN PETRUS DATHENUS
1588 17 Maart 1938
III. Datheen als schrijver.
De publicaties, die Datheen in het licht heeft gegeven, dragen geen oorspronkelijk karakter, wat geenszins zeggen wil, dat hij onbeteekenend werk heeft verricht. Op dogmatisch gebied heeft hij zich weinig bewogen. Zijn verdiensten liggen dan ook op ander terrein. Door het geven van een Psalmberijming en een Catechismusvertaling gaat zijn invloed ver uit boven vele tijdgenooten, terwijl zijn medewerking aan de totstandkoming van een niéuwe Hollandsche liturgie tot vandaag toe geëerd wordt door het gebruik, dat wij er in hoofdzaak thans nog van maken.
Gaarne willen wij over Datheen's geschriften een en ander mededeelen.
De Psalmberijming.
Dat Datheen's Psalmbundel een taak heeft vervuld, blijkt al aanstonds uit het groote aantal uitgaven, dat hij heeft beleefd. Van 1581 tot 1865 zijn er meer dan honderd edities verschenen.
Vóór 1566 werden er in Nederland geen geschikte Psalmberijmingen gevonden. Wel behielp men zich met verschillende niet bevredigende of incomplete bundels (o. a. met de z.g.n. „Souterliedekens", die „op wereldsche wysen berymt" waren), maar een goede eenvormigheid in het Psalmgezang bestond er niet.
In Frankrijk daarentegen gebruikte men de berijming van Marot en Beza, welke, wat bewoording en melodie betreft, voor dien tijd goed was. Naar dit exempel wilde Datheen voor de Nederlanden een bundel samenstellen.
De voorrede, die aan Datheen's Psalmboek voorafgaat, geeft helder rekenschap van de rol, die het' Psalmgezang in den eeredienst behoort te vervullen. Hij zet uiteen, hoe de Psalmen Davids onderscheiden zijn van „dat lichtvaerdige singen, daermede de wereldt omgaet". Vervolgens, hoe zij het hart ten hemel opheffen, en bij vreugde en droefheid de ware gemoedsgesteldheid kunnen stimuleeren.
Allerwegen is in den lande Datheen's berijming zeer gunstig bij het gereformeerde volk ontvangen. Bij de hagepreeken werden zijn Psalmen met bezieling aangeheven.
Aangezien het niet in Datheen's bedoeling heeft gelegen, een literair kunstwerk te leveren, maar voornemens was een practisch bruikbaar Psalmboek te geven, moet deze overweging in aanmerking genomen worden bij de beoordeeling van de taal en de stijl van zijn berijming. En met dit billijk voorbehoud voor oogen, kan gezegd worden, dat Datheen behoorlijk werk heeft geleverd. Wie eenigszins kan beoordeelen (liefst uit eigen ervaring) hoe moeilijk het is, in getrouwheid aan het oorspronkelijke te vertalen, die zal over Datheen's arbeid een mild oordeel vellen, en het niet eens zijn met de overdreven opmerkingen van Ypen en Dermout, als zij zeggen, dat Datheen's vertaling van het Fransche Psalmboek er eene was, „die overal even verminkt, lam en kreupel zich voordeed, en vol was van allerlei stootende, zeer wanvoegelijke, den eerbied voor God kwetsende uitdrukkingen". ') Volgens Datheen's levensbeschrijver is dit oordeel zeer onbillijk !
Bekend is, dat men met Datheen's berijming zelfs den spot heeft gedreven. Iedereen heeft weleens vernomen, dat er in zijn bundel o.a. deze regels voorkomen : „Edom acht ik met zijn volk koen, niet beter dan mijn oude schoen". Die „oude schoen" heeft het dan gedaan, maar dergelijke vitters weten bepaald niet, dat de berijming van Beza op dezelfde wijze rijmt ! ^) Aan dit voorbeeld zouden er meerdere kunnen toegevoegd worden, maar Te Water heeft er terecht voor gewaarschuwd, dat men zich hoeden moet voor „ijdele vittingen, harde woorden, haetelijke uitdrukkingen en haetbarende spotternijen".
Op het Convent te Wezel, gehouden in 1568, is aan alle kerken geadviseerd, Datheen's Psalmbundel als „de" berijming te aanvaarden. Dit advies is bekrachtigd door een besluit van de Generale Synode van Dordrecht in 1578, om algemeen de Psalmen van Datheen te zingen. In 1586 werd echter op de Synode van Den Haag besloten, de reeds geruimen tijd verschenen berijming van Marnix van St. Aldegonde te gaan gebruiken naast die van Datheen. Eigenaardig is, dat Marnix' berijming, die ongetwijfeld beter was dan die van Datheen, laastgenoemde toch niet heeft kunnen verdringen. Datheen's Psalmboek was zóó geliefd bij het volk, dat zij het bijna als heilig beschouwden. Ook na 1618/'19 bleef Datheen's Psalmberijming algemeen in gebruik. En na 1773, toen de tegenwoordige berijming verscheen, hieven vele gemeenten die van Datheen zingen. Zij had dus haar wortels wel diep in het volksleven' ingedrongen ! Tegenwoordig zijn er nog wel sommigen, die voor Datheen's Psalmen een bijzondere voorkeur hebben. salarissen inkomstenbelasting betalen. Dit in antwoord op de vraag, die de briefschrijver stelde.
Volgende week hopen wij het slotartikel te geven over Datheen. Want na hem vraagt een nieuwe, niet minder belangrijke herdenking onze aandacht.
D.
d. Z.
1) A. Ypeij en I. J. Dermout, Geschiedenis der Nederlandsche Hervormde Kerk, vierde deel, Breda 1827, blz. 77.
2) Contre Edom, peuple glorieux, je jetteray mes souliers vieux.
Opmerking. Als illustratie van den spot, dien men voor Datheen over had, geven wij hier een „grafschrift", dat men op hem heeft vervaardigd. Het steekt wel schril af bij den eerbied, dien velen voor hem hebben gekoesterd.
Hier leid Datheen, en niemand el Die oud moest loopen voor rebel Die niet onvro, onkoen, onreine. Gehouden wierd van 't volk gemeine. Men hiet Hem Pofhans, ik Poeét, Schoon 't gantsch en ga> ar noch blijft secreet ; Men kwam ook tegen Hem gestanden. Zijn Psalmen moesten uit den landen ; Hij stierf van droefheid gantsch niet klein. Dees steen bedekt zijn lichaam rein ; Hy rust hier by zyn oude Klaar, En maakt eer schrikkelyk misbaar. Omdat zyn verzen, zeer minjoot. Niet langer duuren naar zyn dood.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's